Jezus laat zich dopen
Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.Mattheüs 3 : 13
Indringend is de boodschap van Johannes, heenwijzend naar Hem, Die heel spoedig zal komen. Ik doop u wel met water tot bekering, maar Die na mij komt is sterker dan ik. Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen. Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen. Hij weet te geven waar mijn doop op wijst. Hij zal Heilige Geest geven en doorleuteren als met vuur en verwarmen en verlichten. En dan zal het erop aankomen dat we Hem in waarheid nodig hebben tot vergeving van zonden.
En dan komt Jezus naar Johannes toe op zekere dag. Hij verlangt van Johannes dat deze ook Hem zal dopen. Johannes begrijpt het niet, meent dat eerder hij zelf door Jezus moet gedoopt worden. Moet hij, de mindere, de Meerdere dopen? Johannes verstaat nog zo weinig van Hem, ziet meer de Leeuw uit Juda's stam in Hem dan het Lam dat de zonden der wereld wegdraagt. Hij weigert met grote stelligheid, keer op keer. Hij denkt er niet aan om de Heere Jezus te dopen.
Maar Jezus dringt aan en zegt Johannes dat het hen past. Het past de Heere Jezus en het past Johannes om eraan mee te werken. Zo hoort het, zo is de wil des Vaders, daarvoor is de Heere Jezus gekomen in ons mens-zijn. Om enkel die wil des Vaders te vervullen. Hij daalt geheel en al in ons mensbestaan. En dat is een zondig bestaan, dat is een verloren bestaan.
Daarom wil de Heere Jezus zich ook laten dopen door Johannes. Als had Hij zelf bekering nodig, als had Hij zelf vergeving nodig. Zo buigt Hij Zich onder ons mensen, om zondaren te kunnen verlossen van schuld en verlorenheid.
En Johannes bewilligt, stemt ermee in, wordt ervoor ingewonnen. Al begrijpt hij het nog niet helemaal, hij gehoorzaamt gewillig. Zo daalt de Heere Jezus af in de Jordaan en wordt door Johannes gedoopt. Hij wordt als het ware begraven in dat water, daar sterft de oude mens, en Hij komt als een gewassen, nieuwe mens weer uit het water op. Hoe diep buigt de gezegende Heiland Zich onder ons zondaren. Hij als een zondaar gedoopt en gewassen. Ja, hij draagt de schuld en de vloek van mensen, van heel die kerk, die Hem van de Vader is gegeven. Hij, de Reine, Die geen zonde heeft of doet. Geschenk van de Vader, gehoorzamend de Vader. Zo past het en zo doet Hij het, eenswillend met de Vader.
En op de oever geklommen gaat Hij in gebed, zoals Lukas ons verhaalt. Hoe dikwijls lezen we dat niet van Hem, dat Hij de eenzaamheid zocht om te bidden. Hoe worstelt Hij ook straks in Gethsemane om de wil des Vaders te mogen doen.
En dat dit de Vader behaagt dat laat de Vader duidelijk zien en merken. Jezus zelf mag het ervaren en ook Johannes mag het ervaren en zien. En dan gaat hij pas goed verstaan hoe Hij het Lam is dat de zonde der wereld wegdraagt.
