De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat in de moderne tijd (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraat in de moderne tijd (3)

10 minuten leestijd

Wanneer ik nu tenslotte kom tot enkele overwegingen die betrekking hebben op de uitvoering van het pastoraat in de moderne tijd, dan zou ik willen beginnen met te benadrukken dat de pastor in hervormd-gereformeerde gemeenten dikwijls in grote verlegenheid, ja in gewetensnood verkeert doordat de gemeenten veel te groot zijn. Bij het huidige takenpakket van de predikant is een zielental van 1000 tot hoogstens 1500 verantwoord. Onder ons wordt dat echter beschouwd als een aantal dat bij een kandidaatsgemeente past. Wijkgemeenten van 3000 zielen en meer komen veelvuldig voor, waarbij dan wel sprake is van een behoorlijk brede rand van weinig of in het geheel niet meelevenden. Maar ook laatstgenoemde categorie kan in principe altijd een beroep doen op pastorale hulp en de bewogen pastor voelt zich ook voor deze randbewoners verantwoordelijk. Ik ga nu op deze verlegenheid niet nader in, aangezien ds. Biesbroek dat reeds gedaan heeft. Dat hier een groot probleem ligt moge duidelijk zijn aan kerkeraden en gemeenten.
Een drietal kritische vragen hebben wij ons laten stellen. Het gaat niet aan deze indringende vragen vluchtig te beantwoorden. Wij moeten ze met ons meedragen in voortgaande bezinning. Mijn opmerkingen dient u dan ook slechts als een aanzet, een opening voor het gesprek te beschouwen.

Onopgeefbaar
Onopgeefbaar is voor ons het verkondigend element in het pastoraat. Maar verkondiging geschiedt niet in het luchtledige. Verkondiging is toegespitst naar een bepaald adres. Paulus wist de joden een jood en de Grieken een Griek te zijn. Weten wij de twintigste eeuwse mens een twintigste eeuwse medemens te zijn? Hier komt de vraag van Firet op ons af. Onder ons heeft ds. W. Dekker in een tweetal artikelen in verzamelbundels een goede poging ondernomen om te verkennen hoe de situatie van onze pastoraten en catechisanten is (Verbi Divini Minister, Amsterdam 1983, 59-69). Veelzeggend is het gesprek met een afhakende catechisante, die God gewoon nergens meer tegenkwam in haar leefwereld van elke dag. De pastor laat haar zijn eigen verlegenheid merken, zijn worsteling ook met de verborgenheid Gods in deze tijd. Kenmerkend is dat hij de boodschap uitzendt op het kanaal van de persoonlijke ervaring. Niet om een stukje ervaringstheologie uit te dragen, maar om getuigenis te geven van 'ervaren waarheid' (H. Jonker). En dat is het juist waarop jongeren — en niet alleen zij — zitten te wachten in deze kille, verzakelijkte tijd. Op mensen die geen antwoorden oplepelen uit een boekje, maar die staan voor wat ze zeggen, die er kennis aan hebben, die in eigentijdse bewoordingen bevindelijk kunnen getuigen van wat God gedaan heeft aan hun ziel. Men leze het betreffende verbatim (gespreksverslag) er maar op na in de bundel Verbi Divini Minister. Wijlen ds. G. Boer heeft indertijd in zijn gedachtenwisseling met prof. dr. H. Berkhof gesteld — ik geef nu één en ander weer met eigen woorden — dat de vraag 'hoe krijg ik een genadig God?', de kernvraag van Luther en van heel de Reformatie, oneindig veel dieper gaat dan de vraag van de moderne mens of er wel een God bestaat. De crisis van de mens die voor Gods aangezicht zichzelf als een goddeloze heeft leren kennen, is van veel aangrijpender aard dan de crisis waarvan de moderne wijsbegeerte en literatuur getuigenis afleggen. Ik zeg dit ds. Boer graag na, maar voeg er meteen aan toe dat intussen die vraag of er wel een God is volop leeft binnen onze gemeenten, onder onze catechisanten en — misschien op wat meer verhulde wijze — ook bij ouderen. Wij kunnen wel vinden dat men andere vragen zou moeten stellen, maar als we op deze zinvragen, deze waaroms rond het lijden en de chaos in de wereld, niet ernstig en diepgaand ingaan, preken en pastoreren we over de harten van onze gemeenteleden heen. Wij moeten oppassen dat wij geen antwoorden geven op vragen die wijzelf veronderstellen, terwijl de vragen die werkelijk leven door ons niet ter harte worden genomen. Kennen wij als pastores de moderne literatuur?

