Blijdschap om de kerk
'Als professor Van Ruler langs het standbeeld van Willibrord liep — de man op het paard, met een kerk in zijn hand — dan zei hij bij zichzelf: fijn dat je gekomen bent'. Zo besluit ds. C. Blenk een meditatie in het contactblad van de Gereformeerde Bond van Amsterdam. Het is een vertolking van een gevoel van blijdschap met betrekking tot het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. De meditatie in genoemd kerkblad handelde over de tekst uit Rom. 10: 'Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die vrede verkondigen, van hen, die het goede verkondigen'.
Om de goede boodschap, het Evanglie gaat het immers. Dáár, waar de kerk gevestigd werd in de wereld, werd en wordt vrede verkondigd, die alle verstand te boven gaat. De bergen zullen den volke vrede dragen, zegt Psalm 72 : 8.
Evangelieverkondiging heeft dan ook te maken met blijdschap. Blijdschap wordt gewekt in harten van mensen door de aanraking met de Heilige Geest. Het is niet goed als de blijdschap, één van de vruchten van de Heilige Geest ontbreekt in de gemeente of als blijdschap wordt gezien als een kenmerk van oppervlakkig christendom. Wie de aanraking met de Heilige Geest kent, weet wat het is om vreugde in God te hebben. 'Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel'.
Het is door middel van de kerk dat de goede boodschap verbreid is van land tot land. Zo deed de Heilige Geest, met de komst van Willibrord, ook ons land aan. Zou Willibrord hier niet gekomen zijn, we zouden niet geweten hebben wat blijdschap door de Heilige Geest is. Het heeft de Heilige Geest behaagd het kerkvergaderende werk door deze 'apostel' hier in deze landen te beginnen. 'Fijn dat je gekomen bent'.
Geloofsartikel
De kerk is dan ook een geloofsartikel. In het Apostolicum heet het: 'Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk'. Het geloof in de kerk wordt dan direct verbonden met het geloof in de gemeenschap der heiligen en daarná pas volgt het geloof in de vergeving der zonden. Daar, waar de kerk is, in haar verkondiging, vindt de vergeving der zonden plaats. Zondag 21 van de Heidelberger laat het dan breed hangen als, bij de uitleg van dit geloofsartikel over de kerk in het Apostolicum, gevraagd wordt: 'wat gelooft gij van de heilige algemene christelijke kerk? ' Het antwoord is, dat de Zoon van God uit het ganse menselijke geslacht zich door Woord en Geest een gemeente vergadert, tot het eeuwige leven verkoren, en dat Hij die gemeente beschermt en onderhoudt van het begin tot aan het eind van de wereld. Onlosmakelijk daarmee verbonden is overigens de belijdenis 'dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven'.
We gelóven de kerk, als de uit de wereld geroepen gemeenschap. Het behaagt de Heilige Geest door middel van de kerk mensen zalig te maken die geloven. De kèrk geloven is intussen geloven in het wéreldwijde kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. We belijden het Apostolicum dan ook 'met de kerk van alle tijden en alle plaatsen'. Wie gelooft dat de kerk alleen aan Nederland of aan eigen kerkelijke gemeenschap gebonden is, heeft nooit de Naam van Christus horen noemen in vreemde culturen of andere werelddelen. Al was de taal vreemd, het horen van de Christusnaam — in alle talen gelijk — is hartverheugend.
Christus is het Hoofd van Zijn lichaam, dat is: de kerk. Hoezeer ook de Heere binnen Zijn kerk enkelingen op het oog heeft, het gaat om de gemeenschap, om de wereldwijde gemeenschap van hen, die geleerd hebben Christus te belijden. Als Petrus ten overstaan van Christus belijdt, dat Deze de Zone Gods is, wordt niet alleen hij op deze belijdenis zalig gesproken maar zegt de Zaligmaker ook, dat op deze belijdenis de geméénte zal worden gesticht en gegrond.
