De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lektuur en praatkultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lektuur en praatkultuur

8 minuten leestijd

Tot de versterking of verzwakking van het geloofsleven behoort vooral nauwkeurig te letten op de keuze van onze lektuur. Goede lektuur bouwt op, slechte lektuur verzwakt. Het schijnt vreemd, dat wij hierover schrijven. Wie leest er nu tegenwoordig nog? Er behoort een zekere moed toe hierover te schrijven. Het lezen begint in onze dagen helemaal op de achtergrond te geraken. Een enorme praatkultuur komt op met een daverend geweld. Het valt ons wel eens op, wat een enorme hoeveelheid tijd wordt verdaan. Denk aan de radio. Wat een uitzendingen worden niet volledig gevuld met gesprekken. Denk aan de televisie. Het wemelt daar van de interviews, de gezelschappen. Denk aan de telefoon. U hebt daar de babbellijnen en de aartsbabbelaars. Zelfs ouderlingen moeten tegenwoordig worden bijgestoomd met conferenties, samenkomsten zonder tal. Het praat op kerkeraden, op synodes, of visites en bezoeken zonder tal.


Het leven is zo druk geworden en zo vol, dat men geen tijd meer vindt om een enigszins omvangrijk boek te lezen. Is het een folder van een paar bladzijden, dan vindt men allicht nog een half uur om de bladzijden door te vliegen. Men blijft dan voldoende op de hoogte van de vragen van de dag om er in gezelschap zo terloops even over te keuvelen en een oppervlakkige indruk van beschaving te maken. Maar men denkt er veelal niet aan een lijvig boek te lezen, dat de inspanning van hoofd en hart vraagt. Nu gaat het er ons niet om in deze regels het praten te veroordelen. Het komt ons alleen vóór, dat het praten te veel aandacht ontvangt boven het lezen. Een goed gesprek, een instruktieavond kan zonder praten niet bestaan. Natuurlijk niet. Van tijd tot tijd hebben wij allemaal onze bijeenkomsten en vergaderingen. Wij kunnen er nu eenmaal niet buiten. Wij doen er onze kontakten op, wij blijven van elkaars welstand op de hoogte. In zoverre veroordelen wij het praten niet. Het kan zelfs voor onze vorming niet worden gemist. Maar wij zijn wel van mening dat het praten voor geloofsverdieping op de tweede plaats staat van de middelen tot opbouw. Wie nooit leest, mag nog zo op de hoogte blijven van het wereldgebeuren, mag nog zo geïnstrueerd zijn in vak of ambt — een doordenker wordt hij niet. Al de praatmiddelen om zo te zeggen kunnen nooit in dezelfde mate beklijving geven als wat wij door stille lektuur in ons opnemen.


Lezen is meestal vruchtbaarder dan horen. Men vangt dan niet alleen de klank van het gesproken woord op, die zo weer in de ruimte vervluchtigt, maar heeft ook het gedrukte, blijvende woord onder het oog. Het prent zich dieper in het geheugen. Wordt men vooral door een enkele gedachte getroffen, men kan dan even rusten om haar op zich te laten inwerken en pas voortgaan, wanneer men haar heeft getoetst, terwijl men bij het gesproken woord al te vaak de éne gedachte door de volgende laat verdringen en er daarom minder van meedraagt. Niets is behalve de al eerder genoemde genademiddelen zo opbouwend voor het geestelijke leven als goede lektuur, terwijl niets zozeer afbreekt als de lezing van slechte boeken. Bekend is het gevleugelde woord, dat men is wat men eet. Het voedsel dat men in zich opneemt, wordt immers door het lichaam verteerd. In weefsel of spieren omgezet. Dit geldt nu ook voor ons geestelijk voedsel, dat men ons in boeken en geschriften voorzet. Het gaat over in onze geest en wordt er een bestanddeel van. Wij bemerken dit resultaat niet zo opeens, maar zoals de druppel de steen uitholt, zo ontvangen wij een steeds diepere indruk van hetgeen wij lezen. Wij eigenen ons de denkbeelden toe, die wij elke dag onder de ogen krijgen en waarvoor wij misschien aanvankelijk wel huiverig waren. Diepe denkbeelden van grote geesten keren tot ons in bij zorgvuldige overwegingen van de lektuur. Een vlakke geest wordt door de gedurige omgang van dieper gehalte. Poldergeesten worden rotsmensen. Fladdergeesten worden creatief en rijk. Vlindergeesten diep en waar. De wijze Salomo heeft het al in zijn Spreuken gezegd: wie met wijzen omgaat, zal wijs worden. Weet u welk nut goede lektuur vooral heeft in de gemeente? Goede boeken doorbreken de gemeentetheologie en brengen deze op hoger peil. Wat bedoelen wij met deze gedachte? Wel, in iedere gemeente heersen bepaalde theologische gedachten, die niet de keur van de Schrift hebben ontvangen. Ze zijn een aftreksel van algemeen heersende meningen, maar zonder de toets van de Heilige Schrift. Men denkt bijvoorbeeld, dat zondekennis en zondebesef altijd gepaard moet gaan met neiging tot zelfmoord, wil het echt zijn. Ware gedachten zijn ook altijd zwaar van geestelijke inhoud. Zware gedachten zijn intussen niet immer waar van Schriftuurlijk gehalte. Ja, wij hebben de ervaring opgedaan dat veel geestelijkheid een schijn van waarheid vertoont, maar in feite ongelooflijk oppervlakkig is. En omgekeerd — veel van wat ons als licht voorkomt, legt een zwaar beslag op ons geweten en wordt derhalve met een vluchtig gebaar als onnozel afgedaan.


