Oost-Europa: wisselende tonelen (5)
Een van de meest brandende kwesties in Oost-Europa, die ook de kerken raakt, is het nationalisme. In de meeste staten wonen etnische minderheden; groepen, die een eigen taal spreken en tot een ander volk behoren dan de meerderheid in het land. Soms hebben ze daar eeuwenlang gewoond, zoals de Hongaren in Zevenburgen en de Duitssprekende Saksen, die zich daar in de Middeleeuwen vestigden. Anderen werden pas in onze eeuw burgers van een ander land, dan waartoe ze als volk behoorden. Na de Eerste Wereldoorlog werd bijvoorbeeld bij de vrede van Trianon een groot gedeelte van Hongarije aan de omliggende landen toegewezen. Enige miljoenen Hongaren werden zo plotseling een minderheid in een ander land. Anderzijds herbergt het huidige Hongarije ook minderheden, evenals Polen en de DDR. Zoals bekend bestaat Joegoslavië uit verschillende volken, die elk een eigen identiteit hebben.
De Sovjetunie is niet alleen de grootste staat van Oost-Europa, ze is ook het land met de meeste volkeren. Het tsaristische Rusland voerde al een politiek, waarbij men zoveel mogelijk omringende landen onder het eigen bewind trachtte te brengen. Na de revolutie is dat beleid door de communistische regering met kracht voortgezet. De Sovjetunie is nu een vergaarbak van meer dan 100 verschillende volken, die elk hun eigen taal spreken en dikwijls een eigen godsdienst aanhangen. Onder het bewind van Stalin vonden bovendien massale volksverhuizingen plaats, waarbij allerlei bevolkingsgroepen met geweld naar andere delen van het land gebracht werden. Uit angst voor opstanden of louter uit wraak voor verzet tegen zijn bewind, liet Stalin sommige volkeren eenvoudig naar de andere kant van de Sovjetunie verplaatsen. Verder stimuleerde hij de migratie van etnische Russen, die in verschillende republieken de regerende bovenlaag moest vormen. In het onderwijs werd het Russisch als centrale taal ingevoerd, terwijl de locale talen als keuzevak gegeven konden worden. Hoewel zijn opvolgers Stalins politiek afwezen, hebben ze de russificatie voortgezet. Een gedeelte van de huidige etnische problemen vindt daarin zijn oorzaak.
Verdrukking
Gorbatsjovs politiek van perestroika, glasnost en democratie heeft krachten losgemaakt, die lang onderhuids voortleefden. Tot nu toe werden ze echter door een krachtig centraal gezag onderdrukt. Het communisme en de overheersing door de partij waren lange tijd de bindende factoren, die de verschillende groepen met geweld samenhielden. Het land werd centraal bestuurd; de top van de partij maakte uit, wat er in de provincie gebeurde; op economisch gebied werd door centrale planning geen ruimte gelaten voor eigen initiatieven. Het internationalisme, zoals Lenin predikte, was hèt wapen tegen nationalistische gevoelens, die als staatsgevaarlijk gezien werden. De absolute macht van de partij en de voortdurende controle door de KGB zorgden ervoor, dat niemand het zou wagen zich zelfstandig van Moskou op te stellen. In Roemenië werd de verdrukking van de minderheden gebruikt als een middel om het nationale bewustzijn te versterken en de aandacht af te leiden van de grote problemen, waarin het land verkeerde. De regering Ceaucescu zette de bevolking welbewust op tegen de Hongaarse minderheid en vervalste de geschiedschrijving om de macht te behouden. Met de Saksen van Duitse afkomst werd een soort mensenhandel gedreven, omdat de bondsrepubliek een 'losprijs' betaalde voor ieder, die een uitreisvisum kreeg.
De bevolking van sommige republieken in de Sovjetunie heeft zich altijd sterk gemaakt voor de eigen zelfstandigheid. De Baltische staten zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Lang heeft men daar gezucht onder verdrukking van vreemde overheersers. De korte periode van onafhankelijkheid in deze eeuw werd na het accoord tussen Stalin en Nazi-Duitsland door een gedwongen aansluiting bij de Sovjetunie beëindigd. Na ommekeer in de Tweede Wereldoorlog heeft Stalin talloze Balten laten doden of deporteren. Grote groepen Russen stroomden toe, zodat de oorspronkelijke bewoners in de minderheid dreigden te komen.
Elders leefde ook het verlangen naar zelfstandigheid. In de zuidelijke republieken Armenië, Azerbajdzjan en Georgië heeft men altijd een eigen invulling gegeven aan de band met de centrale regering. Moskou was ver weg en hoewel men zich richtte naar de voorschriften, werden die op een eigen wijze uitgelegd. Corruptie vierde hoogtij; men schuwde bepaalde maffia-praktijken niet. Met name de Georgiërs zijn op dat gebied berucht. De politiek van Gorbatsjov, die zich tegen corruptie richt, is dus ook een bedreiging voor talrijke regionale en locale machthebbers. Hieruit worden de huidige etnische problemen mede verklaard.
Tegenstellingen
De hoofdzaak is echter, dat er vanouds grote tegenstellingen zijn tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Dikwijls ligt de oorsprong daarvan in het verre verleden. Minderheden van nu waren soms vroeger de overheersers van de huidige meerderheid. Bovendien is er meestal ook sprake van een godsdienstige tegenstelling, die daarmee gepaard gaat. De problemen in de zuidelijke Sovjetrepublieken worden onder meer veroorzaakt door de strijd tussen christenen en moslims. Deze laatsten worden uiteraard krachtig geïnspireerd door het fundamentalisme, dat in de islamitische landen de kop opsteekt. De Armeniërs hebben onder de Russische overheersing een zekere bescherming gevonden voor de moslimhaat, die in deze eeuw talloze hunner het leven kostte. Zij vormden door hun trouw aan het bewind een heersende klasse, die zich geborgen wist onder de paraplu van Moskou en het centrale gezag ook in de aangrenzende republieken diende. Nu die bescherming vermindert, ontstaan nieuwe problemen, die alleen met krachtig optreden onderdrukt kunnen worden.
