De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De werkdruk van predikanten (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De werkdruk van predikanten (1)

7 minuten leestijd

(Referaat voor de concio van predikanten van de Gereformeerde Bond in de N.H. Kerk op 4 januari 1990 te Zeist)

Het hoofdbestuur van de G.B. heeft mij gevraagd om over dit onderwerp te spreken n.a.v. de publicatie van dr. J.A. Keizer over motivatie en arbeidsvreugde van predikanten onder de titel 'Aan tijd gebonden'.
Ik wil eerst in het kort de inhoud van dit boek weergeven om daarna het een en ander te zeggen over de genoemde werkdruk. Tot een kritische bespreking van het boek ben ik niet in staat omdat ik een leek ben op het gebied van sociale wetenschappen en organisatiepsychologie. De terminologie is mij niet vertrouwd. Het is een vaktaal die de meesten van ons niet zullen kennen.
Weet u bijv. wat het betekent dat de schrijver gebruikmaakt van een 'liniaire principale factor-analyse met varimaxrotatie (PA 2. Varimax)'? En wat het zeggen wil dat hoogladende variabelen werden gebruikt om ongewogen somscores te berekenen?
Niettemin is het voor ons van belang kennis te nemen van deze studie daar er tot nog toe weinig empirisch onderzoek gedaan is naar het werk van een predikant. Dit onderzoek is gehouden onder Hervormde en Gereformeerde predikanten in de provincies Friesland, Groningen en Drente. Hoewel bij de Hervormde predikanten niet is aangegeven tot welke richting of modaliteit zij behoorden, is het duidelijk dat bij dit onderzoek nauwelijks predikanten behorende tot de Geref. Bond betrokken waren. Of dit de uitslag van het onderzoek merkbaar beïnvloed zou hebben, is een vraag die zich niet direct laat beantwoorden. Onmogelijk lijkt het me niet.

Veranderd
In de inleiding stelt Keizer dat het predikantsberoep sterk veranderd is, vooral na de Tweede Wereldoorlog. De positie van de predikant is gedegradeerd. Namen predikanten voordien in de kerk en in de maatschappij een centrale plaats in, daarvan is nu geen sprake meer. Een onderzoek onder schoolverlaters in 1986 wees uit dat de dominee maatschappelijk gezien tot de laagstgewaardeerde beroepsgroepen behoort.
Binnen de kerk loopt het ledental terug; neemt de verscheidenheid van geloofsbeleving toe, en verbindt men niet meer dezelfde consequenties aan het geloof. Dit geeft in de gemeente met elkaar botsende verwachtingen t.a.v. de invulling van de rol en taak van de predikant.
Gaat de predikant voorbij? Of tekent zich een nieuw predikantsconcept af dat in de veranderende verhoudingen in samenleving, kerk en geloof een betekenisvolle rol kan vervullen? Deze vraag staat op de achtergrond van dit onderzoek.

De aanleiding ertoe was gelegen in de ervaring dat steeds meer predikanten moeite hebben om hun werk vol te houden. Teleurstellingen, frustraties en conflicten komen steeds vaker voor. Sommigen brengt dit ertoe om hun ambt neer te leggen. Anderen blijven wel in het ambt, maar zoeken een andere werkkring die meer aansluit bij hun persoonlijke mogelijkheden en verwachtingen b.v. als pastor in een ziekenhuis of als godsdienstleraar.
Keizer stelde twee vragen centraal:
1. Welke rol spelen de eigen motivatie en de concrete situatie waarin hij werkt in het gedrag van de predikant?
2. Onder welke condities ervaren predikanten voldoening in hun arbeid?
De beantwoording van deze vragen geeft inzicht in wat predikanten in hun werk motiveert, stimuleert of belemmert.
Dit inzicht kan ertoe bijdragen dat predikanten zich meer bewust worden van de factoren die hun functioneren beïnvloeden. Het kan ertoe leiden, dat zij aangrijpingspunten vinden om tot verbetering van onbevredigende situaties te komen.
Bovendien kan het hen die beleidsverantwoordelijkheid dragen stof bieden tot gerichter nadenken over de mogelijkheden om het functioneren van predikanten in de kerkelijke organisatie te verbeteren.
Voor zijn onderzoek gebruikte Keizer de beantwoording van een uitgebreide vragenlijst die aan 443 predikanten is toegezonden (218 Geref. en 225 Herv.). De gemiddelde respons was 64,8%.

