De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

13 minuten leestijd

Barbara Schumacher, 'Onze wereld, Gods wereld', zorg voor het leefmilieu, Altiora Averbode/Kok Kampen, 1989, 150 blz.
Voor mij ligt een boekje van de hand van Barbara Schumacher. Barbara Schumacher is met name bekend door de biografie die zij schreef over haar vader, E.F. Schumacher de auteur van onder andere 'Small is beautiful' (Hou het klein). Schumacher pleitte daarin voor een economie op mensenmaat. Velen zagen hem daardoor als profeet van een internationale, alternatieve beweging. Barbara Schumacher, moeder van zes kinderen, roept in dit boek op tot bekering. Een bekering tot een meer respectvolle omgang met Gods schepping. Zij doet dit aan de hand van 41 korte hoofdstukjes, verdeeld over vijf hoofdthema's. Elk hoofdstukje begint met enkele bijbelteksten, een meditatieve uitleg en toepassing voor ons dagelijks handelen. De hoofdstukjes worden besloten met een kort gebed of gedicht.
De gebruikte Bijbelgedeelten zijn genomen uit de Willibrordvertaling. De meditatieve uitleg gaat soms uit van 'de mens van goede wil'. Zelf zegt ze daarvan: (blz. 11) 'Als Christen weet ik dat ik deel uitmaak van Gods plan om de wereld vandaag te redden en dat ik moet beginnen met zijn liefde voor de wereld te delen'. Verder zegt ze: 'Het is een persoonlijk antwoord en een persoonlijke interpretatie van de Schrift. Vanuit die inzet behandelt ze de diverse onderwerpen op indringende en persoonlijk betrokken wijze.
Toch heb ik een aantal vragen omtrent haar benadering en interpretatie van de Schrift. Teveel gaat de schrijfster mijns inziens uit van het goede in de mens en te weinig van de door de zondeval gebrokenheid van deze wereld. Voorbeeld: 'Er is gezegd dat je Jezus nooit zult vinden als je hem niet ziet in de mensen die je ontmoet'. En dat wij Maria als voorbeeld moeten bestuderen om Gods wil in ons leven op deze aarde werkelijk te kunnen uitvoeren (blz. 134) is strijdig met een reformatorisch exegese van de Heilige Schrift.
Over het lijden op Golgotha zegt de schrijfster: 'Het lijden dat Jezus op het kruis doorstaan heeft, wordt nu weerspiegeld in het lijden van mensen, waar ook ter wereld, waar bomen mishandeld zijn. Het is alsof hun lijden ons een nieuwe kans geeft om ons te verenigen aan de voet van het kruis waarop Jezus van de aarde omhooggeheven werd, door de oude en toch nieuwe betekenis die de boom van het leven heeft, weer op te nemen' (blz. 139).
Het moge duidelijk zijn dat we een dergelijke Bijbeluitleg niet voor onze rekening zouden willen nemen. De enkele citaten die ik gaf, hebben u hopelijk een indruk gegeven van de wijze waarop Barbara Schumacher de Schrift interpreteert en toepast.

