Boekbespreking
G.C. Versteeg, Godsdienstlessen Voortgezet Onderwijs.
De heer G.C. Versteeg is al enige tijd bezig met het vervaardigen van een methode Bijbelse geschiedenis, getiteld 'Samen rondom het geopende Woord'. Hierin worden de Bijbelboeken op eenvoudige wijze aan de orde gesteld, waarbij in de eerste plaats gedacht wordt aan LBO- en MAVO-leerlingen.
De leerlingen wordt de gelegenheid geboden om met enige hulp van de leerkracht de geboden leerstof zelfstandig te verwerken. De leerlingen worden door de opzet van de lessen gestimuleerd regelmatig de Bijbel te gebruiken.
Er zijn diverse verwerkingsmogelijkheden, zoals invuloefeningen, rubriceren, opzoeken van Bijbelteksten, puzzels, etc. Steeds wordt de Statenvertaling gebruikt.
De samensteller is uitgegaan van een cursusjaar van 35 weken, waarin één deeltje doorgenomen kan worden. Vanuit het Oude Testament zijn er verwijzingen naar het Nieuwe Testament en de belijdenisgeschriften, zodat men naar behoefte hierop kan inhaken.
Wanneer u overweegt deze methode (losbladig) eens te proberen, dan kunt u contact opnemen met de heer Versteeg (Dijkstraat 92, 3904 DH Veenendaal, tel. 08385-21724), die u dan een en ander ter beoordeling doet toekomen.
Tevens zijn er lessen over Luther en Calvijn beschikbaar. Deze lessen kunnen op verantwoorde wijze voor genoemde leerlingen worden gebruikt en worden door mij van harte aanbevolen.
De heer Versteeg verzorgde eveneens een (losbladige) methode voor muziek voor het Voortgezet Onderwijs, genaamd 'Viva la Musica'. Voor inlichtingen met betrekking tot deze lessen kunt u eveneens contact met de samensteller opnemen.
A.A. Korevaar, Barneveld
Dr. H.R. Juch, Kinderen over God vertellen. Uitgave J.H. Kok, Kampen. Prijs ƒ 59,50.
De schrijver is op 9 februari jl. gepromoveerd op het onderzoek naar dit onderwerp. Als ondertitel is meegegeven: Een studie over de wijze waarop God ter sprake komt in bijbelvertellingen aan groep 7 van de protestants-christelijke school. De studie geeft blijk dat er veel literatuur doorgewerkt is; via enquêtes en analyses van bijbelvertellingen is er getoetst en zijn er nieuwe zaken toegevoegd.
Uit zo'n studie kan veel ballast verdwijnen. De schrijver zal een populaire versie samenstellen voor degenen die dagelijks bezig zijn met het vertellen van de verhalen uit de Bijbel.
De conclusie is in elk geval dat de godsvoorstellingen van deze kinderen overwegend te typeren zijn als een persoonlijke godsvoorstelling, waarbij God vergevend, beschermend en helpend handelt in het leven van de mens. De onderwijsgevenden zouden dat gemiddeld onvoldoende beseffen, (blz. 73 en 90). Zodra de populaire versie er is, moeten we op deze studie terugkomen. De problematiek is van groot belang. Duidelijk is in elk geval dat bij de vraag naar: hoe zien we de Bijbel; het doel van het vertellen; de godsvoorstellingen in de Bijbel, bij kinderen van tien tot twaalf jaar en de onderwijsgevenden; de hulpmiddelen die gebruikt worden (o.a. Kind op Maandag), de schrijver zich niet georiënteerd heeft op wat er in de gereformeerde gezindte t.a.v. dat onderwerp geleerd en gepraktiseerd werd en wordt. Jammer is dat publicaties vanuit onze richting niet genoemd worden. Ook de godsvoorstelling is steeds onderwerp van onderzoek: Welk beeld van God geeft de Bijbel? Waarom mensvormig? En hoe gaan we daarmee om in ons werk: alleen een vertoornd God? Of alleen vanuit de gedachte: een Partner die afhankelijk van de mens zich inzet voor de komst van het Koninkrijk Gods? Of: God is rechtvaardig èn barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid? Maar waar blijft de verwijzing naar het Borgwerk van Christus? En de overdracht, de didaktiek van het vertellen krijgt veel aandacht en zorg. De studie moet gelezen worden door degenen die dagelijks in de opleiding bezig zijn. Het didaktisch deel omvat wat grondlijnen voor een bijbeldidaktiek. Op blz. 245 staan enkele onjuistheden: de PABO is niet in 1982 gestart, maar in 1984 en de onderwijsgevenden zijn wel bevoegd om het bijbel- en godsdienstonderwijs te geven zonder het Diploma Bijbels Onderwijs.
