Een bevindelijk probleem
Met het oog op de jongeren
Zijn alle godsdiensten gelijk?
Als een jongere u deze vraag voorlegt, is uw reactie wellicht direct: NEEN!
Misschien vindt u, dat deze vraag niet gesteld mag worden. Want wie de vraag 'Zijn alle godsdiensten gelijk?' stelt, die twijfelt. En over dit onderwerp mag geen enkele twijfel bestaan. We moeten duidelijk zijn. Alsof het christelijk geloof niet iets heel unieks is!
Nee, de godsdiensten zijn niet gelijk.
Discussie gesloten.
Geest van relativisme
Het is niet zomaar, dat deze vraag gesteld wordt.
In onze samenleving heerst een geest van relativisme. Als je gelooft, dan maakt het niet zoveel uit watje gelooft. Komt het uiteindelijk toch niet allemaal op hetzelfde neer?
Deze gedachte wordt — in de open wereld waarin wij leven— gevoed door de ontmoeting met andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Menen al die andere mensen het allemaal ook niet heel oprecht?
Deze geest van relativisme treffen we ook bij jongeren aan. Ook onder kerkelijke jongeren. Velen van hen zullen op de vraag of zij het christelijk geloof als uniek zien, antwoorden dat naar hun mening alle godsdiensten wel waarheidsgehalte hebben. En dat het — wat de eigen 'keus' betreft — er maar van afhangt, waar je geboren bent en welke godsdienst je ouders aanhangen.
Bestaat God eigenlijk wel?
Misschien vindt u, dat deze vraag zéker niet gesteld mag worden.
Twijfelen aan het bestaan van God? Wie deze twijfel in zich op voelt komen, moet die maar direct de kop indrukken...
Ik hoorde van een jongere, wie het niet lukte om die vraag de kop in te drukken. Hij werd erdoor beheerst. Hij raakte erdoor in verwarring.
Uiteindelijk besloot hij, aan het einde van een catechisatieles zijn existentiële twijfel voor te leggen aan zijn predikant.
'Dominee, we hebben het hier maar steeds over God, maar... bestáát Hij eigenlijk wel?'
De betreffende predikant schrok en antwoordde snel: 'Maar jongen, daar mag je niet aan twijfelen, want Hij bestaat!'
En daarmee was de kous af.
Hij liet zijn catechisant ontredderd achter.
Existentieel
'Zijn alle godsdiensten gelijk?'
'Bestaat God eigenlijk wel?'
Toch worden deze vragen gesteld.
Onder andere door jongeren, die zich (voorlopig) nog niet gevangen willen geven aan het relativisme (hoewel dit buitengewoon aantrekkelijk is, omdat veel vragen dan niet meer gesteld hoeven te worden), maar die het moeilijk hebben met de vragen die hier in het geding zijn. En die diep in hun existentie verlangen naar zekerheid, maar deze niet kunnen vinden.
Wat maakt het in de praktijk uit?
Dat jongeren met deze vragen zitten, is voor een deel misschien te verklaren vanwege de geest van relativisme, die hen beïnvloedt.
Maar daarmee is niet alles gezegd.
Het gaat hier allereerst niet om een rationeel probleem — hoewel het dat voor jongeren die wat dieper nadenken ook kan zijn — maar om een bevindelijk probleem. Veel jongeren constateren, dat het in de praktijk van het leven allemaal niet zoveel uitmaakt wat je gelooft.
Als het christelijk geloof uniek is en als God werkelijk bestaat, wat zie ik daar dan van? Is er in de christelijke gemeente iets te ervaren wat nergens anders te ervaren is?
Ervaring
In onze tijd wordt erg de nadruk op ervaring gelegd. Jongeren zijn ook op zoek naar ervaring. En we weten hoe schadelijk dit kan zijn, als ze hierbij op een verkeerd spoor komen.
Toch is de nadruk op ervaring ons niet onbekend. In de gereformeerde traditie speelt de ervaring — de bevinding — ook een belangrijke rol. Deze ervaring is alleen vastgeknoopt aan het Woord.
Het mag ons te denken geven, dat jongeren het gevoel hebben, dat er in de kerk vaak weinig of niets te ervaren/te beleven is. Ook hierdoor wordt hun twijfel gevoed met betrekking tot de vragen die hier in het geding zijn.
Nogmaals: het gaat hier om een bevindelijk probleem. Hoe hiermee nu om te gaan? Hoe kunnen wij onze jongeren het beste helpen in het vinden van zekerheid aangaande de dingen die onder hen geen zekerheid hebben?
