Hoop voor de kerk (4)
Naar het getuigenis van ds. H.O. Roscam Abbing (1874-1939)
Verwachting voor de kerk
Begin 1923 schreef ds. Roscam Abbing in Staat en Kerk over de oplossing van het kerkelijk vraagstuk voor de gehele christenheid als een belangrijk onderdeel van het Goddelijk program. Waarbij dan aan Nederland, in verband met zijn roeping en toekomst een zeer bijzondere, en aan niet-Nederland een meer algemene oplossing zal worden gegeven. Geplaatst in de omlijsting van de tekenen der tijden zal deze oplossing in wezen eschatologisch moeten zijn: de toekomst van Jezus Christus'. Zijn gedachten werkte hij nader uit in elf artikelen in Staat en Kerk van februari tot april 1923, die hij later als brochure uitgaf onder de titel Het Kerkelijk Vraagstuk in Nederland op last van de Allerhoogste. Hij wilde de hoofdzaken aanwijzen van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk in ons land; 'van die oplossing die de Heere geven zal'. Daarvan moest hij spreken. Wat hem in de binnenkamer werd meegedeeld, verkondigde hij nu van de daken: het wezen, de wijze en het doel van de oplossing.
Oplossing
Het wezen van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk is de theocratie of Godsregering, 'namelijk dat ook voor deze bedeling eis blijft: niet alleen de kerk, doch ook de overheid, de staat, moet aan Gods wet, aan de Zoon Gods, aan Zijn Koningschap onderworpen zijn'. Ds. Roscam Abbing verwijst in dit verband naar zondag 23 HC en art. 36 NGB. Hij gelooft, dat God met Nederland een bijzondere bedoeling heeft: afschaduwing van de eindontplooiing van Christus' Koningschap op aarde. 'Zo liet dan de Heere bestaan: aankleving aan het Woord. Zo deed Hij: getuigen van het Woord. Zo geeft Hij nu: openbaring door het Woord. Dit alles wil de Heere voortaan bestendigen in Nederland en tot ontplooiing brengen, om daardoor èn middellijkerwijs èn rechtstreeks èn kerk èn volk èn land te regeren. Daarmee geeft Hij ons het wezen der oplossing van het kerkelijk vraagstuk: theocratie. Godsregering'.
De wijze van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk is een Karmelgericht (1 Kon. 18). God gaat land en volk reinigen van de afgoderij door Zijn daad: een aardbeving; 'een daad des te opmerkelijker, omdat zoiets, afgezien van enkele zwakke trillingen, hier geheel onbekend is'. Over dit gericht zegt ds. Roscam Abbing: 'Af te wenden is het echter niet meer! Daarvoor is de kwaal, de afgoderij te uitgebreid, te diep ingeworteld, en de onverschilligheid, de onaandoenlijkheid, de tuchteloosheid en de geestelijke anarchie te groot. De Heere, de Heelmeester zal helen, doch eerst doorwonden; Hij zal genezen, doch eerst verbreken. De eer van Christus en het behoud van Zijn gemeente zijn ermee gemoeid; zowel Zijn heiligheid als Zijn liefde dringen Hem. Hij zit op de troon, voor Hem moet alles zich buigen en daarom geen afgoderij duldt Hij boven Zich, naast Zich, onder Zich, en Zijn gemeente kan Hij niet laten omkomen: hoe diep ook weggezonken, hoe ver ook afgedoold, hoe ook verwikkeld in strikken en netten van de boze — Hij zal haar verlossen uit de muil van de leeuwen en van de hoornen der eenhoornen'. In dit verband spreekt hij over verootmoediging. 