De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Welke aanvechtingen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Welke aanvechtingen?

Uit de geloofspraktijk (4)

11 minuten leestijd

Maar al te vaak wordt door ons vergeten, dat de satan van het Woord gebruik kan maken om ons te doen twijfelen aan de onfeilbare beloften van God in Zijn Woord. Let wel: satan kent het Woord door en door en wéét precies met welke tekst of met welke gedeelten vanuit het Woord hij ons moet knevelen. In sommiger leven breekt het geloof in de onfeilbare beloften van God maar niet door, omdat satan ze het gedeelte voorhoudt waarin gesproken wordt over de zonde tegen de Heilige Geest. Het gaat mij te ver, wanneer Woelderink in zijn 'Uit de praktijk der Godzaligheid' stelt, dat vaak zenuwzieken zich daarmee bezighouden en door de satan daardoor worden gekweld. Bijna twintig jaar pastoraat leerde mij, dat het bepaald niet enkel zenuwzieken zijn die in hun binnenste worden aangevochten met de zonde tegen de Heilige Geest. Mij is althans meer dan eens opgevallen dat iemand aan wie God een hand van genade had geslagen hierdoor gekweld werd. En dat niet zozeer omdat iemand een zwak zenuwgestel bezat als wel vanwege het feit dat satan er alles aan deed om die mens bij de Heere vandaan te houden. Hoewel de satan gebruik kan maken van iemands zwakke psyche, kunnen wij in zijn algemeenheid niet zeggen, dat met de zonde tegen de Heilige Geest alleen zij worstelen die een zwak zenuwgestel hebben.

