Christus: Redder en Rechter
'Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Chritus, opdat een ieder wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed hetzij kwaad. II Korinthe 5 : 10
Paulus en Korinthe. Anderhalf jaar heeft hij in deze woelige havenstad als dienaar van het goddelijk Woord gewerkt. Hij had er meer dan een boek over vol kunnen schrijven. Maar dat was niet zijn opdracht. We weten nu toch wel dat ook voor hem het leven als 'dominee in een grote stad' niet eenvoudig was.
Zijn roeping was duidelijk genoeg. De Heere zei: 'Spreek, zwijg niet want ik heb veel volk in deze stad.' Ze moesten echter nog wel toegebracht worden, tot bekering komen. Maar de Apostel heeft het Evangelie van de gekruisigde Christus erin geworpen en de Heere heeft zijn arbeid wonderlijk gezegend. Wat zelden of nooit gebeurde: Mensen uit de synagoge, onder wie ook Crispus de overste kwamen tot geloof. Daarnaast vele heidenen. Wellicht steenrijke reders en straatarme havenkoelies. Wat een genade van God zo te mogen arbeiden aan de komst van Gods Koninkrijk.
Overigens is Korinthe altijd een moeilijke stad gebleven. Naast de zegen van God waren er ook de vele zorgen. Zorgen voor het geestelijk welzijn van de gemeente van Christus. Want het ging heel niet goed na zijn vertrek. Het rosse en losse leven van deze handelsstad drukte zijn stempel op de Kerk daar. Dronkenschap, ergerlijke vormen van zedeloosheid, wantoestanden rondom het Heilig Avondmaal kwamen voor binnen de gemeente. Onderlinge verdeeldheid en hoogmoedige kritiek op Paulus waren aan de orde van de dag.
Zelfs zijn apostelschap werd in twijfel getrokken. 'Iemand met zo weinig sprekersgaven, met zoveel tegenslag bij zijn arbeid in de dienst van God, kon toch nooit een van God gezonden knecht zijn?'
Zulke laster vindt altijd wel gehoor, toen en nu. En wat doe je ertegen? Hoe pak je zo'n situatie aan in de gemeente? Kunnen wij in deze tijd nog iets van Paulus leren? Ongetwijfeld. Het ontbreekt de Apostel zeker niet aan begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin de gemeente zich bevindt. Sommigen in de gemeente hebben hem uiterst gemeen behandeld. Toch schrijft hij hun nog een 'tranenbrief.
Hij is zeker niet de man van alleen maar de harde lijn. Maar hij blijft ook niet 'in het begrip hebben' steken.
Wat ontbrak er aan de gemeente van Korinthe? De vreze des Heeren was geweken. De diepe eerbied voor God en Zijn Woord was gaandeweg minder geworden. De verwondering over de gave van God in de zending van Zijn Zoon was op de achtergrond geraakt. Met de mond beleed men nog wel dat men een zondaar was en dat Jezus Christus en Die gekruisigd, hun enige hoop was. Maar tegelijk hunkerde men naar de schatten van deze wereld en leefde men bedenkelijk dicht bij de wereldse levensstijl. Wat kon er veel mee door. Net als in onze tijd!
In Korinthe was nog veel volk van God. Maar een groot deel van de gemeente leefde precies eender als de wereld... Hoe ligt het onder ons? Jaren geleden zei een collega tegen me: 'Ik had niet dadelijk verwacht veel vreze des Heeren aan te treffen in die hoge flatgebouwen. Maar op de afgelegen boerderijen en in de woningen van de eenvoudigen is het weinig beter.' En broeders van de kerkeraad klagen na afloop van het winterseizoen, dat ze maar zelden een gesprek konden voeren over het geestelijk leven. En wie als dominee uit preken gaat, wordt vandaag de dag maar hoogst zelden verrast door een diep geestelijk contact na de dienst. Omgekeerd hebben de ambtsbroeders niet alle reden om te klagen dat wij als predikers maar zelden als een vurige kool, op de kansel staan? De grauwheid ligt op ons en we hebben er doorgaans geen erg in. Veel vuurwerk. Allerlei theologie. Maar het leven met de Heere en de ware vroomheid is uiterst schaars. Wat doe je eraan?
Het valt op: Paulus plaatst in zijn prediking de mensen onder het gericht van God. Doen wij dat vandaag niet veel te weinig? Het is waar; ook in Korinthe wou hij van niets anders weten in de prediking dan van Jezus Christus en Die gekruisigd. Maar Christusprediking sluit gerichtsprediking niet uit, maar volgens Paulus juist in. Trouwens, het gericht van God neemt door heel het Nieuwe Testament een grote plaats in. De Heere Jezus waarschuwde juist de kerkmensen indringend voor het helse vuur. Paulus neemt het duidelijk over van zijn Meester. Hij heeft Hem op de weg naar Damascus immers leren kennen in zijn ontzaglijke majesteit en heerlijkheid? Petrus en Johannes hebben dezelfde ervaring opgedaan in hun leven. En wij? Beven we nog wel eens voor de levende God? Of heeft het verwijt van 'hel en verdoemenis prediking' ons monddood gemaakt op dit terrein?
