Schuldbelijdenis of krokodilletranen
Hoe ernstig moeten we de schuldbelijdenissen nemen, die thans door voorgangers van kerken of kerkleiders in het Oostblok worden afgelegd? Er gaat geen dag voorbij of er verschijnt wel een betuiging van schuld in de kranten van een leidend persoon in Roemenië of in de DDR vanwege de knieval die men voor de corrupte, bovendien atheïstische overheid maakte. Ook Oostersorthodoxe patriarchen verschijnen in vol ornaat om te zeggen dat er ernstige fouten zijn gemaakt.
De bisschop van de Evangelische Kerk in Transsylvanië in Roemenië vindt van zichzelf 'dat hij mede schuldig is aan de slappe houding van zijn kerk tegenover de dictatuur'. 'De kerk heeft het onrecht niet voldoende aan de kaak gesteld'.
'Wat is echt en wat is niet echt in zo'n schuldbelijdenis?', kan men zich afvragen. Men heeft toch jarenlang oog in oog gestaan met de gruwelen, die werden gepleegd, met name in Roemenië? Onwillekeurig komt dan ook de vraag op of in allerlei publieke schuldbelijdenissen, die we op dit moment horen, niet iets zit van het vechten voor eigen lijfsbehoud: redden wat er nog aan persoonlijke posities te redden valt.
Niet geweten?
Onweerstaanbaar dringt zich de herinnering op aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Ook toen moesten de collaborateurs van het Naziregime zich bloot geven. Toen hoorden we, in kringen van uiteenlopende aard, zeggen: 'Wir haben es nicht gewuszt'. En dat terwijl de dingen zich vlakbij hadden afgespeeld. Massaal werden de joden gedeporteerd. Het was voor ieder zichtbaar. Alsof dat dan een normaal verschijnsel was. Dominees of anderen, die dingen deden, die in een normale situatie niets illegaals hadden, werden weggevoerd naar de werkkampen of de vernietigingskampen. Het speelde zich voor aller ogen af
Natuurlijk is er sprake geweest van verschil. Als de in Roemenië werkende bisschop Joachim Heubach van de Evangelische Kirche in Duitsland zegt, dat het niet terecht is om van elke Roemeense dominee te eisen dat hij een dominee Tökes is, dan is dat ook van toepassing geweest op de periode van de Tweede Wereldoorlog. Ook toen was de één moediger dan de ander. Niet ieder was een dominee Overduin, om slechts één voorbeeld te noemen. De minder moedigen waren echter nog geen collaborateurs, die mee huilden met de wolven in het bos.
Maar duizenden in ons vaderland hebben wel meegeheuld met de Duitse bezetter en onderdrukker en hebben daarvoor in de naoorlogse jaren ook hun gerechte straf ontvangen, schùldbetoon of géén schuldbetoon.
Vergelijkbaar
Dezer dagen las ik het aangrijpende boek van de Jood Eli Wiesel, De dodenzang. Daarin beschrijft hij hoe hij een dag, vanuit zijn woonplaats in het westen, is teruggeweest in zijn geboorteplaats Sighet, een plaats van toen 25.000 inwoners in Roemenië, vlak bij de Russische grens. Er woonden, toen hij er leefde, 10.000 joden en 15.000 niet-joden, voor een belangrijk deel christenen. Pas in 1944 werden de joden gedeporteerd, richting Buchenwald. Aangrijpend is hoe Wiesel, die zelf later ontkwam uit Buchenwald, de terugkeer naar zijn geboorteplaats beschrijft. Sighet was Sighet niet meer. Dat lag voor hem dáár, waar de schoorstenen hadden gerookt. Nog slechts enkele tientallen joden leefden veertig jaar na dato in Sighet. Hij zelf was ook 'gestorven' tussen de synagoge en het station.
Welnu, was er in Roemenië in 1944 sprake van een dictator, die van buitenaf zijn gruwelen ten toon spreidde, enkele tientallen jaren later ontpopte de dictatuur zich van binnen uit. Ook dit ging gepaard met eindeloos bloedvergieten. Maar ook hier kon een dictator alleen zijn macht uitoefenen doordat hij kon terugvallen op leger, politie en handlangers. Ook in Roemenië is sprake van duizenden, die aan de verkeerde kant hebben gestaan.
Wat de predikanten betreft is het zo, dat inderdáád niet ieder de moed heeft gehad als een ds. Tökes. Maar een ander verhaal is, dat kerkleidingen (hoewel niet àlle leiders) collaboréérden met de overheid, soms op een schandelijke wijze. Dat wisten vele predikanten en gemeenteleden en ze trokken hun eigen conclusies; ze gingen hun weg, òm de kerkleiding heen.
Als we nu hun schuldbelijdenissen lezen, moeten we denken aan de befaamde krokodilletranen. Zij hebben terdege geweten waarmee ze bezig waren. Ze hebben ook telkens verhinderd, dat protesten naar buiten konden komen inzake de onderdrukking, met name ook de onderdrukking van de kerk.
Wereldraad
De voorbeelden liggen voor het grijpen. Zelf maakte ik in 1975 de assemblée van de Wereldraad van Kerken in Nairobi mee. In de Kenyase Target vroegen Gleb Yakoenin en Lev Regelson, twee Russische dissidenten, de Wereldraad voor het forum van de wereld uitdrukking te geven aan haar verontwaardiging over de onderdrukkingen in de Sovjet Unie en aan gevoelens van solidariteit met de verdrukten. Maar de patriarchen van de Oosters-orthodoxe Kerk hebben zich tijd noch rust gespaard om dit te voorkomen.
