De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Na het voordeel van de twijfel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na het voordeel van de twijfel

Nieuwe hervormde opleiding unaniem aanvaard

14 minuten leestijd

Zelden zal er aan de vooravond van een synodezitting zoveel voorwerk en wandelgangenwerk van buitenaf zijn verricht als voor de zitting van de Hervormde Synode vorige week omtrent de nieuwe structuur van de opleiding van dienaren des Woords. Er was grote belangstelling op de 'publieke tribune'. Met name kerkelijke docenten van onderscheiden theologische faculteiten gaven acte de présence (verschillende van hen vergezeld door hun vrouw) en deden al het mogelijke om in de pauzes hun visie op, dat wil zeggen hun verlangen naar, een nieuwe kerkelijke opleiding duidelijk te maken. Evenwel waren er, vooraf­gaand aan de synode handtekeningenacties pró en handtekeningenacties còntra geweest en waren er ettelijke artikelen (met name in het dagblad Trouw) pro en contra verschenen. Het zou de moeite waard zijn alles wat geschreven is te bundelen.
Met name vanuit de staatsfaculteiten en de colleges van bestuur van de universiteiten waren kritische geluiden geuit ten aanzien van het nieuwe instituut, ook wel hervormde universiteit genoemd. Synodeleden moesten door de uiteenlopende geluiden wel in opperste verwarring raken. Eén der synodesprekers merkte later op dat het hem, bij het lezen van al die stukken, tenslotte duidelijk was geworden, dat men eerst maar kijken moest wie bepaalde stukken ondertekenden. Dan werd duidelijk dat er in hoge mate eigen belangen meespeelden.


Hoe dit alles ook zij, duidelijk is, dat de beslissing, die genomen ging worden, in zeker opzicht een 'historische' beslissing was. Waarom het ging hebben we vorige week in deze kolommen uitvoerig uit de doeken gedaan. We hebben ook een aantal pro's en contra's op een rij gezet en kwamen tot de conclusie dat de synode het best het voordeel van de twijfel zou kunnen geven. Welnu, het is in ieder geval het voordeel van de twijfel geworden. De synode besloot — overigens met algemene stemmen —, na een roerige dag, om de voorstellen, gedaan in het rapport dat voorlag (het IWOOT-rapport), te aanvaarden.

Toelichting
Dr. A.C. de Roon, secretaris van de Commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs (TWO), die zich op één lid na achter het betreffende rapport had gesteld, gaf aan het begin van de synodezitting nog even aan waarom het ging. Hij onderscheidde vooraf een viertal type reacties op de voorstellen: van de dommen, de emotionelen, diegenen die alleen maar zeggen hoe het niet moet en diegenen aan wier goede bedoelingen men kan twijfelen. Het gaat erom — aldus dr. De Roon — dat de kerk verantwoordelijk is voor de opleiding van haar predikanten. Wil dat naar de toekomst mogelijk blijven dan moet de vormgeving van de huidige opleiding worden aangepast. Bij de nieuwe instelling moet men met de volgende punten rekenen.
1. De relatie tussen de kerkelijke opleiding en de staatsopleiding (duplex ordo) blijft in stand. (Zoals we vorige week reeds opmerkten gaat het om een aanpassing van de duplex ordo, waarin kerk en staat beide een evenredig aandeel hebben in de opleiding van hervormde predikanten).
2. Er komt een overeenkomst van de kerkelijke opleiding met de openbare faculteiten. Het gaat dan om contracten, die van universiteit tot universiteit kunnen verschillen.
3. De relatie van de kerkelijke opleiding tot de kerk wordt verstevigd. Worden zo dan de faculteiten niet afhankelijk van de kerk? Dat zijn ze altijd geweest. Als de kerk er niet was geweest, waren er geen studenten in de theologie geweest, waren er derhalve geen vier staatsfaculteiten geweest.
4. De staatsfaculteiten zullen rekening dienen te houden met de kerk. In de nieuwe opzet die nu gekozen is zal sprake zijn van juridische gelijkwaardigheid van de kerkelijke opleiding en de staatsopleiding.


Prof. dr. A. v.d. Beek, kerkelijk hoogleraar te Leiden, lichtte verder nog toe dat er ook sprake zal zijn van gelijke financiële berechtiging van hervormde, gereformeerde èn rooms katholieke studenten, die elk voor zich bij één van de te creëren instellingen ingeschreven dienen te zijn; namelijk ƒ 17.000,— per student per jaar.

