De hemel op aarde?
Mattheüs 17 : 1-9
Leren bidden
Drie mochten er mee. Een hoge berg op. Wat een voorrecht. Anders ging Jezus alleen. Nu mochten ze mee: Petrus, Jacobus en Johannes. Op zo'n berg zocht Jezus de eenzaamheid. En dat wil Hij de Zijnen blijkbaar ook leren: de eenzaamheid zoeken. Bergbeklimmen is daar heel geschikt voor. Op vakantie in Zwitserland bijvoorbeeld. Je laat het aards gedruis achter je. Je geniet van het uitzicht. 't Is net of je dichter bij de hemel bent, dichter bij Gods majesteit. Jezus deed dat vaak 's avonds. Ook de avond is daar zeer geschikt voor. De drukte is dan voorbij, de stilte valt. De zon gaat onder. Zoek — ook in de stad! — zulke plaatsen en tijden. Anders draai je door.
Mijn beê, met opgeheven handen
klimm' voor Uw heilig Aangezicht
als reukwerk voor u toegericht
als offers die des avonds branden.
Jezus gaf het voorbeeld.
Dat moet wat geweest zijn: Jezus te zien en te horen bidden.
Kijk, Zijn gezicht straalde ervan. Zijn gedaante veranderde ervan. In de donkere nacht zien ze Zijn lichtende gestalte. De heerlijkheid des Heeren omscheen Hem. Indrukwekkend!
Leren luisteren
Maar daar kwam nog iets bij. Daar kwam iemand bij. Zien ze dat goed? Mozes — en Elia!
Mozes, wiens gezicht ook straalde toen hij op de berg Sinaï bij God geweest was. Daar moesten ze al aan denken. Mozes, die het volk bevrijdde en Gods wet gaf. Mozes, die op de berg Nebo (alweer een berg) met het uitzicht op het beloofde land stierf. Nu was hij dan toch even in het beloofde land, op de berg Thabor!
En Elia, die op de berg Karmel (alweer een berg) Israël terugriep van de Baäldienst tot de levende God. Elia, die op de vlucht voor Izebel, door God bemoedigd, pelgrimeerde naar de berg Horeb, waar God Zijn verbond met het volk eenmaal gesloten had. Elia, die met een onweer ten hemel voer, eeuwen geleden. Nu hier? Hoe kan dat? Was het wel echt? Was het geen visioen? Dat zou kunnen. Na afloop zal Jezus zeggen: vertelt niemand dit 'gezicht', dit visioen! Maar 't is, — zegt Calvijn — toch onwaarschijnlijk: dan zouden Jezus en de drie discipelen alle vier hetzelfde visioen gehad hebben. Nee, dit moeten Mozes en Elia in eigen persoon zijn geweest. Zei Jezus over de aartsvaders niet: 'God is geen God der doden, maar der levenden? (Lc. 20). Voor Hem leven zij allen!' Dan kan Hij ze ook uit de hemel naar de aarde zenden. Maar ook — juist — als Hij dat niet doet, geldt voor ons: 'Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij dié horen' (Lc. 17). Mozes en Elia staan voor: de Wet en de profeten. 'Onderzoekt de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen.'
Dat is voor ons het pariool: goed luisteren naar de Schriften. Laten we in onze stille tijden niet alleen leren bidden, maar ook leren luisteren. Wat zeggen Mozes en de profeten? Weet u het? Weten jullie het, jongelui? Waarover spraken zij eigenlijk, Mozes en Elia? Wat kwamen ze boodschappen? Zelfs Mattheüs en Marcus weten het niet. Wat vreemd. Maar Lucas heeft blijkbaar doorgevraagd bij het drietal en weet te melden: En dezen, gezien zijnde in heerlijkheid, spraken over Zijn uitgang die Hij zou volbrengen te Jeruzalem' (Luc. 9:31). Over Zijn 'exodus'. Over Jezus' lijden en sterven dus. Schokkend eigenlijk: vanuit hun hemelse heerlijkheid spraken zij over Zijn lijdensweg. Zijn heengaan, 't Is ook Lucas, die vermeldt dat de discipelen in slaap waren gevallen en ineens wakker schrokken. Is het hen daarom bijna ontgaan wat Mozes en Elia zeiden?