We gelóven de kerk. En als geloof blijdschap in zich heeft, dan zal deze blijdschap ook betrekking hebben op het bestaan en voortbestaan van de kerk. Zelfs als de wijnstok niet bloeien zal en er geen rund in de stallingen zijn zal, kortom als er tijden van onvruchtbaarheid zijn, dan nòg zal het bestaan van de kerk vreugde zijn. Van het begin der wereld tot aan het eind vergadert Christus Zijn gemeente.
De samenkomsten
Het hart van de kerk klopt intussen in de plaatselijke gemeente, dáár, waar 'het goede' verkondigd wordt. In Hebr. 10:25 wordt dan ook de vermaning gegeven de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, 'gelijk sommigen de gewoonte hebben'. In onze tijd mogen we wel zeggen: gelijk vélen de gewoonte hebben. Het begint met een halve zondag en tenslotte wordt het helemaal geen zondag meer. Als in Hebreeën 10 echter vermaand wordt de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, wordt éérst gezegd dat we op elkander acht moeten nemen, 'tot opscherping der liefde en der goede werken'. Ook hier wordt de gemeente, de kerk als gemeenschap gezien en krijgt alle individualisme de nekslag.
In de Wuppertaler Studiënbibel wordt dan ook bij deze Schriftwoorden het volgende gezegd:
'De Griekse uitdrukking (hier volgen dan de Griekse woorden van de tekst, v.d.G) moet allereerst vertaald worden met: "de samenkomst niet verlaten". De eis van vers 24 'elkaar op te scherpen in de liefde', laat zich immers slechts in de daad omzetten van de concrete gemeenschap der gelovigen, die in dezelfde plaats wonen en zich daar ook regelmatig om de godsdienstige samenkomst groeperen (verg. Joh. 13 : 34, 35 en Hand 2, 42). De christelijke 'Einzelganger' (individualist) is niet in staat het liefdesgebod van Jezus te vervullen. Want liefde dringt ons tot verantwoordelijkheid voor de broeders, eist afzien van vrijheid en vraagt persoonlijke inzet voor de ander'.
Ook hier wordt betuigd, dat de samenkomsten van de gemeente het gemeenschappelijke in zich hebben. Het samenkomen van de gemeente komt voort uit het liefdegebod. Het is geen kwestie van móéten doen maar mógen doen. De vreugde in de samenkomsten van de gemeente is niet allereerst gelegen in 'wat heb ik eraan' maar vooral ook in het elkaar dienen in de liefde. Is het niet een geweldig wonder, dat mensen van heel uiteenlopende snit, positie, begaafdheid en intellectueel vermogen, allen tesamen de lof Gods zingen en, zonder onderscheid van persoon, geraakt worden door de woorden van het Woord, wanneer de Heilige Geest die woorden doet landen in de harten? Wereldwijd kunnen we dat verbreden tot verschillende talen, culturen, rassen. Ieder hoort in eigen taal en cultuur de grote werken Gods. Wie zou zich daarover niet verblijden! Ook als de dominee mij niet zo aanspreekt, dan nòg is er de gemeente.
Het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest gaat dóór in de geméénte. Het is dan ook machtig rijk wanneer we zien, dat ook vandaag een nieuwe generatie jongeren aanschuift en — vaak nog stotterend — mee vreugde gaat krijgen in de dienst des Heeren en zo mee gaat leven in de kerk.
De tegenkanting
Is er nog vreugde, blijdschap om de kerk? Leeft de kerk nog als geloofsartikel? Nee, ik bedoel niet in eerste instantie 'onze' kerk maar 'de' kerk, de kerk des Heeren? We mogen ons áfvragen of de kerk nog wel leeft in het geloof. Woedt er immers niet een kerkstrijd binnen de kerken en tussen kerken, die de blijdschap om het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest dreigt te overstemmen?
Teruggekomen van enkele weken vakantie ligt er een stapel couranten en kerkbladen van allerlei snit. Dit alles door te nemen in een kort tijdsbestek betekent, dat er opeens een schaalvergroting plaats vindt van de thematiek, die aan de orde is in de schrijfsels van wereldlijke en kerkelijke scribenten. Welnu, de blijdschap om de kerk kwam ik spaarzamenlijk tegen. Die blijdschap wordt meestal opgeborgen in meditaties. Verder is er kerkelijk gekrakeel.
