Vrede zij U!
'En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: rede zij ulieden!'Johannes 20 : 26
'Vrede zij U'. We horen het hier in Johannes 20 nog een keer, de derde keer. Thomas krijgt het nog te horen. Hij had het al twee keer eerder kunnen horen: vs. 19, 21. Maar hij was er toen niet bij. 'En Thomas', zo begint vs. 24. Leest u maar: Maar Thomas... was met hen niet toen Jezus daar kwam. Toen was Hij er niet meer. Eerst was hij er dus wel geweest. Hij had zich geërgerd aan al die rare vrouwenpraat over de opstanding en zo; de andere discipelen geloofden het nog ook. Mijn vrede geef Ik u. Thomas is een man vol onvrede. Hij was er niet bij geweest toen Jezus hen de vrede aanbood. Dat geeft geen vrede. Thomas is nog niet geschikt voor de zending; hij kan nog geen vrede doorgeven, want hij heeft zelf nog geen vrede. Thomas, een van de twaalven. Johannes schrijft het erbij. Als een verwijt; een stil protest. Hij had er bij moeten zijn. Hij hoorde toch bij die twaalf. Hij heeft het aan zichzelf te danken dat hij nu de vrede mist. Het is juist het Johannes Evangelie wat ons telkens de figuur van Thomas tekent. Hij komt naar voren als een pessimist; een somber mens. Bijv. Joh. 11. Jezus Christus heeft zich daar bij de Jordaan terug getrokken vanwege de vijandschap van de joden. De boodschap van het ziekzijn van Lazarus te Bethanië komt door. Jezus Christus wil daar naar toe. Een gevaarlijke tocht. En de discipelen protesteren; dat is toch veel te gevaarlijk.
Thomas reageert anders: ach, laten wij maar met Hem meegaan, dan kunnen wij ook gelijk met Hem sterven... er komt toch niets van terecht. Proeft u het moedeloze. En dan het tweede woord van Thomas in Joh. 14. Daar heeft Christus, na het laatste Avondmaal, een prachtige redevoering gehouden over de toekomst; over hun toekomst. Iedereen luistert ademloos naar Zijn afscheidsrede. Hij gaat naar Huis, om plaats te bereiden en Hij komt terug om de gelovigen op te halen. En broodnuchter, en gedrukt, merkt Thomas dan op: wij weten niet waar Gij heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten? Zo probeert Hij Christus' redevoering te onderbreken. Ach, het zal allemaal toch wel niet waar zijn. Hij verbreekt de betovering. Het is allemaal te mooi om waar te zijn. Cynisch; dat is hij eigenlijk. Maar wat heeft deze, zo voor het oog nuchtere en onverschillige man, het inwendig moeilijk. Thomas, een van de twaalven, was met hen niet... de eenzaamheid heeft hij opgezocht; hij wil alleen zijn; of dat een oplossing is... Onverschillig, zeggen wij; een buitenbeentje. Hij wil nergens bij horen; je krijgt hem nergens naar mee... pas op, die Thomassen, ze lijken zo koel, maar ondertussen, ze hebben het zo moeilijk. Herkent u zich in deze Thomas? Lees dan verder.
