Oost-Europa: wisselende tonelen (6)
In de voorgaande artikelen was meermalen sprake van de taak, die de kerk in de komende tijd kan vervullen. De omwentelingen van de laatste maanden hebben meer ruimte gebracht voor de verkondiging van het evangelie. Maar dan moet men ook gebruik maken van de mogelijkheden, die geboden worden en waar nodig zelf nieuwe ruimte opeisen. Dat is niet zo gemakkelijk als het soms wel lijkt. De veranderingen in Oost-Europa hebben in veel landen wel aan de top plaatsgehad — en ook daar nog lang niet altijd — maar de lagere functionarissen zijn nog steeds dezelfden. Op talloze posities treffen we de oude communistische bureaucratie aan, die haar macht niet zo snel uit handen wil geven. Zal er werkelijk van vernieuwing sprake kunnen zijn, dan moeten die kaders vervangen worden. In veel landen is men bovendien als kerk niet gewend een eigen positie tegenover de staat in te nemen. Daarom zal ook in de kerken zelf het nodige moeten veranderen. De prediking kan alleen geloofwaardig voor de bevolking zijn, als de kerken in hun eigen organisatie ernst maken met de nieuwe situatie, waarin zij nu verkeren. Dat kan vèrgaande consequenties hebben.
Zelfstandigheid
De houding van de kerk tegenover de staat was in Oost-Europa sterk verschillend per land en soms ook per kerkelijke gemeenschap. Ze varieerde van duidelijke afwijzing tot aanvaarding en zelfs medewerking met het regime. Dikwijls hing die houding samen met de kracht en de theologie van de kerk, haar aanhang onder de bevolking en de wijze, waarop de staat zich met haar bemoeide. De Rooms-Katholieke Kerk van Polen kon zich door de massale steun van het volk (meer dan 95% van de Polen is rooms-katholiek) als een machtsfactor in de Poolse samenleving manifesteren. De vakbond Solidariteit draagt duidelijk een rooms-katholiek stempel. Elders was de situatie anders. Ondanks verzet van Rome waren in verschillende landen zogenaamde 'vredespriesters' op belangrijke posten in de Rooms-Katholieke Kerk werkzaam. Zij voegden zich naar de aanwijzingen van de staat en deden dikwijls dienst als informant en controleur voor de geheime politie.
Ook bij de protestantse kerken was de verhouding tot de overheid verschillend. De Evangelische Kerk van de DDR besloot tot neutraliteit. Men stelde: 'Wij zijn kerk in het socialisme, niet vóór, niet tegen.' Deze kerk heeft altijd gewaakt voor de inmenging van de staat in kerkelijke zaken. Verkiezingen en dergelijke werden in eigen hand gehouden. Die zelfstandigheid zorgde ervoor, dat de kerk steeds meer een toevluchtsoord werd, waar mensen samenkwamen, die hunkerden naar vrijheid. Zo droeg zij veel bij aan de verandering die vorig jaar plaatsvonden.
Samenwerking
Heel anders was de situatie in Hongarije, waar de leiding van de protestantse kerken koos voor een zekere samenwerking met de staat. Jarenlang overheerste de 'theologie van de dienst' het kerkelijk leven. Het socialisme werd aangeprezen en de geschiedenis werd een bron voor de theologie. In scherpe bewoordingen werd het westers kapitalisme gehekeld. Intern werd de kerk sterk bureaucratisch geregeerd en vonden benoemingen slechts met toestemming van de staat plaats. Dit leidde tot argwaan bij het kerkvolk, dat zich niet kon vinden in deze politieke theologie. In de Sovjetunie richtten de leidinggevenden van de officiële kerken zich geheel naar de aanwijzingen van de staat. Dat gold voor de baptisten en vooral voor de orthodoxen.
De leiding van de kerken in Roemenië was op enkele uitzonderingen na geheel gelijkgeschakeld. De houding van de hervormde bisschop Papp tegenover ds. Tökes uit Timisoara was tekenend voor de wijze, waarop hij zijn ambt uitoefende. Hij heeft niets gedaan om de kerk op te bouwen, maar wel veel afgebroken. Ook al houden we rekening met de zware druk, waaronder de kerkleiders stonden, dan nog was hun houding verwerpelijk en uiterst schadelijk voor de kerk. De verklaringen, waarin Ceaucescu werd geprezen, lijken verdacht veel op wat sommige Deutsche Christen in Nazi-Duitsland te berde brachten. In oecumenische vergaderingen weerde men zich furieus om elke veroordeling van het regime te voorkomen. In eigen land schaamde men zich er niet voor om bijvoorbeeld in 1987 Ceaucescu hartelijk te danken voor zijn beleid en 'de voorbeeldige zelfverloochening en de grenzeloze toewijding, waarmee u de voortgaande ontwikkeling van ons vaderland op de weg van de vooruitgang en het welvaren van het hele volk bevordert en verzekert'. De verklaring spreekt voor zich, wanneer we kennis nemen vaïi de wijze waarop de dictator regeerde.
