De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het functioneren van de gemeente (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het functioneren van de gemeente (1)

9 minuten leestijd

Ondergetekende hield de afgelopen jaren in een aantal gemeenten een lezing over 'Het functioneren van de gemeente'. In enkele afleveringen wordt deze in ons blad geplaatst. Met name ten aanzien van het slot, waarin het gaat over de charismata, houd ik mij aanbevolen voor reacties uit de lezerskring.

Wij spreken veel over de kerk en we bedoelen dan meestal de kerk in de bredere verbanden, zoals ze functioneert of niet functioneert in de vergaderingen van de Generale Synode of andere ambtelijke vergaderingen. Vaak vergeten we echter, dat het woord kerk in de Schrift nauwelijks voorkomt. Op vele plaatsen wordt wel van de gemeente gesproken.
Als we dan tòch over de kerk spreken, dan hebben we de gemeente op het oog. Het hart van de kerk klopt in de christelijke gemeente, in de bediening van Woord en Sacrament, in catechese en diakonaat en in het pastoraat, dat in de gemeente wordt geoefend. Als de geméénte niet meer functioneert, kan ook de kèrk niet meer functioneren. Dat hebben we in deze tijd goed te onderkennen. Soms wordt gesproken over 'kerk buiten de kerk'; verder wordt vandaag ook gesproken over een 'conciliaire kerk'. Het gaat dan steeds om een kerk, die zich nationaal en internationaal naar buiten manifesteert met politieke uitspraken of door een bepaalde maatschappelijke betrokkenheid. De gemeente ligt dan vaak ver buiten het blikveld.

De gemeente
Als het dan gaat om de gemeente zullen we moeten onderkennen, dat in vele plaatsen geen christelijke gemeente meer bestaat of dat deze klein en als tot niet gekomen is in de ogen der mensen (art. 27 N.G.B.). Wanneer dat het geval is, komt het woord uit Hebreeën 6:10 op ons af. Daar lezen we, dat het onmogelijk is dat diegenen, die eens verlicht zijn geweest, de hemelse gaven gesmaakt hebben, de Heilige Geest deelachtig zijn geweest, gesmaakt hebben het goede Woord Gods en de krachten van de toekomende eeuw en die afvallig worden, weer tot bekering te brengen. Als dit voor een gemeente geldt, kan dit ook gelden voor het verband van gemeenten, wat we dan met de naam 'kerk' aanduiden. Luther heeft eens gezegd: Das kommt nur einmal, das kommt nicht wieder'.
Verder kunnen we ten aanzien van de gemeente de vraag stellen waar haar adres is. We worden dan gesteld voor de nood van de verscheurdheid van het lichaam van Christus. Deze nood is niet op te lossen door te spreken over de onzichtbare kerk, want de kerk treedt voortdurend in de zichtbaarheid, aldus Calvijn. Dat zou moeten betekenen, dat de gemeente van Christus ook een eenduidig adres heeft. Wanneer Paulus zijn brieven richt aan de gemeente Gods, die te Corinthe of te Galate is, dan is het adres bekend. In onze situatie is adressering van brieven echter onmogelijk geworden zonder aanduiding welke gemeente we bedoelen. Anderzijds mogen we met dankbaarheid constateren, dat de gemeente van Christus er nog is. De gemeente is ooit de smidse van de Heilige Geest genoemd. Ze is daar, waar de Heilige Geest het kerkvergaderende werk ook in onze tijd voortzet.

De gemeente naar haar aard
John Wesley heeft eens gezegd: 'Mijn gemeente is de wereld'. Hij bedoelde daarmee: als ik de wereld wil leren kennen, moet ik in mijn gemeente zijn, want deze bestaat uit zondaren. Wil ik het kwaad in de wereld aanwijzen, dan kom ik ook in mijn eigen gemeente terecht, want het onkruid woekert ook daar. Daarom heeft elke dienaar van het Woord de roeping om allereerst in eigen tuintje te wieden alvorens de wereld aan de orde komt.
Op de Assemblée van de Wereldraad van Kerken in 1976 in Nairobi werd echter gezegd: 'De wéreld is mijn gemeente'. Dat is een Copernicaanse wending ten opzichte van de uitdrukking van John Wesley. Hier is de gemeente tot de wereld verbreed. Daarachter ligt de gedachte van de algemene verzoening. Eigenlijk is dan ieder verzoend met God en gaat het nog verder om betere, sociale verhoudingen onder de mensen en tussen de volkeren. Eerlijk le­zing van de Schrift doet echter constateren, dat gemeente en wereld niet samenvallen. De gemeente van Christus is gebaseerd op de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16. Christus vraagt aan Zijn discipelen: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?' Dan worden verschillende antwoorden gegeven. De één zegt: 'Elia', de ander: 'Jeremia', weer een ander: 'een profeet'. Maar het antwoord van Petrus is: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. En het antwoord van Christus is: 'Gij zijt Petrus en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen'.
De gemeente is gebaseerd op de belijdenis van Christus als Zoon van God en zó is Christus het Hoofd van Zijn gemeente.