Heen en weer
Van meet af werd in de synodediscussie, die volgde, de vraag gesteld of er wel voldoende en zorgvuldig vooroverleg was geweest met de colleges van bestuur van de universiteiten. Die vraag kwam steeds terug, hoezeer ook het moderamen (bij monde van praeses ds. B. Wallet), of de commissie TWO (bij monde van dr. De Roon) betoogde, dat er inderdáád veelvuldig en zorgvuldig overleg was geweest. Zelfs werd van die zijde gesuggereerd dat pas nú, nu het menens ging worden met de voorstellen, gezien de synodale behandeling, men pas van de kant van de staatsfaculteiten of de colleges van bestuur in actie was gekomen, terwijl men voordien de plannen nauwelijks serieus had genomen. Tot heden heeft het ontbroken aan een (grond)wettelijk mogelijk alternatief op de plannen die nu voorliggen.

Toch vroegen synodeleden, onder de (in)druk van acties uit de staatsfaculteiten, herhaaldelijk om twee maanden uitstel van de beslissing door de synode. De colleges van bestuur hadden om twee maanden uitstel gevráágd. Maar diegenen, die in kleiner of breder verband nu al jaren aan dit plan hebben gewerkt, verzekerden vóór en ná dat in twee maanden geen deugdelijk alternatief op tafel zou (kunnen) worden gelegd.


Er waren ook synodeleden die aarzeling hadden bij de nieuwe plannen op zich. Vanuit hervormd gereformeerde kring was ds. R.A. Grisnigt, Bennekom nog niet zó maar bereid om de bestaande invulling van de duplex ordo op te geven. Hij vreesde voor vermindering van het theologisch gehalte van de opleiding, met name voor verminderde confrontatie met de maatschappij waarin we leven. In tweede ronde, toen hij motiveerde waarom hij een motie voor uitstel introk (samen met ds. R. van Kooten ingediend), zei hij onder de indruk te zijn gekomen van stemmen uit de kerkelijke opleiding in de wandelgangen (met name van dr. Anton Vos), die hem duidelijk hadden gemaakt, dat er in korte tijd veel veranderd was aan de universiteiten.

Oud-kerkvoogd E. Nagel Soepenberg, Haarlem stelde 'de dynamiek in de besluitvorming' te willen handhaven en tegelijk zorgvuldigheid te willen betrachten met betrekking tot de evaluatie van reacties, die binnengekomen waren. Hij was niet bevreesd voor een sterkere relatie tussen de kerk en de kerkelijke opleiding. Hij vergeleek — zelf een man van de beta-wetenschappen — de situatie met de Technische Universiteiten. Daar was een nauwere relatie met het bedrijfsleven gelegd. Zou dit de onafhankelijke wetenschap niet schaden? De wisselwerking tussen bedrijf en opleiding heeft echter goed gefunctioneerd. Zo ook mogen we dit verwachten van een nauwere verbinding tussen de kerk en de opleiding. 'Het verdiept de beschouwing en scherpt de geest'.
Ook dr. J. Hoek, Veenendaal, pleitte voor voortvarendheid. De positie van de Hervormde Kerk is in het geding. Het gaat niet om een kerkelijk isolement voor de opleiding. De spanning van de duplex ordo moet blijven. Maar het IWOOT-rapport maakt duidelijk dat er sprake is van een levendig besef van onze eigen kerkelijke verantwoordelijkheid.

Diaken mw. J.M. de Boer-de Leeuw, Amsterdam merkte op dat in de nieuwe opleiding a.i.o. plaatsen (assistenten iopleiding) ook direct aan kerkelijke hoogleraren kunnen worden toegewezen. Verder kan in de huidige situatie de kerk geen benoemingen aan de staatsfaculteiten claimen. Onder de nieuwe opzet wordt de kerkelijke inbreng aanmerkelijk verbeterd.

Kerkelijke hoogleraren
Aanvankelijk hadden de kerkelijke hoogleraren van de onderscheiden universiteiten zich unaniem achter de voorstellen geschaard. Op het laatste moment trok de Groninger prof. dr. Hensen zich terug. Ter synode begaf een andere Groninger kerkelijk hoogleraar — prof. dr. L.A. Hoedemaker — zich op de weg van retireren. Hij stelde dat verdwijnen van de pluraliteit in de beoefening van de theologische wetenschap een ramp zou zijn. Er zal geen sprake mogen zijn van een totale verkerkelijking van de opleiding. 'Ik houd argwaan dat de kerk teveel invloed krijgt': argwaan ten aanzien van 'de macht'. Vanwege die argwaan wilde hij wel alsnog zijn handtekening intrekken. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Later reageerde dr. De Roon met de opmerking, dat hij op de vragen van de Groninger hoogleraar niet wenste in te gaan, omdat deze in andere verbanden de vragen niet had gesteld, die hij nu wel stelde.