O, wat is luisteren moeilijk. Jezus had een week tevoren juist gezegd, dat Hij, — inderdaad de Messias — eerst moest lijden, en Petrus had toen verontwaardigd gereageerd: dat nooit! Je hoort niet wat je wil horen. Willen wij ervan horen: van het lijden, van het kruis, van Goede Vrijdag? Deinst u ook terug in de lijdenstijd, bij het Avondmaal? Een Heiland aan een paal, — is dat, is dàt mijn Koning? Is dàt aller vaad'ren wens? Is dat, is dàt Zijn kroning? Ook 'na ontvangen genade' moet de ergernis van het kruis nog overwonnen worden. Je kunt wel een discipel zijn geworden en er toch dwars voor staan. Petrus wil wel een hemel op aarde, maar geen lijdensweg. Hij zegt: goed dat wij hier zijn, zullen wij drie tenten voor u bouwen? Blijkbaar vril hij loofhuttenfeest gaan vieren. Als Mozes en Elia aanstalten maken om afscheid te nemen, wil Petrus dit zalige ogenblik vasthouden. Hij wil het mooi houden. En wie zou er geen hemel op aarde willen? De verheerlijking op de berg heeft iets van het beloofde Koninkrijk! Had Jezus niet vlak tevoren gezegd, dat sommigen niet zouden sterven vóór zij 'het Koninkrijk Gods hadden zien komen' (Lc.) ofwel: 'de Zoon des Mensen hadden zien komen in Zijn Koninkrijk' (Mt.). En wat is het Koninkrijk dat Jezus predikte anders dan 'de hemel op aarde' zonder ziekte, zonde en dood? Wie verlangt er niet naar het verloren paradijs? Maar de zonde is in de wereld gekomen en door de zonde de dood; en daarom is er geen andere weg dan dat Jezus de last daarvan op Zich neemt. Mozes en de Profeten hebben Hem daarin de weg gewezen. Hem in die lijdensbereidheid bevestigd en bemoedigd. Een wolk van getuigen die Hem de loopbaan doen lopen en Hem voor de voorgestelde vreugde het kruis doen aanvaarden.
Op deze berg der verheerlijking kruisen al Gods wegen: hier raakt het Oude Testament het Nieuwe, hier raakt de Wet het Evangelie, hier ontmoeten profeten apostelen, hier raakt de hemel de aarde. Machtig uitzicht. Kruispunt. Hoogtepunt.
Leren afzien
Petrus wilde een theologie van de glorie i.p.v. een theologie van het kruis. Dat komt meer voor. De middeleeuwse gothische kathedralen zijn op de glorie gebouwd. Onder machtige gewelven schrijdt men tussen heiligenbeelden naar het koor, waar in glas-en-lood Christus als Koning regeert. Wie let er nog op, dat zo'n kathedraal in kruisvorm is gebouwd? Tabernakel-bouwen — dàt is mooi! Wij protestanten hebben weer andere bouwsels: Wij bouwen vaak gezellige tentjes, wij sluiten Mozes en de Profeten, Jezus Zelf ook, dan op in onze hokjes. Wij annexeren dan de Heiland voor onze richting. Petrus moest van zijn bouwsels afzien en wij met hem. Ook discipelen moeten veel afleren. Laten we met Gods machtige openbaring niet zo kleinburgerlijk omgaan.
Leren opzien
In plaats van tabernakelen komt er een wolk, die de mannen Gods overschaduwde. Wolken openbaren en verhullen Gods presentie. Zo daalde God in een wolk af op de Sinaï. Hoor, God spreekt. Een stem zegt: 'Deze is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem!' Geen wonder dat de discipelen van angst op de grond vallen. Dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven. Laten wij zondaars toch niet gering denken van Gods heiligheid. Maar dan komt Jezus naar hen toe, raakt hen aan en zegt: staat op en vreest niet. 'En zij zagen niemand dan Jezus alleen'! Hoort Hem, en ziet Hem. Wie Jezus hoort en ziet, hoeft voor Gods gericht niet te vrezen.
Mozes en Elia waren weer vertrokken, de wolk week weg, maar Jezus bleef bij hen en troostte hen. Hier licht al iets op van Zijn Middelaarschap. Zie hier de Middelaar van het Nieuwe Testament!
O, als wij in de eredienst, op de preekstoel en aan de Avondmaalstafel, niemand meer mogen zien dan Jezus alleen! Ik zag u niet meer staan, zei een vrouw mij, ik zag Jezus alleen. Als Mozes en Elia al moesten terugtreden, dan moeten wij met een domineeskerk maar helemaal oppassen. Zalige tijden zijn ervoor, om het kruis beter te kunnen dragen, oasen zijn voorsmaken van de eeuwige vreugde, die duur gekocht is. Sommigen zijn, als deze drie discipelen, dieper ingeleid dan anderen, maar allen mogen ervan horen. Luister goed, u wordt geroepen. Een hemel op aarde? Soms...
Eéns!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's