De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Armoede in Nederland, (hoe) bestaat het?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Armoede in Nederland, (hoe) bestaat het?

10 minuten leestijd

Armoede in Nederland, hoe bestaat het? zal de één zeggen. Dat is toch onmogelijk in zo'n rijk land als Nederland. Het bestaat, zegt een ander die in kontakt is gekomen met een uitkeringsgerechtigde, die van een minimumuitkering moet rondkomen. Er is wel degelijk sprake van armoede onder velen, zo spreken de organisatoren van de landelijke manifestatie 'Nederland tegen verarming'. Zij roepen kerken en kerkelijke groepen, instellingen en belangenorganisaties, alsmede anderen op op 19 mei a.s. massaal naar het Malieveld in Den Haag te komen. Om duidelijk te maken dat met het aantreden van het kabinet Lubbers III de problemen voor de arme kant van Nederland nog niet de wereld uit zijn. 'De arme kant moet uitdrukkelijk op de agenda van de politiek, samenleving, kerkelijke en maatschappelijke organisaties blijven', zo zeggen de organisatoren. Om wat gaat het en vooral om wie gaat het nu eigenlijk bij deze problematiek? Ik wil proberen hierover in dit artikel enkele opmerkingen te maken.

Armoede, waar?
Het zijn de interkerkelijke werkgroep 'De arme kant van Nederland', die werkt in opdracht van de Raad van Kerken, het Disk (het arbeidspastoraat van acht christelijke kerken) en verschillende zelforganisaties van uitkeringsgerechtigden, die opnieuw door middel van een manifestatie tot uitdrukking willen brengen dat:
* voorrangsbeleid, verbetering van uitkeringen, versoepeling van de regelingen en grotere maatschappelijke acceptatie van fundamenteel belang zijn voor grote groepen van de bevolking, die momenteel door de economisch-politieke keuzen die gemaakt worden, uitgesloten dreigen te worden;
* gemanifesteerd zal moeten worden, dat met 'werk' en 'arbeidsmarkt' voor veel ouderen, migranten, vrouwen enz. maar een deel van de problemen wordt aangepakt en er niet echt geholpen wordt. Aldus staat te lezen in het informatiebulletin over de manifestatie van de arme kant van Nederland.
Is de situatie inderdaad zo ernstig als wordt voorgesteld? Hoe moeten we deze menifestatie beoordelen? Wie wordt aangesproken? Zijn we dat allemaal, of een bepaalde groep c.q. stroming in onze kerk? Vragen om serieus over na te denken en mee bezig te zijn. Het brengt ons op de vraag: 'Wat is armoede en waar vinden we armoede?'


Over de vraag: 'Armoede, waar?' behoeft de Amsterdamse diakonie zich niet te buigen. Overduidelijk ervaart zij dagelijks de schrijnende problematiek van veel mensen. In haar onlangs uitgegeven krant schrijft zij: 'De laatste jaren krijgt de diakonie te maken met een steeds groter wordende toeloop van mensen die aan de deur kloppen met een vraag om financiële ondersteuning. Dit hangt mede samen met de toenemende verarming in Nederland, zowel onder Nederlanders als onder buitenlanders. Het meest schrijnend zijn de zgn. "illegalen" die geen enkel middel van bestaan hebben. Het afgelopen jaar was de toeloop dermate groot, dat besloten is tot het instellen van een diakonaal spreekuur op drie ochtenden in de week van 9.00-11.00 uur. Wat voor mensen komen er op dit spreekuur? Een korte opsomming:
* Mensen met een minimumuitkering, die te weinig geld hebben om huisraad te kunnen aanschaffen of vernieuwen;
* Mensen met een minimumuitkering, die met huur-, energie- of telefoonschulden zitten;
* De daklozen en de zwervers;
* De buitenlanders, die geen verblijfsvergunning (meer) hebben en daardoor geen beroep kunnen doen op de Sociale dienst.'
Tot zover een citaat overgenomen uit de diakonale krant van Amsterdam. Laat nu een lezer beslist niet denken: 'Dit is Amsterdam, dat komt in ons dorp niet voor'. Deze stelling gaat niet op, wanneer je inzage hebt in de jaarrekeningen van kleine diakonieën en kijkt naar de post financiële ondersteuningen. Je constateert dan — wanneer je de jaarrekening vergelijkt met voorgaande jaren — een toename van de uitgaven op deze post. Laatst nog stelde een ambtenaar maatschappelijke zaken van een gemeente aan diakenen de vraag: 'Hoeveel personen denkt u dat er in onze gemeente een WAO-uitkering hebben?' Enkele getallen werden genoemd. Het antwoord was: 'Viermaal zoveel'.
Armoede waar? Iemand schreef: 'Echte armoede leren we pas daar te zien, waar we kijken door de ogen van de onderliggenden'. Armoede is er wel degelijk! Evenwel komt het voor, dat gemeenteleden en diakonieën de baanlozen, arbeidsongeschikten en uitkeringsgerechtigden nauwelijks kent.

