De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aanschouwelijk onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aanschouwelijk onderwijs

10 minuten leestijd

Vrees niet, van nu aan zult gij mensen vangen.Lukas 5 : 10b

De Heere Jezus is met Zijn eerste discipelen vertrokken naar Galilea en heeft in Kana water in wijn veranderd. Dan trekt Hij door het land van Galilea, overal predikent het Koninkrijk der hemelen. Blijkbaar is Hij niet voortdurend vergezeld geweest van die discipelen want we vinden ze hier weer bezig met hun beroep, vissen. Als de Heere Jezus aan de oever van het meer komt, omstuwd door een menigte van mensen, volwassenen en ongetwijfeld ook kinderen, dan zijn daar Simon en zijn broer Andreas en Jakobus en Johannes en nog anderen bezig om hun netten te spelen, nadat ze de hele nacht vergeefs geprobeerd hebben om iets te vangen. Zulke teleurstellingen maken ze meer mee. Hun beroep is zwaar. Jezus treedt aan de oever en vraagt aan Simon of hij met zijn scheepje een klein eindje van de kant wil gaan liggen. Simon bewilligt meteen en neemt de tijd om ook te luisteren naar het Woord van de Heere Jezus. Gelukkig als een mens daar tijd voor weet te nemen. Ondanks zijn of haar drukke werk. Want als daar geen tijd meer voor is, dan is het niet best. Zo spreekt de Heere Jezus vanaf die drijvende kansel tot de mensen. Ongetwijfeld over het Koninkrijk Gods, het rijk van Gods genadeheerschappij.
Als Hij ophoudt met spreken beveelt Hij Simon om naar het midden van het meer te varen en zijn netten uit te werpen en te gaan vangen.
Verbaasd kijken ze Hem aan. Maar Meester, we zijn de hele nacht bezig geweest en we hebben niets gevangen. En de nacht is toch de beste tijd om te vissen, dat weet een klein kind al wel in die streek. En dan naar het midden van het meer in diep water?
Simon meent dat er niets te vangen is om deze tijd.
Maar, op Uw woord zal ik het net uitwerpen. Heerlijke gehoorzaamheid. Erkent de Heere Jezus als meester, als iemand die te gebieden heeft en wil zich laten gebieden door Hem. Hij heeft het die eerste keer gehoord van Hem dat Hij Zich noemde de Zoon des mensen. Zo werd Hij ook genoemd door Daniël. En de Heere Jezus heeft er toen bij gezegd dat ze zou­den zien de Engelen Gods opklimmen en nederdalen op Hem. Johannes 1 : 52.
Denkt hij misschien aan Psalm 8, waar sprake is van de mensenzoon die ook de vissen onder zijn beheer heeft? In elk geval mag hij hier eenvoudig op het woord van de Heere Jezus gehoorzamen, al gaat het tegen al zijn visserswijsheid in. Op Uw woord zal ik het net uitwerpen.
Zo steken ze af naar de diepte en gaan de netten overboord zetten. Onvoorstelbaar is de vangst. Zo'n vangst hebben ze nog nooit gehad. Hun netten zijn boordevol en scheuren of dreigen te scheuren, zo kunnen we het ook vertalen. Zoals we ook in Johannes 21 straks lezen dat hun netten niet scheurden ondanks de overvloedige vangst.
Hun vangst is zo groot dat ze het net niet binnenboord kunnen krijgen en hun makkers in het andere schip te hulp roepen. Die komen en met vereende krachten weten ze de vangst over beide schepen te verdelen. Die vangst is zo groot dat de twee schepen tot de rand toe vol zijn en bijna zouden zinken.
Bij het zien van dat wonder gaat er iets roeren in het hart van Simon. Hij beseft dat hij in de nabijheid van God is. Hier is de Heere God aan het woord. Een huiver gaat door hem heen. Hoe beseft hij hier zijn nietigheid en zondigheid. Hij is overweldigd door de nabijheid des Heeren. Hoe eerlijk. Welk een diep besef van eigen onwaardigheid en van 's Heeren heerlijkheid. Wie iets gaat beseffen van de heerlijkheid des Heeren en van eigen bestaan kan niet anders dan huiveren in Zijn nabijheid. Zoals we het ook lezen van de herders en van Zacharias.
