Willibrord (3)
Het is al een heel oud thema, dat 'heiligen' wonderen verrichten. Wij komen dat al tegen in de eerste eeuwen van de geschiedenis van de christelijke kerk. In de Middeleeuwen is het niet anders. En nog altijd kent de roomse kerk haar wonderverhalen, ook van recentere datum.
Nu zal natuurlijk nooit uitgewist mogen worden de mogelijkheid dat God ook heden nog opzienbarende wonderen doet. Wie er oog voor heeft ziet trouwens wonderen genoeg. Maar iets anders wordt het als ons allerlei vreemde verhalen worden opgedist, en daaraan dan Gods naam wordt verbonden.
De Reformatie heeft geschift, over het algemeen een zeer kritische houding aangenomen tegenover al de wonderverhalen van de aan haar voorafgaande eeuwen. Zij heeft oog gehad voor de legendevorming die had plaatsgevonden. Er komt bij dat in feite de vele wonderen die verhaald werden wel in naam ter ere van God zouden zijn geschied, maar in werkelijkheid veel meer tot eer en groter aanzien van de 'heilige'. Wij willen daarvan nu uit het leven van Willibrord enige staaltjes geven, opdat de lezers zelf zullen kunnen oordelen.
Wonderen
Op het eiland Walcheren, zo wordt ons door Alcuinus verhaald, vond Willibrord, toen hij daar op bezoek was een afgodsbeeld, dat hij verbrijzelde. De man die het opzicht had over het beeld werd kwaad, pakte zijn groot zwaard en sloeg ermee op het hoofd van Willibrord, de man Gods. Het deerde Willibrord in het geheel niet. Maar de man zelf, de opzichter, werd een bezetene. Een demon nam in hem intrek en na drie dagen was hij dood.
Eens, op de weg naar Susteren, waar Willibrord een klooster had laten bouwen, nam hij een smal pad over het korenveld van een grootgrondbezitter. Toen deze dat zag begon hij te razen en te schelden. Willibrords metgezellen wilden hem tot rede brengen, maar de man Gods wilde dat niet, hij was de zachtmoedigheid zelf. Een dag erna stierf de grootgrondbezitter. Hij had immers, zegt Alcuinus, Gods dienaar smaadheid aangedaan!
Als wij dit verhaal lezen is het alsof wij de Heere Jezus Christus en zijn discipelen door een korenveld zien wandelen. Er heeft een identificatie plaatsgevonden tussen Willibrord en Christus. Zo ver ging de heiligenverering!
Toen de 'heilige', dat is Willibrord, langs onze kuststreken reisde, zo weet Alcuinus te verhalen, werd hij geconfronteerd met gebrek aan zoet water. Zijn metgezellen konden de dorst niet meer verdragen. Willibrord riep toen een van hen bij zich en droeg hem op in het midden van de tent een gat te graven. De man Gods (als een andere Elia of Eliza) deed een gebed, God gaf immers water uit een steenrots, ten tijde van Mozes (hier is Willibrord een Mozes); en zijn gebed werd verhoord. Zijn vrienden dankten daarna de almachtige God, die, zegt Alcuinus, zijn heilige verheerlijkt had! Heiligenverering!
Meer dan eens zou Willibrord water in wijn hebben veranderd. Wéér de identificatie: Willibrord — Christus. Soms zorgde hij ervoor dat de wijn in een kruik niet opraakte, maar steeds op wonderbaarlijke wijze werd aangevuld.
Hij heeft ook boze geesten uitgeworpen, en hij heeft ook geprofeteerd ten aanzien van de toekomst.
Willibrords persoon
Tussen al deze bedrijven door weet Alcuinus, die Willibrord nooit persoonlijk gezien had, een beeld te geven van zijn verschijning. Hij zag er eerbiedwaardig uit, zijn gelaatstrekken waren sympathiek en wekten vertrouwen. Hij was aangenaam in zijn woorden. Hij had een vast karakter en toonde veel daadkracht. Hij was onvermoeibaar. Hij hield van veel vasten, waken en bidden in de eenzaamheid.
Ik neem aan dat er in dit 'beeld' veel aanwezig is wat klopte met de werkelijkheid. Willibrord, daarop wijst zijn levenswijze, is ook als aartsbisschop voor alles Monnik gebleven. Ook daarin heeft hij zijn Ierse afkomst niet verloochend. Hij was een heel andere figuur dan de latere Bonifatius. Bonifatius is een paar jaar Willibrords leerling en medewerker geweest, maar toen Willibrord wilde dat hij hem zou opvolgen spoedde hij zich weg. Ik neem aan dat hetgeen dr. Aug. van Berkum in een zeer lezenswaardig artikel in de bundel Liudger 742-809 (Muiderberg 1984) betoogd heeft, realiteit is geweest, namelijk dat Willibrord en Bonifatius met onenigheid uit elkaar zijn gegaan. De sterk op Rome georiënteerde Bonifatius, de man van organisatie en orde, heeft er bewust van afgezien het werk van de vrij ordeloze vrijbuiter die Willibrord was, hier in de Lage Landen voort te zetten. Hij vertrok naar Duitsland, en kwam nog slechts één keer in ons land terug, om in 754 te Dokkum door de Friezen te worden vermoord.