C. v.d. Louw


Dr. G.J. Schutte, dr. J.B.H. Alblas, dr. A.Th. van Deursen, dr. C. Graafland, dr. T. Brienen, Bunyan in Nederland, opstellen over de waardering van John Bunyan in Nederland, Houten 1989, 116 blz., ƒ19,50.
Ter gelegenheid van John Bunyans 300e sterfdag werd op 27 augustus 1988 in Amsterdam een herdenkingsbijeenkomst belegd, tijdens welke de voordrachten gehouden zijn, in bovengenoemd boekje gebundeld. Na een levensschets van John Bunyan van de hand van prof. G.J. Schutte wordt door dr. J.B.H. Alblas de verspreiding van Bunyans werk in Nederland onder de loep genomen.
Prof. A.Th. van Deursen geeft terwille van het decor van het kerkelijk leven in Nederland, tegen de achtergrond waarvan hij de goede ontvangst van Bunyans werken wil zien, een kort overzicht van de algemene toestand van de Nederlandse Gereformeerde kerken in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij geeft daarvan een concreet voorbeeld door de archieven van de Noordhollandse gemeente Graft te laten spreken, een 'gemeente die aan de invloed van de Nadere Reformatie niet geheel vreemd gebleven is'. Prof C. Graafland beschrijft vervolgens de plaats die Bunyan heeft gekregen onder de 18e eeuwse Nederlandse Gereformeerden. Het boekje vervolgt met een bijdrage van de eerder genoemde dr. J.B.H. Alblas over het illustratieve werk, vooral van J.H. Isings, dat als een interpretatie gezien mag worden van 'De Christenreis'. De laatste scribent dr. F. Brienen gaat in op de vraag, door welke Hollanders Bunyan gelezen is en wordt.
Al met al een zeer lezenswaardig boek waarin in grote congenialiteit met Bedfords prekende ketellapper over diens wereldberoemd werk wordt geschreven. Dat Bunyan, de man die in zijn jonge jaren amper lezen en schrijven leerde, vooral met zijn 'Pelgrimsreis' de wereld veroverd heeft, is zeker niet alleen te danken aan het feit, dat hij de letterkunde met een hoog te kwalificeren oeuvre heeft verrijkt. Bunyan is vooral geliefd geworden onder het eenvoudige christenvolk, hij wie de vraag 'Hoe krijg ik een genadig God' een allesbeslissende is geworden. En daarbij is niet alleen te denken aan de stroming van de gereformeerde Piëtisten onder de Nederlandse Gereformeerden in de 18e eeuw, onder wie vooral W. Schortinghuis (Graafland), maar ook aan conventikelvromen en mannen van het Nederlandse Réveil, mensen uit de kring van de Afscheiding in de vorige eeuw. En niet te vergeten ook mannen als C.H. Spurgeon in Engeland en ten onzent J.H. Gunning J.H. zn. (Brienen).
Het zal wel waar zijn, dat een aantal zaken (o.a. zijn nadruk op het individuele, zijn niet direkt systematisch-dogmatische behandeling van zaken, zijn independentistische instelling, zijn ogenschijnlijke wereldvreemdheid, zijn baptisme) voor extra verbindingen met een aantal van zijn gretige lezers (vooral piëtisten?) heeft gezorgd.
Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat het vooral het levensecht existentiële, het Coram-Deo karakter van Bunyans werken is geweest, dat hem geliefd maakte bij hen voor wie 'geloven' een doorleefde ontmoeting met de majesteitelijke en levende God betekent. Ik ben het daarom eens met Brienen, als hij zegt, dat een bestudering en in-kaart-brengen — op een wijze als C.A. van der Sluys dat gedaan heeft met het werk van Spurgeon — van het totale oeuvre van Bunyan eerst maar eens moet plaatsvinden! Een historisch onderzoek naar de 'landingsplaatsen' van Bunyan als het hier besproken boek, hoe leerzaam en nuttig ook, mag wat mij betreft zo'n vervolg krijgen.
En dan wil ik alvast wel voorspellen, dat een theologische oriëntatie in Bunyan niet tot de conclusie kan leiden, dat de hoogst individuele vraag naar mijn zaligheid (met al de toeëigeningsvragen die eraan verbonden zijn) alleen ten koste van de in de heilsfeiten gegronde rechtvaardigingsleer zo sterk geaccentueerd kan worden als bij Bunyan het geval is. Brienen (blz. 103) suggereert dat wel.
Bunyan zelf echter is in de weg van al zijn ervaringen steeds sterker komen te staan in het geloof, dat op de Paasmorgen, toen Jezus Christus huppelend rondom Zijn verlaten graf ging, voor eeuwig de rechtvaardiging van John Bunyan was bewerkt. En dat lijkt op zijn beurt ook aardig veel op wat de apostel Paulus in zijn brief aan de Galaten heeft geschreven en tevens op wat Maarten Luther in zijn verklaring van die brief daarover te berde heeft gebracht.