Meest voorkomende aanvechting
De meest voorkomende aanvechting is echter niet die waarin satan iemand voorhoudt, dat men tegen de Heilige Geest heeft gezondigd, maar wel die betreffende de vergeving van de zonden. Wanneer men zich van zijn schuld voor God bewust is en zelfs de verborgen mijnschachten van het hart voor de Heere zijn blootgelegd, is dit voor de satan een aanleiding om de weg tot de vergeving van zonden te versperren. Nu denk ik hier niet aan een mens die twijfelt aan Gods barmhartigheid en die zich dientengevolge ontslagen rekent van de roeping om in het gebed te worstelen teneinde de vergeving van zonden te ontvangen. Neen, ik denk aan een mens die heilbegerig de vergeving zoekt. Die hiermee voortdurend bezig is. Die naar de kerk gaat met de oprechte begeerte in het hart dat het God behage — in de prediking van het Woord — Zijn Zoon in het hart te openbaren. Men weet: nooit zal mijn zondelast zijn ontbonden, tenzij ik Jezus heb gevonden. Maar zodra wordt in de prediking een rijke Christus voor een arm zondaar voorgehouden en de nodiging om tot Hem te komen mag ruim uitgaan óf men wordt aangevochten met twijfel: zou Hij wel voor mij zijn? Is het wel waar voor mij als er wordt gezegd, dat Jezus Christus niet in de wereld is gekomen om der mensenzielen te verderven, doch om die te behouden? O wat kan een mensenkind heen en weer geslingerd worden. Wat kan hem dat alles een bron van onrust en kwelling zijn. Hierover moeten wij maar niet gering denken. En ik denk dat met name deze aanvechting en twijfel meer voorkomt dan wij als pastores wel opmerken of ons op bezoek wordt voorgehouden. En wanneer dan ook nog de prediking mank gaat d.w.z. dat niet duidelijk gezegd wordt dat juist voor zo'n worstelaar de beloften Gods zijn en dat die waarachtig zijn, dan kan men wel eens jaren tobbend, aangevochten en twijfelend leven met de vraag of de beloften wel voor hem persoonlijk bestemd zijn. Laten met name wij als dienaren des Woords in onze prediking de gewisse beloften Gods in al hun kracht en sterkte de gemeente voorhouden. Soms is het ook wel eens de schuld van ons als predikers, dat mensen in geloofsmoeilijkheden verkeren, omdat wij de beloften Gods niet rijk uitstallen en niet durven zeggen, dat de belofte inzake de vergeving van zonden een onvoorwaardelijke belofte is. Het zal juist zijn als iemand mij zegt, dat er in de Schrift onderscheid wordt gemaakt tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften. Een voorwaardelijke belofte is die bijvoorbeeld van een lang leven. Deze belofte geeft God niet aan al Zijn kinderen. Maar de belofte dat God de zonden gaarne vergeeft en dan maar niet die van een enkeling, doch van eenieder die het Evangelie hoort is onvoorwaardelijk. Deze onvoorwaardelijke belofte moet dan ook eenieder gepreekt worden. Ruim en royaal. Want wat zijn wij voor pastores als wij in de prediking en in het pastoraat nu eens hier een enkeling en dan weer daar een enkeling op het oog hebben. Heeft God ons dan maar een enkel schaap uit de kudde toevertrouwd of de gehele kudde?
Misschien dat het niet helemaal juist is wat ik nu neerschrijf, doch zowel in de prediking als in het pastoraat kunnen wij nooit te ruim zijn. Wel te schriel. In de Schrift en ook in de gereformeerde confessie zit meer ruimte dan wij als pastores weten op te diepen en onze gemeenten weten voor te houden. Voortdurende studie blijft daarom nodig. Bovenal dat wij leerlingen zijn op de leerschool van de Heilige Geest.
De geloofsonzekerheid in onze tijd zou wel eens dit als oorzaak kunnen hebben, dat wij te weinig dienaren zijn van het Woord en om die reden ook niet met alle kracht de beloften Gods in zijn rijkdom ons gehoor weten voor te houden. Want als pastores zullen wij niet moeten vergeten, dat niet alleen satan hoorders doet twijfelen aan de beloften Gods inzake de vergeving der zonden, maar dat satan hiervoor ook onze prediking kan gebruiken omdat deze van dien aard is dat de zekerheid daarin wordt gezien als een zaak die niet tot het wezen, doch tot het welwezen van het geloof behoort. Nu is het niet mijn bedoeling om de discussie over het wezen en welwezen des geloofs op gang te brengen. Daarover is in het verleden voldoende gesproken. Met als gevolg onder de oud-vaders: hete hoofden, koude harten. Het enige dat ik duidelijk wil stellen is dat de zekerheid van het geloof behoort tot het wezen en niet tot het welwezen.
Enige jaren geleden werd in een artikel aangetoond dat er zich verschuivingen in de prediking in de laatste decennia hadden voorgedaan. Onder andere werd daarin opgemerkt, dat er veel meer accent op de beloften in de prediking werd gelegd dan voorheen. Ook de zekerheid werd in de prediking meer dan voorheen voorgehouden als behorend tot het wezen van het geloof. Vergis ik mij als ik stel dat daarin met name in het laatste decennium toch weer een kentering is gekomen en dat de ruimte in de beloften en met name de beloften zelf — in hun onderscheiding zoals hierboven beschreven — toch niet meer zo ruim en rijk aan de orde komen. Natuurlijk, het is pure genade, wanneer in het geloof de belofte mag worden toegeëigend en het zal zeer zeker een werk van God zijn, wanneer men de belofte omhelzend zeker mag weten, dat het bloed van Jezus Christus ons gereinigd heeft van alle zonden. Ook is het genade wanneer wij in het geloof zeker mogen weten, dat wij zijn doorgebroken naar en tot op Christus. Alleen... krijg ik in onze tijd wel eens de indruk dat de Heere dat alles nu eens hier en dan weer daar schenkt. Slechts een enkeling valt het ten deel. Maar is dat Godverheerlijkend, wanneer wij zo armetierig en armzalig bezig zijn. Ja worden de mensen niet gekweld en gekneveld en in onzekerheid gehouden, wanneer het er in de prediking en in het pastoraat zo schrieltjes aan toe gaat. Het zal waar zijn, dat wij niet met de beloften moeten strooien zoals strooigoed op Sinterklaasavond. Wij moeten de beloften in de prediking en in het pastoraat ook weer niet laten neerkomen als sneeuwvlokken. Gesteld dat zij door de gemeenteleden worden aangegrepen, dan smelten zij in hun handen. Dat wil zeggen: zij hebben geen effect en doen hun werk niet. Het voorhouden van Gods beloften in Zijn Woord als gewisse beloften sluit de doelgerichtheid niet uit, doch in.
Met het bovenstaande heb ik dus niet willen zeggen, dat er geen strijd kan zijn, wanneer de beloften Gods rijk en vrij en doelgericht worden voorgehouden. Die strijd kan er wel zijn. Een man als Bunyan heeft hiervan heel goed geweten. In één van zijn geschriften zegt hij: Ik trok en de duivel trok, maar door Gods genade was ik sterker en mocht ik de beloften vasthouden'. Inderdaad, alleen genade houdt ons vast en geeft ons de kracht om in het geloof aan Gods gewisse beloften vast te houden.

