Kerk of secte-type
'Zonder een wettige verscheidenheid te ontkennen en zonder de moeilijkheden van de Hervormde Kerk na eeuwenlange deformatie te bagatelliseren is de verscheidenheid, zoals ze tot nu toe in de praktijk functioneert, met de bijbel in de hand niet te verdedigen. Dit maakt de nood en gewetenskwelling van gereformeerden in de Hervormde Kerk uit. Het is een nood en gewetenskwelling, die aan slijtage en gewenning blootstaat en daarmee ophoudt stringent te zijn. Het melodiëren op de breuk van de kerk kan soms niet verbergen, dat die gewenning er al te veel is. Het is met ach-en weegeroep niet goed te maken. Het gaat niet om een plaats voor hen, die gereformeerd willen leven in de zin van een reservaat, dat wel zal uitsterven. De gereformeerden in de Hervormde Kerk dienen in de uiterste zelfverloochening (ó, hoe moeilijk in de praktijk!) en in voortdurend op de hoede zijn voor partij- en sectevorming te strijden voor het gereformeerd karakter van deze gehele kerk.'
Dit zei ds. G. Boer in zijn referaat 'De Gereformeerde Gezindte nu en in de toekomst', uit gesproken op de conferentie van het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte in 1964. Dezer dagen las ik dat referaat nog eens door en kwam ik opnieuw onder de indruk van de worsteling, waarin ds. Boer, later voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, stond in de kerk, strijdend voor haar gereformeerd karakter. Hij waarschuwde voor secte-vorming. Het moest gaan om het gereformeerd karakter van de gehele kerk. Anderzijds zegt hij van 'de reformerende arbeid van ds. H. de Cock en dr. A. Kuyper': 'Zij namen de reformatie der kerk ter hand en kwamen buiten de Hervormde Kerk te staan. Het past mij niet en ik heb er ook geen lust toe om iets van de betekenis van hun arbeid af te doen. Alleen: hoeveel zegen hun arbeid ook heeft afgeworpen, kerkelijk hebben wij deze hervormingen moeten bekopen met een veelheid van kerken. Deze werkelijkheid kan gedekt worden met de leer van de pluriformiteit (veelvormigheid, v.d.G.) of met een beroep op de onzichtbare kerk, die bij alle verdeeldheid op aarde toch één is. Beide oplossingen zijn mijns inziens in het aangezicht van het Nieuwe Testament niet te verdedigen'.
Het referaat van ds. G. Boer is één bewogen waarschuwing tegen de kerk als secte. Hij richt zich in dat referaat zowel waarschuwend tegen secte-vorming binnen de Hervormde Kerk als daarbuiten. De liefde tot de gereformeerde belijdenis, ook als bindend ferment, en daarin de verbondenheid met allen, die deze belijdenis liefhebben, straalt intussen door alles heen.
Prof. dr. Th.L. Haitjema
Het is met name prof. dr. Th.L. Haitjema geweest, die in zijn boek 'De richtingen in de Nederlandse Hervormde Kerk' de Gereformeerde Bond, alsook de kerken van gereformeerde belijdenis buiten de Hervormde Kerk beschuldigde van sectarisme. Ds. G. Boer waarschuwde tégen, prof. Haitjema beschuldigde vàn sectarisme. Dat is het verschil. Het maakt een wereld van verschil uit of men de dingen van binnenuit aan de orde stelt of van buitenaf Haitjema zegt: 'Het zou... in de loop der jaren wel blijken, dat ook onder "de Gereformeerden", die niet met de Doleantie waren meegegaan, nog velen meer als geesteskinderen van Kuypers sectarisch kerkideaal, dan als echte geestverwanten van Hoedemaker waren achtergebleven'. Voor Haitjema behoort men kerkelijk al tot het sectetype als men 'belijdende kerk' en 'Kerk der belijdenis' op één lijn stelt. En voor de Gereformeerde Bond, alsook voor kerken van gereformeerde belijdenis buiten de Hervormde Kerk ging en gaat het inderdaad om die 'kerk der belijdenis'.
Met de oprichting van de Gereformeerde Bond in 1906 manifesteerde zich het sectetype, aldus Haitjema. De naamsverandering van de Gereformeerde Bond in 1909 veranderde daaraan volgens hem niet veel, al rekende hij niet allen in de Gereformeerde Bond tot dat secte-type. Maar het secte-type bleef wel telkens de kop opsteken. Ik citeer Haitjema één keer letterlijk: 'Het getal der ultra-gereformeerden, die goeddeels afzijdig bleven staan, omdat deze organisatie lang niet principieel-Gereformeerd genoeg was, dreigde hoe langer hoe sterker de leiding te drijven in de conventikel-afgeslotenheid van het secte-type. Vergeten wij niet, dat de Gereformeerde Bond eigenlijk van zijn oorsprong af de zuiging van het zgn. conventikel-Christendom heeft ondervonden. Het gevaar van valse bevindelijkheid en van verzet tegen echt-theologische bezinning is hier zeer groot. Soms heeft het de schijn, als kan men in deze kringen als dominee het best carrière maken, wanneer men de schare der cultuur-vreemde bevindingsmensen maar ontziet en boekenwijsheid niet acht!'. En van 'de achterwacht, die door ds. Kersten bekoord werd', zegt Haitjema dat die art. 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis nogal eens vooraan in de mond neemt maar dat dit tegelijk 'wonderwel weet samen te gaan met kerkelijk sectarisme in vaak bedroevende vormen'.