Zie, de hemel gaat open, scheurt open, zoals Markus het zegt. Het is een Goddelijk werk. Geen mens kan dat. Wij mensen hebben de hemel gesloten. In het Paradijs al. Opzettelijk. Doelbewust. Ongehoorzaam aan de Heere, luisterend naar de duivel, die van God aftrekt. Toen is de hemel gesloten geworden. Het Paradijs gesloten en wij mensen eruit verdreven. Maar ziet, de hemel gaat open in de kerstnacht, de Heere Jezus geboren als mens en Engelen zingen van vrede op aarde en van welbehagen in mensen. Hier wordt het bevestigd na de doop van de Heere Jezus. De Heere zelf mag het zien en Johannes mag het zien. En hoor, de Vader spreekt Zijn goedkeuring uit over de doop van de Heere Jezus. Deze is Mijn geliefde Zoon, in welke Ik een welbehagen heb. Zo wil het de vader, zo is het goed, zo moet het en zo wil het de Heere Jezus. Onvoorstelbaar. Voor het verstand nooit te vatten. En ons bestaan is daar vijandig tegenover. We moeten er geheel voor ingewonnen worden. Om zo'n Heiland nodig te hebben, te begeren. Zo'n Heiland, Die alles heeft gedaan en waardoor alleen mensen kunnen geholpen worden die zich als een verloren mens hebben leren kennen voor God, die niets raakt, die met al hun godsdienst en kennis naakt en verloren voor God staan.
Kijk, dat is nu genade, om door zo'n Heiland te willen geholpen worden. Dat te zien is verwondering. Dat er zo'n Heiland is. En dat Deze er voor mij is.
Zo daalt Gods Geest neer op Jezus in de gedaante als van een duif. Johannes mag het ook zien. Die Geest maakt Hem als mens bekwaam om Zijn werk te doen en Zijn taak te volbrengen. En zo leert Johannes het dat Hij is het Lam, dat geslacht wordt en zo de offerande is voor de schuld van zondaren. Zo gaat hij het dan zeggen tegen de mensen die rondom hem staan, tegen zijn discipelen. En zo gaan deze Hem volgen en worden discipelen van Jezus. Rabbi waar woont ge. Kom en zie. Dat is een onvergetelijke dag geworden voor die eerste twee. De Geest daalt in de gedaante van een duif op Hem neder. Duif, teken van vrede. Hij brengt vrede. Mijn vrede geef Ik u, mijn vrede laat Ik u. Dat is heel anders dan de wereld vrede belooft en wil geven. Dat is schijnvrede. De wereld wil ons doen inslapen voor de werkelijkheid. Wat 'zal het echter straks een vreselijk ontwaken zijn.
Maar daarom is de wereld zo vijandig tegenover de Heere Jezus. Want vrede door Hem is oorlogsverklaring aan de zonde. Vrede met Hem betekent oorlog met de wereld. De wereld dan gezien als openbaringsterrein van de vorst der duisternis. Zo spreekt de Heere Jezus ook dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen maar het zwaard. Dat er om Hem verdeeldheid zal komen zelfs in de gezinnen en tussen ouders en minderen. Voor of tegen Hem. En wat is het een wondere genade om dan meer op te mogen hebben met de Heere en Zijn dienst dan zelfs met vader of moeder of kinderen of mensengunst. Daar kan ons verstand nooit bij. Dat is ook niet te begrijpen. Dat een mens liever zich laat opsluiten in een kamp dan Hem ontrouw te worden. Dat een mens met vreugde de beroving van zijn goederen aanziet, om de Naam des Heeren. Dat is een wonder, dat is genade, dat is geschenk van de Heere. Wat ligt hier een rijke prediking voor mensen. Nu kunnen mensen zalig worden. Nu kunnen verlorenen in zichzelf behouden worden. Zo diep daalde Hij af in ons mensbestaan dat niemand zo diep kan gevallen zijn of er is mogelijkheid om gered te worden.
Hij gedoopt. Hij als zondaar gedoopt terwijl Hij zonder zonde is. Zonde gemaakt voor ons, zegt de apostel. Opdat wij zouden worden gerechtigheid voor God.
Wat is het dan erg om dit af te wijzen. Om gewoon weer door te gaan, hoewel we die rijke boodschap horen en elke keer opnieuw horen. Ik mag onderstellen dat wij, die dit lezen, allen kerkmensen zijn, opgevoed wellicht bij dit Woord van God. Als kind wellicht al vertrouwd geraakt met de boodschap van de Heere Jezus Christus.