Dergelijke tegenstellingen vinden we elders ook bij christenen onderling. Voor de Polen geldt, dat een echte Pool rooms-katholiek is. Het land werd immers lang onderdrukt door protestantse Duitsers en orthodoxe Russen. Nog altijd ondervindt de Lutherse kerk daarvan hinder. Anderzijds zijn de orthodoxe Russen scherp gekant tegen het Rooms-Katholicisme. Men is nog niet vergeten hoe Polen en Litouwers de orthodoxie in het verleden bedreigden. Daarom heeft de Orthodoxe Kerk de politiek van de regering t.a.v. de geünieerde kerken altijd gesteund. Men vond, dat deze kerken — met een orthodoxe liturgie maar met aansluiting bij Rome — binnen de orthodoxie hoorden. Met geweld werden rooms-katholieken in de Oekraïne, maar ook elders gedwongen op te gaan in de Orthodoxe Kerk. Uiterst gevoelig zijn de verhoudingen ook in Joegoslavië, waar de strijd tussen moslims en christenen en tussen christenen onderling nog steeds toeneemt en gevaarlijke vormen aanneemt. Het land dreigt door deze problemen als staat uiteen te vallen.
Kerkelijke positie
De positie van de kerken is in dit alles niet eenvoudig. Men is geneigd de steun van de eigen achterban als positief te beoordelen: wij strijden voor een rechtvaardige zaak. Daarbij moeten we bedenken, dat de kerk voor veel minderheden meestal de laatste plaats is, waar men de eigen taal nog spreken kan en de oude zeden en gebruiken een plaats hebben. De godsdienst der vaderen bindt samen. Zo krijgt de religie een nationalistische tint. Dat biedt garanties voor krachtige steun uit de eigen groep, maar houdt echter ook gevaren in. Al snel kunnen allerlei nationalistische onderwerpen de prediking gaan beheersen. Niet het geloof in de Heere Jezus Christus staat dan nog centraal, maar het behoren tot een nationale kerk. De kerk wordt zo partij in allerlei politieke zaken. We zien daarvan momenteel duidelijke voorbeelden in verschillende landen. Hoe begrijpelijk sommige dingen ook zijn, het gevaar is groot, dat het evangelie van de Heere Jezus Christus erdoor verduisterd wordt en de kerk haar eerste taak op aarde verzaakt. De opdracht van Christus is immers niet het stichten van een nationale kerk, maar de prediking van het evangelie aan alle creaturen. Heel het volk moet de boodschap der verzoeking horen.
We zien echter bij sommige minderheidskerken de neiging zich af te sluiten voor de overige bevolking. Het bewaren van de eigen identiteit wordt een doel in zichzelf. Men brengt de boodschap van het evangelie voor de eigen mensen, maar heeft geen oog voor de schare, die het eveneens moet horen. Omdat de kinderen op school in de taal van het land worden onderwezen, kunnen zij dikwijls de eigen taal niet goed meer spreken. De godsdienst wordt iets archaïsch, bestemd voor oude mensen. Zo gaat de werfkracht verloren en blijft er een vergrijzende gemeente over, waar oude klanken klinken, die door steeds minder mensen verstaan worden. Het is moeilijk aan die tendens een einde te maken. We bemerken dat in gesprekken met voorgangers uit verschillende landen. Een predikant, die naast de eigen volkstaal ook in de landstaal wil preken, is al snel bij zijn achterban verdacht. Men is bang, dat zo het eigene verloren gaat, waaraan men uit alle macht wil vasthouden.
Het is niet eenvoudig om dat als buitenstaander goed te begrijpen. Tegenstellingen tussen volkeren wortelen diep. Voor we echter een oordeel vellen over anderen, moeten we ons afvragen, of wij zelf dergelijke gedachten ook niet koesteren? Heeft de anti-Duitse houding onder ons volk, die zich van tijd tot tijd manifesteert, niet veel weg van wat we in Oost-Europa zien?
Toch klemt de vraag, of de kerken bij het groeien van de tegenstellingen tussen de volken niet in het bijzonder de taak hebben, om de verzoening te preken en alles te doen om de kloof tussen mensen onderling te overbruggen. In Christus is noch jood noch Griek. Wie met de ander op het éne Fundament gebouwd is, zal hem ook als broeder in Christus dienen te erkennen. Juist daarom is het nodig, dat de prediking van het evangelie in allerlei talen voortgaat. Echte broederlijke verbondenheid is er immers alleen door het ware geloof. Als we zien hoevelen in Oost-Europa verstoken zijn van het zuivere Woord van God, wordt de roeping van Christus des te klemmender, om anderen het evangelie te prediken. Daarom was ik dankbaar te vernemen, dat een aantal Hongaarssprekende predikanten in Roemenië zich gaat inzetten om evangelisatiewerk onder Roemenen te organiseren. Waar de duivel verdeelt en de volken tegen elkaar opzet, wil Christus Zijn kerk vergaderen in de eenheid van het ware geloof. Die eenheid te zoeken in Oost-Europa is nu des te meer noodzakelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's