Boekbespreking
Ds. Manfred Bönig, In de ban van demonische machten. Uitg. Boekencentrum, 58 blz., ƒ 14,90.
Een eenvoudig geschreven boekje over het occultisme, uit het Duits vertaald. Bedoeld voor ouders, opvoeders, zoekende jongeren, predikanten en andere zielzorgers, lees ik op de achterflap. Dat wekt hoge verwachtingen, waaraan het boekje m.i. echter niet voldoet. Het geeft een paar eerste aanzetten, waarbij ik me afvraag of deze werkelijk verhelderend zijn. Het boekje zet in met het verhaal van een vrouw met een ongeneeslijk kromgegroeide rug, gevolg van het bezoeken van een spiritiste. Dergelijke verhalen zijn subjectief. Beter was het geweest als de schrijver een grondige behandeling had gegeven van wat spiritisme is, waar het vandaan komt en waarom het van de hand gewezen dient te worden. De schrijver zet zich af tegen de wetenschap van de parapsychologie, terwijl de parapsychologie niets occults is en een groot aantal verschijnselen wetenschappelijk heeft verklaard of ontzenuwd. M.i. is het onjuist om yoga en T.M. tot het occultisme te rekenen, hoewel ik deze zaken afwijs omdat ze niet los te maken zijn van de oosterse religiositeit. Onjuist is het ook T.M. 'niet anders dan een vorm van het spiritisme' te noemen. Eveneens dat acupunctuur onloochenbaar een occulte achtergrond heeft en dat 90% van alle acupuncturisten met occulte middelen werken. Waar haalt de schrijver dat vandaan?
Occultisme is in! Men denke aan uitzendingen voor radio en tv als 'Het zwarte gat' en 'Parallax'. Terecht wijst de schrijver op de gevaren van het occultisme. Maar dan is wel nodig grondig te onderscheiden. In zoverre was het lezen van het boekje voor mij teleurstellend.
H. Veldhuizen, Hillegersberg
Ad den Besten, Wilhelmus van Nassouwe. Het gedicht en zijn dichter. Uitg. Van Wijnen, Franeker, Leiden 1983, 230 p., ƒ 29,50.
Deze handelseditie van de dissertatie van Den Besten verscheen in 1983 bij uitgeverij Nijhoff te Leiden en is thans voor een aanzienlijk lager bedrag te verkrijgen bij Uitg. Van Wijnen te Franeker.
Het boek is vooral een poging om op basis van tekst en context — in het bijzonder de verstechniek en de religieuze opvattingen van Marnix, blijkend uit diens geschriften — een meer gefundeerde keuze te maken voor Marnix van Sint Aldegonde als auteur van het Wilhelmus. Dat is een uiterst moeilijke opgave: de ter beschikking staande gegevens zijn gering en vaag. We weten wel dat het Wilhelmus verschenen moet zijn tussen 1568 — slag bij Heiligerlee en de tocht van de prins langs de Maas — en voorjaar 1572 (inname van Den Briel door de watergeuzen), maar het verscheen anoniem. Pas ongeveer 30 jaar na verschijnen wordt de naam van Marnix voor het eerst in schriftelijke bronnen verbonden met het Wilhelmus. Nog weer 60 jaar later duikt ook de naam van Coornhert op als mogelijke auteur.
De dissertatie begint dan ook terecht met 'Verlegenheden' en eindigt met 'Verlegen conclusies'. Ik ben met Den Besten van mening dat de aanspraken van Marnix op het auteurschap deugdelijker zijn dan die van Coornhert. Maar ook Den Besten heeft m.i. het definitieve bewijs niet geleverd.
De opzet van de studie is meer essayistisch dan zakelijk-wetenschappelijk. Dat leidde enerzijds tot een goed leesbaar en boeiend boek, anderzijds tot conclusies die, ten dele, niet sterk zijn onderbouwd. Maar afgezien daarvan bevat het veel verhelderende informatie, bijvoorbeeld over de relatie tussen het Wilhelmus en de bijbel en over het Wilhelmus en het recht van opstand: 'Den Coninck van Hispaengien/ Heb ick altijd gheëert', maar ook: 'Godt den Heere/ Der hoochster Maiesteyt'.
Voor liefhebbers van ons volkslied, dat ons confronteert met de grondslagen van ons volksbestaan, voor geïnteresseerden in de figuur van Marnix en de tijd van Marnix is het een boek dat veel materiaal biedt.
J. de Gier, Ede
Drs. H.J. Boiten e.a., Bijbelstudie in de gemeente. Uitgave De Vuurbaak, Barneveld, 136 blz., prijs ƒ 17,90.
In de GSEV-reeks (Gereformeerd- Sociaal en Economisch verband) verscheen dit boek over bijbelstudie in de gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Het boek handelt over de verhouding tussen de bestaande mannen- en vrouwenverenigingen en bijbelstudiegroepen die de laatste jaren in opkomst zijn.
Er wordt verslag gedaan van een onderzoek in de plaatselijke kerken. Ook volgen verhandelingen over de geschiedenis van de bijbelstudie, c.q. de verenigingen, over de taak van de kerkeraad hierin, telkens vanuit verschillende optieken. Steeds weer wordt een zekere vrees voor piëtisme en subjectivisme uitgesproken als het gaat om de meer vrije vormen van bijbelstudie in de gemeente.
Het boek eindigt met een bespreking van Jaarthemagroepen en methodische aanwijzingen voor bijbelstudie.
Een interessant boek, dat vooral geplaatst moet worden binnen het kader van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's