Wat is armoede?
Met name door de bevriezing van de uitkeringen, de grote werkloosheid, het toenemend aantal arbeidsongeschikten, meer onvolledige gezinnen, het terugschroeven van de huursubsidie en de invoering van de eigen bijdrage in de zorgsector, werd een grote groep in het inkomen getroffen en ontstond in de jaren 80 (let wel: de jaren waarin ook sprake was van economische groei!) het begrip armoede. Maar wat is nu armoede? Armoede is een relatief begrip. Wie is arm? Is dat de minimumloner, de uitkeringsgerechtigde, of ook juist de groep die daar in inkomen net boven zit? Is armoede dat je niet in de meest, noodzakelijke kosten voor primaire bestaansvoorzieningen kunt voorzien of dat je niet van secundaire voorzieningen kunt profiteren zoals b.v. sociaal culturele aktiviteiten? Moet je om goed te kunnen eten en drinken dan maar je telefoon, krant en TV-gids wegdoen? Of zijn dit juist zaken, die bij de primaire levensbehoeften horen? U begrijpt, dat het niet zo eenvoudig is om het begrip armoede goed te definiëren.
Iemand schreef: Armoede moet gezien worden in het verband van de samenleving waarin men leeft. Dat wil zeggen: dat men niet volwaardig aan deze samenleving kan deelnemen. Het is een proces van uitsluiting, zich uitend o.a. in isolement.' Het zijn de uitkeringsgerechtigden, die nauwelijks in staat zijn om een verjaardag te vieren, om hun kinderen naar een sportclub te laten gaan, om een paar weken op vakantie te gaan, omdat het vakantiegeld besteed moet worden aan b.v. een nieuwe koelkast en andere duurzame versleten goederen. Tevens wordt het welhaast onmogelijk om veraf wonende familieleden te bezoeken.
Kortom: Armoede is daar, waar mensen zich niet wel bevinden en er geen vrede is, maar steeds de krampachtigheid ervaren hoe zij de touwtjes aan elkaar moeten knopen. Wanneer we dus een antwoord willen geven op onze eerder gestelde vraag of de situatie van veel mensen ernstig is, dan is het antwoord volmondig ja! Er zouden nog veel meer voorbeelden te geven zijn van mensen, die door de 'armoede' (nieuwe armoede) getroffen worden. Onderzoek wijst uit, dat dit aantal nog steeds toeneemt. Het is dan ook niet een bepaalde groep, die zich deze problematiek dient aan te trekken, maar wij allen hebben ermee te maken!

Wat zegt de Bijbel over armoede?
Zowel in het Oude Testament in de Mozaïsche wetgeving en bij de profeten, alsook in het Nieuwe Testament wordt over rijkdom en armoede gesproken. Over deze thematiek zou vanuit de Bijbelse gegevens veel te schrijven zijn. Mogelijk kan dit een andere keer. Samenvattend is het volgende op te merken:
* De Bijbel veroordeelt rijkdom niet, maar roept het volk, waaronder de rijken op, om bijzondere zorg voor onder andere de armen te hebben, waarin vanuit het geloof in God barmhartigheid en gerechtigheid centraal staan.
* De normen dienen als geheel onder het volk nageleefd te worden. Verwaarlozing van de geboden gaat samen met verdrukking der armen!
* De overheid heeft in het Oude Testament een rechtswaarborgende functie ten opzichte van de gehele samenleving, terwijl deze functie in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgt binnen de gemeente van Christus.
* Vooral in de eerste christengemeente wordt bijzonder sterk de nadruk gelegd op mededeelzaamheid. Een ieder kreeg wat nodig was. De rijken verkochten hun bezit om mee te delen in de behoeften van de armen. Mededeelzaamheid is hier een vrucht van het geloof. In Handelingen 6 vindt er een splitsing plaats tussen het apostelambt en het diakenambt. De diakenen houden zich met de tafel- en liefdedienst bezig. De agapèmaaltijden getuigen van onderlinge solidariteit en bondgenootschap.