Navolging
Als gezegd, gemeente en wereld vallen niet samen. Er loopt een beslissende scheidslijn door de wereld. Daarom zegt Christus in Lukas 12 tot Zijn discipelen: Vreest niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen geweest ulieden het Koninkrijk te geven' (Luc. 12 : 32).
En in Matth. 10 : 16 zegt Christus: Ik zend u als schapen temidden van de wolven'. In Joh. 15 : 18-19 luidt het Woord van de Zaligmaker: Indien de wereld u haat, zo weet dat ze Mij eer dan u gehaat heeft. Ik heb u uit de wereld uitverkoren, daarom haat u de wereld'. Diezelfde gedachte treffen we aan in Joh. 17 : 14. En in de eerste zendbrief van de apostel Johannes lezen we: Verwondert u niet, mijn broeders, zo de wereld u haat' (1 Joh. 3 : 13).
Een centrale notie in het Evangelie is het woord van Christus: 'Zij hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten'. Waarom? Wel, Christus zegt: 'De wereld haat mij, omdat Ik van haar getuigd heb, dat haar werken boos zijn'.
Zo vormt de gemeente, de kleine kudde, een storend element in de wereld. De gemeente is wereld-vreemd. Ze draagt met zich en in zich het 'skandalon', de ergernis van het kruis. Soms heeft dat heel concreet tot vervolging van de christelijke gemeente geleid. De Gode vijandige wereld verdroeg niet alleen God niet, maar ook de christelijke gemeente niet. In tijden van vervolging heeft de gemeente moeten ervaren kruisdrager te zijn. Christus Zelf heeft op het kruis voor de schuld der Zijnen betaald. Maar de Zijnen, in de christelijke gemeente, zijn — in navolging — ook kruisdragers geweest, door de tijden heen. De gemeente is daarom meer gemeente onder het kruis dan gemeente in glorie geweest.
Maar ook waar geen nadrukkelijke vervolging was, is er toch vaak sprake geweest van het dragen van stille smaad. De gemeente van Christus wordt wel geduld, terwijl toch niet verdragen wordt, dat zij anders is: wel in de wereld, maar niet van de wereld. Het geheim van de gemeente is immers haar uitgeroepen zijn, apart gezet zijn.

Hoe functioneert de gemeente?
De gemeente fungeert ten diepste door de Heilige Geest. De gemeente van Christus wordt bijeengeroepen en geleid door Woord en Geest. Die gemeente is daar, waar het Woord recht gesneden wordt en waar de sacramenten worden bediend naar de instelling van Christus en waar de tucht functioneert. Als wij de gemeente naar haar eigen áárd willen typeren, dan komen we terecht bij datgene, wat art. 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijft ten aanzien van de kerk. De kerk is 'een heilige vergadering van ware Christgelovigen, al hun heil en zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest'.
Dit is een hoge belijdenis. Ze geldt voor de (smalle) gemeente, die echt leven mag uit de kruisverdienste van Christus. Die gemeente kan klein en als tot niet gekomen zijn in de ogen der mensen, maar het aantal leden van de gemeente is niet beslissend. Waar twee of drie in de Naam van Christus bijeen zijn, wil Hij in het midden zijn.
Een dominee in Engeland nam na jarenlange dienst afscheid van zijn gemeente voor in totaal twaalf toehoorders. Diep bedroefd kwam hij thuis en dichtte toen het gedicht 'Blijf bij mij Heer, want de avond is nabij'. Dit gedicht is in vele talen vertaald en zo de hele wereld overgegaan.
Ook een kleine gemeente mag bemoedigd zijn: de Heere is mijn Herder.
Ook een kleine gemeente mag troost putten uit de belijdenis, dat Christus op het kruis de machten heeft onttroond (Col. 2 : 15). Hij heeft de machten overwonnen. Ze hebben nog wel speelruimte, maar liggen aan de ketting. De overwinning op de machten is op het kruis definitief behaald. We mogen hoop op God hebben. Hij houdt Zijn gemeente in stand. Telkens weer wordt een gemeente, die er nog niet was, uitgeroepen uit de wereld.
Wie worden uitgeroepen uit de wereld? De Schrift zegt: 'Gij die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt. Een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom. Een heilig volk, een verkregen volk om te verkondigen de deugden Desgenen Die u geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar Licht'.

Verbond
Dit alles wil niet zeggen, dat de gemeente telkens weer letterlijk uit de wereld geroepen wordt. De gemeente is ook gemeente van het verbond. In de lijn der geslachten gaat God door met Zijn gemeente te vergaderen tot aan het eind van de tijd. De Doop is van dit kerkvergaderende werk van de Heilige Geest een machtig teken. Door de doop worden we apart gezet en zo ook geheiligd. Art. 27 spreekt ook echter duidelijk van het gewassen worden door het bloed van Christus en het geheiligd en verzegeld worden door de Heilige Geest. Het is nodig, dat we van de gemeente van Christus een levend lidmaat worden en zijn door de levenmakende bediening van de Heilige Geest. Is dat het geval, dan zullen we dat ook eeuwig blijven. Behoren tot het volk Gods is geen zaak van natuurlijke geboorte, maar van wedergeboorte. Maar de genadegift en de roeping van God zijn onberouwelijk. De Heere roept mensen in de gemeente uit de duisternis tot het wonderbare Licht.
Een streep zou ik nog willen zetten onder de verzegeling met de Heilige Geest, waarop artikel 27 wijst. In 2 Cor. 1 : 22 spreekt Paulus ervan dat Christus ons heeft verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten heeft gegeven. Dit staat tegen de achtergrond van de beloften, die in Jezus Christus 'ja en amen zijn' (vs. 20). In Ef. 1 : 13 wordt ook gesproken over de verzegeling met de Heilige Geest der belofte. Zonder het beloftekarakter van het geloof te veronachtzamen, mag er toch wel nadruk op worden gelegd dat de verzegeling met de Heilige Geest een zaak van vervulling ook is van het hart met de Heilige Geest. Waar de Heilige Geest werkt is ook sprake van een inwendige werking, zodat wij God liefhebben met hart, ziel, verstand, gemoed en kracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het functioneren van de gemeente (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's