Boekbespreking
Harry Hoefnagels, Wetenschap en de bedreigde menselijke toekomst, Ambo, Baarn, 186 blz., ƒ 29,50.
Op 20 februari 1982 werd in het blad van de Katholieke Universiteit Nijmegen een manifest gepubliceerd waarvan de titel door de schrijver is overgenomen. De kernvraag van zowel dit boek als van het manifest is deze: moet de wijze waarop wij wetenschap beoefenen, met name de samenlevingskunde en de milieukunde, niet geheel op de helling komen?
De gangbare gewoonte is tot heden toe dat men probeert bij de wetenschapsbeoefening subject en object zo veel mogelijk gescheiden te houden. Via onderzoek verwerft de wetenschapper zich op deze wijze kennis die ertoe bestemd is om gebruikt te worden.
De stelling van de schrijver is nu, dat hieruit nog geen inzicht voortkomt. Sterker nog: het resultaat van deze wetenschapsbeoefening kan zich zelfs tegen de mens gaan keren.
Met name op het punt van de samenleving en op dat van het milieu is dit actueel. Men heeft immers een belangrijke voorvraag overgeslagen: die naar het eigen uitgangspunt. Nu zal iedere wetenschapper tegenwoordig erkennen dat volslagen objectiviteit niet bestaat en dat een ieder die wetenschap bedrijft tevens zelf vooringenomen is, maar Hoefnagels gaat verder. De wetenschappelijke onderzoeker moet zich er rekenschap van geven dat zijn eigen uitgangspunt tevens een moreel uitgangspunt is. In het geval van onderzoek van natuur en milieu moet daarom voortdurend de vraag worden gesteld in hoeverre onze, in het natuurleven ingrijpende, activiteit niet bezig is menselijk leven onmogelijk te maken, dus onmenselijk.
Iets dergelijks geldt van de natuur, het object van onderzoek dus, zelf Ook deze is de door ons mensen bewerkte natuur, dus de kennis die wij eraan ontlenen zou wel eens niet kunnen kloppen met de concrete, door de natuur gevormde en aangeboden, werkelijkheid. Zo wil dit boekje er ons voor waarschuwen dat hij die de maatschappelijke context waarbinnen wij leven en wetenschap bedrijven verwaarloost iets overslaat medebepalend is voor hetgeen wij bezig zijn te doen, zodat de resultaten daarvan zich tegen ons kunnen keren, en wel zodanig dat menselijk leven in de toekomst niet alleen bedreigd maar zelfs onmogelijk zal kunnen worden. Wat echt wetenswaardig is wordt dan ook niet bepaald door een wetenschapsbeoefening om-het-weten-alleen maar door de ethische maatstaven die wij hanteren en die voorondersteld moeten zijn. Zowel bij ons natuuronderzoek zelf als bij de keuze van hetgeen wij in de natuur onderzoeken.
Een boekje dat waarschuwt en bescheiden maakt in een technocratische tijd, al zou er o.i. over die voorwetenschappelijke ethische instelling meer te zeggen kunnen zijn, en zijn we eigenlijk naar dit 'meer' een beetje nieuwsgierig gebleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's