Nuttig
Wij kunnen zeggen dat wij daarvoor geen tijd hebben, dat wij wel wat beters te doen hebben, dat wij onze gedachtenwereld liever niet bevlekken met wat hedendaagse schrijvers allemaal op papier durven zetten. Maar zou het nu werkelijk niet nuttig en nodig zijn althans enige kennis te hebben van wat schrijvers als bijv. Maarten 't Hart of Harry Mulisch, Hubert Lampo of Oek de Jong verwoorden van het levensgevoel van de moderne mens? Zou het niet heel nuttig zijn eens wat grondiger kennis te nemen van een hedendaagse wijsgeer, een existentialist of een positivist of een neo-marxist? Bij dat alles staat de 'Sachtreue' voorop, maar deze wil in 'Menschentreue' beoefend worden. 'Start with the patient where you find him', zoek de mens op en haal hem als het ware op waar je hem aantreft en waar hij/zij zich werkelijk bevindt.
Dat we op pastoraal bezoek intens dienen te luisteren en onze gemeenteleden niet moeten bepreken, is algemeen bekend en aanvaard. Dr. J.J. Rebel heeft in zijn proefschrift Pastoraat in pneumatologisch perspectief (Kampen 1981) een te waarderen theologische onderbouwing gegeven aan de luisterhouding die de pastor dient in te nemen. Juist de Heilige Geest neemt de mens uiterst serieus en dringt de mens niet weg, maar geeft deze de ruimte om voluit aan bod te komen met de eigen gevoelens en ervaringen. Pastoraat in afhankelijkheid van de Heilige Geest wordt gekenmerkt door warme aandacht en intense openheid voor de medemens die in al zijn vreugden, vragen en noden op onze weg gebracht wordt. Zo pastoraat beoefenen brengt ook een element van wederkerigheid in het pastorale kontakt. De pastor is niet de man die het weet en als een leidsman de blinden bij de hand komt nemen. Neen, de pastor deelt in veel opzichten de verlegenheden en vragen van de pastorant. En hij leert ook van de ontmoeting met de ander, zoals pelgrims onderweg leren van de verhalen die zij elkaar vertellen. Naar mijn overtuiging moet het mogelijk zijn de intenties van de op de partner geconcentreerde zielzorg te integreren in de kerygmatische zielzorg. De omgekeerde weg lijkt mij een dwaalweg: dan wordt de ontmoeting met de ander een doel in zichzelf en gaat het evangelie op in de communicatie van de menselijke ervaringen. Een voorbeeld van dat laatste trof ik aan in het novembernummer van Predikant en samenleving, het orgaan van de Bond van Nederlandse Predikanten. Daarin schrijft ds. F.J. Brinkman dat wij niet, zoals bijv. prof. dr. H. Jonker doet, vanuit een analyse van de hedendaagse werkelijkheid terug moeten grijpen op theologische antwoorden die in het verleden zijn geformuleerd. Om verder te komen moet het heel anders, volgens Brinkman. 'Werkelijke vernieuwing begint bij het nulpunt, dáár waar de mensen zijn met hun vragen naar zingeving en hun behoefte aan iemand die naast hen staat, los van kerkelijke vormen en patronen die in de weg (kunnen) staan.' Kijk, die weg moeten we dus niet op. In plaats van het nulpunt van Brinkman stel ik liever het inspreekpunt van Jonker, waarbij de moderne mens zich herkend weet, maar dan ook geconfronteerd wordt met het evangelie van de enige Naam die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.

