Jeremia (2)
Zijn persoon en zijn tijd
Afkomst
In een aantal schetsmatige lijnen wil ik proberen de persoon van Jeremia nu te tekenen. Vele dingen zullen uiteraard bekend zijn maar wellicht mogen wij het oude in een hernieuwde persoonlijke confrontatie opnieuw in zijn betekenis in het licht gesteld zien. Welnu, Jeremia is de zoon van een zekere priester Hilkia, geboortig uit het plaatsje Anatoth in het stamgebied van Benjamin, ruim een uur gaans ten noord-noordoosten van Jeruzalem gelegen. Opvallend is dat: de priesterfamilie dient de profetie, een belangrijke notie. Wie denkt niet aan de profetengestalte van Johannes de Doper, die eveneens stamt uit een priestergeslacht? Op een onnavolgbare wijze schikt God alle componenten, alle lijnen op deze manier zodat op cruciale momenten in de geschiedenis van het heil deze tweeheid van priesterschap en profetendienst in het licht treedt. De priester is de man die offert maar hij is ook de man die het volk leert uit de Wet des Heeren. Daar hebt u eigenlijk al die uiterste concentratie van de kern van het priesterschap tot de gave van de profetie. En beiden, Jeremia en Johannes de Doper, zijn van voor hun ontvangenis in de moederschoot bestemd tot de hoge taak om het volk Gods te roepen tot bekering en het handelen Gods in het verleden, het heden en de toekomst te verkondigen. Wij hebben hier uiteraard niet de doorgaande lijn maar de uitzondering, die God toepast ten aanzien van de hoge gestalten van Zijn Rijk. Maar dan neemt de Heere zulken ook gans en al in beslag en in bezit, van vóór hun geboorte en in heel hun levensgang. Getuige ook het feit dat Jeremia uit hoofde van een goddelijke openbaring ongehuwd is gebleven. Hoe zou het leven van deze mens zoals dat zich voltrok in de relatie tot zijn dienst aan God en Zijn volk — met àl de pijnen, angsten, worstelingen en wat dies meer zij — ook gepast kunnen hebben in de kaders van een huwelijk? Zó alleen kon hij zich gedurende zijn hele leven uitsluitend aan de vervulling van zijn profetische roeping wijden.
Roeping
In het dertiende jaar van de regering van koning Josia wordt Jeremia tot profeet geroepen. Jong is hij dan nog. 'Toen zeide ik: ach, Heere Heere, zie ik kan niet spreken, want ik ben jong...' (Jeremia 1 : 6). Hoe jong, dat weten wij niet, maar wij zullen niet al te ver mistasten wanneer wij zijn leeftijd op ongeveer twintig jaar stellen. Zoals gezegd: dit moment van zijn roeping is een ontzaglijk ogenblik, de climax in een trits, de drieslag van 'kennen, heiligen en stellen', drie goddelijke, soevereine daden. Deze man heeft het niet aan een toeval te danken dat hij voortaan als profeet moet optreden. Nee, God legde van alle eeuwigheid Zijn hand op hem en daarin is alles voorbereid en gegeven: geboorte en opgroeien, afkomst en geslacht, omgeving en opvoeding, natuurlijke en geestelijke gaven. Inderdaad, een bijzonder handelen Gods met een mensenkind. Waarom? Ter toerusting op een ongemeen zware taak. Daarmee staat Jeremia inderdaad in de lijn der grote gestalten. Als ééns een Elia. Maar... Jeremia is geen Elia qua natuur, karakter en statuur. Voor éénzelfde taak gebruikt God zeer verschillende mensen. In dit geval een dienaar die o zo schuchter is en ineen krimpt bij het vernemen van zijn roeping. En Gods weg zal wezen dat hij niet evenals Elia door allerlei goddelijke wonderen wordt uitgered en door bijzonder ingrijpen van de Heere uit tal van noden wordt verlost. Hij moet bij al de moeilijkheden welke hem wachten, zijn kracht vinden in de vaste overtuiging door de Heere Zelf te zijn verkoren en geroepen en bevestigd worden in de wetenschap dat zijn persoon en zijn ambt onlosmakelijk bijeen behoren. Zoals hij is — met al zijn gaven èn al zijn ongestalten — zó moet hij zijn levenstaak volbrengen. In die bewustheid van zijn vóór-verordinering tot de dienst der profetie beschikt hij straks over een bron van kracht. Dat hij niet immer daaruit geput heeft, doet aan de zaak zelf niets af. Ons treft in dezen ook de parallel met Paulus, die verzekerd was dat de Heere hem van zijn moeders schoot aan had afgezonderd en geroepen door Zijn genade (Galaten 1 : 15).
