Goddelijke opdracht (1)
... merk op... Deut. 32 : 7b
Het woord opmerken komen we menigmaal in de Schrift tegen. Veelal in de gebiedende wijs, uitgesproken tegen een enkeling: 'merk op' of tegen meerderen: 'merkt op'. Soms uitgesproken tegen de Heere: 'O, Heere, merk op...'. In de tekst wordt Gods volk opgeroepen om op te merken. Wat is opmerken? Het is meer dan we op het eerste gezicht denken. Opmerken is — in dit verband — een godsdienstige oefening..., geestelijk overdenken..., stil mediteren over de woorden en daden des Heeren. Waarschijnlijk wordt deze oefening in het dienen van God thans weinig gepractiseerd. We leven zo gejaagd. We zijn ingesteld op vluchtige indrukken via oog en oor. Hoewel het zo broodnodig is, vinden we voor opmerken in de zin van mediteren eigenlijk geen tijd. Deze vermaning 'merk op' uit het eeuwenoude lied van Mozes is daarom zeer actueel! Het gebiedende geeft ons al aan, dat activiteit wordt verwacht. Werkzaamheid van onze ziel. Tegenpool van zich lijdelijk neerzetten en afwachten of van Godswege iets ontvangen mag worden. Nee, opmerken is een werkzaamheid. De ziel is bezig met de openbaring van God..., neemt de dingen in beschouwing..., vermaakt zich in..., verwondert zich over de woorden en daden Gods. Wanneer we in ons dagelijks leven eens heel nauwgezet onze opmerkzaamheid aan een bepaald onderwerp besteden, we leren het des te beter kennen en doorgronden. Hetzelfde geldt ten aanzien van onze opmerkzaamheid jegens God en de dingen Gods. Merk op. Dat is meer dan een mechanisch lezen van en afwezig luisteren naar Gods Woord. Dat voedt onze ziel beslist niet! Zo'n houding is verkeerd. Het is juist nodig, dat de aandacht van onze ziel wordt afgetrokken van de aarde en het aardse..., om door lezen en luisteren de goede druiven te verzamelen en die vervolgens in de pers van het opmerken te brengen. Daar hebben u en jij en ik groot profijt van! Dit bevordert de kennis van Gods Woord..., het scherpt onze liefde jegens de Heere aan..., het vertroost onze ziel..., het bevordert de dankbare werkzaamheid van de ziel. De uitwerking? Het doet ons strijden tegen de zonde. Het brengt tot loven en prijzen van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Onze onopmerkzaamheid? Niemand onzer kan de schuld daarvan op de Heere werpen! We laten ons beheersen door de momentele situatie. Predikanten laten zich opjagen door overvolle agenda's. Geen tijd. Ouderlingen en diakenen komen afgemat van hun werk..., moeten jachten, want huisbezoek en vergadering wachten reeds. Geen tijd. Ook zij, die het ambt aller gelovigen bekleden, vinden nauwelijks momenten om neer te zitten voor God en Zijn Woord, in gebed en stille dienst. Het is zo heilzaam om de volmaaktheden van God te overdenken, om Zijn wijsheid te schouwen in het rijk der natuur, om Zijn besturende en bewarende hand te zien rond Zijn kerk. Het is zo heilzaam om in herinnering te roepen de uren en plaatsen, dat de Heere zo bijzonder Zijn genade ons bewees en de weg, die Hij met ons ging. Merk op en we zien wie wij zijn voor de Heere en wie Hij is voor zondaren als wij: in Christus een gaarne vergevend God. Aan het geestelijke opmerken is iets opmerkenswaardigs verbonden! Zolang we onze ziel oefenen in geestelijk opmerken, zolang worden we bewaard voor het kwaad. Zodra we echter onze gedachten maar hun loop laten, komen we uit op allerlei kwaad en we bedroeven en vertoornen de Heere. Geestelijke opmerkzaamheid heeft een heerlijke uitwerking op het zieleleven. Het overdenken en overwegen van 's Heeren woorden en daden sterkt het geloof.., wakkert de liefde jegens God en de naaste aan..., leert afzien van jezelf en vast bouwen op de kruis- en zoenverdiensten van Christus. Merk op. Want: de Heere trekt de ziel..., de Heere voedt de ziel. Merk op. Dan ontstaat het gesprek met de Heere..., zuchtend en hulp inroepend..., vragend en antwoord verwachtend..., verblijd zijnde en dankend. Merk op. En menig keer ondervinden we dan, hoe de Heere daarin lieflijk leidend meekomt. Vermanend, waarschuwend, bemoedigend, vertroostend. Hij bestuurt de gedachten.... Hij leidt van het ene Schriftwoord naar het andere en zo leert Hij verstaan. Wat treedt de Heere tijdens het opmerken wonderlijk genadig nabij! Een klaar en helder licht werpt Hij over wat lang verborgen en duister was. Hij betoont dan zo'n liefdevolle tegenwoordigheid, dat innige vreugde de ziel doorzindert. Wat blijdschap smaakt mijn ziel! De binnenkamer gemaakt tot een zalig oord! Tegen wie spreekt Mozes? Hij heeft het tegen 'een verkeerd en verdraaid geslacht', tegen een 'dwaas en onwijs volk'.