Twijfel — twijfelzucht
De christen kent in zijn leven een zware strijd. Een geloofsstrijd! Een strijd die soms zeer verzwaard wordt doordat ongeloof en kleingeloof het wel eens proberen te winnen van het geloof. Toch mogen de aanvechtingen van de satan hiermee niet vereenzelvigd worden. Reeds werd er door die lelijke duivel in het paradijs gezegd, dat God op Zijn Woord niet is te vertrouwen. Dat dit daarom in het hart van een mens ook in onze tijd leeft nl. dat God op Zijn Woord niet is te vertrouwen en men daarom geen krediet op het Woord kan hebben, is te begrijpen. Niet te begrijpen is het echter en zelfs is het onnatuurlijk, dat deze strijd het hele leven duurt. Het werk van de Heilige Geest is toch niet dien aard, dat Hij mensen maar laat twijfelen en laat aanmodderen. Er mag weliswaar een vindenstijd zijn en die tijd heeft de Heere in Zijn glanzende raad bepaald, maar er komt toch een ogenblik dat Gods Geest alle twijfel wegneemt en zoveel licht op de beloften en de inhoud daarvan laat vallen, dat alle twijfel verdwijnt en men met een Thomas mag zeggen: mijn Heere en mijn God. Wie altijd twijfelt wordt waarschijnlijk niet aangevochten door twijfel, doch door twijfelzucht. Door dit laatste wordt men althans overmand. Het gevaar van twijfelzucht is dat die alleen maar sterker wordt naarmate men zich door de satan meer teksten uit het Woord laat aanreiken op grond waarvan men niet behouden zou kunnen worden. Bijvoorbeeld 'velen zijn geroepen en weinigen uitverkoren'.

Wat is twijfel?
Verschillend wordt er ook onder ons gedacht wat twijfel eigenlijk is. Sommigen zeggen: twijfel is zonde. En tot iemand die twijfelt wordt dan ook gezegd: u mag niet twijfelen. In bepaalde kringen (kringen die zich vaak evangelisch noemen) wordt gezegd, dat een kind van God niet kan twijfelen. Blijkbaar hebben zij nooit het gedeelte uit de Schrift gelezen waarin ons vermeld wordt dat Johannes de Doper enige van zijn discipelen naar Jezus stuurde met de vraag of Hij Degene was die komen zou of dat er wellicht toch nog een ander verwacht moest worden. Bij Johannes de Doper, het kind Gods, leefde dan toch maar deze vraag waarin hij zijn twijfel uitdrukte.
Dat er over de twijfel nog heel anders kan worden gedacht dan ik hierboven schreef, bleek mij bij het lezen van een preek. Ik zeg niet dat de twijfel daarin verheerlijkt werd, maar bij het lezen van de preek bekroop mij meer en meer het gevoel, dat twijfel een kenmerk is van het geloof en dan met name van het waarachtig zaligmakend geloof.
Een historisch, tijd- en wondergeloof kent geen twijfel. Het geloof zoals dat in zondag 7 onder woorden wordt gebracht daarentegen wel. Bovendien — zo werd in die preek gesteld — kun je beter honderd keer twijfelen dan je één keer vergissen. Men mag van mij weten dat ik bij het lezen hiervan toch enigszins met mijn wenkbrauwen heb gefronsd en mij in alle gemoede heb afgevraagd: is dat wel Bijbels als het zo gesteld wordt? Want waar vinden wij in de Schrift dat de twijfel wordt verheerlijkt en wordt gezien als een kenmerk van het geloof. Waar vindt men dit in de geschriften van Calvijn en van Luther. Hebben zó de oud-vaders gepreekt en gesproken? Ik meen van niet. Wanneer daarom de twijfel wordt verheerlijkt, staan wij mijlenver van de Schrift vandaan, maar ook van wat ons is overgeleverd door de reformatie en de nadere reformatie.
Laten wij maar goed onthouden: twijfelen is zonde. De twijfel mag op geen enkele manier in bescherming genomen worden. Twijfelen is een bewijs van ons wantrouwen, van ons ongeloof (J.H. Velema). (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Welke aanvechtingen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's