Het is ons overigens onbekend gebleven hoe de verdere vorming van Jeremia zich heeft voltrokken. Het geheel der dingen maakt op ons sterk de indruk dat hij van meet af aan heeft moeten optreden, anders weer dan bijvoorbeeld Paulus, die lange jaren na zijn arrestatie bij Damaskus 'verdwijnt' in de woestijn van Arabië. Anders ook dan Johannes de Doper, die lange tijd verbleef in de theologische hogeschool van de woestijnen van Judea. Geboren omstreeks 650 voor Christus, heeft Jeremia bijkans een halve eeuw lang zijn profetische bediening vervuld. Niemand onzer ontkenne het belang van vorming tot de dienst Gods in het ambt van dienaar des Woords. En dat óók wanneer eenmaal het ambt is verkregen. Iedereen zal het beamen. In praktijk brengen, is dat niet vers twee dat helaas niet altijd wordt gezongen? Maar... de meest uitnemende vorming maakt de roeping niet overbodig. Er blijve heilig evenwicht in ons denken en doen wat dit betreft. Wie kan dienen en prediken zonder geroepen te zijn? Wij leggen daarin elkaar geen wetten op en moeten in de beoordeling uiterst voorzichtig zijn. ledere dienaar van God kent en kenne hierin zijn eigen levensgeheim. Wij moeten daarmee vooral niet te koop lopen en er niet mee leuren in de gemeenten en bij de mensen. Als er eens plaats voor is, in heilige ogenblikken onder vertrouwde mensen, dàn mag er wel eens iets van open komen en oplichten. Maar laten wij nooit met verhalen over onze roeping ons persoonlijk gezag laten gelden, zeker niet in conflictsituaties om tegenstanders de mond te snoeren en schaakmat te zetten. Roeping moet blijken en wordt, als het goed is, haast 'natuurlijkerwijze' door de gemeente, die wij dienen, ervaren en gedragen en overgenomen.
En dan, roeping houdt ook bestemming in. Van Godswege op die plaats en in die arbeid gezet te worden, die God heeft beschikt. Het toeval regeert ons leven niet, ook niet ten aanzien van standplaats en al wat daarmee samenhangt al sluit dat een persoonlijk mistasten niet te allen tijde uit. Niet altijd willen wij gaan in het spoor dat God wijst en niet altijd vrijwaren wij onszelf van het gaan van eigen wegen.
Spanning
Al zijn wij niet van de statuur van Jeremia — er is een onderscheid tussen de profetie en de 'gewone' bediening van het Woord — en al bekleden wij een veel minder in het oog springende positie dan deze grote Godsman, wij moeten er evenwel van doordrongen zijn dat het ambt en het dragen daarvan verregaande consequenties hebben voor de persoon, die het draagt. Ik meen dat Van Ruler gezegd heeft dat het ambt altijd enigszins de mens, die het draagt, 'verfomfaait'. Mij dunkt dat dat woord een stuk waarheid bevat. Het ambt is méér dan onze persoon. Het wordt op ons gelegd. En welke dienaar van het Woord denkt niet met ontroering terug aan het ogenblik van de eerste bevestiging en de daaraan verbonden handoplegging? Daar is iets op ons komen te liggen dat groter is dan wij, iets dat ten diepste voor een mens nauwelijks draagbaar is: de last des Heeren. De opdracht tot de verkondiging van de Woorden Gods is letterlijk niet licht. En welke dienaar ontkomt aan de strijd, die daarmee gegeven is? Een strijd, die somtijds de vorm kan aannemen van een conflict tussen ambt en mens. Zij is ook Jeremia, die zo duidelijk en krachtig was geroepen, niet bespaard. Eén ding is zeker: Hij, Die roept, kent onze machteloosheden, onze innerlijke conflicten, onze wankelingen en aanvechtingen, onze diepe worstelingen om te moeten leren buigen onder Hemzelf. Over heel de linie van ons leven, ambtelijk en, onlosmakelijk daaraan verbonden, ook persoonlijk. En hoe vaak zal toch niet uit de rots water zijn gevloeid? Zó schreef Paulus het: 'Hij, Die u roept is getrouw. Die het ook doen zal'!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's