Levenswegen
Onze groei in het geloof gaat niet buiten ons om. Verdieping in de geestelijke dingen is tot op zekere hoogte een kwestie van zelfopvoeding. Wij hebben het in eigen hand de genoemde middelen tot geloofsverdieping aan te wenden of te verwaarlozen. Wij geven daarbij grif toe, dat de lust om ze te gebruiken steeds van Boven moet komen door een verborgen inwerking van de Hellige Geest. Tegelijkertijd wordt de innerlijke groei evenwel bepaald door factoren, die geheel buiten ons om gaan en waaraan wij niets kunnen veranderen. Hij, Die ons leven leidt, is onophoudelijk bezig aan ons zieleleven te arbeiden, óók wanneer wij er onszelf allerminst rekenschap van geven.
Onder tal van elementen daarbij, noemen wij hier eerst onze levenskring. Wij kiezen die niet zelf uit, maar worden ongevraagd geboren in een bepaald gezin. Een hoger hand dan de onze heeft dit vastgesteld. Het is Gods ondoordringbaar bestel, dat de één ter wereld komt in een vrome omgeving, terwijl de ander temidden van mensen opgroeit, die zonder God door de wereld gaan. Nu is het op zichzelf volkomen juist dat men op alle plaatsen en in alle toestanden de Heere kan en moet vrezen. Een Daniël en een Nehemia bleven trouw aan hun God, ook in een puur heidense omgeving. De Heere sterkte hen temeer om trouw blijven, ook waar alles om hen heen er hen van af wilde trekken. Ze groeien door allerlei uitwendige belemmeringen heen in innerlijke kracht en genade. De greep van de Heere klemde zich aan hen vast, meer en meer. Maar de eerlijkheid gebiedt te erkennen, dat dit veelal uitzonderingen zijn. Het neemt niet weg, dat de gewone regel is, dat van een godvrezend gezin een opvoedende kracht uitgaat. Doorgaans belieft de Heere van deze weg gebruik te maken. De jonge Samuël groeit op onder ouders, die hem tot Eli brachten. De levenstoon is er dieper gestemd dan in wereldse kringen. De gesprekstoon draagt het stempel van het Evangelie. Het gedachtenklimaat wordt bepaald door het oordeel van de Heilige Schrift. De zeden en gewoonten zijn er niet alleen toevallig aangenonaen. Er zijn mensen rondom ons, die niet in het tijdelijke opgaan, maar een open oog en oor hebben voor de onzienlijke dingen. Natuurlijk — er zijn óók daar scheuren en spleten te over waardoor de koude lucht van de wereld binnendringt. Er is nooit enige reden tot zelfingenomenheid. Helaas, soms is juist daar een zweem te bemerken van een farizese eigengerechtigheid. Maar men leeft er toch in een sfeer, die het geestelijke leven helpt opbouwen, terwijl een neutraal milieu alles loswrikt en de heilige dingen van Jeruzalem laatdunkend beziet en geringschat. Een gelovig gezin schept wel niet het geloofsleven, maar biedt wel de bakermat waarin het genadeleven groeien en bloeien kan. Moeders met name hebben daar een zeer voorname taak. Het zijn er in de loop der historie niet weinigen geweest, die vooral aan de tere vroomheid van een moeder zeer veel te danken hebben. Het geloof geven, dat kan ze niet. Maar wel helpen bevorderen en ontwikkelen door een fijnzinnig verstaan van haar taak en roeping.
Een tweede element in de geloofsverdieping zijn binnen dit bestek ook de levensomstandigheden. Wij zouden misschien beter kunnen zeggen de levensleidingen. Het is wel eens goed een moment terug te treden in de stilte, tot ons zelf in te keren en na te denken over de levensweg, die wij tot nu toe hebben afgelegd. Het is dan zo, dat wij moeten erkennen dat God het gezin aanwees, waarbinnen wij ter wereld kwamen. Wij hebben dat zelf niet uitgekozen. Maar dit geldt ook ten aanzien van onze levenservaringen. Wij zijn niet overgeleverd aan een toevallige samenloop van onpersoonlijke omstandigheden, er gebeurt niets bij geval. Achter alles bespeuren wij de allesbestierende hand van de Heere. De Heidelberger catechismus heeft dat klassiek onder woorden gebracht in deze uitdrukking: loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, ja, alle dingen komen ons toe uit Gods vaderlijke hand!
Wanneer dat zo is, dan zullen alle dingen als vormende krachten ook medewerken ten goede dengenen, die God liefhebben, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Onder alle dingen vallen in de eerste en voornaamste plaats wel de gewone, alledaagse dingen, waaraan wij nu juist geen bijzondere aandacht plegen te schenken. Wij hebben vaak wel een open oog voor zware slagen en blijde verrassingen wat hun betekenis voor onze geestelijke vorming betreft. Maar deze gebeurtenissen vormen vaak bergtoppen. Opvallende bijzonderheden, die meestal meer beperkt van duur zijn. Maar van het alledaagse gebeuren gaat daarentegen veel grotere invloed uit. Het is daarmee als met de gestaag vallende druppel, die zelfs de hardste steen uitholt. Het kleine gebeuren van iedere dag is in Gods hand het middel om ons geestelijk leven te ondersteunen, te verdiepen en te louteren. Wij vinden er een goede beschrijving van in Jeremia's beschrijving van het werk van de pottenbakker. Deze kunstenaar neemt een kluit van het weke leem en werpt die op de draaiende schijf. De schijf tolt onophoudelijk in hetzelfde kleine kringetje rond. Maar juist onder dit ronddraaien maakt de pottenbakker door een zwakke druk van vinger en hand zijn prachtige vaas op de schijf.