Goede lektuur brengt ons nu àf van ongeestelijke praatkultuur. De hoge Alpen vertonen hun schoonheid aan de moedige onderzoeker, die het er voor over heeft eenzaam de bergpaden te beklimmen. Al hoger en hoger. Welnu, wie de moed heeft wat dieper te duiken dan alleen het algemeen gebruikelijke, zal dan ontdekken de ontzaglijke waarheid dat troebele praters het diepst lijken. Heldere schrijvers lijken daarentegen als bronnen niet zo diep als ze zijn. Ze brengen de waarheid zo doorzichtig, dat ze alle droesem verre achter zich laten. De warhoofden doen ons suf peinzen naar de zin van hun bewering. De klare geesten zetten ons direkt voor de beslissing. Dat schrikt velen terug. Ze dwarrelen liever in het schijnbaar diepzinnige rond, maar huiveren voor de konsekwentie van een helder geloofsstandpunt. Welnu, goede lektuur is klaar; trekt eeuwigheidslijnen; geeft Godskennis en mensenkennis. Goede lektuur werpt het dieplood uit. Daarom heb je in iedere gemeente toch wel een paar mensen, die denken hebben geleerd en aan het lezen zijn geslagen. Praters zijn zelden lezers. Lezers wel denkers, in ieder geval meedenkers. Goede lezers delen er ook wel eens wat mede van wat ze door schattendelven hebben verzameld. Praters vrezen voor de stilte, lezers hebben de moed om hun gedachten te laten werken.


Daarom is het ons met deze regels te doen: het gaat er niet om te doen lezen, maar te doen denken. Ja, te doen denken door middel van het lezen. Uit deze enkele opmerkingen is af te leiden, welk een zegen er voor de versterking van ons innerlijke leven van opbouwende lektuur uitgaat. Wij denken hier niet uitsluitend aan wat men gewoonlijk stichtelijke lektuur noemt. Wij zeggen daar geen kwaad van. Het is goed dat deze lektuur bestaat. Wij kunnen ons er in optrekken, wij worden erdoor gevoed. Wij kunnen door deze lektuur kritisch leren luisteren. Maar wij bedoelen toch meer. Louter stichtelijke lektuur is niet voldoende. Wij moeten wat meer weten van de dogmatiek, van de kerkgeschiedenis, van huwelijk, huisgezin en opvoeding. Levensboeken behoeven wij. Wij zouden al veel winnen met de kennis van een gegronde catechismusverklaring. Door werkelijk goede en gegronde lektuur wordt men vast van beginsel. Men leert onderscheiden. Men wordt wegwijs in het bonte leven. Men ziet bepaalde valse beschouwingen opkomen als kleine zaden en voorts uitwoekeren in verderfelijk gevolg. Men ontdekt ook dwaalleer in bepaalde ideeën en meningen, die hardnekkig volgehouden worden. Een fijnzinnige boekenschat helpt ons om tot mannen en vrouwen te worden van klaar beginsel. Een enkele goede bijbelverklaring, een kerkgeschiedenis, een toelichting op een bijbelboek doet soms wonderen ontdekken. Bevrijdt van onjuiste meningen, maar voedt op in de rechte leer.


Maar dan moet u ook góed leren lezen. Met een eenvoudig aantekenschrift erbij. Met een potlood. Daarvoor is geduld en zelfverloochening nodig. Niet de bladzijden doorvliegen. Elk goed boek lezen heeft iets van een appel te eten. Eerst gaat u die vrucht schillen. Dan in parten snijden, dan nog weer in schijfjes. Elk stukje appel proeft u terdege. Welnu, het is mogelijk dat één boek uw gehele voorstellingswereld verdiept. Overdenk het in de stilte. U doet de ervaring op dat het er wezenlijk helemaal niet toe doet of u veel dan wel of u goed gelezen hebt. Dat noemen wij scheppend lezen. Drie soorten lezers zijn er. Een eerste soort die zonder oordelen geniet. Een derde, die zonder genieten oordeelt. En een middelste, die genietend oordeelt en oordelend geniet. Deze schept eigenlijk het kunstwerk opnieuw. Deze is in stil gesprek met de auteur geweest en heeft diens bedoelingen het best begrepen. Dat is ook degene, die het grootste profijt van de lektuur ontvangt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Lektuur en praatkultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's