Altijd weer was het argument om nièt te spreken, dat dit nadelig zou zijn voor de kerk aldaar. We moesten ons laten leiden door de kerkleidingen van die landen. Die wisten wat het beste was voor de christenheid aldaar. Intussen zijn er de velen geweest, die vanuit het Oostblok andere geluiden lieten horen. Wanneer de kerken in het Oostblok vanuit het westen werden bezocht, werd dan ook vaak (althans door bepaalde hulpverleningsorganisaties) met een boog heengelopen om de kerkleiding en bezocht men predikanten, waarvan bekend was dat ze betrouwbaar waren, dat wil zeggen: waakzaam voor de overheid en argwanend jegens de kerkleiding. Telkens liep men daarbij overigens op tegen de vraag wie er eigenlijk wèl te vertrouwen was. De ene predikant kon soms de andere niet vertrouwen. Maar de betrouwbare predikanten vroegen telkens intussen wel te schrijven over hun situatie: 'publiciteit in het westen is goed voor ons'.
Het argument van de kerkleiders werd cynisch terzijde geschoven. Juist door het collaboreren van kerkleidingen met de overheid heeft menige gemeente en menige predikant en menig afzonderlijke gelovige ervaren wat het betekent onder een Gode-vijandig regiem te moeten verkeren. De kerk was vaak lijdende kerk, niet eens 'ondergronds'. Daar, waar ze echt kerk wilde zijn werd ze in haar bewegingsvrijheid, liever in haar getuigenis en dienst belemmerd. En velen hebben hun getuigenis (een getuigenis- nòchtans) met de dood moeten bekopen.
Schuldbelijdenis
Tijdens een conferentie in het diakonessenhuis in Amerongen heeft drs. J.E. van Veen, directeur van Kerk en Wereld, gezegd — aldus het R.D. — dat hij 'óók met schrik opkeek' toen hij hoorde dat de met de Wereldraad verwante kerkleiders in Roemenië na de omwenteling een verklaring aflegden, waarin ze zeiden 'dat ze ook nu uiteraard de kant van het volk kozen'. 'Dat is ten hemel schreiend — aldus van Veen — want tijdens de bijeenkomst van het Centraal Comité in Moskou vorig jaar Werd elke kritiek op Ceausescu nog terzijde gelegd'. Maar drs. Van Veen is toch geen vreemdeling in oecumenische zaken? Zo is het toch altijd gegaan, kritiek van velen ten spijt?
Er zou dan nu wel 'enige kerkelijke schuld' over Oost-Europa moeten worden erkend, aldus nog steeds drs. Van Veen. In Trouw stond als kop boven het verslag van genoemde conferentie: 'Wereldraad moet op het matje komen'. De politieke ontwikkelingen in Oost-Europa hebben kennelijk de oecumenische beweging — zowel de Wereldraad als de oecumenische beweging in Europa — in een moeilijk parket gebracht vanwege de kritiekloze houding ten opzichte van de communistische regimes.
Het is op zich te waarderen, dat de directeur van Kerk en Wereld nu enigszins stem wil geven vanuit 'de basis van de kerken in Oost-Europa', waar kritiek is losgebarsten op de oecumenische beweging. Maar men kan niet zeggen: 'Wir haben es nicht gewuszt'. Diegenen, die al jarenlang de vinger hebben gelegd bij marxistische tendensen of sympathieën in de Wereldraad, en als zodanig bij een ideologische aansluiting bij of vergoelijking van het systeem in het Oostblok, werden als anti-communisten afgeschilderd. En de oecumenische karavaan — ó zo bewogen overigens om het lot van verdrukten elders in de wereld — trok voort.
Ik weet zeer wel dat er soms ook demagogische voorlichting is geweest omtrent Oost-Europa. Maar wie naar de kritische stemmen van deskundigen met betrekking tot het Oostblok — inderdáád zeer gekant tegen marxistische theologie — op zich wilde luisteren, had stof genoeg om zich kritisch op te stellen ten opzichte van de Wereldraad. Men kan dan nu de Wereldraad op het matje roepen. Maar hoevelen zijn er niet, die in onze eigen situatie bij voorbaat uitgingen van het gelijk van de Wereldraad en van het òn-gelijk van de critici?
Baken in zee
Nu het schip van de Wereldraad strandt inzake de positiekeuze in het Oostblok en er van alle kanten kritiek komt, zou het kunnen zijn dat ook van dié zijde vandaag of morgen een soort schuldbelijdenis verschijnt. We zitten daarop niet te wachten. Men heeft binnen de Wereldraad al vele jaren geweten hoe de situatie in het Oostblok was. Men heeft desalniettemin verraad gepleegd aan de zaak van de kerk van Christus aldaar.
We willen er overigens aan herinneren, dat het spréken van de Wereldraad inzake bepaalde situaties in de wereld wel eens uit dezelfde wortel zou kunnen voortkomen als het zwijgen in andere situaties. Waar marxistische regimes waren heeft men er in het algeméén het zwijgen toegedaan.
Ik noem verder met name de fanate, eenzijdige positiekeuze in het Midden Oosten, in het conflict tussen de arabische volkeren en Israël. Ook hier heeft de Wereldraad al veel boter op het hoofd. De pro-palestijnse uitspraken van de Wereldraad zijn de laatste jaren niet van de lucht geweest. In 1975 was er al een voorlichtingsstand van de PLO op de Wereldraad assamblée! Het zou kunnen zijn, dat een aantal jaren na heden opnieuw schuld zou moeten worden beleden. Omdat men verantwoordelijk is geweest voor het creëren van een nieuw ghetto, namelijk in het Midden-Oosten. Het Sighet van Eli Wiesel is in vlammen opgegaan. We mogen niet vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's