Die kinderen móesten zijn, hebben hun Vader niet geacht! De kinderen gingen hun Vader vergeten. Onopmerkzaam werden zij..., vergeetachtig..., ondankbaar. Des Heeren deel is Zijn volk. Maar Israël let niet meer op Gods handelen in de dagen vanouds. Het volk handelt dusdanig, dat God toornig wordt. Israël merkt niet meer op de jaren der geslachten, waarin de Heere Zijn genade betoonde. Och, dat zij wijs waren! Dan zou het volk zich bekeren..., zich naar haar Heere toewenden. Hem waarlijk dienen. Zijn daden gedenken. Gedenk! Merk op! Bekering van hart is nodig! Letten u en jij en ik op de overeenkomsten tussen toen en nu..., tussen Israëls handelen en de gang van òns volk? Misschien zeggen we volmondig ja! En als we in de plaats van 'òns volk' eens onze eigen naam plaatsen..., wat dan? Beoefenen wij de praktijk van het opmerken wèl?... Merk op. Een bekwaam gemaakte zielsgestalte is nodig om met God alleen te zijn en tot opmerken te komen. Waarom? Omdat wij van nature verkeerdheden bedenken..., ondeugdzame gedachten smeden..., zelfs met genoegen terugdenken aan bedreven kwaad. Het kwaad, door anderen ons aangedaan, wekt in ons hart nieuw kwaad op. Nee..., verlangen naar mediteren over goddelijke dingen hebben we dan niet! Nu kunnen we onszelf beproeven: zo het met onze ziel gesteld is, zo zijn onze gedachten gericht. Is ons hart vol van de Heere, naar Hem strekken onze gedachten zich uit.
Wat belemmert geestelijk opmerken? Onbeleden zonden, onvergeven zonden, onbekeerlijkheid, onverzoenlijkheid. Wanneer we menen, dat we een vast karakter hebben, terwijl we feitelijk verhard zijn. De Heere beveelt u en jou en mij om op te merken. Het is dus zaak er tijd voor te némen! De Heere draagt het òp! Kennen we de praktijk niet? Zoek de Heere! Zie biddend uit naar de werking van Zijn Geest! Doe pleitend een beroep op het volbrachte werk van Jezus-Christus! Worstel voor de genadetroon Gods zó lang..., zó lang... tot de Heere overkomt met Zijn zegen. De Heere stopt Zijn oren voor ware bidders en smekelingen nooit toe. Hierin heeft Hij lust: dat zondaren zich bekeren en leven. Voor zulke zondaren bracht Hij aan Golgotha's kruis een volkomen en genoegzaam offer. Merk op! Leg nu eens alle bezigheden terzijde..., laat het jachtige werk eens een poosje liggen! Zoek de Heere. Wend u naar Hem toe! Bid de Heere om de leiding en werking van Zijn Geest..., om Zijn genadig besturen van uw oefening in uw opmerken..., uw gedenken..., uw mediteren!