Of Paulus nu op de Areopagus in Athene staat, of zich richt tot de gemeente van Rome: hij verkondigt hun Christus niet alleen maar als Redder, maar ook als de Wereldrechter. Door heel het Nieuwe Testament wordt de Blijde Boodschap verkondigd tegen de achtergrond van het gericht.
Dat is geen bangmakerij. Maar het is zijn vurige wens, dat de mensen de schrik door de ziel zal slaan en dat ze uitgedreven worden tot de Heere Jezus, Die ons verlost van de toekomende toorn.
Zo plaatst hij in onze tekst heel de gemeente van Korinthe voor de Rechterstoel van Christus. Daar zal heel ons leven open en bloot komen te liggen. De diepste motieven die ons drijven bij onze arbeid in Gods Koninkrijk, maar ook in onze dagelijkse handel en wandel komen dan openbaar. Christus' oordeel gaat over heel ons leven.
'Want wij moeten allen geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus.' Niemand komt daar onderuit. Maar als wij als predikers de toorn van God tegen de zonde en het gericht over de wereld en de gemeente niet verkondigen, verdwijnt dit besef uit het geweten van de mensen. Is het dan vreemd dat er weinig schuldbesef is onder de jongeren? Nog eens: niemand ontkomt aan het gericht van God. Paulus zelf niet, zijn critici in Korinthe niet en u en ik evenmin! Denkt u er wel eens aan? Stelt u het zich wel eens heel concreet voor ogen in een slapeloze nacht bijvoorbeeld? Christus op de Rechterstoel. Uw leven, uw jeugd(zonden), uw leven voor uw bekering, maar niet te vergeten uw leven nadat u tot geloof en bekering kwam?
Is dat geen angstig leven? Brengt dat de geloofszekerheid en de heilszekerheid van Gods kinderen niet in gevaar? Helemaal niet. "Wij hebben dan altijd goede moed', schrijft Paulus uitgerekend in dit hoofdstuk. Nee, Paulus wil de gegronde hoop van Gods Kerk op aarde niet ondermijnen. Hij wil juist het leven der heiliging en daardoor het geloofsvertrouwen in Christus voeden en versterken. Hoe heilzaam is een levend besef: heel mijn leven, inzonderheid mijn ambtelijk leven moet nog eenmaal het keurend oog van mijn Meester ondergaan. De diepste grond van mijn hart ligt voor Hem open. Hij telt niet in de eerste plaats al mijn activiteiten, maar Hij toetst mijn meest verborgen overwegingen. David kende het ook: 'Heere Gij doorgrondt en kent mij'. Dan blazen we heel wat minder hoog van de toren. We oordelen eerst onszelf en daarna als het nodig is pas onze medechristen.
Paulus beoefent het vooral om hier op aarde bij al zijn arbeid in Gods Koninkrijk onberispelijk te zijn in Gods oog. Om de goedkeuring des Heeren te mogen genieten. In een levende geloofsomgang met de Heere Jezus, weten we toch of Hij onze handel en wandel binnen de gemeente en in de wereld goedkeurt of afkeurt? Letten we erop?
'Ik ben mijn Heiland kwijt,' zei eens een diep gelovige vrouw tegen me met duidelijke droefheid in haar stem. Verstaan we dat nog? Of zijn we — evenals de gemeente van Christus te Korinthe — in de wurgende greep van onze moderne, goddeloze eeuw? En toch altijd maar zeker van ons aandeel aan Christus? Maar geloofszekerheid vraagt een nauwgezet leven, dicht achter de Heere Jezus Christus aan. 'Heere, Gij doorgrondt en kent mij. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan,' zo belijdt David. Zowel de schrik des Heeren als de liefde van Christus dringen Paulus om de mensen te overtuigen en te bewegen tot het geloof. Om een ieder mens volmaakt te stellen in Christus. Om de gemeente het voortdurend besef bij te brengen: Christus is niet alleen Redder, Hij is ook Rechter. Hij is niet enkel Rechter, Hij is ook Redder. Pendelt het leven van Gods kind toch bij deze levensgang niet voortdurend tussen hoop en vrees?
Integendeel! De Heilige Geest drijft ons in die weg almaar meer uit om onze reiniging en heiligmaking buiten onszelf in Christus Jezus te zoeken. Wat gaat een tekst als: 'Christus is mij geschonken tot wijsheid van God en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing' dan heerlijk stralen! Dat is geen theologie van Paulus, nog veel minder theorie, maar levende geloofsbevinding. Kennen we er iets van?
Kent u Christus al als uw Redder? In deze lijdensweken worden we als het goed is er iedere week bij bepaald, welke weg Hij moest gaan van Bethlehem naar Golgotha om doodschuldige zondaren te redden van het eeuwig verderf.
D.V. volgende week horen wij dan hoe Paulus Hem ons voor ogen schildert als de Gekruisigde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's