Er zijn ongetwijfeld waarheidselementen in de visie van Haitjema te onderkennen. Maar er is ook sprake van groteske vertekening. Ik voel me bepaaldelijk beter thuis in de kritiek van binnen uit, die ds. Boer in genoemd referaat uitte. Want Boer sprak vanuit de diepe intentie om de Kerk — verdeeld en verscheurd als ze is — in al haar delen een gereformeerde kerk te doen zijn. Intussen schuwde hij zelfkritiek niet en schroomde hij niet te waarschuwen voor het secte-type van kerk zijn.
Wat heet secte?
Wellicht wekt het bevreemding het woord secte gebruikt te zien worden in verband met het kerkelijk leven. In het algemeen hebben we die benaming gereserveerd voor bewegingen, die buiten de kerk opereren, met eenzijdige nadruk op één bepaald facet van de Heilige Schrift maar intussen bevangen door dwalingen. We denken aan Jehovah-getuigen, Mormonen maar ook aan allerlei pinksterbewegingen. En toch is er alle reden om ook in het kerkelijk leven het gevaar van het secte-type onder ogen te zien.
Vaak wordt gedacht, dat het woord secte afkomstig is van secare, hetgeen snijden betekent. Dat is onjuist. Het woord is afkomstig van het Latijnse woord sequi, hetgeen volgen betekent. Als zodanig kan de kerk zelf als secte worden betiteld. De kerk volgt immers Christus na, die het Hoofd van Zijn gemeente is.
In Handelingen 24 wordt Paulus 'een opperste voorstander van de secte der Nazarenen' genoemd. Calvijn merkt op dat Tertullus hier niet bedoelt die personen, die naar het oude voorschrift der wet zich aan de dienst van God wijdden, maar de oproerige zeloten. Maar hij kan óók aanvaarden, dat Nazarener hier voor christen staat. Hoe het ook zei: de apostelen en de eerste christenen waren volgelingen van Jezus. En als zodanig behoorden ze tot een secte. Maar zó betekende het volgen van Jezus ook een breuk met de synagoge. Zo bezien heeft secte toch het aspect van scheuren of afscheiden in zich. De kerk is van de synagoge los gescheurd. En daarom heeft het woord secte, als het wordt gebruikt door het jodendom ten aanzien van het christendom in het algemeen, een misprijzende betekenis.
Intussen is echter in de loop der eeuwen zo secte-vorming, als afsplitsing van de kerk zélf aan de orde van de dag geweest. Binnen de christenheid zèlf is van sectevorming regelmatig sprake geweest. Ds. A.B.W.M. Kok omschrijft in de 'Christelijke Encyclopedie' een secte als 'een groep mensen, die uit verlangen naar zuiverheid en met overdreven nadruk leggen op ondergeschikte waarheden het groepsverband verbreekt en los van de moedergemeenschap tot een nieuwe zelfstandige gemeenschap uitgroeit'. Het gaat dan om partijvorming, zoals dat ook al in de Schrift wordt gezegd van de Sadduceeën (Hand. 5 : 17) en de Farizeeën (Hand. 15 : 5). Welnu, op deze wijze hebben zich heel wat dwalende gemeenschappen, al sinds de vroege christenheid afgescheiden van de kerk des Heeren. Die groeperingen zijn we met name als secte gaan aanduiden.
Partijschappen
Maar ook het vormen van partijschappen of het aanbrengen van scheuringen binnen de kerk, binnen de gemeente van Christus kan onder de naam van sectevorming vallen. In 1 Cor. 11 : 18 zegt Paulus in vermanende zin: zo hoor ik, dat er scheuringen onder u zijn'. En in Gal. 5 : 20 rangschikt Paulus twist en tweedracht binnen de gemeente onder de werken van het vlees.
Welnu, vatten we het woord secte op in de zin van volgen, dan moet gezegd worden dat sectevorming veelvuldig is voorgekomen. Het ging namelijk niet zelden om het volgen van personen, hetgeen niet altijd gelijk stond met het volgen van Christus. Als zodanig heeft sectevorming toch vaak ook het element van bijbels bezien onwettige scheuring in zich gehad. Niet zelden hebben kerkleiders van groot of klein formaat volgelingen achter zich gekregen en heeft zich daarom een proces van sectevorming voorgedaan, waarbij men zich af mocht vragen of het echt om de zaak van Christus ging. In het Nieuwe Testament is dat verschijnsel al aanwezig. De één is van Paulus, de ander van Apollos, de ander van Cefas en weer een ander — nota bene! —van Christus. 'Is Christus gedeeld?', zo vraagt Paulus dan heel fijntjes en heel direct.
