De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Een lezer stuurde ons het tweede (minder bekende couplet) van het gedicht 'Daar moet veel strijd gestreden zijn' van ds. Van Camphuijzen, dat we kortgeleden in deze rubriek afdrukten. Samen met (nog eens) het eerste couplet drukken we het hier af:

• Daar moet veel strijds gestreden zijn;
Veel kruys en leeds geleden zijn;
Daar moeten heyl'ge zeden zijn;
Een naauwen weg betreden zijn;
En veel Gebeds gebeden zijn;
Zoo lang wij hier beneden zijn;
Zoo zal 't hier na in vreden zijn.

'Hoe zwaar wij dan beladen zijn
hoe donker onze paden zijn
of wij omringd door kwaden zijn
versmaad in woord en daden zijn
van vriend en maag verraden zijn
wij zullen niet te schaden zijn
zolang w'in Gods genade zijn.'


Uit De Stem over het gebed:

Gebed vraagt niet om een bijzondere plaats
Gebed vraagt niet om een bijzondere welbespraaktheid
Gebed praalt niet
Gebed zoekt geen bijval
Gebed geeft geen verklaring
Gebed wordt in de tijd geboren en omvat de eeuwigheid
Gebed versterkt de zwakken en verzwakt de sterken.

Gebed is:

... het onmetelijke gebied der christenen
... het machtigste wapen der christenen
... de door de hel meest gevreesde aanval der christenen
... de meest noodzakelijke oefening der christenen
... de verstrekkende bediening der christenen.


Hier volgt een ontboezeming van ds. P.L de Jong, 'uit de pastorie' te Nunspeet geschreven in het Kerkblad voor de Veluwe.