Vernieuwing
Het zal duidelijk zijn, dat de kerkelijke organisatie in veel landen vernieuwd moet worden. In Roemenië hebben de Hervormde bisschoppen evenals de patriarch van de Orthodoxe Kerk hun ambt inmiddels neergelegd. In andere kerken wordt aangedrongen op vervanging van de leiding. We mogen hopen, dat ook elders de regimegetrouwen uit belangrijke functies zullen worden verwijderd. Maar ook hier doet zich hetzelfde verschijnsel voor als in de maatschappij. De bureaucratie is taai en probeert zich te handhaven. De kerkorde en andere bepalingen worden daarbij als hulpmiddelen gebruikt. Velen blijken ook van de ene dag op de andere van overtuiging veranderd te zijn en dienen zich nu als vernieuwers aan. Bovendien is het moeilijk om precies aan te wijzen, waarin sommigen zich ontgaan hebben. Veel speelde zich immers in stilte af. Waren ze soms ook slachtoffer van chantage of op andere wijze in de klem gezet? Of was het hen uitsluitend om macht of geld te doen? Die vragen maken het niet gemakkelijk om tot een goed oordeel te komen. Sommigen hebben zich in het verleden duidelijk doen kennen, maar velen gingen in de grauwe massa onder. Met name die laatste groep is moeilijk in kaart te brengen.
Bovendien speelt ook de vraag, wanneer iemand echt 'fout' geweest is. Er zijn talrijke grensgevallen. Wie is altijd trouw gebleven? Hebben velen niet met het compromis moeten leven of bewust bepaalde beslissingen genomen, omdat zij daarmee het belang van de kerk meenden te dienen? Het zijn allemaal vragen, die voor buitenstaanders gemakkelijker te beantwoorden zijn dan voor de insiders. Toch zullen bepaalde personen vervangen moeten worden, wil men ook internationaal niet geïsoleerd raken. Hoewel men binnen de Wereldraad van Kerken op dit gebied voor geen kleintje vervaard is, zal men bijvoorbeeld toch de orthodoxe metropoliet Antonie niet in het centrale comité kunnen handhaven. Deze man heeft zich in het verleden op alle manieren als een verdediger van Ceaucescu opgeworpen. Blijft hij zijn plaats innemen, dan komt de morele verontwaardiging van de Wereldraad, over veel zaken in een wel heel kwalijk daglicht te staan.
De vernieuwing van de kerk wordt vertraagd door de aarzeling van veel kerkelijke leiders om adequaat op de nieuwe situatie in te spelen. Dat komt niet alleen door de vroegere kerkpolitiek of door angst voor de consequenties als de oude toestand misschien toch nog hersteld zal worden. Men is uiterst onzeker en weet zich eigenlijk met de nieuwe toestand geen raad. Het lijkt wat op de reactie van sommige politici. Hoe moeilijk de omstandigheden voor de kerk in het verleden ook waren, de standpunten van de overheid waren duidelijk. In de oude situatie wist men exact hoe gereageerd moest worden. Maar nu voelt men zich als in een mijnenveld en gaat uiterst behoedzaam te werk. Het gevolg is, dat de overheid in sommige landen de kerk moet oproepen meer ernst te maken met de vernieuwing. Dat geldt met name voor de Russisch-Orthodoxe Kerk, waarvan de leiding niet bepaald positief reageerde op de nieuwe politiek van glasnost en perestroika. Men ziet de eigen positie bedreigd. Meer godsdienstvrijheid betekent immers ook meer ruimte voor andere kerken, die door de orthodoxen nog steeds als ketters gezien worden. Bovendien is meer democratie een gevaar voor de huidige leiding, die zeer autoritair optreedt. Volgens zeggen zou Chartsjev, de vroegere leider van het staatsbureau voor godsdienstzaken, op instigatie van de orthodoxe hiërarchie vervangen zijn. Hij drong tezeer op vernieuwing aan en verweet hen, dat zij de politiek van perestroika op kerkelijk gebied frustreerden. Onder druk van de staat gaat de kerkleiding nu echter schoorvoetend accoord met meer vrijheid voor de Rooms-Katholieke Kerk in de Oekraïne. Er zijn meer tekenen, die erop wijzen, dat de vernieuwing toch ook in deze kerk doordringt.
Ook in de Hervormde kerk van Hongarije klinkt de roep om verandering. Tot nu toe is de leiding niet gewijzigd, ondanks alle hervorming in de samenleving. Een groep predikanten die in het verleden werd afgezet, is gerehabiliteerd. Een van hen, ds. Németh Géza, laat voortdurend van zich horen. Hij was al geruime tijd werkzaam in de opvang van vluchtelingen uit Roemenië. Nu werpt hij zich ook op als vernieuwer van de kerk. Met veel feeling voor publiciteit weet hij de aandacht van de media op zich te vestigen. Tijdens mijn laatste bezoek aan Hongarije zag ik twee artikelen van hem in een tijdschrift, terwijl hij ook uitgebreid op de tv werd geïnterviewd. Luid en duidelijk verklaart hij, dat het tijd wordt voor een andere politiek en een nieuwe wijze van kerkzijn. Alom wekt hij zo niet alleen irritatie, maar ook onzekerheid bij functionarissen. Iemand zei: 'Niet iedereen heeft toch alles verkeerd gedaan; er is toch ook veel bereikt in moeilijke omstandigheden?' Hoe waar dat ook zijn mag, het is de vraag, of het grondvlak van de kerk daar oog voor heeft.
In veel landen is al jarenlang een kloof gegroeid tussen de leiding van de kerk en het kerkvolk, dat geen vertrouwen heeft in functionarissen. De vraag is echter: hoe zal de kerk zich vernieuwen? Dat is niet alleen een zaak van personen, maar veel meer van theologie en geestelijk leven. Juist op dat vlak zullen in de komende tijd belangrijke beslissingen vallen. Van harte hopen we dat daarbij de prediking die overeenstemt met Gods Woord meer ruimte zal krijgen. Immers alleen door een terugkeer naar het Woord of het blijven bij het evangelie kan de kerk in Oost-Europa tot een zegen zijn. Daarom geldt ook voor Oost-Europa het gebed: Kom, Schepper Geest, daal in ons hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's