Hoop voor de kerk (2)
Naar het getuigenis van ds. H.O. Roscam Abbing (1874-1939)
Liefde tot de kerk
Na het overlijden van ds. Roscam Abbing schreef ds. E.J.H. van Leeuwen: 'Gods Woord was voor hem het hoogste, het enige. Dat te prediken was zijn lust en zijn eer... En van heel zijn prediking was de inhoud Jezus Christus, de Heere, onze Gerechtigheid... Hiermee hing ook samen zijn sterke liefde voor onze vaderlandse kerk. Alle doen van mensen moest wegvallen voor het ene ware werk, het werk, dat Christus heeft volbracht. Gerechtigheid, die voor God geldt, ligt uitsluitend in Jezus Christus, nooit, ook niet voor het allerminst, in iets van de mens. Daarom hield ds. Roscam Abbing onwrikbaar vast aan de Nederlandse Hervormde Kerk; want hij zag op het werk van de Middelaar, ook voor haar en aan haar; en hij verwachtte haar genezing alleen door dat ene Middelaarswerk'.
Van huis uit
Hoe kwam ds. Roscam Abbing aan deze grote liefde voor de Nederlandse Hervormde Kerk? Deze kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader sprak bij zijn veertigjarig ambtsjubileum: 'Voorts, mijn geliefden, in vele dingen ben ik veel tekort geschoten — en deze erkenning is. God weet het, meer dan een phrase — doch zeker wel het minst in liefde voor onze volkskerk, de kerk mijner vaad'ren, wier belijdenis met martelaarsbloed geschreven is. Welnu ik zag haar als volkskerk afbrokkelen en zie haar als volkskerk ondermijnd. Een poging bij de synode gedaan om, althans bij de toelating tot de Evangeliebediening, de handhaving van het belijdend karakter der kerk krachtig in de hand te werken, is mij niet mogen gelukken... Ik sprak van de gereformeerde opvatting der Waarheid, want immers deze is de hervormde; 'hervormd' is gereformeerd, Nederlands-gereformeerd; indien 'hervormd' niet gereformeerd is, wat is het dan? Zie, tegenover Afscheiding en Doleantie houdt men terecht staande, dat de Ned. Herv. Kerk de voortzetting is van de gereformeerde kerk der vaderen, maar dan mag men niet onze Hervormde Kerk, als ware zij iets geheel anders geworden, uitspelen tegen de gereformeerde belijders in die kerk. Partijzucht, ik heb haar altijd, getuige ook de kerkeraadsvergaderingen en die van ons ministerie, van harte verfoeid' (Terugzien en opzien. Gedachtenisrede bij 40-jarige Evangeliebediening, door ds. P.J. Roscam Abbing, Middelburg, 1908, 11, 12).
Kohlbrugge
Deze grote liefde voor de vaderlandse kerk, die hij van huis uit meekreeg, werd versterkt en verdiept door zijn omgang met de geschriften van dr. H.F. Kohlbrugge. Tijdens zijn studententijd in Utrecht bleek reeds zijn belangstelling voor diens theologie. In 1905 schafte hij zich het proefschrift van J. van Lonkhuijzen Hermann Friedrich Kohlbrugge en zijn prediking in de lijst van zijn tijd, Wageningen, 1905, aan, dat hij rijkelijk van strepen, uitroeptekens en vraagtekens voorzag. Later wees hij op de grote betekenis van Kohlbrugge voor Nederland, voor kerk en staat: 'De toegang tot de Hervormde Kerk, hoe vurig ook begeerd, bleef aan Kohlbrugge ontzegd. Zijn liefde tot de vaderlandse kerk, tot Nederland, was ongemeen groot, des te wonderlijker, daar hij van Duitse afkomst was. Die liefde bleef hem bij, alhoewel hij de tweede helft van zijn leven in Elberfeld vertoefde. Zijn hart bleef aan Nederland verpand. Zijn leven is één gebedsworsteling geweest voor de Herv. Kerk, voor ons land en volk. Hij hield er hoop voor. Gaf daaraan ook uiting in die politieke prent, met bijschrift en toelichting, indertijd in het Amsterdams Zondagsblad opgenomen. Wat bedoelde Kohlbrugge toch met zijn zeggen: 'Als het Woord er maar in was (nl. in de Herv. Kerk) men zou meer wonderen zien gebeuren, doch God is machtig het weer uit de hel op te halen'? Waren er dan geen gelovigen in de Herv. Kerk, toen hij dat zeide? Waren er geen geestverwanten van hem in die Kerk? Kohlbrugge ontkende zulks allerminst! Waarom dan toch dat: 'indien het Woord er maar weer in was'? Kohlbrugge predikte Christus, predikte de Gerechtigheid van Christus, hij getuigde van het Woord, en hij blijft in de vaderlandse kerk getuigen, ook door zijn geschriften' (Het Kerkelijk Vraagstuk in Nederland op last van de Allerhoogste, tweede druk, 25, 26).
De toekomst
Als derde 'bron' van zijn grote liefde voor de Nederlandse Hervormde Kerk noem ik zijn werkzaam-zijn met de toekomst van de Heere Jezus Christus. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij in de Klarendalse Kapel Bijbellezingen over 'de toekomst van Jezus Christus'. In zijn aankondigingen van deze Bijbellezingen noemde hij niet alleen het onderwerp maar ook verschillende Schriftgedeelten om vooraf te lezen. Na tien jaar biddend onderzoek van de profetische boeken meende hij zoveel licht ontvangen te hebben, dat hij met vrijmoedigheid in het midden van de gemeente van deze dingen durfde te getuigen. In deze twaalf Bijbellezingen behandelde hij de eindtijd: de komst van de profeet Elia, het vervulde loofhuttenfeest, de onzichtbare wederkomst van Christus, de eerste opstanding, de opname van de bruidsgemeente, de terugkeer van Israël naar Palestina, de antichrist, de zichtbare wederkomst des Heeren, de bekering van Israël, het duizendjarig rijk, de ontbinding van satan, de opstanding der doden en de oordeelsdag. Het leven van ds. Roscam Abbing stond in het teken van de verwachting van de spoedige wederkomst des Heeren en het openbaar worden van Zijn Koningschap op aarde, voor Israël en de volkeren. Hij geloofde, dat de Heere Jezus in deze eeuw zou terugkomen. Deze levende verwachting deed hem niet verslappen in zijn grote liefde voor de Nederlandse Hervormde Kerk. Integendeel, de Heere Jezus zag ook niet over de tempelmuren heen, al wijst Hij dat de dienst van de schaduwen ten einde liep en dat de tempel de verdwijning nabij was. Hij liet de slechte toestand in de tempel niet op zijn beloop, maar Hij reinigde hem. 'Zo moeten we niet, voorbarig haastende over de dingen heen grijpen naar het einde, doch gelovig, niet haastende, door de dingen heen de leiding van God volgen. De tekenen der tijden sluiten tempelreiniging, reorganisatie, allerminst buiten' (in zijn rede Tempelreiniging, Hervorming, Reorgnisatie). Ds. Roscam Abbing verwachtte, dat de oplossing van het kerkelijk vraagstuk voor de gehele christenheid in de omlijsting van de tekenen der tijden in wezen eschatologisch zal zijn: de toekomst van Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's