Catechese aan verstandelijk gehandicapten
Een brief
In de maand oktober 1989 hebben alle kerkeraden die verbonden zijn met de HGJB een brief ontvangen over catechese aan verstandelijk gehandicapten. In die brief wed meegedeeld dat de catechesecommissie van de HGJB aandacht wil gaan besteden aan deze vorm van catechese. In verband daarmee werd gevraagd aan de kerkeraden of zij konden zeggen of er een dergelijke vorm van catechese in hun gemeente bestaat en zo ja, of zij iets wilden vertellen over de manier waarop dit gebeurt.
Na verloop van tijd kwamen de antwoorden binnen. Maar tot onze teleurstelling waren dat er niet zoveel. Ik schat dat ongeveer tien procent van de kerkeraden iets van zich heeft laten horen. Dat is natuurlijk erg jammer.
De vraag komt dan bij je op: hoe zou het komen dat zoveel kerkeraden niet geantwoord hebben? Komt dat omdat zij gedacht hebben: bij ons in de gemeente is geen catechese aan verstandelijk gehandicapten, dus wij hebben niets te antwoorden? Het kan ook zijn dat men gedacht heeft: er is wel iets op regionaal niveau, maar hoe dat nu precies in elkaar zit weten we niet. Dus... laat maar even liggen die brief. Of zou het vooral hieraan liggen dat catechese aan verstandelijk gehandicapten voor het gevoel van veel kerkeraden niet iets is, dat typisch tot de gemeente, en dus tot de taak van de kerkeraad behoort?
Hoe dit ook zij, in elk geval is de respons bijzonder klein. En alleen al dit feit laat zien dat er sprake is van een blinde vlek als het gaat om catechese aan deze verstandelijk gehandicapten.
Een tweede voorzichtige conclusie zou mogen zijn dat er met name in onze hervormde gemeenten weinig catechese aan verstandelijk gehandicapten plaatsvindt.
Is hier sprake van een stuk verlegenheid? Zoals iemand tegen me zei: we zouden het eigenlijk best willen doen, maar hoe moeten we dat dan doen? Kun je dit werk niet beter aan deskundigen overlaten? En die zijn er in onze gemeente niet. En de ouders en verzorgers van onze verstandelijk gehandicapten vragen er zelf ook nooit om.
Ik denk dat we gewoon eerlijk moeten zeggen: hier ligt een taak, die we niet mogen laten liggen. Omdat onze verstandelijk gehandicapten leden van Gods gemeente zijn.
Een nieuwe commissie
Om over deze taak na te denken en om hopelijk ook tot een stimulerende werking te komen heeft de HGJB sinds kort een commissie voor de catechese aan verstandelijk gehandicapten ingesteld. Deze commissie wil allereerst studie maken van de aard en de mogelijkheden van deze vorm van catechese in de gemeente om daarna op bescheiden wijze naar buiten te treden met adviezen over organisatie en materiaal.
Waarom is deze commissie opgericht?
Omdat we onze verstandelijk gehandicapten vooral willen zien als volwaardige gemeenteleden. Uitgangspunt hierbij mag zijn het beeld van het lichaam voor de gemeente uit 1 Cor. 12. Het lichaam van de gemeente bestaat uit verschillende leden. Deze leden staan op allerlei wijze met elkaar in verbinding. Zij kunnen elkaar niet missen om lichaam te zijn. Het ene lid is niet belangrijker dan het andere. Ja, juist die leden, die ons dunken de zwakste te zijn, die zijn nodig (1 Cor. 12 : 22).
Zonder nu de verstandelijke handicap te sublimeren of een onwerkelijk waas van romantiek om de problematiek te weven, moeten we wel zeggen dat verstandelijk gehandicapten juist die leden van de gemeente zijn die we niet kunnen missen. Onder andere hierom omdat zij ons herinneren aan de roeping en het geheim van de christelijke gemeente en ook omdat zij ons in hun geloofsbeleving tot een voorbeeld kunnen zijn.
Ik denk nu met name aan de verstandelijk gehandicapten die thuis kunnen zijn of in een gezinsvervangend tehuis, tussen anderen in leden van de gemeente kunnen zijn. Dit heeft uiteraard veel met hun verstandelijk niveau te maken.
Vormen zij niet zoiets als het geweten van de gemeente?
Gelukkig is er de laatste jaren heel veel gedaan aan geloofsbegeleiding van onze verstandelijk gehandicapten. Er zijn aangepaste kerkdiensten, er is pastorale verzorging. Maar we moeten toch zeggen dat deze zorg voor de verstandelijk gehandicapten nog vaak te weinig vanuit de plaatselijke gemeente en de kerkeraad wordt verricht. Vaak gebeurt het, uiteraard met medeweten van de kerkeraad, vanuit persoonlijke initiatieven. En dan wordt de vraag wel heel actueel of dit werk toch niet, evenals andere vormen van catechese, tot de opdracht, — want tot het wezen — van de gemeente behoort.
