Hoop voor de kerk (3)
Naar het getuigenis van ds. H.O. Roscam Abbing (1874-1939)
Verwachting voor de kerk
Ds. Roscam Abbing leefde en werkte met verwachting voor de gemeente des Heeren, met name voor de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk, zoals hij de vaderlandse kerk graag aanduidde. Een niet-gepubliceerd artikel over Kohlbrugge en de Haagse Vergadering uit 1914 eindigde hij met Ps. 119 : 126: 'Het is tijd voor de Heere, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken'; een tekst die hij vaak aanhaalde. Hij nam afscheid van de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel met de Schriftwoorden: 'Bouw de muren van Jeruzalem op' (Ps. 51 : 20b). Bij zijn intree in Arnhem zei hij in zijn toespraak tot de gemeente: De Nederlandse Hervormde Kerk is voor mij onder alle kerken in Nederland de Kerk. Hoe zwaar het oordeel ook over haar is en hoe heeft ze het verdiend! Nochtans zal het zijn ter genezing en niet ter verderving; tot opbouw en niet ter verwerping. Hoewel gezonken tot in de hel, zo kan en zal de Almachtige haar weer oprichten. De levenskiem zit in haar. De historie van de komende jaren zal het uitwijzen'. Ds. Roscam Abbing zag zijn verwachting in 1921 in aanvankelijke vervulling gaan, toen op veel plaatsen in ons land anit-processiebijeenkomsten werden gehouden en de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij werd opgericht. Aan het eind van dat jaar was hij vol verwachting. Plaatselijk had het streven naar evenredige vertegenwoordiging van de verschillende richtingen in de kerkelijke colleges geen resultaat gehad. Landelijk was het processieverbod boven de rivieren gehandhaafd. Hierover schreef hij: De hand des Heeren is ten goede uitgestrekt over de veel gesmade en verachte Ned. Herv. Kerk en Hij is bezig haar uit haar diepe val op te heffen, ten spijt van de velen, die uitzien, ja dikwijls verlangen naar haar algehele ondergang en haar verdwijning profeteerden. Hij zal de waarzeggers dolmaken (Jes. 44 : 25)... De drijving van de Heilige Geest openbaarde zich reeds bij wijle. Denk maar aan die veel gesmade anit-processiebijeenkomsten waardoor de Heere 'een politiek wonder' (handhaving van het processieverbod M.D.G.) uitwerkte, en regering, volksvertegenwoordiging, land en volk, voor erger zijn bewaard geworden'.
Geloofsgetuigenis van Kohlbrugge
In zijn artikelen over De Breuk tussen Christus en Zijn gemeente in onze dagen (1919; als brochure verschenen in 1921) sprak hij als zijn verwachting voor de Nederlandse Hervormde Kerk uit: een redding voor haar, tenzij het geloofsgetuigenis van Kohlbrugge over Rom. 7 : 14 voor haar waarheid wordt. Hij vroeg zich af of Petrus' diepe bekeringsweg haar bespaard kan blijven. Of niet eerst daarmee haar genezing zal doorbreken, dat Jezus Zich omkerende haar aanzien, opdat zij naar buiten uitga en bitter wene? Aan het eind van zijn tweede brochure Het beginsel der evenredige vertegenwoordiging door God geoordeeld, Arnhem, 1921 sprak hij over het heilig recht des Heeren op Zijn gemeente, waarvan Hij geen afstand doet en dat Hij ook nu handhaaft. Al de verzuchtingen en gebeden door de stillen in den lande opgezonden om af te smeken de vergiffenis van gemeenschappelijke schuld, die gebeden voor kerk, land en volk, die smekingen, dat het Hem behagen moge op te waken als een Held om te verlossen, om Zijn eer te handhaven en Zijn erfenis, die moede is en mat, te verkwikken zijn niet tevergeefs geweest. 'Hij heeft gehoord en verhoord! Nu is Zijn tijd gekomen om Zijn raad, Zijn sterkte en Zijn wijsheid te openbaren, en er is geen raad, geen sterkte, geen wijsheid tegen Hem'.