Welnu, zo handelt de hemelse Pottenbakker ook met ons. Ons leven is in menig opzicht een eentonige kringloop. Altijd weer dezelfde arbeid. Elke morgen dezelfde gang naar de school, het kantoor en de fabriek. Elke middag hetzelfde aanzitten aan tafel. Aldoor jarenlang hetzelfde gezelschap; dezelfde familie jaren aaneen, dezelfde buren tientallen jaren. Wij tollen rond en klagen heimelijk wel eens over de monotonie van ons leven. Laten wij nu evenwel niet vergeten, dat de grote Pottenbakker juist op die draaiende schijf van het alledaagse leven met ons bezig is om ons naar Zijn evenbeeld te vormen. In elke gebeurtenis, in iedere kleinigheid gedacht of ongedacht, hebben wij de vingerdruk van de opperste Kunstenaar te herkennen. Schokkende levensgebeurtenissen als een bruiloft en een sterfgeval komen wel in ieders leven voor — maar het is toch doorgaans spaarzamelijk. Af en toe — zo nu en dan. Het alledaagse, dat rusteloos herhaald wordt, ja, ook het allerkleinste gebeuren — daarin is bovenal de druk van Gods besturende hand. God werkt het liefst met kleinigheden aan onze geestelijke opvoeding, maar dan doet Hij het ook de gehele dag door. Hij heeft geen ingewikkeld mechanisme nodig om vaten ter ere voor zijn tempel uit ons ongevormde leem te maken. Alleen een schijf, die aldoor in dezelfde kring ronddraait en een lichte vingerdruk is daarvoor meer dan genoeg. Onderschat nooit het gewicht der kleinigheden. Een slapeloze nacht, een kleine ontmoeting, een bagatel, een terloops daarheen gesproken woord, een enkele gedachte uit een boekje kunnen ons gehele leven fundamenteel veranderen.
Wie deze blik op het leven heeft, begrijpt er pas de rijke betekenis van. Menigeen vindt het leven dof en monotoon, omdat er zo weinig opzienbarends in plaatsvindt. Het lijkt zo zinloos om jarenlang weer in allerlei kleine dingen bezig te zijn. Voor tal van huisvrouwen gaan de weken, maanden en jaren op in louter huishoudelijke arbeid. Vele ambachtelijke werkers zien hun uren bezet met werk, dat ze wel kunnen dromen. Menigeen vindt het eindeloos vermoeiend en vervelend. De typiste typt in razende snelheid letter na letter, maar er komt aan het einde een prachtige brief te voorschijn. Er ligt een ongevormde klomp leem op de schijf van de pottenbakker, maar het eindresultaat is een sierlijke vaas.
Wij moeten de schoonheid van het alledaagse en gewone recht in het oog hebben. God gebruikt het om ons innerlijke leven te vormen, te veredelen en te verdiepen. Doe niet laatdunkend door te denken: hoe kan een mens nu innerlijk groeien door vaak eentonige arbeid tot in het eindeloze te herhalen? Wij leren juist door die gedurige herhaling trouw, volharding, toewijding, nauwkeurigheid. Zijn dat geen deugden, die een mens sieren kunnen? Wij denken aan de koster van de kerk uit onze geboorteplaats, die er een eer in stelde om het koper zo blinkend mogelijk te houden, 't Is voor de dienst nooit schoon genoeg. Zijn geheim lag in een tere vreze des Heeren. Een enkele maal moed en volharding te betonen, dat kan ons wel eens boven onszelf doen uitgrijpen. Maar jarenlang stipt en trouw te zijn — dat vormt een karakter en is ook een blijk van gehoorzaamheid. De noodzakelijkste eigenschappen worden heel langzaam door de gewone levensgang gekweekt. Er is nooit alleen eentonigheid. Er is ook vorming vanwege Gods hand.
Wanneer wij dit aanvaarden, dan is het niet meer van belang wat wij voor werk doen, het is veel belangrijker te vragen wat God door dat werk met òns doet. Hij bouwt ons daardoor van binnen op. Wij zijn lang niet altijd gedwee en gehoorzaam. Menig keer bars en weerstrevend, onwillig. Wie eenswillend met de Heere wordt, ziet niet meer uit de hoogte op de eentonigheid van zijn levensgang. Hij weet, dat de Heere hem vormt, niet zozeer door overrompelende gebeurtenissen, maar vooral door gedurige herhaling. Het leem, dat niet op de draaischijf wil, blijft een vormeloze klomp. Het loopt weg uit Gods hand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's