De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

2 minuten leestijd

P.J.W. de Brauw (red.), Medisch Beroepsgeheim. Uitg. Ambo, Baarn, 88 blz., ƒ 17,50.
In de reeks 'Gezondheidsrecht', verschijnend onder auspiciën van het Instituut voor Gezondheidsethiek, is een studie verschenen onder de titel 'Medisch Beroepsgeheim'. De studie is verricht door een werkgroep van vier artsen en vier juristen. De aanleiding voor de studie was de ongerustheid bij de leden van de werkgroep over de lichtvaardige wijze waarop sommige artsen en juristen oordelen over het belang van de handhaving van het medisch beroepsgeheim.
Het uitgangspunt voor de leden van de werkgroep is dat patiënten erop moeten kunnen vertrouwen, dat al hetgeen zij hun arts mededelen ook vertrouwelijk blijft. Schending van dit vertrouwen — door verbreking van het stilzwijgen — zou ertoe kunnen leiden dat patiënten terughoudend worden in het spreken met de arts en dat daardoor de medische zorg in gevaar komt.
In de studie wordt aangegeven wat de arts niet en wat hij wel naar buiten mag brengen. De werkgroep beperkt laatstgenoemde activiteit tot een minimum. Slechts die artsen die daarvoor zijn aangesteld, zoals controlerende en keuringsartsen, mogen hun bevindingen aan derden doorgeven, zij het nog onder restricties.
Bij lezing van de studie ontstaat de gedachte dat niet meer dan gevestigde opvattingen aan het papier zijn toevertrouwd. Uit de door de werkgroep aangehaalde uitspraken, waarbij artsen vanwege hun loslippigheid door het Medisch Tuchtcollege zijn veroordeeld, blijkt echter dat de praktijk nogal eens anders is dan de leer.
De actualiteit van de studie blijkt niet alleen uit de uitspraken van het Medisch Tuchtcollege. De huidige Aids-problematiek roept de vraag op voor de arts wat te doen: te zwijgen over infectiegevaar in het belang van de patiënt, of te spreken in het belang van de volksgezondheid.
Ook bij de euthanasie speelt het vraagstuk een rol. In het geval van een natuurlijke doodsoorzaak wordt door de arts een overlijdensverklaring afgegeven. Daarmee wordt de zwijgplicht, die ook na de dood van de patiënt blijft bestaan, geschonden. Opgeven van de inbreuk van de zwijgplicht op dit punt zal controle van de wettelijke voorschriften ten aanzien van euthanasie verder bemoeilijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's