Twijfel serieus nemen
In de eerste plaats is het ontzettend belangrijk om de twijfel van jongeren serieus te nemen. Hoe we ook over twijfel denken, twijfel is ècht. En ze komt ergens vandaan.
We laden jongeren met een schuldgevoel op, als we hun zeggen, dat ze niet mogen twijfelen aan het bestaan van God en dat ze vragen als 'Zijn alle godsdiensten gelijk?' niet mogen stellen.
Dan laten we hen in de kou staan.
En bovendien... vliegt het òns nooit eens aan? Of God werkelijk bestaat? Of het wel echt waar is, wat er in de Bijbel staat? En of je echt kunt zeggen dat al die mensen die een andere godsdienst aanhangen het bij het verkeerde eind hebben...?
Verootmoediging
In de tweede plaats is verootmoediging nodig.
In ons kerkelijk leven ontbreekt het aan uitstraling en aantrekkingskracht. Vragen van jongeren kunnen in dit verband ontdekkend zijn. Ook hun vragen naar de bijzondere waarde van onze traditie. Vele jongeren zien die niet.
Kennelijk lukt het ons niet zo om de rijkdommen van het gereformeerde erfgoed op een inspirerende en overtuigende wijze voor onze jongeren te laten schitteren. Wat betekenen die rijkdommen voor onszelf?
Zijn wij bereid om ons door de jongeren hierover te laten bevragen?
Dit vraagt een ootmoedige houding. En ook bereidheid om onszelf te inspecteren, onze tekorten te erkennen en te komen tot vernieuwing van ons denken en leven.
Openheid en soepelheid
In de derde plaats: laten wij open en soepel zijn naar de jongeren. Dat betekent tegelijk, dat wij onze krampachtigheid naar hen toe moeten afleggen. Wij zijn vaak zo krampachtig, zo wantrouwend naar hen.
Komt het gebrek aan geloofservaring/ Godservaring ook niet schrijnend naar voren in het grote wantrouwen en de kritisch-afwijzende houding, die overtuigde jongeren vaak bij ouderen ontmoeten, als zij over hun geloof spreken? Het komt voor, dat een bijbel- of gebedskring van jongeren als bedreigend ervaren en zelfs verboden wordt!
Wat jammer! denk ik dan, als ik zoiets hoor. Dit werkt toch kerk- of gemeentevervreemdend! Predikanten en kerkeraden, waarom bent u zo krampachtig en zo bang? Waarom geeft u de jongeren geen goede leiding?
Er zijn ook andere ouderen. De afgelopen maanden heb ik verschillende brieven van oudere gemeenteleden ontvangen. Wat mij bij het lezen daarvan is opgevallen, is de verbinding tussen het authentieke van het geloof en de bevinding van het geloof met een weldadig aandoende openheid en soepelheid naar jongeren toe.
En dat merk ik vaker: veel ouderen die in het geloof staan, zijn zo heerlijk mild en gunnend in hun visie op en omgang met jongeren.
Dat is wat onze jongeren zo nodig hebben: mensen om hen heen die mild en gunnend zijn, die iets laten zien van wie God, de Heere, voor hen is, en die bij hen graag herkenning vinden.
Een 70-jarige schreef mij (in een pleidooi voor concrete aandacht voor de jongeren): er dient een nieuwe bezieling te komen. In heel zijn brief hoorde ik zijn hart voor de jongeren kloppen. Een bezield mens.
Getuigen en overtuigen
Bij 'bezieling' denk ik aan de Heilige Geest. Hij is het. Die mensen bezielt.
Maar wij kunnen Hem belemmeren in Zijn werk. En we mogen ons wel afvragen, of er niet een verband is tussen het gemis aan bevindelijk leven (en zo ook het gemis aan transcendentie-ervaring in de gemeente en de vragen die daardoor extra op onze jongeren afkomen) en ons omgaan met de Heilige Geest. Houden wij Hem niet vaak tegen? En lopen wij Hem niet vaak voor de voeten, wanneer het gaat om onze jongeren?
Nee, wij kunnen onze jongeren in de existentiële vragen die zij hebben, niet overtuigen. Dat is het werk van de Geest.
Wij kunnen wel een getuigenis laten uitgaan — en dat zou ik in de vierde plaats willen zeggen — van wat het geloof in de enige, unieke God voor ons betekent, en van de ruimte die wij de Geest in Zijn werk geven.
Dat getuigenis is niet alleen een kwestie van woorden, maar ook een zichtbaar laten zijn, dat het geloof de kern van onze existentie en zo ook de praktijk van ons leven raakt en bepaalt.
Is dit ook niet wat wij in onze gereformeerde traditie bedoelen met de eenheid van leer en leven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's