I.A. Kole, Berkenwoude
J.H. Mulder-van Haeringen, De Bijbel Voor Jou. Uitg. Medema en Buijten & Schipperheijn, prijs ƒ 39,90.
Een keurig gebonden boek met goede instruktieve tekeningen. Veel zorg is er aan deze uitgave besteed. Proficiat aan de beide uitgevers. De schrijfster richt zich met deze kleuterbijbel op kinderen vanaf vier jaar en op verstandelijk gehandicapte kinderen, die qua ontwikkeling in hun denken niet verder komen dan deze leeftijd. In het Woord vooraf staat dat verstandelijk gehandicapten mogen weten met welke bedoeling God de mens heeft geschapen. 'Bovenal moeten ze weten dat de Heere Jezus hen liefheeft en dat Hij ook hun zonden heeft weggenomen toen Hij stierf aan het kruis.' (5).
Met veel liefde voor de bijbelse boodschap en voor het kind worden 87 bijbelgedeelten uit het Oude Testament en 56 uit het Nieuwe Testament verteld.
Het citaat uit het Woord vooraf geeft de levensvisie van de schrijfster aan. Het kind moet kiezen, het geloof aannemen. De liefde van God in Christus wordt steeds weer beklemtoond. Veel bijbelse woorden worden vertaald voor de kleuterleeftijd. Soms wordt een mededeling toegevoegd om iets te verklaren, b.v. ten aanzien van het Heilig Avondmaal (345/346). En uit die mededeling maak ik op dat de schrijfster behoort tot de Vergadering der Gelovigen.
Persoonlijk mis ik in deze uitgave het gebruik van de bijbelse kernnoties, zoals zonde en genade, vloek en zegen, rechtvaardigheid en heiligheid. Ze moeten, gezien de doelgroep, wel toegelicht worden. Maar we moeten ze niet ongenoemd laten. En in de tweede plaats is van belang om juist voor deze leeftijdsgroep aan te geven: dood en leven, zonde en genade, de dood door de zonde en het leven uit genade op grond van het borgwerk van de Heere Jezus.
Als deze uitgave gebruikt wordt dan zal, tussen de regels door, wat bijgesteld moeten worden. Veiligheid en geborgenheid zijn van belang, juist voor deze groep kinderen, ook voor de verstandelijk gehandicapten. Maar dat betekent niet dat we toorn en straf e.d. naar de marge moeten schuiven.
Met de titel van het boek ben ik niet gelukkig; het is niet of - of, maar en - en.
I.A. Kole, Berkenwoude
Hans Werkman, Een avond in de polderkamer, uitg. J.H. Kok, Kampen, 119 blz., prijs ƒ 21,75.
Vervreemding is min of meer het thema van de negen verhalen door Werkman thans gebundeld in dit boek. In dat woord wordt een boeiend maar tegelijk aangrijpend aspect van het mens-zijn getypeerd. Marxisten gebruikten het om aan te geven hoe er een geestelijke afstand kan ontstaan tussen de mens en zijn arbeid èn de gemeenschap waarin hij leeft, zodat hij zich niet meer bij zijn werk en omgeving betrokken voelt. Vervreemding duidt op en verstoord geraakte relatie, langs elkaar heenleven, verwijdering. Werkman laat in deze verhalen vanuit verschillend gezichtspunt iets van die vervreemding zien. Hij doet dat soms op humoristische wijze, zoals in het verhaal 'Nota Bene' of 'Het hondje met de krulstaart'. Indringend laat hij genoemde vervreemding zien in het slotverhaal 'De dakloze'. Door middel van een toneelstuk en een forumdiscussie wordt getracht leven en werk van Willem de Merode te duiden voor de huidige generatie. Maar men gaat zo geheel en al langs De Merode's bedoelen voorbij. De dakloze die de lezer in de trein huiswaarts aantreft, staat model voor de onbegrepen dichter. Toen hij nog leefde, was vereenzaming zijn deel vanwee een ontstellend onbegrip in eigen Gereformeerde wereld. Nu hij al zestig jaar dood is, wordt hij ook niet verstaan in een cultuur waarin intussen homosexualiteit en pedofilie min of meer aanvaard zijn. De twee personen met wie Werkman zich nadrukkelijk heeft beziggehouden komen in deze bundeling verhalen beiden voor: Maarten 't Hart en Willem de Merode. Al komt laatstgenoemde openlijker voor, 't Hart komt meer in de sfeer en de geest an de verhalen terug. Althans, zo was mijn leeservaring bij sommige verhalen. De ironische manier om over een begraafplaats te schrijven bijvoorbeeld. Helaas ook de mijns inziens eigenlijk niet te aanvaarden manier waarop in het verhaal 'Toone' de draak gestoken wordt met het gebed dat een aantal leraren op schoolreis in een Belgische plaats voor en maaltijd ieder voor zich uitspreekt. Ook het gebruik van het woord 'Eben-Haëzer' door de leraar godsdienst als één van de gangen van de maaltijd gepasseerd is, acht ik onaceptabel. Ik weet wel, daar staat Werkman zelf niet achter. En juist onder kerkmensen, soms zelfs onder predikanten, komt zulk misbruik van bijbelteksten en godsdienstige uitdrukkingen voor. Toch schokte het me, al lezend. Maar misschien treedt daar juist iets op van die vervreemding die, overigens heel knap, door alle verhalen heenspeelt.
