Schuldbesef en schuldvergeving
Jongeren hebben in onze tijd nauwelijks schuldbesef meer. Dat geldt ook voor christenjongeren. Dat zei prof dr. K. Runia in een lezing, uitgesproken op een congres van de Evangelische Alliantie over gemeentevemieuwing in Drachten. Op zaterdag 6 januari kwam prof. Runia daarover verder aan het woord in een uitzending van EO-reflector. Runia verklaarde dit verminderd schuldbesef bij jongeren uit het feit, dat zaken, die vroeger taboe waren, nu onder ieders bereik kwamen en aan een gewenningsproces onderworpen zijn geweest. Vroeger, aldus Runia, mochten jongeren niet naar de bioscoop of de dancing of naar de zondagsport. Maar nu zijn al deze zaken onder oogbereik gekomen dank zij de media. Ging een jongere vroeger tòch naar de bioscoop of de dancing of 's zondags naar het voetbalveld, dan leverde dat vaak een schuldgevoel op. Hij deed iets wat niet mocht. Tegenwoordig ligt dat anders. De dingen, die vroeger niet mochten, komen nu via de media de huiskamer binnen.
Hoewel die taboesfeer, waarover Runia spreekt, ook vandaag gelukkig nog bij een belangrijk deel van de jongeren uit verschillende kerken aanwezig is, geldt voor een bepaalde categorie zeker wat prof. Runia aan de orde stelt. Slijtage van de christelijke levensstijl en aanpassing aan een werelds leefpatroon zien we allerwegen om ons heen. De 'gereformeerde zede', waarover vroeger in met name de Gereformeerde Kerken hele verhandelingen werden geschreven, is vaak ver te zoeken. In Centraal Weekblad vertelde dr. B. de Gaay Fortman in een interview, dat hij vroeger niet mocht hockeyen op zondag. Een broer, die na hem kwam, mocht het wel. Nu is het voor hem zó: 's zondagsmorgens eerst de kerk, daarna de stick.
Me dunkt dat het zo bij velen is gegaan. Diegenen, die vandaag nog afwijzend staan tegenover bioscoop, dancing en zondagsport behoren zo langzamerhand tot het nachtschuitchristendom. Ik wil hiermee intussen maar zeggen dat wat Runia signaleerde wel op min of meer grote schaal voorkomt maar bepaald niet algemeen is.
Schuldbesef
Mij gaat het er nu in het hiervolgende om of er niet iets mis is wanneer er sprake is van verminderd schuldbesef in de gemeente, met name dan onder de jongeren.
Me dunkt dat schuldbesef veel dieper gaat dan spijt hebben van bepaalde dingen, die men fout heeft gedaan. Schuldbesef heeft uiteráárd ook te maken met concrete zonden. Al te zeer kan over schuld als een algemene abstracte categorie worden gesproken, terwijl de concrete levensheiliging buiten beschouwing blijft. We zijn om zo te zeggen allemaal zondaren maar als iemand zègt het te zijn en een ander merkt op dat ze dat in het dorp inderdáád van hem of haar zeggen, dan gaan de stekels overeind. De dominee mag verder op de kansel best over de zonde spreken, maar als hij deze concreet aanwijst in de gemeente dan kunnen óók weerstanden ontstaan. Een zeker dualisme is, als het over zonde en schuld gaat, onmiskenbaar hier en daar aanwezig.
Maar het aanduiden van de schuld is toch ook bepaald iets anders — liever nog: méér — dan zedeprekerij of een soort moralisme. Zonde heeft toch alles te maken met het feit, dat de mens de levensband met God heeft verbroken. Zonde en schuld zijn dan ook noties, die in de Schrift worden genoemd zonder dat ze altijd concreet worden gevuld. Het menselijk bestaan is van nature Godevijandig. 'Mijn schulden zijn voor u niet verborgen', zegt psalm 69. In het allervolmaaktste gebed legt de Heiland zelf ons dan ook op de lippen de bede 'vergeef ons onze schulden'.
Het gaat in de Schrift eigenlijk altijd en overal om zonde en schuld vanwege onze vervreemding van God. Maar dan gaat het ook om de vergeving vanwege de Kruisverdienste van Christus. Wanneer de Heilige Geest dan ook in het mensenleven werkt, is er sprake van overtuiging van 'zonde, gerechtigheid en oordeel'. 'Ik heb tegen U zwaar en menigmaal misdreven', is de belijdenis van een mens, die door de Heilige Geest wordt ontdekt aan het zondige, het schuldige van zijn bestaan.