'Het heet wel: We moeten ons verootmoedigen of er zij verootmoediging, maar dan ook de hand aan de ploeg!" Doch dat de Heere alleen Nederland verootmoedigen kan, dat Hij het, als Hij het doet, zal moeten doen in een weg, met een middel, door een roede, evenredig aan het gevaarlijke, dodelijke van de ziekte, zie dat wordt nog weinig ingezien. En toch, willen we er ons niet met lippenwerk afmaken, doch is het ons naar de ziel te doen, om de eer van God en de heiliging van Zijn Naam, dan zal het ook bij ons moeten komen tot: Wij hebben ook in de weg van Uw gerichten, U, o Heere verwacht; tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte van onze ziel' (Jes. 26 : 8). Een andere weg tot ontkoming is er niet meer!' De aardbeving zal vergezeld gaan van een beving des Heeren over het gehele volk. Maar de Heilige Geest zal meer doen. Hij zal doordringen tot het hart van land en volk en het altaar des Heeren herstellen: de Ned. Herv. Kerk als openbaring van het lichaam van Christus in Nederland. 'Dat altaar... is verbrokkeld, ligt grotendeels in puin, al bleef, Gode zij dank, het fundament ongeschonden. Door belijdenis en levend geloof, staat het altaar nog gefundeerd in het Woord, in Christus. Door de Geest des Heeren zullen de verstrooide delen worden bijeengevoegd, hersteld wat hersteld, gereinigd wat gereinigd, opgericht wat opgericht moet worden. Juist omdat de Heere het zal doen, geschiedt het op onwederstandelijke wijze. Voor zover nu nog werkzaam ook buiten de vaderlandse kerk, trekt Hij Zich terug naar (op) het erf der Herv. Kerk. Wat zich bovendien zou willen handhaven als kerkformatie, is dan geoordeeld uit te drogen en tot algehele verstening over te gaan. De schaapjes, dolende op duizend bergen, keren door honger en dorst gekweld vanzelf terug, daarheen waar het manna wordt uitgedeeld en het water des levens ruist. Een kerk aldus voor het hele volk, al zou niemand gedwongen worden. Die meent zich te moeten onttrekken, die doe het. Nooit ook zal de Heilige Geest Zich de vrij macht laten ontnemen, om buiten het kerkverband om individueel in deze of gene te werken'.
Doel
Het doel van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk in Nederland is een algemene geestelijke opwekking, die zich uitbreidt over de gehele aarde. De profetie van Joel, die op Pinksteren aanving in vervulling te gaan, moet haar volledige vervulling nog hebben. 'Niet dat de Heilige Geest opnieuw moet uitgestort worden, want dat is reeds geschied. Doch de bedroeving en de uitblussing van de Heilige Geest moet ophouden, opdat Hij des te sterker doorwerke en opvlamme en in die weg de kerk, de gemeente van Jezus Christus, opnieuw haar Pinksterfeest verkrijge. Dat mag verwacht, omdat het beloofd is'. Hij verwacht de vervulling van het Loofhuttenfeest: Welnu sedert de drieduizend tot bekering kwamen, ging het oogsten van de akker der wereld door. Naarmate het Evangelie werd uitgedragen, gaf land na land, volk na volk, zijn vruchten om ingezameld te worden in de hemelse schuren. Doch dat gaat niet immer door. Daar komt een einde aan. En dat einde nadert, naarmate de tijd nabij komt, dat de volheid van de heidenen zal ingaan. Is die tijd daar, dan komt het Loofhuttenfeest, het grote oogstfeest, de doorbreking en verhoogde werking van de Heilige Geest, krachtiger en heerlijker dan toen Hij bij de aanvang van de apostolische eeuw werd uitgestort'. De oprichting van de Godsregering in Neder land staat in verband met de toekomst en de roeping van Nederland in de eindtijd (Openb. 3 : 10). 'De nadere uitwerking daarvan brengt ons midden in de uiteenzetting 'van de laatste dingen'. Daarbij zouden we zelfs terug moeten gaan tot het Oude Testament. Van daaruit zou dan ook eerst het volle licht kunnen vallen op veel van datgene wat staat te gebeuren'. Ds. Roscam Abbing eindigde met: Waakt! Want in de ure dat gij het niet meent zal de Zoon des mensen komen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's