De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

De Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond en de Herv. Bond voor Inwendige Zending gaven i.v.m. het H.G.J.B.-project 'De stad zal bloeien - 2' een aansprekend boekje uit, getiteld 'Kerk in de stad' (f 4,50). Hier volgt een stukje over de samenstelling van de bevolking in binnenstadsbuurten in ons land.

'De bevolking van de oude binnenstadsbuurten daalt al sinds lange tijd. In 1920 woonden in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam maar liefst 38.663 mensen op een gebied van 110 hectaren. Dit aantal daalde naar 26.700 in 1960 en naar 12.750 in 1985. Eenzelfde grote daling vond plaats in de andere onderzochte buurten. De Haagse Schilderswijk-Centrum gaf een daling te zien van 33.342 inwoners in 1950 naar 16.882 in 1985. Deze cijfers wijzen op een grote uitstroom vanuit de wijken naar elders. Over het algemeen wordt gesteld, dat met name de mensen, die het economisch en maatschappelijk wat beter kregen, de oude binnenstadsbuurt verlaten hebben. Daarnaast gaat het vooral om gezinnen met kinderen. De achterblijvers zijn dan vooral de kansarmen met een laag scholingsniveau en lage inkomens.
Naast de uitstroom is er ook sprake van instroom van nieuwe bewoners. Vooral de vestiging van buitenlanders in de oude binnenstadswijken is opvallend. Het sterkst is dit het geval in Schilderswijk-Centrum in Den Haag, waar bijna 50% van de bevolking uit buitenlanders bestaat. In het Oude Noorden in Rotterdam ligt dit percentage rond 30%. In de Staatsliedenbuurt in Amsterdam en de Utrechtse wijk waar Lombok deel van uitmaakt gaat het om ruim een kwart van de bevolking. In deze cijfers zijn de "illegalen" niet opgenomen. De grootste groepen buitenlanders zijn steeds de Turken, de Marokkanen en de Surinamers, zij het dat de laatsten vaak niet als buitenlanders te boek staan, doch als rijksgenoten. Binnen de buurten kunnen we vaak weer concentratie-gebieden signaleren. Zo is het percentage in het Utrechtse Lombok 48 en in de Indische Buurt in dezelfde Utrechtse wijk 18.'


Het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond, Postbus 547, Zwolle, gaf een aansprekende 'Katern maatschappijleer voor het voortgezet onderwijs' uit over Mannenwerk (prijs f 7,50). Hier volgt een voor zich sprekend stukje, overgenomen uit 'Gedenkboek Ratrimonium 1927'

Huishouding - man, vrouw, 3 kinderen (uitgaven van een arbeidersgezin per week)

Wittebrood.                                 60
Roggebrood - 8 pond                 36
Hoofdspijs voor maaltijd           126
gemiddeld 18 cts (aardappelen 20 cts., grauwe erwten 18 cts., groene erwten 17 cts. per maal)
Schaapsvlees 1 pond                 25
Spek 1 pond                               40
Zout 1 pond                                60
Boter 1 pond                               70
Vet 1 pond                                  50
Azijn 2 maatjes                             2,5
Koffie 2 ons                                35
Koffiestroop 1 ons                        5
Melk halve kan per dag à 4 cts. 28
Karnemelk                                  36
Olie voor licht 1,5 kan                 19,5
Zeep, stijfsel, blauwsel, soda     15
Garen, band                               10
Tabak                                         17,5
Sigaren                                        5
Postzegels                                   5
Boenders enz.                             5
Inkt, papier, enz.                          2,5
Wrijfwas, potlood, zand               6
Lucifers 1 doosje                         1
Contributie begrafenisfonds        8
Schoolgeld                                10
Huishuur en brandstof               90
                                                 714 cents

De inkomsten bedroegen per week 600 cents. In kleederen verziet de familie, die ook anderszins ondersteuning geeft.
Groningen, mei 1875.


Nederland is een theoloog rijk, die ook ooit promoveerde op een botanisch onderwerp, nl. over bramen. Het is de Leidse hoogleraar prof. dr. Abraham van de Beek, ooit predikant in Lexmond. Hij is daarom wel betiteld als Bramen Bram.
In het laatste nummer van Kerk en Theologie probeert hij de overeenkomsten te beschrijven tussen de botanie en de theologie. Hier volgen enkele fragmenten uit zijn curieuze artikel.

