De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking niet ijdel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking niet ijdel

7 minuten leestijd

Ieder kan weten dat het opschrift ontleend is aan 1 Kor. 15 : 14: En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof. Alleen valt in de aangehaalde tekst op, dat niet gezegd wordt dat de prediking niet ijdel is, doch dat met de mogelijkheid rekening gehouden wordt dat zij wèl ijdel is. Paulus denkt aan de aanvallen die reeds in de eerste tijd van het christendom op de (lichamelijke) opstanding van Jezus Christus gedaan zijn, en hij denkt daarbij niet alleen aan aanvallen van buitenaf, maar ook aan aanvallen binnen de gemeente. 'Indien nu Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?' vers 12. Let wel, de dwaalleraars beweerden niet dat Christus niet was opgewekt en opgestaan, maar dat er geen opstanding der doden is. En het is Paulus die er de conclusie aan verbindt in vers 13: Indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt'. Wanneer de doden niet worden opgewekt, straks, dan is in het jaar 33 ook Christus, de Messias, niet opgewekt.

Geen opstanding der doden?
De voornaamste reden waarom mensen in onze tijd moeite hebben met de opstanding van Christus uit de doden, en dan vervolgens ook met de lichamelijke opstanding, is dat er in hun denken geen plaats is voor de opstanding in het algemeen. Wij hebben het druk met de vraag naar het overleven, met gerechtigheid en vrede en heelheid van de schepping, met het milieu, met de kansen van de volgende generatie. De aftakelende welvaartsstaat met geweldige problemen heeft ons zó te pakken, dat gedachten aan een opstanding op de jongste dag eenvoudig zijn weggewist, laat staan een verlangen naar die dag of ook een gróót verlangen, zoals Guido de Brès Ned. Geloofsbelijdenis art. 37 schreef, ons leven zou beheersen. Neemt u zelf maar de proef op de som: hoe vaak bidt uw dominee op de kansel om de wederkomst van Christus?
Paulus zegt: als er geen opstanding der doden is en dus ook geen opgewekt-zijn van Christus, dan is onze prediking ijdel, kenos. En ijdel, kenos is ook uw geloof. Dat woordje kenos heeft een huiveringwekkende inhoud. Het wordt gebruikt in de Nieuwtestamentische literatuur voor iets dat geen basis heeft, iets dat geen inhoud heeft, iets dat met de waarheid niet overeenstemt en tenslotte iets dat geen effect heeft, geen resultaat boekt.
Wil de prediking niet ijdel zijn, dan moeten we weer de opstanding der doden en binnen dat verband de opstanding van Jezus Christus uit de doden als eersteling, prediken. Zo ontstaat er een andere cultuur, een andere beleving, een andere levensinstelling. En alleen die zal Europa en de wereld redden.

Verkondiging aan allen
Wanneer Paulus op de Areopagus van de opstanding getuigenis aflegt, zegt hij dat God de tijden der onwetendheid overzien heeft en nu aan alle mensen verkondigt dat zij zich bekeren, omdat Hij een dag gesteld heeft waarop Hij de wereld rechtvaardig oordelen zal door een Man Die Hij uit de doden heeft opgewekt. Tweemaal laat hij dan het woord 'allen' vallen. Het is duidelijk dat deze prediking niet een onderhoudend woord voor kerkgangers is, maar een getuigenis, een verkondiging en een waarschuwing voor alle mensen. Een van de zonden van de kerk inzake de leer van de opstanding is, dat wij die leer, dat dogma voor onszelf gehouden hebben. De anderen geloven het toch niet. En zodoende hebben wij onze stem beperkt tot kerk- en catechisatieruimten en vergeten dat al die wereldse mensen voor dezelfde werkelijkheid staan als wij. Sterker nog, de prediking is ook intern ijdel, wanneer wij het doel van de opstanding losmaken van de wereld en eigenmachtig beperken tot degenen van wie wij menen dat zij er wel in zullen geloven. De Heere is immers vrijmachtig in Zijn doen, en wanneer Hij de wereld betrekt bij opstanding en eindgericht, wie ben ik dat ik de gevolgen daarvan in mijn prediking eigenmachtig beperk tot degenen die 'erin geloven'? De wereldgeschiedenis kan slechts een geschiedenis zijn, wanneer zij een begin en een einde heeft. Het Griekse woord voor 'einde' betekent doel. De we­reldgeschiedenis heeft niet slechts een begin, een archè, een principe, maar ook een einde, een telos, een doel. Aan dat doel leest men de zin van het heden af. Indien de opstanding der doden en het eindgericht ontbreken, dan is de zin van al wat leeft en van al wat geschiedt, verloren. Dit te verkondigen is de gave en opgave der kerk. Indien dit niet verkondigd wordt, dan is het leven van elk mens zinloos en de opstanding van Jezus Christus uit de doden is zinloos. Dan is Hij namelijk de Eersteling, terwijl er niemand achter Hem aankomt, dan is Hij de Koning van een volk dat niet bestaat.

