‘Kom over en help ons!’
Van Overzee
Een droom?
Onlangs, toen we voor enkele maanden met verlof in Nederland waren, droomde ik dat er overzee op allerlei plaatsen mensen stonden te wenken. Het was erg ver weg en daarom kon ik niet goed horen wat ze stonden te roepen. Maar ik zag dat het een hartekreet was. Van hun lippen las ik de woorden 'Kom over en help ons!'
Maar was het wel een droom? Of was ook hier de wens de vader van de gedachte? Het zal in elk geval alles te maken hebben gehad met een stukje van de GZB in dit blad in de rubriek Bonds- en Kerknieuws. Een noodkreet. Hoe het toch kwam dat er nauwelijks predikanten waren die reageerden op advertenties voor zendingsarbeiders. Het bericht stond daar als bericht. Met andere woorden, je neemt er kennis van zoals van veel andere berichten in die rubriek, berichten over afscheid en intrede. Wordt het dan toch pas interessant als je naam verschijnt in de rubriek: X. te Y. beroepen te Z.?
Het zou overigens best zo kunnen zijn — en zonder andere lezers uit te schakelen (voor u ligt er hier óók een opdracht!) zie ik vooral mijn collega's voor me — dat het deels toch op die beroepingsberichten vastzit. Immers, een advertentie is geen beroep. En geldt dan wel het 'door de gemeente, mitsdien van God geroepen zijn'? Neem je door te reageren niet zelf een initiatief en ga je de Heere die je leven leidt zo niet voor de voeten lopen?
En dan moet ik weer aan die droom denken, die ik in Nederland had. Was het wel een droom?
Geen droom!
We zijn na een moeilijk afscheid nu alweer een week of drie 'op onze stek'. En daar mag u terecht in horen dat we ons hier op onze plaats weten. Met vreugde en dankbaarheid!
En die droom...? Ik weet het nu zeker. Het was geen droom, maar het is de werkelijkheid! Niet dat ze allemaal het werk hebben laten liggen en aan de kust van de Atlantische Oceaan staan te roepen of er ook alsjeblieft iemand zou willen komen. Daar is geen tijd voor. De velden zijn wit! Er is erg veel werk aan de winkel, aan de kerk, bedoel ik.
Maar ondertussen zie je wel de nood en hoor je de opmerkingen. Er is een duidelijke roep om meer en diepgaand theologisch onderwijs. Om het Woord — en dat is toch het fundament waarop onder leiding van de Heilige Geest de Kerk gebouwd wordt! — meer te mogen verstaan. Dat vraagt studie en begeleiding van anderen die meer van de Heere ontvangen hebben. Ik ben zo vrij om te beweren dat wij/u in Nederland daar ook bij horen. Wij hebben in onze traditie zoveel uit Gods hand ontvangen, maar hoe zit het met het rentmeesterschap over deze erfenis? Oppotten zonder te weten waar je zo zuinig op bent? Of laten we anderen in Nederland en overzee delen van de schat, waarvoor geldt dat delen vermenigvuldigen is?
Een (be-)roep
Mag ik een beroep op u doen?
Om uzelf af te vragen of in een oproep om u beschikbaar te stellen voor de zending (bv. een advertentie van de GZB of in welke andere vorm ook) toch niet de hand van de Heere God in uw leven zichtbaar wordt? Daar staan we toch wel open voor?
Ja, maar een beroepingsbrief is toch anders, directer. Is dat zo? Het meest directe is toch als de Heere zelf tot ons komt? En hóe, dat is toch Zijn zaak?
De werkelijkheid is...
— dat het echt een beroep is, die roep van overzee. Daar is een gemeente die roept om hulp en 'mitsdien' roept de Heere. De GZB maakt niet uit dat ze ergens (in Limuru, Lima of San Felipe) een nieuwe zendingsarbeider wil droppen, maar het is de kerk daar die vraagt om assistentie. En aan de roep van die (onbekende en onvermaarde) gemeente mag de GZB stem geven door haar advertenties. Aan de hartekreet van die broeders en zusters mag ik nu zwart op wit vorm geven door dit artikel. Hoort u de Heere roepen?
— dat het toch een beroep voor u persoonlijk is al is er dan geen beroepingsbrief geadresseerd aan ds. of kand. X. te Y.
Ja, maar iedereen kan toch reageren, waar blijft dat persoonlijke dan? Dat blijft daar waar ú zich afvraagt 'heeft de Heere mij op het oog?' Waar u zich voor Gods aangezicht de vraag stelt 'waarom zou ik het niet kunnen zijn?'
— dat we heel vaak geneigd zijn te reageren met 'waarom ik?' en daar hebben we allerlei echte en gezochte argumenten voor. De kinderen, de familie, je vrienden, het onbekende, de vreemde taal... En verder: 'er is zoveel werk in eigen land', 'ik kan onmogelijk weg uit mijn gemeente, want...', 'onderwijs en toerusting, kan ik dat wel?', 'en als ik weer terugkom in Nederland, wat dan? Waar kom ik dan terecht?'...
— dat het kàn, als we door alles heen toch de vinger Gods ontdekken. Hij die roept is toch getrouw? Dat is heel concreet en het betekent dat als de Heere een weg wijst en baant dat die weg ook begaanbaar is! Ook als je weer terugkomt naar Nederland!
Dan kan het wel eens zijn dat de Heere juist uw ongedachte talenten tot ontplooiing wil laten komen.
Dan blijven de moeilijke dingen rond het vertrek naar en het verblijf overzee wel moeilijk, maar ze worden wel hanteerbaar.
Dan ervaar je naast andere dingen ook de vreugde en de dankbaarheid van het gaan in de weg die de Heere wijst; Waarop Hij met je is!
Droom, werkelijkheid?
We hopen en bidden dat de verwachting van de broeders en zusters overzee niet beschaamd zal worden. Dat de door de GZB uitgesproken bereidheid om een zendingsarbeider ter beschikking te stellen voor hen geen mooie droom wordt, maar vreugdevolle werkelijkheid.
Net zo werkelijk als hun verzoek om assistentie.
'Kom over en help ons' is geen droom, maar een harde werkelijkheid! Geen vaag idee, maar een gezicht!
De Heere geve u de oren en ogen èn het hart van Paulus!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's