Paasmorgen
Een lied van verlangen, Kok, Kampen.
O, de dag was grauw begonnen,
loodzwaar drukte hen het leed,
want de Heiland was gekruisigd,
Hij, Die niemand iets misdeed.
'n Klein terneergeslagen groepje,
slaat de weg in naar het graf.
Kunnen wij de steen verschuiven?
vragen zij zich angstig af.
Dan... opeens is alles anders,
schrik gaat door hun harten heen,
want het graf... het graf is open,
weggerold de zware steen!
En een Engel zegt hen troostend:
„Zoekt gij Hem? Wees niet bevreesd!"
Woorden, die ook nu nog gelden,
'n boodschap, die ook nu geneest.
Wie Hem zoekt heeft niets te vrezen,
omdat God zich vinden laat,
door wie schreiend naar Hem zoeken,
door verdriet ten einde raad.
Englen wijzen ons dan wegen,
ook tot ons klinkt dan Zijn stem.
Door een mist van leed en tranen,
straalt Zijn licht en zien wij Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1990
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's