De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twijfel en aanvechting onderscheiden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twijfel en aanvechting onderscheiden

Uit de geloofspraktijk (3)

11 minuten leestijd

Het zal de welwillende lezer opgevallen zijn, dat wij nog altijd niet bij het eigenlijke onderwerp zijn beland. Via allerlei omtrekkende bewegingen wil ik er terecht zien te komen. Het nut van die omtrekkende bewegingen is om straks duidelijker te laten uitkomen wat geestelijke verlatingen zijn.
Om deze reden heb ik in een tweetal artikelen gesteld wat aanvechtingen zijn. Zij worden wel eens gehouden voor geestelijke verlatingen, maar dat is bepaald niet het geval. In dit artikel wil ik als tweede omtrekkende beweging iets op papier zetten inzake de twijfel. Terecht maakt J.H. Velema in zijn 'Het geheim van de volharding' (jrg. 1989, uitg. Kok-Kampen) de opmerking dat twijfel en aanvechting weliswaar niet gescheiden moeten worden, maar wel onderscheiden. Hij ziet tussen die twee zelfs een verschil. Letterlijk schrijft hij: 'Twijfel komt van binnenuit naar buiten en aanvechting gaat van buitenaf naar binnen'. Dit laatste heb ik een vorig keer aangetoond.

Wat is twijfel?
Het woord twijfel herinnert aan twee. Wie twijfelt gaat mank. Men hinkt op twee gedachten. Als twijfelaar wordt men heen en weer geslingerd. Nu eens is iets waar, dan weer niet. Tengevolge van dit alles kan men innerlijk verscheurd worden. Let wel: niet een ogenblik, maar soms vele, vele dagen. Soms zelfs wel jaren. Als pastor valt het niet altijd mee om hiermee op een adequate wijze om te gaan. O, het zal juist zijn, wanneer er wordt gezegd dat twijfel ongeloof is en dat ongeloof zonde is. Iemand die twijfelt en dit aanhoort zal hierop niets weten te zeggen. Men zal de pastor of een ander direct gelijk geven, maar van zijn twijfel en twijfelziek hart is hij niet verlost. Soms denk ik wel eens dat die pastor het best in de huid van de pastorant kan kruipen of in het hart van de pastorant kan zien die heel persoonlijk weet wat twijfel is, uit ervaring (en dat is bevinding, beproefdheid) zal hij naast de ander kunnen gaan staan en hem niet vanuit de hoogte direct vanwege zijn twijfel gaan bestraffen. Wie in het pastoraat direct met bestraffen, waarschuwen en vermanen begint, helpt de ander niet. Verstaat de ander ook niet in de nood van zijn twijfel. Populair gezegd: die pastor wil alleen maar een 'pastoraal ei' leggen of meent het met allerlei stichtelijke prietpraat wel te redden. Vroeg of laat, wanneer tenminste de Heere hem hiervoor de ogen opent, zal hij er achter komen dat op die manier een twijfelaar of twijfelaarster nooit geholpen wordt. Hoe dan wel? Wel door samen in het pastorale gesprek de oorzaak van de twijfel in het geloof op te sporen en de remedie vanuit het Woord samen te zoeken. Dat vraagt tijd van de pastor. Daarvoor zijn doorgaans meer dan één of twee bezoeken nodig. Maar dat is de zaak waard! Vooral: dat is de mens waard die zo aan het twijfelen is gebracht of steeds opnieuw wordt gebracht. Zulke bezoeken zijn echte pastorale bezoeken en van meer waarde dan het geklep naar en geklap op recepties. Wat dat betreft zou een zekere herbe­zinning op het ambt bepaald geen luxe zijn. Terecht heeft dr. A. van Brummelen nog niet zo lang geleden in ons blad de opmerking gemaakt, dat wij tengevolge van de apostolaatstheologie menen overal bij te moeten zijn. Of het zin heeft of geen zin! Maar waarom moeten wij als pastores eigenlijk overal bij zijn? Waarom dat gedraaf en geren naar recepties, naar een jaarvergadering van vereniging x en een gezellig avondje van familie y? Is het niet om goodwill te kweken? En moet er van veel pastoraat niet gezegd worden — voor zover men het nog pastoraat kan noemen — dat het niet meer is dan een soort goodwill-pastoraat. En dat om de mensen bij elkaar te houden. Maar — zo vraag ik mij af — geloven wij dan niet meer dat het Woord samenbindt en het getuigenis van de Schrift ons bij elkaar houdt? Kortom: dat het Woord het doet!
Ooit maakte een collega deze opmerking: 'hoe zouden de mensen toch vroeger zalig zijn geworden zonder alles wat de mensen nu door de kerk wordt aangereikt aan allerlei avonden voor vorming en toerusting?' 'Maar — zo zei hij direct erachter — zouden de preken van de dominees ook niet wat warmer en bewogener zijn geweest en hun pastoraat veel meer to the point, omdat zij niet wisten van een zgn. goodwill-pastoraat?' Toch wel iets om te overdenken, deze woorden. Waartoe? Opdat er tijd zal zijn voor echt pastoraat en daarvoor tijd wordt genomen. Met een bezoekje van een half uur is bijv. twijfel niet weggenomen. Ik weet wel, dat de Heere het in een oogwenk kan wegnemen. Niettemin gaat hij meestal de middellijke weg. En die middellijke weg via het pastoraat heeft vaak een lange adem nodig. De lange adem van de Heilige Geest!