Simon valt aan Zijn voeten neer en zegt: Heere ga uit van mij want ik ben een zondig mens. Wat is dat echt. En tegelijkertijd kan hij die Heere niet missen en wil hij die Heere niet missen. Hij loopt niet weg bij de Heere, maar valt aan Zijn voeten en belijdt het dat hij niet kan bestaan voor Hem. En de Heere Jezus doet ook niet wat Simon vraagt. Hij gaat niet weg, maar spreekt bemoedigend tot Simon: Vrees niet, van nu aan zult gij mensen vangen. De Heere heeft hen aanschouwelijk onderwijs gegeven om hen bij voorbaat al te bemoedigen en te leren hoe zij straks hun werk kunnen doen.
Op Uw woord. Zo alleen kan het. Hij be­veelt het. En in Zijn bevel ligt een belofte. Hij geeft opdracht om te vangen en daar ligt de belofte in dat het zal gebeuren. Ja, de Heere wil mensen gebruiken om te vangen voor het Koninkrijk Gods. En wat ligt daar een aanmoediging in dat Hij nog steeds doorgaat om mensen uit te zenden met die boodschap, en dat die boodschap naar ons toekomt. Een belofte dat Hij het wil doen en kan doen en zal doen. Dat geeft de prediker van het Woord moed, dat geeft de hoorder van het Woord moed. Dat moedigt aan om aan te houden, al hebben we misschien al jaren onder het Woord van God geleefd en nog onbekeerd. Het kan nog, houdt vol, want de Heere wil het nog geven. Geen recht erop, dat is waar, mochten we het inleven met Petrus. Maar het is ook enkel genade als Hij het doet. En zo kan het en zo gebeurt het tot vandaag toe.
Op Uw woord. Wat wordt het dan eenvoudig. Dan valt al onze wijsheid weg, al onze bedenkingen vallen weg. Dan mogen we enkel gehoorzamen. Het van Hem verwachtend.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de Heere de wetenschap en het onderwijs dat we elkaar kunnen geven niet goed vindt. Maar kijk, waar verwachten we het van? Moet onze methode het doen en steunen we op onze kennis en inzichten, of mogen we in afhankelijkheid van de Heere, in biddend opzien tot Hem ons werk doen?
Van nu aan zult ge mensen vangen, zegt de Heere. En dan zit er in dat woordje 'vangen' iets van levend vangen. Vangen om te leven, nieuw te leven. Een heel speciaal woord is dit. Vissen worden gevangen om te sterven. Maar mensen vangen, wat de discipelen mogen doen, dat heeft de bedoeling dat die mensen juist gaan leven, opnieuw gaan leven, leven voor en met de Heere. Zeker, dan sterven ze ook. Dat is een sterven aan al het onze, een sterven van dat oude bestaan, die oude mens. En dat is een proces dat doorgaat tot onze dood toe. Maar om zo juist in Hem, in die Christus te mogen leven, leven naar Gods woord en voor de Heere. Strijdend tegen de zonde, tegen alles dus wat scheiding maakt tussen de Heere en ons.
O, en dan mogen ze overvloedig vangen. Zodat het net dreigt te scheuren. Hoe vaak lijkt het erop. Het gaat niet goed, het net scheurt, zo breng je geen vissen aan land. Maar het blijft bij dreigen. De Heere staat in voor Zijn werk. Het net van het Evangelie scheurt niet, de kerk blijft bewaard.
En dan staren we met verbaasdheid naar deze tijd, waarin de Heere blijft werken dwars door alle antimachten heen, dwars door alle vervolging heen. En dan wordt dit wonder telkens en telkens ingeleefd door Gods kind, dat het voor mij nog niet is gescheurd, dat de Heere me vasthoudt, ondanks al mijn uitglijden en ondanks al mijn ontrouw. Hoe meer we ervan mogen gaan zien, hoe kleiner we worden voor de Heere. En daar wordt juist ingeleefd wat Simon beleed: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens. Terwijl het hart schreeuwt, Heere ik kan U niet missen. Wonder toch!