Schuldbesef behoort bij de kennis, oftewel de bevinding des geloofs, als de diepe schachten van het menselijke leven tegenover de heilige God worden blootgelegd: onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Deze ontdekking is niet een louter rationele ontdekking maar een diep existentiële. In die ontdekking gaat een mens door het geestelijke nulpunt heen, de één dieper dan de ander en de één geleidelijker dan de ander. De wet vormt een levende aanklacht. Om dan, wanneer er werkelijk sprake is van werk des Geestes, te komen tot de ontdekking van de triomf der genade: Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave! Christus onze schuldovernemende Borg!
Oorzaken
Ik onderschrijf met prof Runia, dat in de aanpassing van de christelijke gemeente aan het leefpatroon van de wereld een element schuilgaat, waardoor er van verminderd schuldbesef sprake is. De grenzen van wat mag en niet mag, van wat kan en niet kan zijn in de afgelopen decennia verregaand verlegd. Wat vroeger zonde was is het vandaag vaak niet meer. Ik bedoel hier niet tradities maar zaken aangaande de levensstijl, die zich niet verdragen met het leven in de vreze des Heeren.
Van het één komt vaak het ander. Een slordige levensstijl betekent vaak ook een slordige omgang met de zondag. Velen zijn genoegen gaan nemen met een halve zondag. Vele kerken staan 's middags leeg of zijn slecht bezet. Dat verschijnsel zet zich ook door binnen wat we noemen de Gereformeerde Gezindte. De synode van de Gereformeerde Kerken b.v. heeft onlangs de middagdienst niet langer verplicht gesteld voor de gemeenten. Dit alles betekent dat in onze tijd in veel gemeenten de leerdienst, zeg de catechismusprediking, al lang niet meer functioneert of— in andere situaties functioneert ze nog voor slechts een beperkt aantal hoorders. Het verlies van de tweede dienst betekent echter geestelijke teruggang, uitholling van geloofskennis.
In een tijd van geestelijke en kerkelijke neergang toont menigeen zich al dankbaar als er nog sprake is van goede kerkgang 's morgens. Mensen, die vandaag nog twee keer naar de kerk gaan, worden zelfs vreemd aangezien. Maar we kunnen juist ook binnen de gemeente de leerdienst niet missen.
In de Heidelbergse Catechismus gaat het van begin tot eind over zonde en genade, over schuld en schuldvergeving. Wanneer we de leer van de Heidelberger kwijtraken, raken we ook de diepe tonen van schuld en boete kwijt.
Vele jongeren voelen zich vandaag aangetrokken tot evangelische groeperingen, groeperingen die vaak wars zijn van de belijdenisgeschriften. Van de weeromstuit klinkt daarom in de gemeente soms de roep om gemeentevernieuwing. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat we een vernieuwing des Geestes binnen de gemeente méér dan nodig hebben. Maar dan terug naar de Heidelberger, naar de levende leer van de Heidelberger: '(...) al is het dat mijn conciëntie mij aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaar gezondigd heb en geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent evenals had ik nooit zonde gekend of gedaan...' (Zondag 23 H.C.).
De Heidelberger spreekt over een aanklagend geweten en, direct daarmee verbonden, de toerekening van de verdienste van Christus. Rechte prediking van dit ontdekkend werk van de Heilige Geest betekent dan ook nooit dat de mens aan zichzelf en zijn innerlijke bespiegelingen wordt prijs gegeven, maar dat het anker der Hoop wordt toegeworpen, dat hecht in de vaste grond van Christus kruisverdienste.
Er is iets mis in de gemeente wanneer de prediking van schuld en op grond daarvan het levende schuldbesef ontbreekt. Er is ook iets mis wanneer de prediking vàn en het getuigenis aangáánde het geloof in de schuldvergiffenis ontbreekt. Dan blijft alleen over een dood schuldige of de gedachte dat men nog niet diep genoeg is ingeleid in de ontdekking van het eigen schuldige en zondige hart. De Heilige Geest doet geen half werk. Wanneer we de schuldbrief thuiskrijgen krijgen we ook de pardonbrief: 'Hij voor ons daar wij anders de eeuwige dood hadden moeten sterven'.