C. den Boer


Dr. W. H. de Knijff, Woorden tegen Willekeur, uitgeversmaatschappij J.H. Kok te Kampen, 234 blz., ƒ 37,50.
Op een werkelijk riante wijze uitgegeven ligt hier een aantal verzamelde opstellen voor ons van de hand van de Utrechts dogmaticus en ethicus De Knijff, die hij, verspreid over bijna 20 jaar, geschreven heeft. Of uitgesproken, want zijn inaugurele rede was nog nooit in druk verschenen. Andere artikelen zaten wat verstopt, zodat ik ze ook nog niet onder ogen had gehad.
Eerst een algemene, wat formele opmerking. Wat door De Knijff in dit boek geboden wordt, kan inhoudelijk in een recensie als die in ons blad, niet allemaal aan de orde komen. Veel meer dan een indruk of typering kan ik hier niet bieden.
Voorts een inhoudelijke opmerking. Wat altijd weer treft bij De Knijff is zijn betrokkenheid op het cultuurgebeuren van onze tijd. Hij staat bepaald kritisch in deze wereld, toetsend, maar met grote openheid voor datgene wat hem vanuit onze cultuur aan waarheidsmomenten wordt aangereikt. En daarom bepaald niet negatief De Knijff heeft zorg om de dingen rondom hem. Vooral wat er ethisch en moreel aan de markt komt wil hij graag theologisch geijkt zien, ook al oogt het nog zo aantrekkelijk. En als het niet aantrekkelijk schijnt, wil hij nochtans weten wat erachter zit.
In totaal biedt het boek 16 artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Het eerste, over misverstanden rondom en actualiteit van de uitleg van de psalmen, is voor mij nieuw. Zoals tel­kens, treft ons hier De Knijffs rekening houden met de traditie der kerk. Zelf zou ik het woord 'allegorisering' liever vermijden voor het psalmgebruik na Pinksteren. Het tweede artikel over mystiek en Schrift verraadt De Knijffs gevoel voor spiritualiteit, al kan ik met mystiek die in Schriftwoorden ligt toch niet zo uit de voeten. Het artikel over de waarde van dogmatisch denken legt sterke nadruk op de functionaliteit van het dogma. Terecht, maar is hiermee het belijden dat het dogma verwoorden wil voldoende getypeerd, en gaat 'functie' niet meer met 'zijn' samen dan De Knijff stelt? Het artikel over de verzoeningsleer in de laatste 25 jaar vond ik bij publicatie direct al uitermate instructief In het spreken van de kerk is de schrijver, o.i. terecht, zeer terughoudend. Zijn artikel over gemeenschap en persoonlijkheid bij O. Noordmans maakt iets wat 60 jaar geleden is geschreven op verrassende wijze actueel. De Knijffs inaugurele rede verraadde al zijn betrokkenheid op de vragen en de nood der wereld, die met de religie het gevoelsleven ook liet verdwalen. Ook het milieu komt aan de orde, en ons menselijk falen in onze opdracht vanwege onze neiging tot zelfbevestiging, ons egoïsme. Het artikel over het fundamentalisme verraadt de schrijver van Sleutel en slot. Dat er ook een zeer eigentijds fundamentalisme is, met name in Amerikaanse stromingen, komt niet uit de verf De schrijver neemt het ook op voor een ruimhartige pluralisme in de kerk, mits in dienst van de eenheid in het belijden, en met de ogen open voor de verdeeldheid in het zondig mensenhart. Dat Samen-op-Weg noodzaak is, hangt bij De Knijff nauw samen met zijn verlangen naar een waarlijk apostolaire kerk die een woord dient te hebben voor een samenleving in nood. Het artikel over de verhouding van Oud en Nieuwe Testament weet gelukkig van het Oude Testament meer te zeggen dan dat het boek van de belofte of de verwachting is: het is er ook in zichzelf
Zo ben ik dan in vogelvlucht over een zestien­tal kavels gescheerd die eigenlijk landingsplaatsen zouden moeten zijn.
De ruimte laat echter niet meer toe. U zult begrepen hebben dat ik niet geheel zonder kritiek of vragen gelezen heb. Ook schrijft De Knijff niet altijd gemakkelijk. Maar wel altijd hoogstaand en erudiet. Zo is trouwens ook dit boek uitgevoerd.