Voetangels en klemmen
De laatste tijd is er veel gesproken over de betekenis van het lichaam bij de opstanding van Jezus Christus en bij de opstanding der doden. Met name de uitdrukking 'een geestelijk lichaam', zoals Paulus die in 1 Kor. 15 gebruikt, heeft veel misverstand opgeleverd. Men gebruikt namelijk op een onisraëlitische en onbijbelse wijze dat woord geestelijk om zich van de lichamelijkheid van de opstanding en de identiteit tussen het geschapen lichaam en het lichaam bij de opstanding te ontdoen. Het bovenstaande moge ons geleerd hebben, dat de strijdvraag niet begint bij de kwestie van de lichamelijkheid bij de opstanding, maar bij de verbinding tussen de opstanding der doden en Christus' opstanding. Wanneer wij weer gaan inzien, dat het hele Evangelie zich richt op de opstanding der doden en dat ons hele leven zich richt op die opstanding en dat zonder die opstanding elke verkondiging ijdel is en niet waard om erin te geloven, dan zullen wij verstaan waarom Christus is opgewekt en opgestaan uit de doden. Maar dan komt ook de vraag: 'Hoe zullen de doden opgewekt worden en met hoedanig een lichaam zullen zij komen?' vers 35, in een ander licht te staan. Die vraag wordt in de prediking van de opstanding beantwoord met de woorden: 'Het (lichaam) wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht', vers 42-43. Het geestelijk lichaam wordt niet uitgemeten tegen de lichamelijkheid, maar tegen het natuurlijk lichaam, het zielelichaam, zoals er letterlijk staat in vers 44 slot. Aan de identiteit tussen ons lichaam hier en ons lichaam daar valt niet te twijfelen. Maar het anders-zijn, het geestelijk-zijn, ook van het lichaam, dat wil zeggen het verheerlijkt-zijn en het onverderfelijk-zijn staat voorop. Ook ons lichaam zal daar en straks de heerlijkheid van God afstralen. We zullen Christus gelijk zijn, zegt Johannes, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.

Uw enige troost
Nu is de prediking van deze opstanding geen twistpunt meer, maar een zaak van hoop en troost. En omdat deze prediking niet ijdel is, niet zonder basis, niet zonder inhoud, waarheidsgetrouw en met gevolg, mogen we spreken van een gegronde hoop en een wezenlijke troost. Nogmaals haalt Paulus in 1 Kor. 15 het begrip 'ijdel' (kenos) aan, namelijk in het laatste vers. Daar stelt hij tegenover elkaar het werk des Heeren en onze (moeitevolle) arbeid. Zelfs die laatste, zelfs alles waar u mee rondloopt en wat u benauwt en ogenschijnlijk afhoudt van de troost van de opstanding, is niet ijdel. Het brengt vanwege het werk des Heeren deze vrucht teweeg, dat alles moet meewerken ten goede voor degenen die God liefhebben en daarom kunnen geloven in de opstanding der doden, in de opstanding van Jezus Christus en in de lichamelijke opstanding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De prediking niet ijdel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's