Waaraan kan worden getwijfeld?
Waaraan getwijfeld kan worden is zo veelomvattend, dat ik mij wel moet beperken en wellicht in een andere artikelenreeks daar wat breedvoeriger op in kan gaan. Nu stip ik slechts een aantal zaken aan. Wij kunnen twijfelen aan het bestaan van God èn of Hij er werkelijk wel is. Is God niet een uitvinding van de kerk om de mensen maar rustig te houden? Of zoals iemand heeft gezegd: God is een zoethoudertje. Door Hem word je zoet gehouden in dit leven en in het toekomende leven. Is God derhalve een uitvinding van de kerk? Of is Hij een projectie van onze gedachten? Of is het zoals Willem Kloos dichtte: Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten.
Wat kan er trouwens ook aan het bestaan van God getwijfeld worden als men aan Auschwitz denkt. Men spreekt niet voor niets over een theologie na Auschwitz die andere accenten legt dan de theologie voor Auschwitz. Ik moet dit verder laten rusten, maar wel denk ik dat Auschwitz een verschuiving in het theologisch denken heeft te zien gegeven, doch wat wel heel zeker is: velen zijn gaan twijfelen aan het bestaan van God. Dat gebeurt trouwens ook nog wel op een andere wijze. Onze wereld is klein geworden. Wij weten van vrijwel ieder land wat er aan de hand is. Wij weten om die reden ook, dat velen hongeren. Een bestaansminimum kennen zij niet. Wij weten van hongerenden, van daklozen, van tienduizenden kinderen die hun lichaam verkopen (kinderprostitutie) om toch maar iets te kunnen kopen en wanneer men dat alles dan diep op zich in laat werken, kan de twijfel naar boven komen: Is er wel een God? Het kan toch niet dat er een God bestaat Die al die ellende toelaat? Wanneer Hij zou bestaan, zo zou Hij toch wel ingrijpen en er iets aan doen? Al deze vragen worden door mensen gesteld en in menig hart wordt de twijfel gevonden rondom het Godsbestaan. Natuurlijk kunnen wij dogmatisch direct vaststellen, dat zij twijfelen aan de verkeerde God en dat die God van Wie zij zich een bepaalde voorstelling maken niet bestaat. Dat zal inderdaad allemaal wel juist zijn. Dogmatisch weten wij de zaken wel rond te krijgen en ze zo te zeggen, dat het alles klopt als een bus. Alleen door onze dogmatiek worden anderen niet geholpen en bovendien niet van hun twijfel verlost. Ik denk dat met name met deze twijfel aan het Godsbestaan en vooral dan onder buitenkerkelijken zorgvuldig moet worden omgegaan. Met alle ellende in deze wereld hebben wij mensen te maken. Daarmee heeft ook de zonde te maken. Daarmee heeft — hoe dan ook — het Godsbestuur te maken. Maar... alvorens men al deze dingen gaat uitspreken en men daarover in gesprek gaat met een ander, zal men wel eerst goed moeten weten wat de Schrift ons dienaangaande leert. En dan kan het in een gesprek — op evangelisatorisch òf op pastoraal niveau — nog knap moeilijk zijn om twijfel weg te nemen en aan te tonen, dat God bestaat en in Jezus Christus een heel andere God is dan menigeen zich daarvan een beeld in zijn gedachten heeft gevormd. Wellicht is een waarschuwing hier op zijn plaats: Laten wij maar voorzichtig zijn om zowel in het evangelisatiewerk als in het pastoraat te gaan bewijzen dat God bestaat. Daardoor is nog nooit iemand tot geloof en bekering gekomen. Wel heeft de Heere daarvoor gesprekken willen gebruiken waarin op een warme en bewogen manier werd gesproken over een ontfermend God in Christus. Kohlbrugge zei: werpt het Woord er maar in. Mag ik het iets anders zeggen? Laten wij aan de wereld die twijfelt aan het bestaan van God maar zeggen, dat God goed is en in Christus een God vol van ontferming is. Een anderssoortige twijfel — en die komt meer voor bij hen die met het Woord zijn grootgebracht — is de vraag of de Bijbel wel is Gods Woord. Is de Bijbel wel de waarheid Gods? Jongeren op de catechisatie kunnen na afloop daarom met deze twijfel bij je komen. Zij zijn aan het wankelen gebracht op school, omdat er bijv. een leraar de opmerking meende te moeten maken, dat de Bijbel een heel gewoon menselijk boek is. Heel gewone mensen hebben daarin hun gedachten over God en hun ervaringen met God op papier gezet. Dan kun je natuurlijk als dominee wel zeggen, dat die leraar het niet bij het rechte eind heeft en dat mensen die de Bijbel zo zien hun ervaring over de Openbaring laten prevaleren, maar is zo'n catechisant daarmee geholpen en zal hij door zo'n antwoord van zijn twijfel zijn verlost? Ik denk het niet. Ik denk dat wij hem en anderen die daarmee worstelen bij de hand moeten nemen en dat wij samen een tocht moeten maken door het Woord heen zonder dat wij direct allerlei bewijzen op tafel neerleggen. Wij behoeven niet met allerlei bewijzen te komen aandragen. Wel ben ik er diep van overtuigd dat de Heere God een ouder of jonger iemand over de drempel van de twijfel kan heentrekken, gebruik makend van de pastorale tocht door en vanuit het Woord. Wat wel zeker is: echt geloof is er nodig om niet alleen met de mond maar te belijden dat Gods Woord de waarheid is. Echt geloof dat ons steeds weer aanspoort om de Schriften te onderzoeken, want die zijn het die van Christus getuigen. Christus Die is de weg, de waarheid en het leven. En omdat het vleesgeworden Woord de waarheid is, is ook het geopenbaarde Woord de waarheid.
Ik kom wat de twijfel betreft nog wat dichterbij. Wat kan er in het hart soms een twijfel worden gevonden, wanneer men denkt aan de weg die God met ons in het leven gaat. Kijk, wanneer alles voor de wind gaat, onze kinderen in de sporen gaan die wij uitgezet hebben, hebben wij weinig over de weg Gods met ons te klagen. Ook zal dat niet het geval zijn, wanneer wij nog een redelijke gezondheid mogen bezitten, met lust en ijver ons werk mogen verrichten, als man en vrouw — voorzover wij zijn getrouwd — zijn bewaard en gespaard. Maar nu wanneer het anders gaat worden en de Heere — om met ds. G. Boer te spreken — aan de voering van ons leven komt, dan wordt het wel anders. Konden wij voorheen gemakkelijk met de gemeente Gods meezingen, wanneer de dominee opgaf om te zingen 'De Heere is recht in al Zijn weg en werk', dan echter — in die moeilijke situatie — valt het bepaald niet mee en moeten wij — en dat is een Goddelijk móeten — ervoor ingewonnen worden, want anders gaan wij ten onder in onze twijfel aan het Godsbestuur. Nogmaals: wij kunnen heel gemakkelijk praten en zingen als er geen vuiltje aan de lucht is, maar wanneer het in ons leven gaat stormen en de Heere ons het allerliefste gaat ontnemen wat wij bezitten of dat wij een bepaald ideaal niet gerealiseerd zien in ons leven, dan wordt het wel heel anders. Dan is er genade nodig om niet in opstand te komen tegen de Godsregering en kunnen wij van onze twijfel aan de vraag of de Heere het wel goed doet alleen door de Heere verlost worden. Tot troost schrijf ik dit: Waar Zijn goed werk in ons wordt gevonden, zal Hij dat ook voleinden.
Over een aantal andere aspecten betreffende twijfel en hoe wij tegenover twijfel met name in ons persoonlijk leven hebben te staan, wil ik graag een volgend keer nog het een en ander schrijven om dan bij ons eigenlijke onderwerp uit te komen.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Twijfel en aanvechting onderscheiden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's