Zingen
Jongeren, ook christenjongeren in de gemeente hebben verminderd schuldbesef, zegt Runia. In z'n algemeenheid kan dit niet zo gesteld worden. Het hangt ook zeker van de prediking af. Soms denk ik echter wel, dat dit verminderd schuldbesef ook te maken zou kunnen hebben met de liederen, die her en der gezongen worden. Ik stel voorop, dat het verheugend is, dat de jongere generatie weer zingen wil. Er is een tijd geweest, dat men jongeren maar met moeite tot zingen bracht. Maar het zingen is weer in opkomst. Daarvoor mogen we dankbaar zijn. Jongeren komen samen om te zingen of ze bezoeken samenkomsten, waar veel gezongen wordt. Me dunkt, dat er echter soms ook sprake is van een bepaald genre liederen, waarin het element van schuld en schuldbelijdenis ontbreekt. Men is direct aan de verlossing toe. Men zingt van de liefde van Christus zonder dat duidelijk wordt dat dit liefde is voor arme zondaren. Als ik mij niet vergis is hier sprake van een sprongsgewijze ontwikkeling onder jongeren. Hierdoor zou het kunnen zijn dat de afstand tussen datgene, wat jongeren buiten de eredienst zingen en dat wat de (psalmzingende) gemeente zingt, snel groter wordt. Me dunkt, dat juist daarom het contact tussen de oudere en de jongere generatie, verstevigd moet worden om elkaar te dienen, teneinde elkaar vast te houden.
Als het waar is, dat jongeren niet meer weten van schuld en schuldbelijdenis voor Gods Aangezicht, dan hebben zij mensen in de gemeente nodig, die hen aan het diep bijbelse daarvan herinneren. Maar we mogen niet vreemd opkijken als jongeren dan vragen waar de blijdschap aangaande de schuldvergeving is.
Het gaat om diep bijbelse noties. Als we de psalmen kwijtraken raken we het diepe geloofsgoed van de gemeente kwijt. Tot mijn verbazing vernam ik dezer dagen, dat in de Vergadering der Gelovigen de liedbundel slechts twee psalmen bevat. Daarmee is niet gezegd, dat die liedbundel niet mooie liederen zal bevatten. Maar het hart van de Schriften van het Oude Testament — de psalmen van kerk èn Israel trouwens — is eruit.
Willen wij vandaag echt gereformeerd zijn dan kunnen we de Heidelberger en het psalter niet missen. Dat geldt ook voor de jongeren. Gemis aan schuldbesef zou kunnen betekenen, dat we aan de rijke inhoud van deze geschreven en de gezongen belijdenis ontgroeien.
Gereformeerd
Het is vandaag niet vanzèlfsprekend zo, dat de vertrouwde gereformeerde waarden aan de jongere generatie worden overgedragen. We kunnen manco's signaleren, zoals de gelijkschakeling van de christelijke levensstijl met de gedachtenpatronen van de wereld, de teruggang van de tweede dienst, verminderde kennis van de belijdenis, met name van de Heidelberger, het op de achtergrond raken van het psalter, vanwege eigentijdse liederen, die de jongeren graag zingen. Maar daarmee is nog geen vernieuwing van de gemeente gegeven.
We leven snel. Generaties en derhalve generatieverschillen volgen elkaar vanwege de sterke dynamiek in de tijd, sneller op dan vroeger. Sneller dan vroeger begrijpt de oude generatie de jongere niet meer. En toch staat ook vandaag een jonge generatie aangetreden, die in de gemeente meeleeft en oprecht zoekt naar antwoorden op vragen van het hart. Hoe dragen we de gereformeerde belijdenis over? Me dunkt door te leren en voor te leven, dat gereformeerd zijn méér is dan het hèbben van een belijdenis.
Gereformeerd zijn is leven uit de ontdekking van de vrije genade. Toen Luther ontdekte, dat God de goddeloze rechtvaardigt 'om niet' was het, zo schrijft hij, alsof hij door geopende deuren het paradijs binnenging. Met een variant op een uitspraak van Wormser zeg ik: leer de jongeren de levende religie van de Heidelberger verstaan en ze zijn gered.
In de ontdekking van de rechtvaardiging van de goddeloze, dóór het geloof in Hem, die de goddeloze rechtvaardigt om niet, heeft de Reformatie een diepgaande vernieuwing in de kerk tot stand mogen brengen. En vele vernieuwingen in de loop van de tijd vonden plaats door de herontdekking van de Romeinenbrief. Om de elementen namelijk van schuld en genade gaat het ook vandaag. Zo niet dan is het gereformeerd zijn in het geding.
Echte reformatie, echte vernieuwing van de gemeente betekent dunkt me dat ook vandaag dat de jonge generatie doorleeft wat schuld en genade is. Gemis aan schuldbesef is Schrift en belijdenis voorbij. Welke inhoud zou schuldvergiffenis dan nog hebben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's