Het ernstigst acht ik zùlk schrijven, waarin aan dienaren des Woords de vreugde ontnomen wil worden om ter plekke, waar ze geroepen zijn het Woord Gods te bedienen, werkzaam te zijn. De vraag van de ware kerk in de gebroken situatie van het kerkelijk leven wordt dan zó dominant aan de orde gesteld, dat vergeten wordt, dat er vreugde is in de samenkomsten van de gemeente, rondom Woord en sacrament, in dienende onderlinge liefde, in zegen, die genoten wordt òp en ònder de kansel, kortom in de beleving van de gemeente als gemeenschap voor Gods Aangezicht.
We moeten overigens vandaag helaas constateren, dat het de dagbladjournalistiek is, die een grote bedreiging is voor de blijdschap en de vreugde om te arbeiden in de wijngaard des Heeren. In dagbladen — van wèlke achtergrond dan ook — worden gevechten uitgevochten, die we in kerkelijke bladen zó niet tegen komen. De 'mantel der liefde' ontbreekt. De kerk wordt maar al te vaak te grabbel gegooid, alsof we in de politieke arena zitten. Discussies over dit soort kerkelijke schermutselingen werken, dunkt me, vertroebelend in op de blijdschap inzake het brengen van de goede boodschap. Niet zelden wordt zelfs de vrijheid om in de dienst des Heeren te staan aan banden gelegd. Het zou één van de redenen kunnen zijn waarom er zo weinig doorwerking des Geestes is in de gemeenten.
In Trouw van 21 februari stond b.v. een kop boven een artikel 'Vrijgemaakte uithaal naar geestverwanten'. In het kerkelijk jaarboek van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) rekende dr. W.G. de Vries zo ongeveer af met allen, die zich buiten zijn kerkgenootschap ophouden. Gelukkig heeft in het Nederlands Dagblad — inderdáád: een dagblad — de heer Hoksbergen de aantijgingen van dr. De Vries enigszins gerelativeerd. Hij merkte op, dat de strijd, die gereformeerden in de Hervormde Kerk voeren — ook door hem, naar het standpunt der vrijgemaakten, gevoerd op een verkeerde plaats — door vrijgemaakt gereformeerden inhoudelijk wordt meegevoerd. Dat laatste stemt mij dankbaar. Intussen realiseer ik mij, dat inderdaad onze positie gegeven is door kerkelijke strijd. Het gevaar is dan groot dat we, vanwége die strijd, gaan inleveren op de vreugde om de kerk des Heeren, waarvan ook onze kerk een deel is.
Men kan het echter gelóven of niet, maar binnen deze kerk is er avondmaalsgemeenschap met elkaar en met het Hoofd der Kerk, Jezus Christus, de Gekruiste en Opgestane. Die vreugde werkt de Heilige Geest door alle kerkstrijd heen. Laten we elkaar die vreugde niet betwisten, ook al is er inhoudelijke overeenkomst in de strijd, die we hebben te voeren tegen de geest der eeuw, de geestelijke boosheden in de lucht.
Positief
Wie Christus liefheeft, heeft Zijn kerk lief, ook in haar concrete, hoewel helaas verscheurde gestalte. Het is niet goed als we altijd maar op de kerk afdingen of als we gedogen, dat de kerk wordt neergepraat of omlaag geschreven. In de kerk ontvangen we de tekenen en zegelen van Gods Verbond. In de kerk horen we de bevrijdende verkondiging van zonde en genade. De Kerk werd ons zo tot een aspect van onze geloofsbelijdenis. Liefde vóór en blijdschap òm de kerk, de kerk waarin we een huis vonden om geestelijk in te wonen, is onlosmakelijk aan het geloof verbonden. Het is dan ook niet goed als binnen de kerk een geest binnendringt, die 'immer verneint', altijd nee zegt. Zulk een houding verdraagt zich niet met het geloof in de kerk. Want de vrucht van geloof is blijdschap. En de dochter van geloof heet Hoop.
Willibrord, ik ben blij dat je gekomen bent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's