Wij vervolgen nog even ons levensverhaal. In de nacht van 6 op 7 november, thans 1250 jaar geleden, is Willibrord overleden. Toen de hoogbejaarde voelde aankomen dat zijn einde nabij was, spoedde hij zich naar zijn geliefde klooster te Echtemach. Daar is hij gestorven en begraven in een marmeren sarcofaag.
Na zijn dood
Is hiermee het verhaal uit? Nog niet. Heiligen zijn volgens de oude legenden ook na hun dood actief. Allereerst al rondom het sterven van de 'heilige' zouden zich allerlei vreemde dingen hebben voorgedaan. Een godvruchtige leerling van de heilige, zo heet het, die in het gebed waakzaam was, getuigde later dat hij gezien had, hoe de ziel van de heilige vader met een grote lichtglans (weer: het licht) onder het zingen van hele legerscharen van engelen de hemel was binnengeleid. Ook andere broeders, zelfs velen, hadden iets gezien; zij zagen boven het doodsbed waarop de man Gods zijn heilige ziel aan zijn Schepper teruggaf, een wonderbaarlijk licht (weer: het licht). Alcuinus voegt hieraan toe: die plek moet door engelen bezocht zijn geweest.
Toen Willibrord begraven was, vonden er ook bij zijn relikwieën allerlei wonderen plaats. Een vrouw die verlamd was en daar kwam, werd genezen. Treffend is het volgende verhaal. Een diaken, zijn ambt onwaardig, zou zich schuldig gemaakt hebben aan diefstal. Hij zou het 'gouden kruis' dat de man Gods gewoonlijk op zijn reizen bij zich droeg, in stilte ontvreemd hebben. Niemand kon het meer vinden. Toen werd hij plotseling ziek, hij ging sterven. Nog vlak voor zijn dood bekende hij aan enige broeders zijn misdaad, en vertelde hij waar hij het 'heilige kruis' had weggestopt.
Aan het einde van Alcuinus' verhaal komen wij een vermelding tegen. Men moet in acht nemen dat Alcuinus zijn Willibrord-biografie had geschreven op verzoek. De abt van Echternach had hem erom gevraagd. En toen was Alcuinus gaan schrijven. Allereerst voor de monniken van Echternach. Hen voegt hij toe: Broeders, ik bezweer u, dat ge in dit huis, dat is in uw klooster, een heilig leven leidt! Hier heeft Alcuinus het niet bij gelaten. Hij had ook een woord van bemoediging, hij schreef: Dan zal God u horen op de voorbede van de apostel Clemens! Met 'Clemens' was niemand minder dan Willibrord bedoeld. Clemens was de nieuwe naam die paus Sergius I hem eens gegeven had toen hij hem wijdde tot aartsbisschop van Friesland. De monniken van Echtemach zouden dus, als zij heilig leefden, zoals de 'heilige', mogen rekenen op de voorbede van Clemens.
Slotsom
Ziehier het leven van Willibrord. Het zou nog aan te vullen zijn met een aantal weinig interessante gegevens over kerken en kloosters die hij heeft gebouwd; men kan dat alles vinden in het door mij al genoemde boek van J.A. Weiler.
Hier moeten wij het mee doen. In zekere zin is het maar weinig. Talloze vragen blijven onbeantwoord. Wij zouden graag wat meer willen weten omtrent de aard en inhoud van Willibrords prediking. Niet dat wij er geheel naar behoeven te gissen, maar exacte gegevens ontbreken. Er zijn nog wel meer dingen waarnaar wij nieuwsgierig zijn. Toch, de ons nu bekende bronnen geven althans een indruk van de man, zijn werk en zijn tijd.
Het wondergeloof tierde welig. Meer tot eer van de 'heilige' dan tot eer van God. Er worden duidelijk grenzen overschreden. Willibrord was niet een àndere Christus, zelfs niet een àndere Samuel, Elia, Mozes of Johannes de Doper. Wat hij preekte was tóen al aan een Reformatie toe. Die is gekomen, zij het pas vele eeuwen later, Gode zij dank.
In al hetgeen waarin Willibrord zich gehouden heeft aan het getuigenis van de Schrift willen wij hem eer bewijzen. Niet vereren! Die Willibrord laten wij ons niet ontnemen. De andere Willibrord mag de roomse kerk wel houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's