Aan het eind van de discussies deed prof. dr. G.H. ter Schegget, sprekend namens de kerkelijke hoogleraren, een aanmerkelijke duit in de zak door in een geladen betoog te pleiten voor de nieuwe opleiding. We moeten de duplex ordo redden, voorkómen dat die teloor gaat. Het model van 1876 voldoet niet meer. Het gaat om de laatste resten van de zilveren koorde (band tussen kerk en staat), de rek is eruit. Was in 1876 de duplex ordo bedoeld als het leggen van een werkbare verbinding tussen de kerkelijke opleiding en de staatsfaculteiten, we liggen nu achter op de staatsfaculteiten. We moeten een nieuw kader hebben waardoor we beter bewapend te velde kunnen trekken. De kerk heeft een eigen grote gevoeligheid ten opzichte van cultuur en secularisatie. De kerk weet van liefde, van God. 'Dat soort wetenschappen' aan de staatsfaculteiten is echter gangmaker van het nihilisme. Ter Schegget rangschikte Miskotte, samen met Gunning, Van Ruler en de recent overleden Van Gennep, tot de vier grootste theologen van de Hervormde Kerk van deze eeuw. Maar Miskotte nam afscheid van Leiden met een rede over de dogmaticus 'als dirigent of dilettant'. Hij behoorde dirigent te zijn maar werd als dilettant behandeld.
Namens de kerkelijke hoogleraren riep Ter Schegget op snel te beslissen. Waar het goed gaat blijft de situatie zoals ze is. Waar het verkeerd gaat zal het nieuwe instituut een aanmerkelijke verbetering zijn. De kerk zal handelingsbevoegdheid hebben als die van een vrouw: daarom, beslis vandaag. Uitstel zou grote nadelen kunnen opleveren, verergering ten opzichte van de bestaande toestand.

Besluitvorming
Toen het op besluitvorming aankwam werden moties tot uitstel ingetrokken en lag er een (aangepast) voorstel van het moderamen om 'in principe' te besluiten de voorstellen uit het IWOOT-rapport te aanvaarden. In principe, want de staatsfaculteiten moesten nog een kans kunnen hebben om binnen twee maanden met een beter alternatief te komen, beter dus dan de plannen ontwikkeld in het rapport. Ds. B.K.W. Dijkstra, Ter Heide aan Zee, maande af van dit 'in principe'. 'We moeten gewoon besluiten'. Na roerige discussie besloot de synode, met vijftien stemmen tégen, inderdáád de woorden 'in principe' te schrappen. Toen dat besloten was, werd met algemene stemmen het complete besluitsvoorstel (hiernaast afgedrukt) aangenomen. Derhalve was het nieuwe plan aanvaard. De mogelijkheden voor de vier openbare faculteiten om gezamenlijk nog een alternatief te bieden, dient wel binnen de kaders van deze besluitvorming te liggen. Daarna was de euforie compleet. De synode gaf zichzelf een daverend applaus. Kennelijk was er ook sprake geweest van bijstelling van meningen vanwege doorgaande informatie gedurende de hele dag.

Ingehouden
Het ging hier dan ook om een zo ingrijpende zaak, dat synodeleden niet genóég geïnformeerd konden zijn met betrekking tot de voor- en nadelen van de nieuwe opleiding.
Teneinde weer met beide benen op de grond te komen is het intussen nodig ons goed te realiseren, dat de aanpassing van de duplex ordo een gevolg is van de doorvretende secularisatie. Was er in de vorige eeuw nog duidelijk sprake van een verhouding tussen geloof in God en beoefening van de theologische wetenschap aan de openbare faculteiten, thans moeten we constateren, dat méér en méér de theologie aan de staatsfaculteiten in de greep is gekomen of dreigt te komen van a-kerkelijke, anti-kerkelijke, zelfs ook a-theïstische opvattingen. (Voor deze verschuiving in posities verwijs ik naar enkele citaten uit de toespraak van ds. F.S.J. van der Sar, Maasbracht, die wij volgende week zullen plaatsen).
Dient theologie als vanzelfsprekend uit te gaan van de belijdenis van God — theologie is God-zeggen — vandaag maken opvattingen opgeld, dat het niet-geloven in God, zelfs de ontkènning van Zijn bestaan basis is van de theologie als wetenschap. Zulk een theologiebeoefening is dan tot niet veel anders meer teruggebracht dan tot godsdienstwetenschap of godsdienstfilosofie. In zulk een situatie nu zal de kerk tijdig de steven wenden voor de opleiding van haar dienaren des Woords. In de vorige eeuw hield Groen van Prinsterer aanvankelijk vast aan het hoge ideaal van de openbare school met drie stromingen: een joodse, een protestantse en een rooms katholieke. Maar toen het ideaal afketste op de weerbarstige werkelijkheid werd hij de kampioen (Gode zij dank) voor het bijzonder onderwijs. Zo ook nu. De secularisatie slaat hard toe. De effecten daarvan zijn aan de ene openbare theologische faculteit misschien duidelijker merkbaar dan aan de andere, maar de effecten zijn er over de héle linie. Welnu, dan staat de kerk in een eigen verantwoordelijkheid om te streven naar een aangepaste opleiding, waardoor de vorming van a.s. predikanten het best kan worden gegarandeerd. Hoofdvakken als dogmatiek en exegese kunnen onmogelijk meer (louter) aan de openbare faculteiten worden gedelegeerd. De kerk zal van meet af bij de opleiding, juist ook ten aanzien van deze vakken, een greep op het geheel dienen te hebben. Op straffe dat anders bovendien, wanneer de kerkelijke opleiding pas na vier jaar staatsopleiding plaatsvindt, kerkelijke docenten worden overbelast. Dit laatste nu is reeds duidelijk het geval.