Aanschouwelijk onderwijs krijgen de discipelen. De Heere past Zich aan bij hen. Geeft ze onderwijs aan de hand van hun eigen beroep. Zoals David het hoorde in verband met zijn herderschap. Zoals de wijzen uit het oosten aangesproken werden door een ster. Zo weet de Heere ieder op eigen terrein op te zoeken en aan te spreken.
Straks gaan ze uit, predikend dit Evangelie van Jezus Christus. Enkel op Zijn Woord. En dan tellen geen bezwaren, dan tellen geen vijanden en antimachten. Dan geldt enkel de opdracht des Heeren.
Maar dat betekent ook een volgen van Hem. Gaan in Zijn spoor, luisterend naar Zijn Woord. Dan is er de begeerte om heel het leven in te richten naar Zijn Woord. Het tegendeel van wat we nu vaak zien, dat men probeert om heel het leven los te maken van Gods Woord. Hoe is dat bij mij? Dat mogen we ons toch wel eens afvragen.
En dan is het niet ieders roeping om prediker te worden in die zin. Maar wel is het zo dat dan ieder op de plaats waar de Heere hem of haar stelt in het leven, met heel zijn of haar hart een prediking mag zijn van dit Koninkrijk Gods.
En dan juist moeten we met smart vaststellen, dat we elke dag weer schuldig staan en zo hopeloos tekort schieten. En dan kunnen we dat niet goedpraten, maar wordt het telkens opnieuw een bede of de Heere door zijn woord en Geest nog meer in ons wil werken opdat Zijn naam nog meer mag geprezen en aangeprezen mag worden door ons hele leven.
En ook dit is opmerkelijk, die discipelen laten nu alles in de steek: hun werk, hun inkomsten en hun gezinnen. Om Hem te volgen. Maar dat wil niet zeggen dat die gezinnen nu verwaarloosd worden. Door die wondere vangst is er voor vele maanden inkomen. De Heere zorgt bij voorbaat hier. En geeft hierin een teken dat Hij zal zorgen dat Zijn arbeiders in niets tekort schieten en dat Hij weet te zorgen.
Heerlijk om er bij te horen door genade. Hetzij we speciaal met dit werk mogen bezig zijn, hetzij we ons gewone werk mogen doen, op vooraanstaande posten of op een stil plekje. Wat een taak in het gezin, wat een taak om huismoeder te zijn en vader te zijn en opvoeder.
De duivel probeert ook dat weg te krijgen, staatsopvoeding ervoor in de plaats te stellen, het gezin te vervangen door een opvangplaats voor kinderen. Beseffen we wel waar we mee bezig zijn? Waar we soms ongemerkt in terechtkomen? Kinderen horen een tehuis te hebben. Dat is belangrijker dan meer geld te verdienen, of wat meer luxe te kunnen aanschaffen.
Op Uw woord. Hoe eenvoudig dan. En daar gaan juist wonderen gebeuren. We zien het ook vandaag overal in de wereld. In een wereld die steeds vijandiger wordt, zoals de Heere het ook in Zijn Woord heeft gezegd, denk aan de Openbaring van Johannes. We zijn blij met de verademing in de Oostbloklanden, maar reken erop dat nieuwe machten zich groot maken tegen de Heere en Zijn kerk. Dat is naar het Woord. Maar dan mogen we er ook op rekenen dat de Heere Zijn kerk in stand zal houden en dwars door alles heen blijft bouwen aan Zijn Rijk.
Op Uw woord. Eenvoudig doorgaan. En dan wordt het ook in eigen leven ervaren als zo'n rijkdom dat het schip haast dreigt te zinken. Kennen we het? Zoeken we het?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aanschouwelijk onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's