De discipelen laten Thomas niet vallen! Ze vergeten hem niet. Ze trekken hem er juist bij. Wij hebben de Heere gezien, deze jubelkreet komt hem tegemoet... maar het heeft geen resultaat. Thomas gelooft hen niet. Als ik niet zelf zijn wonden aanschouw; mijn vinger daarbij breng... dan... Hij is zomaar niet overtuigd. Ziet u welke geweldige consequenties het heeft dat Thomas er niet was, toen 'in de kerk', in de zondagse samenkomst, waar Christus aan de discipelen verscheen. Je kunt toch ook wel geloven 'buiten de kerk'; ik geloof er niets van. Vraag het maar aan Thomas. Maar dan die houding van de discipelen; ze geven die boodschap van de Kerk, van de Zondag, toch door aan Thomas: zo mag ook onze houding zijn t.a.v. buitenkerkelijken. Toch zeggen. Juist ook doorgeven. Wij hebben de Heere gezien. Is dat ook voor u de vrucht van Pasen? Dat mag dan onze boodschap zijn aan deze wereld. De Heere leeft. Wij hebben een levende Heere. U voelt zich nog steeds zo doods? Zo ongelovig? De Heere leeft. Maar Thomas reageert niet; het doet hem allemaal niets. En na acht dagen waren de discipelen weer bij elkaar. Let erop: weer op een zondag dus. En nu was er Thomas er ook weer bij. Kijk, dat was al winst. En op die dag kwam Jezus weer. Al die andere dagen van de week waren zij waarschijnlijk ook wel bij elkaar geweest; maar op deze dag komt Jezus Christus. Zelf heeft Hij de Zondag, de Dag des Heeren, eigenlijk ingesteld. En in die samenkomst van de gemeente, daar verschijnt Hij pas aan Thomas. Thomas had al die tijd wellicht een prive-behandeling verwacht, een eigengelegenheid, een voorkeursbehandeling... maar Jezus Christus leert het hem radicaal af. De eenzaamheid van Thomas was zondig. En dat laat Jezus Christus hier merken. Daarom verschijnt hij niet aan Thomas in de eenzaamheid, maar wel hier in de samenkomst van de 'gemeente'. Daar klinkt het: Vrede zij u. De discipelen herkennen de groet; Thomas hoort hem voor de eerste keer. Vrede zij u. Dat geeft echte vrede. Als je dat hoort. Dat geeft weer geloof en vertrouwen. Vrede zij u. Nu Thomas teruggekeerd is van zijn dwaalweg... Nu kan Christus Zijn vrede aan hem kwijt. Thomas, vrede zij u! Ik heb het zelf uit Zijn eigen mond gehoord. Breng uw hand hier... Jezus Christus houdt hem precies zijn eigen woorden voor. Van ieder woord moet hij verantwoording afleggen, maar Thomas heeft niet veel meer te zeggen. 'Mijn Heere, en mijn God'. Hij volgt het bevel van Christus op: weest niet ongelovig, maar gelovig. Mijn Heere en Mijn God. Alle onzekerheid valt weg. 'Mijn' God: vanuit de diepte klimt Thomas op tot een geweldige hoogte. Hij erkent de Heere Jezus ten volle. Mijn Heere, Mijn God: Thomas (Calvijn) belijdt veel meer, dan hij uit de littekens kon afleiden. Misschien is Thomas nu wel verder, dan de andere apostelen. Mijn God. 'De Zoon van de levende God'. Zo noemde Hem Petrus eens. God, zo noemt Thomas Hem nu. Deze Jezus; mijn God.
En wie sluit zich hier bij Thomas aan? U? Jij? Dit is het hele leven van het geloof: voor Christus neerknielen; de tekenen in zijn handen en in zijn zijde, door het Woord aanschouwen; en uitroepen: Mijn Heere, Mijn God. Thomas: wisselvallig; in de eenzaamheid een tobberd; maar in Gods Huis een pilaar en vastigheid der waarheid. Vrede zij u. Bij Hem zijn met uw pessimisme en somberheid en geestelijke depressiviteit. Op deze Heiland blijven zien: Mijn Heere en mijn God. Een meerdere belijdenis van Christus dan deze is er niet. Vrede zij u! Driemaal is scheepsrecht: Gods-recht. Het doel is bereikt. De discipelen zijn hun angst kwijt; zij trekken er op uit. Zelfs Thomas doet mee, en hoe! Pasen: Wij zijn begroet, gegroet, en ontmoet... Mijn Heere, Mijn God. Leeft Christus door het geloof in onze harten? ... het is vaak zo donker zegt u.. in de kerk zijn. Daar Christus' stem horen. Daar het Lam zien, staande als geslacht. Zie op Hem. Niet teveel zelf alles uit zien te vechten. Thomas lukte het ook niet. Genade zij u en vrede. Op de eerste dag der week (en daar heeft Christus een 'gewoonte' van gemaakt) verschijnt Hij nog steeds; telkens aan zijn gemeente. Vrede zij u.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's