Resultaat
Ik wil u nu, zonder me te bekommeren om de 'Pearson product-moment correlatie' of de 'multipele regressie-analyse' en zonder al te veel details te vermelden, meedelen wat het onderzoek heeft opgeleverd.
Om te beginnen: de gemiddelde werkweek.
De predikanten die aan het onderzoek hebben meegewerkt blijken een werkweek te maken van ongeveer 58 uur (gemiddeld). Daarbij moet wel gezegd worden dat de spreiding zo groot is dat sommige predikanten een tweemaal zo lange werkweek maken als anderen. Bij de Gereformeerde collega's varieert de werkweek van 42-82 uur; bij de Hervormde van 36-84 uur. De gegevens wijzen uit dat bijna de helft van de Gereformeerde en 1/3 van de Hervormde predikanten 'eens moet overwegen of zij geen werktijdverkorting kunnen aanvragen bij hun kerkeraad of... bij zichzelf (R.G. Scholten in 'Tijdsbesteding van predikanten' 1976).

Deze gegevens betreffen predikanten die full time werkzaam zijn. Vastgesteld kan worden dat een predikant een langere werkweek maakt naarmate hij in een grotere gemeente werkt. Statistisch is geen verband aan te tonen tussen de lengte van de werkweek en de leeftijd, evenmin tussen de lengte van de werkweek en de duur van het dienstverband in de gemeente. Wat de inhoud van de werkweek betreft blijkt iedere predikant eigen keuzes te maken uit een twintigtal verschillende taken. Dit leidt tot versnippering van de tijdsbesteding. De taken die de meeste tijd vragen worden door de predikanten ook het belangrijkst geacht. Tot de belangrijkste werkzaamheden worden gerekend: verkondiging en onderricht, pastoraat, organisatie en bestuur, en gemeenteopbouw. Predikanten beschikken niet over een algemeen geaccepteerd model van tijdsbesteding, evenmin is er een duidelijk predikantsconcept, wat het laatste betreft zijn er wel verschillen. In het Hervormde concept treffen we een grotere mate van onafhankelijkheid en zelfstandigheid t.a.v. de gemeente aan dan bij het Gereformeerde predikantsconcept. In het laatste lijkt de dienst aan de gemeente een belangrijke rol te spelen.
Welke plaats neemt de motivatie in in het werk van een predikant? Dit begrip wordt geoperationaliseerd in termen van doelen, verwachtingen en normen.
De vraag naar doelen of resultaten in de predikantsarbeid lijkt problematisch te zijn. Predikanten denken slecht in beperkte mate in die begrippen over hun werk. Voor zover zij doelen formuleren, zijn dat open doelen gericht op bevordering van communicatie. Trefwoorden daarbij zijn: gemeenschap, geloof, samenleving.
De normen van belang in het werk en in het denken daarover bij predikanten hebben een trancendent of geloofsaspect en een sociaal aspect. Het eerste heeft betrekking op het besef door God door deze taak geroepen te zijn. Het tweede op het zich verantwoordelijk weten voor de gemeente waarin men werkt.
De inzet van predikanten voor hun werk wordt veel meer bepaald door hun normatieve instelling dan door gerichtheid op doel en resultaat. Een uitzondering hierop is het bezig zijn op het terrein van gemeenteopbouw.
Doelen lijken dus in het werk van predikanten maar een beperkte rol te spelen. Er is nauwelijks de ervaring iets bereikt te hebben. Veeleer lijkt het besef een plicht te vervullen tegenover God en/of de gemeente het grondmotief te zijn in hun handelen. M.a.w. dit bepaalt de keuzes die predikanten maken met betrekking tot het al of niet op zich nemen van taken, en het wel of niet maken van lange werkweken.
Er is ook onderzocht in hoeverre het concrete functioneren van predikanten bepaald wordt door de omstandigheden waaronder zij hun werk verrichten. Uit de resultaten kan de conclusie getrokken worden dat de tijdsbesteding van de predikanten niet wordt beïnvloed door de praktische omstandigheden die zij zelf in hun werk waarnemen. Uitzondering hierop vormen de activiteiten op het terrein van gemeenteopbouw.
Predikanten die aan de verschillende taken veel tijd besteden doen dat omdat zij zelf deze taken belangrijk vinden. Is de tijdsbesteding het resultaat van een bewuste afweging van eigen wensen en verwachtingen, afgestemd op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de situatie, dan betekent dit dat predikanten voornamelijk lijken te koersen op hun eigen kompas. Zij doen hun werk in belangrijke mate op basis van wat zij zelf verstaan als hun taken en verantwoordelijkheden. Het blijkt dat predikanten een aanzienlijke vrijheid hebben om te bepalen welke taken zij op zich nemen, en hoeveel tijd zij aan die taken besteden.
Of deze zelfstandigheid ook als vrijheid van handelen wordt beleefd is de vraag, omdat er tegelijk sprake is van een gevoel te moeten beantwoorden aan normen. (Wat legt hun roepingsbesef hen op, wat de verwachting van de gemeente?) Of in geval van conflictsituatie de noodzaak van gemeenteopbouw. Dit maakt dat de keuzevrijheid een dubbelzinnig karakter heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De werkdruk van predikanten (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's