Ook in zijn Open Brief aan. de Ned. Herv. (Geref.) Gemeente te Arnhem, Arnhem, 1926, sprak hij zijn verwachting voor de Hervormde Kerk uit. Hij schreef: 'De Waarheid (de belijdenis van de kerk. M.D.G.) werkt zichzelf weer naar boven. Vandaar dat degenen, die daaraan vasthouden, hun geloof weer gaan belijden.
De belijdenis der Kerk wordt weer naar voren gebracht, zowel wat het persoonlijk geloofsleven raakt, als in die stukken, waarin zij zich uitspreekt over Kerk en Overheid. Men durft weer Ned. Herv. (Geref.) te zijn. Men ziet het weer in en men durft het weer uit te spreken, dat de Ned. Herv. (Geref.) Kerk nog altijd de historische, wettige openbaring is van het Lichaam van Christus in Nederland, al werden daarvan, helaas!, ook belangrijke stukken afgescheurd. Tot in 's lands vergaderzaal werd het getuigenis daaromtrent weer vernomen!' (door de H.G.S. vertegenwoordiger ds. C.A. Lingbeek, M.D.G.). Volgens ds. Roscam Abbing moest in overeenstemming met de belijdenis van de kerk de leiding in de kerk aan het gereformeerd beginsel zijn. 'Daar moet het heen! En 'daar gaat het ook heen! Is er dan geen ontwikkeling in het geloofsleven van de gemeente van Jezus Christus? Zal de Heilige Geest haar niet dieper inleiden in de verborgenheden van het geloof, in de goudmijn van Gods Woord? Ja, doch niet in de weg van ter zijde stelling en versmading van datgene, wat de Heilige Geest weleer als waarheid heeft doen kennen. Eerst weer toeëigening daarvan door het levend geloof en daarvan getuigd. Daarna zal de Heilige Geest dieper inleiden en verder ontwikkelen hetgeen tot nog toe al te zeer op de achtergrond bleef (de leer van de Heilige Geest en van de toekomst van Jezus Christus. M.D.G.).
Gods eer
In de diepste grond gaat het om Gods eer, om de Christus der Schriften, om Zijn volheid als Zaligmaker en om Zijn Koningschap, gelijk 'onze vaderen' door de belijdenis, daarvan naar waarheid nog altijd getuigen. In de onverminkte belijdenis van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk klopt het hart der vaderen.
Aan die belijdenis is het huidige geslacht, 'de kinderen', maar al te zeer ontzonken. Het hart der kinderen is vervreemd van het hart der vaderen. Christus, de hoogste Profeet en Leraar heeft 'de vaderen' onderwezen. Hij onderwijze ook 'de kinderen'. Christus, de enige Hogepriester, leerden 'onze vaderen' kennen naar Zijn rijkdom en algenoegzaamheid als Zaligmaker, zo openbare Hij Zich bij vernieuwing aan 'de kinderen'. Als de eeuwige Koning hebben 'onze vaderen' Hem beleden naar Zijn heilig recht, voor hen persoonlijk, voor kerk en overheid. Zo doe Hij de afgedoolde 'kinderen' weer knielen voor Zijn troon, handhavende Zijn rechten en inzettingen door de Geest der genade en des geloofs. De scheiding die er is tussen de vaderen en de kinderen heffe Hij genadig op. Hij brenge daartoe het hart der vaderen tot de kinderen en het hart der kinderen tot de vaderen'. Tot zover ds. Roscam Abbing.
Het meest uitvoerig getuigde ds. Roscam Abbing van zijn verwachting voor de kerk in Het Kerkelijk Vraagstuk in Nederland op last van de Allerhoogste. Daarover gaat het volgende artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's