We kunnen die vraagstelling heel direct doortrekken naar onze tijd, ook naar de gereformeerde gezindheid, als we die verzamelnaam van kerken en groeperingen van gereformeerde belijdenis al mogen gebruiken. De één was (in de vorige eeuw) van De Cock, de ander van Kuyper, weer een ander van Hoedemaker. En, wat dichterbij in de tijd, de één is van Kersten, de ander van Steenblok, de één is van Schilder, de ander van Veenhof, etc. etc.
En de simpele vraag van Paulus is: Is Christus gedeeld?
Wonder
Het mag een wonder van de Heilige Geest heten, dat het kèrkvergáderende werk van de Heilige Geest, dwars door het sectarisme heen, is doorgegaan. Intussen zegt ds. Boer in de genoemde rede, dat we de Heilige Geest niet tot een verlengstuk van onze (re)organisaties en eenheidspogingen moeten maken en dat we ook voorzichtig moeten zijn om de reformerende arbeid van de Heilige Geest te doen samenvallen met de stichting van nieuwe kerken.
Hoe we ook staan in de kerk van vandaag, of we nu in de verbroken Hervormde Kerk of in het verscheurde geheel van kerken van gereformeerde confessie onze plaats innemen, we zijn nimmer te goed voor sectevorming, d.w.z. voor kerkelijke isolering zonder nog het geheel van de kerk van Christus op het oog te hebben. Men is er, ook in kerkelijk Nederland, zo vaak met een deelaspect van ook de gereformeerde confessie vandoor gegaan. Voorts mogen we de aanklacht van Haitjema — hoe ook van buitenaf, en daarom niet bepaald sympathiek (is mee-lijdend) verwoord — dat in de verscheurde gereformeerde gezindte soms een bepaalde bevindelijkheid de dienst uitmaakt, waarvoor alles moet wijken, wel ernstig nemen. Als we haar maar ernstig nemen vanuit de gereformeerde confessie, die ontsproten is aan het Solus Christus (alléén Christus) en het Sola Scriptura (alléén het Woord).
Maar ook als we geen heimwee meer hebben naar de eenheid van de gestalte van de kerk van Christus op aarde en we geen verlangen meer hebben naar de gehoorzaamheid aan het Woord Gods en aan Christus als het Hoofd van Zijn ongedéélde gemeente, zullen we meer aan het secte-type beantwoorden dan we zelf willen toegeven.
Intussen heeft Haitjema in zijn boek niet verdisconteerd, dat een kerk zèlf zich ook kan ontwikkelen tot het secte-type, namelijk als ze Christus als het Hoofd van Zijn gemeente in leer en leven ongehoorzaam wordt en zo zelf scheuring oproept. Nergens houdt Haitjema rekening met het feit, dat de Hervormde Kerk, in haar afwijken van de bijbelse leer, waaraan de gereformeerde belijdenis immers horig wil zijn, zelf ook aspecten van het secte-type in zich draagt. Al te gemakkelijk maakt hij zich af van de nood van hen, die lijden aan de nood der kerk als geheel, door uitsluitend hèn het etiket van sectevorming op te plakken.
Die nood van de gehéle kerk mag echter nooit aan een gewenning bloot staan, doordat we ons afsluiten in wèlk gereformeerd reservaat dan ook, zonder ons te bekommeren over de verbreking der kerk. We mogen elkaar onze persoonlijke en kerkelijke wonden laten zien, zei ds. Boer. Maar àls we dan ook vandaag staan voor een gereformeerde kerk, dan zal dat ten diepste zijn één ongedeelde kerk, die in al haar delen trouw is aan de Schrift en de belijdenis.
Het valt intussen vandaag niet mee om de Kerk des Heeren te zien boven onze kerken en groepen uit. Aan het eind van een verwarde vergadering (interkerkelijk) verzuchtte ik recent, wel eens te verlangen naar de tijd toen Jezus nog met Zijn discipelen zat op de hellingen van de heuvels van Galilea. We hadden Hem rechtstreeks kunnen vragen hoe het allemaal moest. Maar we zullen het met het Woord moeten doen. Dat is genoeg. Daaraan gemeten schieten we allen tekort. We zijn te versplinterd om nog voluit gereformeerd te mogen heten. Wie is er vandaag te goed voor om tot het secte-type van kerk-zijn te vervallen? Slechts de Heilige Geest is bij machte om al onze eigen gerechtigheid in onze kerkelijke posities aan gruizels te slaan. Om ons de Kerk des Heeren te doen liefhebben. Nochtans!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's