'Sinds mijn middelbare schooltijd heb ik mij beziggehouden met twee wetenschappelijke disciplines: botanie en theologie, de eerste als een uit de hand gelopen hobby, de tweede als deel van mijn beroepswerkzaamheden en tegelijk ten nauwste betrokken op bezinning op levensoriëntatie. Hoewel ik altijd ervan ben uitgegaan dat beide disciplines op een of andere wijze verbonden behoorden te zijn, lukte het mij niet deze relatie nader te thematiseren boven het niveau uit (excusez du peu!) dat de wereld, inclusief de door mij bestudeerde bramen, schepping van God was. Maar de nadere invulling van deze these bleek buitengewoon moeilijk.
Dat betekende dat facto dat hobby en beroep gescheiden bleven en het adegium "Don't make a job of your hobby" voor mij bewaard bleef. Naarmate de wetenschappelijke betrokkenheid en wetenschappelijke ervaring in beide disciplines groeide, trad er echter een steeds grotere mate van vermenging van de problematieken op. Naarmate "the job" meer het karakter van hobby kreeg, werd de hobby meer en meer element van "the job". De relatie tussen beide uit zich vooral in de overeenkomst van een aantal fundamentele problemen en de pogingen tot oplossing daarvan. (...) In systematische wetenschappen is het eerste probleem, dat men losstaande gegevens moet ordenen in een structuur. Het lastige is dat niet alle gegevens zich laten inpassen. Welke structuur men ook bedenkt, altijd springen de feiten als kikkers de kruiwagen uit. Beroemd onder de vorige generatie van Nederlandse botanici was het verhaal van de braam bij het witte hekje van Holdeum bij Nijmegen. Voor ieder die zich met bramen bezighield was het een begrip, men wist meteen waarover het ging. Men had het beeld van de plant voor zich. Maar voor de buitenstaanders was het een bron van spot: zó hoog is het wetenschappelijke niveau van de batologie (de beoefening der bramenkunde) reeds gestegen. Terwijl iedereen sinds Linnaeus keurige binaire Latijnse namen gebruikt, spreken de batologen nog over "de braam van het witte hekje". (...)
Eén braam van het witte hekje is lastig, maar er valt mee te leven en in de batologie mee te werken. Eén lijdensgeschiedenis is in het belijden van de overmacht der liefde aangrijpend, maar het haalt je hele theologie niet direct omver. Maar het moeten er niet teveel worden. De ene braam van het hekje — daarvan lig ik niet wakker, maar de hele rij dozen met "Rubus spec." (de aanduiding voor niet op naam gebrachte bramen) erop in de collectie van het Rijksherbarium hindert me erg. De recente monografie van de bramen van Westfalen geeft achterin een hele lijst van voorheen als soort beschreven, maar in feite niet te systematiseren exemplaren. Ze hebben een naam, maar ze zijn in hun eenvoud geen soort En dan spreken we nog niet over alle niet beschreven exemplaren die niet te determineren zijn. In sommige gebieden loopt dit probleem op tot meer dan de helft van de te vinden individuen. Dan komt het moment nabij dat niet alleen het plezier, maar ook de zin van het syste­matiseren eraf gaat. Ook de meest enthousiaste batoloog haakt dan af en hang zijn snoeischaar in de schuur en gebruikt zijn loupe voortaan voor postzegels. De grote bramenkenner Focke — met slipjas en zwarte bolhoed fier het veld in — heeft na 45 jaar werken aan het geslacht het tenslotte opgegeven. De meesten hebben minder doorzettingsvermogen.

Met één lijdensgeschiedenis kun je een theologie van liefde nog overeind houden, zeker als die lijdensgeschiedenis er een van opofferende liefde is. Maar het moeten er niet teveel worden. Soms krijgt men de indruk, dat het aantal verhalen dat de systematische theologie chaotiseert, groter is dan die deze bevestigen. En een nieuwe invalshoek helpt niets, want daar liggen andere verhalen weer dwars. Soms zou je daarom geneigd zijn om de systematische theologie maar de systematische theologie te laten, gewoon onder te duiken in het werk in de gemeente, zonder je erom te bekommeren hoe het allemaal in elkaar zit of om het christelijk geloof maar het christelijk geloof te laten, omdat er geen touw aan vast te knopen is. Of God nu bestaat of niet de wereld is in elk geval een ongeordende chaos, de wereld van de planten en de wereld van de mensen, de wereld van God. Als ik mij alleen tot madeliefjes beperk, lijkt de natuur erg netjes, maar dan moet ik de bramen erbuiten laten. Als ik alleen trouwdiensten leid, kan ik preken over liefde en geluk, maar dan moet ik de verdere begeleiding van het echtpaar vergeten en niet denken aan de talloze echtscheidingen en gebroken gezinnen. Praktisch valt er nauwelijks mee te leven, laat staan dat je er als wetenschapper met een systematische opdracht iets mee kunt doen — en toch blijft het geheim ons uitdagen. (...)
Botanicus en theoloog zijn beiden in verlegenheid wat betreft de systematische taak van hun bedrijf. Vaak wordt de verlegenheid van de een gezien als een troost voor de ander. Omdat de bioloog ook in moeilijkheden is, voelt de theoloog zich gesterkt in zijn wetenschappelijke niveau. Omdat de theoloog nog veel meer in moeilijkheden is, kan de bioloog zich de illusie maken exact te zijn. Maar in wezen lost het probleem van de ander het mijne nog niet op. Hooguit kan blijken dat de oplossingen die in de ene wetenschap gevonden worden, kunnen helpen om het probleem in de andere discipline beter te benaderen. Ten laatste is het probleem denk ik principieel onoplosbaar: de werkelijkheid is gecompliceerder dan het systeem.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's