Afgelopen zondag preekte ik in twee dorpen in het noorden des lands. Sinds ik in Nunspeet woon, gebeurt dat vaker. Vaak gaat het om dorpen, waar ik nooit eerder van hoorde. U mogelijk ook niet. Wie kent nu b.v. het dorpje Lellers? Een maand terug stond ik daar op de kansel, na een tocht door dikke mist. Afgelopen zondag twee andere voor mij volstrekt onbekende dorpen. Een zekere nieuwsgierigheid vervult me altijd, als ik zo'n plaats binnenrijd. Staat hier ook een kerk? Zijn hier ook mensen, die de Naam des Heren aanroepen? Het verrast mij nog al eens, hoe in allerlei van dat soort dorpjes mannen en vaak vele vrouwen met grote liefde en trouw de dienst waarnemen en een kleine gemeente bijeenhouden rond het Woord van God. Vóór de dienst zondag werd ik begroet door een oudere broeder, die zo'n getuigenis afstak, dat ik nauwelijks meer durfde.
Er werd goed geluisterd en na afloop zei hij plechtig: Het zij zo! De andere dienst was in een klein oud kerkje. Ook daar was het goed. Op de terugweg had ik weer genoeg om na te denken. Over onze Hervormde Kerk. Waarschijnlijk kwam dat, omdat ik juist een interview had gelezen met de bekende GPV-er de heer G.J. Schutte. Dat gesprek ging over de vraag, of de overheid moet blijven meewerken om het adressenbestand van de NH-kerk op peil te houden. Tot nu toe lopen adreswijzigingen enz. veelal via het gemeentehuis. Zoals bekend zal dat binnenkort veranderen. Daardoor zal het voor de meeste gemeenten erg moeilijk worden het bestand goed bij te houden. Vandaar, dat gezocht wordt naar een manier, weliswaar in andere vorm, waarop deze service toch gecontinueerd kan worden.
Schutte is daarop tegen. Hij gaat van het eenvoudige standpunt uit, dat elke gemeente voor haar eigen ledenbestand moet kunnen zorgen. Een herder moet zijn schapen kennen, zegt hij, en daarom: niks service meer van het gemeentehuis. Jammer, denk ik dan. Zou zo'n slimme man helemaal niet in de gaten hebben, dat de Hervormde Kerk een wel heel andere is dan die van het afgescheiden type? Dat zo'n ingreep voor vele gemeenten desastreus kan zijn? Dat je, door het wegnemen van deze service, een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van gemeenten ter zijde schuift? Ik denk aan veel bezoekwerk, evangelisatiewerk, aan de aktie Kerkbalans. Juist die schapen, die niet zo bekend zijn bij de herders — om welke reden dan ook — worden zo weer opgezocht en soms ook terecht gebracht. Op deze manier werkt Schutte m.i. alleen maar mee aan verdere secularisatie van het Nederlandse volk. Het is mooi, dat in de afgescheiden kerken de herders hun schapen zo goed kennen. Maar als die schapen gaan dwalen? Dan kiepen zij nog al eens over de rand en dan komen zij vaak in de hervormde bak terecht, hopelijk ook een stal, waarin zij voedsel vinden. In elk geval: die laatste brug halen wij niet graag op. Vanwege de trouw van God aan Zijn verbond, die vaak verder rijkt dan wij bekijken kunnen. En niet in het minst ook, omdat wij maar al te goed beseffen, dat wij zelf ook dwaalzieke schapen zijn. "Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond", zegt de psalmdichter, "dat onbedacht zijn herder heeft verloren. Ai, zoek uw knecht..." Is dat niet de reden dat wij de grenzen liever ruim stellen? Daar mag de overheid best een beetje bij helpen. Het laat de vrijheid van de kerk onverlet, ondertussen biedt het de ruimte om mensen te bereiken, die niemand meer bereikt. Op die ruimte moeten wij zuinig zijn. Het is de ruimte, waarin God doorgaat mensen te roepen tot het heil in Jezus Christus. Zo'n ruimte heeft een lage drempel nodig.
's Avonds maak ik de bevestiging en intrede mee van mijn vriend ds. A.J. Zoutendijk in Utrecht, in de Jacobikerk. In het hart van Utrecht staat daar die kerk als een machtig getuigenis van Gods trouw. Prachtig gerestaureerd — ik was er nog niet eerder geweest na de restauratie. Wat een ruimte. En wat een licht valt er door de hoge ramen naar binnen. Wat een ruimte om het Evangelie te verkondigen. In zijn oordeel en genade. Het zal niet leeg weerkeren, zegt de profeet maar doen, wat God behaagt
Met het oog daarop houden we de grenzen graag ruim. Mild naar de rand, kritisch naar de kern. Het verhaal is een beetje lang geworden, maar ik neem aan, dat u begrijpt dat ik afgelopen zondag meer dan eens dacht: De Hervormde Kerk mag een wonderlijke kerk zijn en er is heel wat mis, maar van die kerk houd ik. Met heel mijn hart.'


In De Schakel (Reformatorisch Weekblad) geeft ds. J.J. Poort een gedicht door van mevr. P. van Ringelesteijn-van Petten, gemaakt naar aanleiding van een preek op 24 oktober 1988 In de Sionskerk te Papendrecht. De schrijfster is 'een dame in de leeftijd der sterken':

'Mijn oude klok, hij mag nooit weg,
want hij is nog van vader.
Hij loopt niet meer, hoe ik ook schud,
wat heeft hij eigenlijk voor nut?

Maar toch, die klok die blijft daar staan,
omdat hij is van vader.
Zijn vingerafdruk staat er op,
daarom houd ik van die oude klok.

Die oude klok vertelt mij ook,
jouw tijd zal eenmaal enden.
Maar ik mag weten, hoe 't ook zij,
Gods vingerafdruk staat op mij.

Op mij, die ook kapot en stil
sta tegen de levensmuur.
Zoveel gepreekt, zoveel geschud,
het helpt mij niet, ik doe geen nut.

Om 's Vaders wil neemt Jezus 't kind,
in Zijn doorboorde handen.
Zijn offer: daar hoor ik ook bij
want, Gods vingerafdruk staat op mij!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's