J. Maasland, Capelle aan den IJssel
Henri Lopes, In tranen lachen, uitg. NOVIB/Ambo, Den Haag/Baarn, 288 blz., prijs ƒ 32,50.
Het aantrekkelijke van een roman uit de 'Derde Spreker Serie' is dat je de informatie uit een Derde Wereldland uit de eerste hand hebt. Er zit geen blank intellectualistisch filter tussen, geen Westeuropese beoordeling vanuit eigen inzichten en politieke visie. Henri Lopes wordt geboren in Leopoldstad (thans Kinshasa) in wat toen nog heette Belgisch Kongo (Zaïre). Hij volgt in Frankrijk middelbaar onderwijs en studeert er ook geschiedenis. Hij wordt leraar in Brazzaville en bekleedt vervolgens verschillende hoge politieke functies in zijn land. In deze roman vertelt Lopes hoe het toegaat in een niet nader aangeduid land op het Afrikaanse continent nadat de kolonisten zijn verjaagd. Een van communistische sympathieën verdachte Polé-Polé is met geweld verdreven. Zijn plaats is ingenomen door een vooraanstaand militair, 'Oompje' kortheidshalve steeds genoemd. Buitengewoon sarcastisch wordt door heel het boek aangegeven hoe corrupt er wordt geregeerd. Met behulp van stamnepotisme en gebruikmaken van een overwicht aan militaire macht, door angstaanjagend repressief optreden, het opzetten van prestige-objecten, door zowel nationaal als ook internationaal blufpoker te spelen en zo gelden weten los te krijgen om de weelderige leefstijl overeind te houden, houdt de generaal 'Oompje' zich lange jaren op de been. Lachen, zo bedoelt Lopes, moet je om deze vaak domme lachwekkende wijze van handelen van hen die de macht in handen hebben. Maar je doet het 'in tranen', omdat dit prachtige land naar de ondergang wordt gevoerd, zodat er eigenlijk helemaal geen reden is om te lachen. In een nawoord zegt Mark Vandommele dat Lopes' boek geldt voor de morele verwording van heel Centraal-Afrika. Lopes is één van de velen die droomt van een democratischer Afrika. Zijn boek is voor veel Afrikaanse schrijvers een nieuw genre geworden waarin via verschillende verteltranten genadeloos de problematiek van verschillende Afrikaanse landen wordt gehekeld. Ons past bescheidenheid om inhoudelijk een oordeel te vellen over de hier beschreven gang van zaken. We hebben als onderdanen en nazaten van Westerse kolonisten bergen boter op ons hoofd. Irritant en af te keuren is de vaak grove toon die het verhaal en het lezen ervan niet altijd tot een pretje maakt. Wie geïnteresseerd is in de ontwikkeling van Afrika na het koloniale tijdperk, kan in Lopes' boek uitstekend terecht. Lopes besluit zijn roman met de veelzeggende regel: Hier eindigt de weergave van een rozenkrans van dromen en nachtmerries, die elkaar opvolgen met de regelmaat van een feuilleton en waarvan ik pas verlost werd toen het laatste woord was neergeschreven.
J. Maasland, Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's