Breedheid
De vraag van Heitink is die naar de breedheid van het pastoraat: is er oog voor heel de mens in al de facetten van zijn menszijn? Deze vraag heeft zeker de aandacht in hervormd-gereformeerde kring. Te denken is bijvoorbeeld aan de discussie die gevoerd is en wordt binnen de Inwendige Zendings Bond (IZB). Ds. H. de Leede heeft in een lezing op de laatst gehouden jaarvergadering betoogd dat er een verbreding is gekomen in het aandachtsveld van de IZB. Naast de gerichtheid op het persoonlijke behoud van de enkeling is er meer aandacht gekomen voor de verwachting van het koninkrijk Gods. Deze verbreding behoeft geen verschuiving te zijn. Rondom de kern en het concentratiepunt zoals door de reformatie in bijbels spoor aangegeven kan er een uitwaaiering optreden, maar dat behoeft geen afbreuk te doen aan die kern. Terecht heeft ds. A.J. Zoutendijk in dit verband gesteld dat de concentratie op Christus voorwaarde is voor verbreding van het werk. Bij Heitink constateer ik wel degelijk een verschuiving. De kernvraag van zondag 1 van de Heidelberger wordt dan naar de rand gedrongen. Intussen moeten we voluit laten gelden dat de mens niet alleen zondaar is, die gerechtvaardigd moet worden, maar ook schepsel Gods dat tot zijn eigenlijke bestemming en ontplooiing moet komen, maar is dit evenzeer waar de voorlaatste vragen worden besproken. Te denken is aan allerlei micro- en macro-ethische vragen. Het komt nogal eens voor dat mensen uit het land mijn vrouw en mij benaderen met vragen van medisch-ethische aard. Dikwijls zijn dit vragen die geen specifieke medische deskundigheid vereisen. Op de vraag waarom zij zich niet wenden tot hun eigen pastor is één van de vaak gegeven antwoorden: die wil daarop niet ingaan omdat hij 'geen ethicus' is of die komt meteen met een bepaalde bijbeltekst die niet echt op mijn vraag slaat. Zelfs met heel goed bedoelde adviezen als 'Leg het maar aan de Heere voor, maak er maar een gebedszaak van' kunnen we mensen in de kou laten staan. Er zijn predikanten die op de kansel nooit eens signalen afgeven dat ze open staan voor vragen van deze tijd. Hun degelijke bijbelse preken hadden net zo goed vijftig of honderd jaar geleden gehouden kunnen worden. Toen gedurende de afgelopen kerstdagen heel ons volk de adem inhield vanwege de gebeurtenissen in Roemenië, hebben sommige predikanten uit onze kringen het bestaan om met geen woord over die ontwikkelingen te reppen en zelfs in de voorbede zich te beperken tot algemene termen, zoals 'het gewoel der volkeren' of 'de nood der tijden'. Er zijn pastores die bewust of onbewust de gedachte oproepen dat zij tussen hemel en aarde zweven en geen deel hebben aan heel menselijke vragen, zoals bijvoorbeeld die rond gezinsvorming. Laatst had ik iemand aan de telefoon, een mevrouw uit een ander kerkverband, die mij een pastoraal advies vroeg inzake het gebruik van 'de pil'. Zij had oprechte motieven en zwaar wegende argumenten om tot gebruik van dit anti-conceptivum te besluiten, maar sprak heel eerlijk uit: 'Ik heb het gevoel dat ik het wèl kan verantwoorden voor God, maar niet voor de dominee'. Hier is sprake van een ernstige kortsluiting in het pastorale kontakt. Verbreding van de aandacht zonder tekort te doen aan de kern van de zaak, is hard nodig. Door middel van het opzetten van gesprekskringen kan pastoraal gewerkt worden, vormend en toerustend om christen te zijn in deze tijd, in deze wereld — niet van deze wereld. Als pastores dienen we onze winst te doen met het vele dat er de laatste tijd vanuit gereformeerde signatuur verschijnt op pastoraal, psychologisch en ethisch terrein. Voor de predikant ligt er een mooie taak om in een gemeente de onjuiste en onheuse polarisatie tegen te gaan tussen enerzijds gemeenteleden die bijv. een kring over de Dordtse Leerregels of over de Christenreis van John Bunyan volgen en anderzijds een groep die zich bijv. bezighoudt met de vragen van het Conciliair Proces. Dat kan hij doen door in prediking en pastoraat signalen af te geven dat èn het één èn het ander van wezenlijk belang is om een verantwoorde positie te bepalen als gelovigen in het hier en nu en zo op weg en reis naar de eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat in de moderne tijd (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's