De taak van kerk en overheid vandaag!
Bezien we de maatregelen van de afgelopen tijd, die door de overheid genomen zijn, dan constateren we dat met name door de herziening van het sociale zekerheidsstelsel er meer mensen in de problemen komen (zijn gekomen). Zijn bepaalde groepen van mensen er op achteruit gegaan en is de herziening een verkapte vorm van bezuiniging op de sociale uitgaven gebleken. Tevens is gebleken, dat de inkomensverschillen steeds groter zijn geworden. De hogere inkomens zijn weer aanzienlijk vooruitgegaan (voordeel van Oort!) en de lagere inkomens en minima iets of helemaal niets de laatste tijd! Dit moet ons te denken geven. De economie 'draait' op een bepaalde groep van mensen. Bij deze groep moet er koopkracht zijn. Bij andere groepen b.v. de minima is dat van geen belang. M.i. is hier geen sprake van gerechtigheid, om een Bijbelse term te gebruiken, maar van een oneerlijke verdeling van de welvaart, die toch een ieder ten goede dient te komen. Het gaat Bijbels gezien om welzijn (sjalom) voor een ieder (Ps. 122). Mijn vraag is dan ook: 'Zou de overheid niet veel meer moeten denken aan de economie van het genoeg?' De kerk, de gemeente van Christus dient vanuit haar opdracht op te roepen tot geloof in de God van het Verbond en het onderhouden van Zijn geboden. Vanuit dat geloof moet er een bijzondere zorg zijn voor de gemarginaliseerden in gezin, familie, kerk en samenleving. De kerk moet hierin een voorbeeldfunctie vervullen. Vervolgens heeft de kerk het recht de overheid te wijzen op de bijzondere zorg voor de armen en die gezamenlijk delen. Het waren immers in het Oude Testament, de profeten die fulmineerden tegen de overheid, omdat het recht van de weduwen en wezen aan de kant gezet en het loon van de dagloners ingehouden werd. De kerk heeft ook vandaag een profetische roeping. Maar dan wel een roeping, die op Bijbelse gronden is gebaseerd en niet op een politiek program. Mijn bezwaar tegen de uitgangspunten die gehanteerd worden door de interkerkelijke werkgroep 'De arme kant van Nederland' is, dat er naar mijn mening partijpolitieke aandachtspunten worden genoemd. De kerk is geen politieke partij, maar is geroepen te wijzen op een rechtvaardige ordening van de samenleving. Een samenleving waar het recht toegaat onder mensen. Een kerk die met één vinger naar de ander wijst, wijst er met drie naar zichzelf. Dat wil zeggen: het gaat allereerst op de bekering bij onszelf. Het persoonlijk weer leren zien van de nood in eigen omgeving. Dat heeft de kerk weer opnieuw te leren, in te zien!

Persoonlijke verandering
Persoonlijk zullen we elkaar binnen onze christelijke gemeenschappen moeten leren alert te zijn op personen en omstandigheden van personen. We zullen heel gericht op zoek moeten gaan. Met elkaar erover praten, elkaar erop aanspreken. Uit bewogenheid kiezen voor de armen, mensen zonder stem of invloed in de maatschappij is niet eenvoudig. Dat vraagt veel van ons. Alleen al het werkelijk op je aflaten komen van hùn vragen betekent een stappen uit een in zekere zin veilige middenpositie, want je wordt ook persoonlijk gesteld voor de vraag naar een rechtvaardige verdeling van wat voor mensen in ons land beschikbaar is. Toch moeten we om te 'zien' kijken door de bril van de zwakken, door henzelf ons laten helpen die blik te krijgen. We moeten af van het gebruikelijke denken en zien. Hoe diep zit het in onze samenleving en in ons denken, in ons hart en verstand: alleen wie economisch wat presteert, telt mee. Maar onze Heere en Meester, Jezus Christus, telt anders. Hij bewoog zich tussen wat wij noemen de minima: onder de mensen aan de onderkant van de samenleving. Hij gaf het maximum voor de 'minima'. Zalig elk mens, die de God van Jacob tot zijn hulp heeft en in navolging van Hem het recht der armen zoekt en gelden doet (Ps. 146). Ik hoop dat allen op de manifestatie van 16 mei a.s. de profetische roeping verstaan en over de 'drie wijzende vingers' wil nadenken. Dan kan mogelijk de manifestatie geloofwaardig zijn, naar hen die in het verleden de diakonale hulp van de kerk soms zo ongeloofwaardig hebben gevonden! Laten we niet opnieuw in de 'valkuil' lopen van willekeur. Laten we vooral bidden met Agur in Spreuken 30 vers 8 e.v.: 'Houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood mij toebedeeld'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Armoede in Nederland, (hoe) bestaat het?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's