Maar leeft die boodschap in ons hart? Mogen we leven bij die boodschap? Als het er op aan gaat komen, kunnen we dan met die boodschap de eeuwigheid aandoen? Ik vraag het maar heel eenvoudig. Want het gaat om de werkelijkheid. We moeten voor God kunnen bestaan. Dat kan enkel door Christus. Maar dan zullen we Hem moeten bezitten in oprecht geloof, dan moet het waar zijn.
Zie toch dit wonder, dat Hij zich liet dopen. Duidelijke boodschap dat Hij in ons bestaan is afgedaald om mensen vanuit die diepte van verlorenheid op te halen en te zetten naast Zich in heerlijkheid en in vrede met God.
O, en die Heere is machtig om dit Evangelie in ons hart te verklaren en toe te passen. Zo gebeurt het ook, in kinderharten en in harten van jongeren en in harten van ouderen.
Zie dan het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt. Zie, ja zie. Let er toch op. Het kan nog. Hij wil Zich nog wegschenken aan zondige mensen. Zie toch, voor het te laat is. Nog even en dan kan het eeuwigheid zijn. Stel niet uit. Elke dag telt. Elk uur telt. Nog kan het, nog biedt Hij aan. Zie toch en kom.
Valt voor Hem neer en biedt u aan als zondaar opdat Hij het doe. Vraag toch om genade, zoals die tollenaar het deed: O God, wees mij zondaar genadig. Beken het toch dat het rechtvaardig zou zijn als de Heere niet meer naar u omkeek. Zoals die ene moordenaar aan het kruis het mocht bekennen dat ze daar rechtvaardig hingen, rechtvaardig die vloekdood ondergingen, en rechtvaardig die eeuwige vervloeking zouden ondergaan. Maar om dan ook te mogen smeken: Gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. En Hij is immers in Zijn Koninkrijk gekomen. Hij zit ter rechterhand des vaders. Hij is Overwinnaar. Welnu, Hij kan en wil het ook nu schenken. Wat zou dat rijk zijn als het nu mag klinken: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
O, dan vallen alle smarten weg, dan valt alles weg van deze wereld, hoe erg het ook is en hoe smartelijk het kan zijn. Dan kunnen we er doorheen zien, hoe chaotisch de toestand ook mag worden. Dan ligt er verwachting, eeuwige verwachting.
Zo wil de Heere werken in deze wereld, in ons land, in Roemenië, in Rusland, in China, in Peru.
Zo mogen we onze kinderen nog laten dopen, ziende op Hem, Die Zich liet dopen door Johannes om alle gerechtigheid Gods te vervullen. Dan hoeft er van onze kant niets meer bij. Dan is het enkel zondaar en enkel genade. Daarop mogen we pleiten voor onze kinderen, daarop mogen kinderen pleiten, de Heere herinnerend aan hun doop. U hebt het ons toch zelf beloofd? Niet als mensen en als kinderen die er recht op hadden, maar toch, de Heere herinnerend aan Zijn eigen Woord. En die Heere kan het doen uit genade.
Jezus laat Zich dopen door Johannes. En die weg loopt door tot op het kruis en tot in het graf. Maar Hij leeft en weet Zijn kerk het leven te geven. Hij leeft en zo mag Zijn kerk leven. Hier temidden van strijd en vijandschap, straks in volkomen vrede en heerlijkheid. Leven en zo verlangend naar die tijd dat Zijn Koninkrijk voltooid zal zijn om altijd bij de Heere te zijn. Leven en zo strijdend om Hem te mogen bedoelen in alles. Intussen inlevend dat het hier steeds slechts een beginsel blijft van die gehoorzaamheid.
Hoe is het? Ken ik iets van dat verlangen en van die strijd? Heb ik iets van dat wondere Evangelie leren verstaan in eigen leven, dat Hij is afgedaald in mijn zondig bestaan en dat ik zo in Hem mag leven in een nieuw leven voor de Heere?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's