S. Meyers


Dr. G. Abma en Dr. J. de Bruijn red., Hoedemaker herdacht, uitg. Ten Have, Baarn 300 blz., prijs ƒ35,—.
1989 is het jaar waarin de kerk Hoedemaker op een waardige wijze heeft herdacht:16 juli was het 150 jaar geleden dat Philippus Jacobus in Utrecht werd geboren. Te begrijpen valt dat deze herdenking met name in Hervormde kring aandacht kreeg. Van Hoedemakers erfgoed is immers in de Nederlandse Hervormde Kerk vanouds het meest voorhanden gebleven. In zekere zin is de kerkorde van 1951 mede een gevolg van Hoedemakers ijveren geweest voor de reorganisatie van de kerkelijke organisatie van 1816. De hier besproken bundel laat geen aspect van Hoedemakers persoon en arbeid onbesproken: biografische gegevens, zijn hoogleraarschap van 1880-1888 aan de net opgerichte VU, zijn kerkelijke arbeid, zijn wetenschappelijk bezig zijn met name op het terrein van het Oude Testament, zijn visie op de godsdienstige vorming van de jeugd, zijn politieke opvattingen met ter afsluiting een soort evaluatie als het gaat om de vraag: waar liggen voor het heden de winstpunten van Hoedemakers opvattingen? Hoedemaker is in de kring van de Gereformeerde Bond nooit zo aanvaard geweest. Dat is vanuit de geschiedenis van de Bond ook wel te verstaan. Om te beginnen is de oprichting van de Bond in 1906 mede veroorzaakt door de samengang van de confessionele Hoedemaker en de ethische Gunning. Ik vermoed dat ook Hoedemakers visie op de kerk daarbij bepalend is geweest. Vergis ik me als ik veronderstel dat Kuypers visie op de autonomie van de plaatselijke gemeente met daarbij het kerkverband als een federatief samengaan van plaatselijke kerken en de belijdenis als een accoord van kerkelijke gemeenschap veel meer ook de visie was van zeker de oprichters van de GB dan Hoedemakers opvatting die ook hierin Kuyper onmogelijk kon volgen daar hij niet de belijdenis maar de doop de centrale plaats liet innemen en het verband der kerken als een organisch geheel zag? Niet dat de belijdenis Hoedemaker onverschillig liet. Hij hanteerde echter de confessie minder juridisch en veel meer als een Gereformeerde wijze van Schriftverstaan waarbij in deze belijdenis niet alles voor alle tijden reeds was gezegd. Steeds komt de botsing Kuyper-Hoedemaker aan de orde als het gaat om de visie op de staat. Dr. G. Abma geeft terecht aan dat je Hoedemakers politieke gedachten kunt concentreren en samenvatten in het thema: bestrijding van de neutrale staat. Al bewogener is Hoedemaker in zijn leven gaan protesteren tegen wat Kuyper op dit gebied nastreefde. Het woord 'theokratie' speelt hierbij in Hoedemakers gedachten een centrale rol, ook al dienen we dat woord juist in te vullen. Hoedemaker gaat uit van het erkennen van Gods inwoning onder de mensen. God doet dat via het door Hem uitgekozen orgaan: de kerk. En de kerk is voor hem de Nederlandse Hervormde Kerk voortgekomen uit de Reformatie. Wat is er door de Franse Revolutie veroorzaakt? Dat de staat neutraal is verklaard en de kerk in haar eigen hok is teruggedrongen. Ze hebben geen boodschap meer aan elkaar. En juist daarom kunnen ze beiden niet meer functioneren naar Gods bedoelen. Op dit front gaat hij het gevecht aan met Kuyper en diens medestanders. Een alleszeggend citaat uit Hoedemakers pen gevloeid in die dagen luidt: 'Mijn doel is het geweest, ons volk terug te brengen tot de professie van de Gereformeerde religie. Ik geloof niet aan de neutrale Staat. Hij is een onmogelijkheid en een onding'. Wie de scheiding van de Kerk en Staat doorvoert ontkent, volgens Hoedemaker, dat Jezus Christus de Koning is van de koningen der aarde. Kuyper komt aan het licht als een tacticus terwijl Hoedemaker meer als de idealist. Neutraliteit bestaat niet. Ik meen dat Hoedemaker dat volkomen terecht heeft gezien. Neutraliteit is verloochening van God en godsdienst, schreef hij eens. Voor 'de afgod van ons Christenvolk' namelijk de bijzondere school, wordt ons volk prijsgegeven aan de neutraliteit. Hoedemaker zag daarin een versnelling op gang komen van de secularisatie onder het Nederlandse volk. Ook al erkent hij wel dat Christelijk onderwijs zegen kan verspreiden, hij voorspelde dat het een gewicht zou worden dat naar de diepte trekt.
Intussen leven we in een volstrekt geseculariseerd Nederland. Wat valt er nog te doen met de gedachten van deze in zijn dagen als 'onbegrepen denker' getypeerde man? Kerkelijk gezien is zijn vasthouden aan de Hervormde Kerk vanuit het verbondsdenken meer gemeengoed geworden binnen het denken van de GB dan in eerdere jaren. Vandaar wellicht de herwaardering van Hoedemakers gedachten juist in het huidig tijdsgewricht waarin we als kerk en volk terecht zijn gekomen.
De samenstellers hebben een uiterst boeiende bundel op onze leestafel gelegd. Ieder die zich interesseert in de recente geschiedenis van kerk en staat en die in de verwarring van het ogenblik zoekt naar oriëntatiepunten om z'n weg te vervolgen, vindt in dit boek heel veel verheldering en nader inzicht. Het is mooi uitgegeven voorzien van een aantal treffende illustraties.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's