We willen duidelijk stellen dat we op geen enkele manier het vele voortreffelijke werk dat buiten de directe structuren van de gemeente gedaan wordt, zouden willen diskwalificeren. Maar is het nu juist niet het gemeentelijk aspect waarop het aankomt? Krijgt deze catechese niet dan pas de volwaardige plaats die haar toekomt?
Catechese... kan dat?
Bij catechese denken veel mensen allereerst aan leren, verstandelijk leren van geloofsinhouden, zoals de twaalf artikelen, de tien geboden, de Bijbelboeken, enz. Deze opvatting van leren is dan ook behoorlijk cognitief, intellectueel, verstandelijk. Maar dan komt de vraag op: zijn de verstandelijk gehandicapten juist niet in dit leren gehandicapt? Is dan de catechese aan verstandelijk gehandicapten niet een innerlijke tegenstrijdigheid?
Ik denk dat we hier opbotsen tegen een eenzijdige opvatting van 'leren'. Is leren alleen maar iets verstandelijks? Heeft leren ook niet te maken met het gemoed, het hart, het innerlijk, het gevoel van de mens? Welnu, juist dat innerlijke, hartelijke, gevoelsmatige leren, waarbij het verstand niet het één en al is, bedoelen wij, als het gaat om catechese aan verstandelijk gehandicapten. We zouden het 'bevindelijk' leren kunnen noemen. Zoals we van een bevindelijke prediking spreken, zo zouden we heel goed van een bevindelijke catechese kunnen spreken.
Is juist het bevindelijke element in de catechese niet iets specifieks voor een gereformeerde visie op leren? Zou niet juist daarom binnen de hervormd gereformeerde gemeenten deze catechese een plaats moeten hebben?
Gemeentelijke catechese is niet vrijblijvend. Ze heeft een gemeentelijke doelstelling. Betekent dit niet dat ook voor verstandelijke gehandicapten de mogelijkheid geopend wordt dat zij temidden van de gemeente evenals anderen de openbare belijdenis van het geloof afleggen?
Ik zeg er wel bij, dat dit met de nodige wijsheid moet gebeuren. Deze dingen vragen om een intensieve pastorale begeleiding. Maar het moet zeker mogelijk zijn. Staat niet centraal in de geloofsbelijdenis de belijdenis om bij de Heere Jezus te behoren?
Welnu, als er één ding is, waarin de verstandelijk gehandicapten ons veel kunnen leren, dan is het dat wel. Zoals die jongen, die bij zijn belijdenis overluid 'ja' zei, omdat Jezus zijn jawoord toch allereerst moest kunnen horen.
Voor veel verstandelijk gehandicapten die belijdenis hebben mogen afleggen, was die dag de mooiste dag in hun leven. Ze zullen dat feestelijke gebeuren nooit meer vergeten.
In het verlengde hiervan ligt ook de vraag of zij toegelaten kunnen worden tot het Avondmaal. Ook nu zeggen we: dat kan zeker, mits met de nodige wijsheid en onder pastorale begeleiding.
Je zou eigenlijk moeten zeggen: als er verstandelijk gehandicapten in de gemeente zijn, die in de gelegenheid zijn om ten Avondmaal te komen en ze zijn er toch niet, dan is de avondmaalsvierende gemeente zelf gehandicapt. Voor mij zelf was in één van mijn vorige gemeenten de avondmaalsviering pas compleet, als Piet tegenover mij zat met zijn onvergetelijke blijde ogen.
Praktische vragen
Het gezegde luidt: bezint eer gij begint. Dat is waar.
Dat betekent echter niet, dat we niet aan deze vorm van catechese moeten beginnen, omdat het ons toch niet lukt.
Het betekent wel, dat we ons eerst goed moeten bezinnen op deze catechese vóór we beginnen. Het is niet goed om op een kerkeraadsvergadering in een opwelling te besluiten aan deze catechese te beginnen, en vervolgens het aan iemand in de gemeente over te laten, van wie we denken dat deze persoon er geschikt voor is, en zich als kerkeraad er verder niet mee te bemoeien.
Er dient een gemeentelijke structuur te zijn, waarbinnen deze catechese plaats kan vinden. Deze structuur hebben verschillende gemeenten reeds op goede wijze gevonden.
Wij als commissie zien het als onze taak, om na een tijd van eerste bezinning, hier een dienende functie in te hebben. Mogelijk kan er van onze kant een soort handleiding voor een opzet verschijnen, waarin allerlei praktische vragen aan de orde gesteld worden. Wie moeten deze catechisatie geven? Hoe moet ze worden georganiseerd en ingevuld? Welk materiaal gebruiken we? Hoe houden we rekening met het niveau van de gehandicapten? Zo zouden er nog meer dingen te noemen zijn. Mogelijk komt er ook een brochure en misschien een catechesedag die aan deze vorm van catechese gewijd is.
U ziet, allemaal plannen. Alleen onder de zegen van God kan er iets van terecht komen.
Hopelijk kunnen we voor kerkeraden en catecheten iets betekenen op dit terrein. En het belangrijkste zou zijn dat door dit werk het woord van Jezus in vervulling zou mogen gaan: 'Voor zover gij dit één van deze mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.' (Matth. 25 : 40).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's