De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Dezer dagen verscheen bij uitgeverij Kok te Kampen het proefschrift van dr. J.J.M. de Hart over 'Levensbeschouwelijke en politieke praktijken van Nederlandse middelbare scholieren'. Hier volgt een gedeelte uit dit proefschrift over 'Kerkbezoek':

'Betreffende het kerkbezoek hebben we al geconstateerd dat een op de vijf scholieren ongeveer met wekelijkse frequentie kerkdiensten bezoekt, terwijl bijna 40% helemaal nooit gaat. Dit zijn percentages die maar weinig verschillen met die welke op het volwassen deel der bevolking van toepassing zijn. (...) We hebben onze respondenten gevraagd hun huidige kerkbezoek te vergelijken met hun kerkgang toen ze ongeveer 10 jaar oud waren. Het aantal jongeren dat vrijwel wekelijks ter kerke gaat blijkt reeds in de korte tijdspanne die sedertdien is verlopen (5 à 7 jaar) met 17% te zijn teruggelopen. Het aantal scholieren dat nooit een kerk bezoekt steeg daarentegen met 13%. Zowel op tienjarige leeftijd als momenteel blijkt overigens te gelden dat men òf (tamelijk) regelmatig òf (bijna) nooit ter kerke gaat. Slechts een kleine minderheid gaat af en toe.
Een vergelijking tussen de kerkinrichtingen leert ons het volgende.

De frequentie waarmee de scholieren naar eigen zeggen ter kerke gingen op 10-jarige leeft vergeleken met hun kerkbezoek momenteel, kerkelijke richting van de moeder.

Kerkrichting moeder: Zie tabel.

De scholieren van gereformeerde huize en uit de milieus van de kleine protestantse kerken worden gekenmerkt door de meeste stabiliteit in de kerkgang, als is ook onder hen onmiskenbaar sprake van een afname. Bovendien betreft het voornamelijk regelmatige kerkgangers die de frequentie kerkgang van hun kinderjaren voortzetten. Vergeleken met de overige denominaties vinden we daarentegen onder de jongeren uit Nederlandse hervormde gezinnen relatief veel niet kerkse scholieren die reeds in hun vroegste jeugd niet of nauwelijks vertrouwd waren met het bezoeken van kerkdiensten, hetgeen erop duidt dat de terugloop in het kerkbezoek bij hen het minst recent is. De rooms-katholieken spannen de kroon wat de afname in de kerkgang sinds de kindertijd betreft.
Voorts is aan de kerkgangers onder onze respondenten nog gevraagd hoe vaak zij zouden gaan wanneer hun ouders geen enkele invloed op de kerkgang zouden uitoefenen. Vooruitlopend op hoofdstuk 6 kan worden gesteld dat ongeveer 30% van de huidige kerkgangers in dat geval nog tamelijk regelmatig of regelmatig ter kerke zou gaan, daarentegen zou 42% dan praktisch nooit of helemaal nooit meer gaan. Dit impliceert dat het totale percentage regelmatige kerkgangers onder de scholieren van 19% tot slechts 9% zou teruglopen wanneer de ouders hun kinderen volledig vrij zouden laten, terwijl het percentage dat nooit een kerkdienst bezoekt zou stijgen van 39% naar 47%.
Tevens lieten we de respondenten die wel eens in een kerkdienst of godsdienstige bijeenkomst participeren aangeven hoeveel belang zij meestal hechten aan hun kerkbezoek. Ongeveer een op de vijf kerkgangers zegt tamelijk veel, niet meer dan een op de vijfentwintig kerkgangers zelfs heel veel betekenis te hechten aan hun kerkbezoek. Daarentegen geeft een op de drie kerkbezoekers aan dat hun kerkgang nauwelijks iets of helemaal niets voor hen betekent. De grootste groep, namelijk ruim 40%, neemt een neutrale houding aan.'


'Zekere dr. Michael Kami uit Amerika zei dezer dagen, dat we eerst 5000 jaar een agrarische economie hebben gehad. Daarna 300 jaar een industriële economie. En nu 9 jaar een informatie-economie. De hoeveelheid beschikbare informatie is 600 keer vergroot De druk voor leidinggevende mensen Is zeer toegenomen, zodat zij drie keer sneller dan voorheen beslissingen moeten nemen. Daardoor zijn ze weer zeer afhankelijk van de juiste gegevens.
Dit leert ons hoezeer de druk der tijden toeneemt.'
(De Wachter Sions)


Hier volgen twee gedichten van de dichter Dirk Rafaëlsz Camphuyzen, overleden in Dokkum in 1627 op 41-jarige leeftijd. Het tweede is zeer bekend.

Uitbreiding over Psalm 121

Ik hoor trompetten klinken:
De vijand is nabij.
Ik zie harnassen blinken
En niemand is met mij.
Het hart klopt door 't benauwen,
Dies laat ik diep beschroomd,
't Gezicht 't gebergt aanschouwen,
Of daar geen hulp van koomt.

Daar is geen hulp voorhanden,
Voorhanden, dan van God,
Van God, die 's werelds landen
Heeft onder zijn gebod.
Van God, die 's hemels lichten
Heeft onder zijn gebied.
En die 't weleer al stichtten
Dat 's mensen oge ziet.

Geen kwaad en kan u deren!
't Zij of gij buitenshuis
U zelven moet generen
Daar is geen vrees voor kruis!
't Zij of gij binnen deuren
In uwen huize bent,
Geen kwaad kan u gebeuren
Van nu tot aan uw end!

***

Daar moet veel strijds gestreden zijn;
Veel kruys en leeds geleden zijn;
Daar moeten heyl'ge zeden zijn;
Een naauwen weg betreden zijn;
En veel Gebeds gebeden zijn;
Zoo lang wij hier beneden zijn;
Zoo zal 't hier na in vreden zijn.

(Uit 'Op Weg met de Ander')

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's