Toch is er ook alle reden om te komen tot een kritische vraagstelling 'na het voordeel van de twijfel'. Want we vleien ons niet met de gedachte, dat nu opeens het paradijs weer opengaat met betrekking tot de opleiding van de aanstaande dienaren des Woords. Dat de nieuwe opleiding mede onder de druk staat van het Samen op Weg-proces en misschien zelfs het Samen op Weg-proces onder druk zou kunnen zetten — dit vanwege het feit dat b.v. in Utrecht ook een gereformeerde instelling verrijst (samengaan van Kampen en de VU) — hebben we vorige week reeds verwoord. Voorlopig is er sprake van twee afzonderlijke instituten. Maar wanneer wordt dit één gezamenlijk instituut? Prof. dr. A. v.d. Beek noemde reeds de 'federatieve' verbinding.
Maar verder, een eigen hervormde opleiding betekent nog niet een gereformeerde opleiding, of een opleiding met duidelijker gereformeerde inbreng dan tot heden het geval was. We ontveinzen ons niet — we schreven dit vorige week al — dat onder de duplex ordo aan de sector Gereformeerde Bond (waarmee de gereformeerde inbreng in de theologie overigens niet samenvalt), in totaal drie staatshoogleraren en twee kerkelijke hoogleraren in deze eeuw zijn toebedeeld. Achter de wetenschappelijkheid van de gereformeerde theologie werden immer, niet alleen binnen de staatsfaculteiten maar ook binnen de kerkelijke opleiding vanwege de Hervormde Kerk zélf, kennelijk nogal eens vraagtekens gezet. Zal dat in de toekomst beter worden? Toen één der synodeafgevaardigden het nodig achtte bij voorbaat de gereformeerde inbreng in het nieuwe instituut te moeten verachten, leverde dit een algemeen misprijzende reactie op. Maar daarmee is nog niet gezegd, dat de gereformeerde theologie er in de toekomst wat de Hervormde Kerk betreft beter voorstaat. Iemand zei: 'De beer is wel geschoten, maar moet nog worden gevild'.

Positief is intussen dat in de voorstellen, zoals die nu ter tafel liggen, is teruggenomen de kwestie van een curatorium, waaraan de benoemingsbevoegdheid wordt ge­delegeerd. Die zaak ligt nog open. Hopelijk zal dat een zaak zijn van de héle kerk. En dan zal het een erezaak zijn voor de gereformeerden in de Hervormde Kerk om in de toekomst duidelijk te maken, dat ze niet alleen iets hebben te vragen maar ook te bieden.


Er zal nog heel wat water door de Rijn alvorens de nieuwe opleiding in kannen en kruiken is. De synode gaf het voordeel van de twijfel. Dit besluit kan onze instemming hebben. De uitwerking van dit besluit in de toekomst zal uitmaken of we ook voldaan kunnen zijn ten aanzien van de nu genomen besluiten.
Mocht men intussen bevreesd zijn voor 'oprukkende orthodoxie', we stellen daartegenover dat gereformeerde theologie de bijbelse toets der kritiek ruimschoots kan doorstaan en ten volle de gemeente zal dienen, in ieder geval gaat die theologie uit van de belijdenis van God: de Vader, Zoon en Heilige Geest. De verlichting van de Heilige Geest kunnen we in de theologiebeoefening ook niet missen. Of valt dat binnen de kerk tegen te spreken? De toekomst zal het leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Na het voordeel van de twijfel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's