Maar... wat opmerken? Wat gedenken? Waarover mediteren? Hebben we al eens nauwkeurig gelet op het reddingsplan, dat God de Vader en God de Zoon en God de Heilige Geest samen ten uitvoer brengen? Heden ten dage worden uit een verdorven en verloren mensengeslacht zondaren getrokken, behouden, bevorderd tot heerlijkheid. Heden ten dage leert de Heere zondaren inzien dàt ze zondaar zijn. Hij wekt berouw. Hij leert smeken om vergeving door het zoenbloed van Christus. Door Hem ontstaat hartsverlangen naar een reingewassen hart..., begeerte om heilig voor Zijn aangezicht te leven. Hoe schoon is dit reddingsplan in het kort verwoord in ons oude doopformulier. Merk op, gij, die in zonde ontvangen en geboren bent! Merk op, kinderen des toorns! Merk op, gij, die zonder wedergeboorte nooit in Gods Rijk zoudt komen! Merk op: God de Vader betuigt en verzegelt, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren of te onzen beste keren wil. Merk op: grondeloze liefde van God de Vader! Merk op: God de Zoon, Jezus Christus, verzegelt ons, dat Hij ons wast in Zijn bloed van àl onze zonden, ons in de gemeenschap van Zijn dood en van Zijn wederopstanding inlijvende, alzó dat wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden. Merk op: zelfopofferende liefde van God de Zoon! Merk op: '... zo velen als waarachtig geloven, en door de dood van Christus van de zonden en het verderf verlost en behouden worden, die genieten deze weldaden alleen uit Gods genade, hun van eeuwigheid in Christus gegeven, welke genade Hij niemand schuldig is!' Wonderlijke ruil: Christus Jezus mijn zonden en mijn kruis..., ik Zijn vrede en Zijn huis. Merk op: de Heilige Geest verzekert, dat Hij bij ons wonen wil, en dat Hij ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing der zonden, en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden... En letten we eens op de opmerkenswaardige parallel in het werk van Gods Geest bij de schepping der aarde en de herschepping van de zondaarsziel! Merkt op: vertroostende liefe van God de Geest. Het is passietijd en Pasen geweest. Merk op de enige Borg en Middelaar en Zaligmaker, Zijn leven. Zijn woorden. Zijn wonderen. Zijn tekenen en... Zijn lijden en sterven en opstanding.... Zijn verheerlijking. Het wordt Hemelvaart! Merk op Zijn zorg voor Zijn kerk, Zijn gemeente. Zijn bruid. Het wordt Pinksteren! En in het verlengde hiervan: Hij is komende om Zijn strijdende kerk te maken tot een triomferende! We stelden aan het begin van deze meditatie: opmerken is een godsdienstige oefening. Wat is het nodig, dat u en jij en ik, van jong tot oud, veelvuldig deze oefeningen praktiseren naar Gods eis en tot Zijn eer. Wanneer nu de volgelingen van Jezus Christus hun gebeden eens vermenigvuldigen, dat meer en meer zondaren hun verzet zullen opgeven en deze gewijde bezigheid mogen aanleren? De Heere zal die gebeden niet beschamen. Wij weten immers: Hij verhoort op het gebed! Wanneer nu ook de navolgers van Christus zèlf dit opmerken veelvuldiger leren beoefenen, het zal de gemeente ten goede komen, 't Is toch het vernieuwde hart, dat in zo'n godsdienstoefening lùst heeft?! Het hart gaat toch uit naar de praktijk van de Godzaligheid?! De ziel is dan immers uit op de eer en verheerlijking van God Drieënig?! Merk op! Dat is een dankbaar werk! Wat zal ik, met Gods gunsten overladen, die trouwe Heere voor Zijn genade vergelden? Merk op! En de Heere komt u en jou tegen met zo'n vriendelijkheid en tederheid en liefde, dat de ziel er onder versmelt. Merk op en Hij verzadigt u en jou zó met Zijn ontferming en genade, dat het hart zich met blijdschap, in dank verheft tot Hem. Merk op en de bevinding volgt: de Héére is aan deze plaats en wat is het góed nabij God te wezen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's