De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Deze keer luisteren en één keer spreken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Deze keer luisteren en één keer spreken

Uit de geloofspraktijk (5)

11 minuten leestijd

Nog eens de twijfel
Een vorige keer heb ik niet duidelijk uiteengezet, hoe wij tegenover de twijfel in ons hart hebben te staan. Moet de twijfel gezien worden als een kenmerk van het geloof zoals dat inderdaad door sommigen wordt beschouwd? Of móet er in de prediking en in het pastoraat hoog van de toren geblazen worden doordat er gezegd wordt: een kind van God mag niet twijfelen. Of een stapje verder: een kind van God twijfelt nooit. Wanneer je twijfelt — en dat is dan nog een stapje verder — ben je geen kind van God. Ik denk niet dat wij zo met elkaar moeten omgaan. Aan de ene kant moeten wij de twijfel niet gaan verheerlijken, maar aan de andere kant moeten wij ook niet zeggen, dat in het leven van de gelovige nooit twijfel aanwezig is. Ik heb van het laatste in het vorig artikel een voorbeeld gegeven door Johannes de Doper te noemen. Zelfs deze grote man in het Koninkrijk Gods kende twijfel. Maar is twijfel goed? Twijfel is op geen enkele wijze goed. Zij is ook niet goed te keuren. Hoezeer men er als pastor begrip voor op kan brengen en zeker dan wanneer men in eigen geloofsleven het een en ander daarvan ondervindt, toch kan men nooit zeggen dat het een goede zaak is wanneer men twijfelt. Duidelijk zal door de pastor gemaakt moeten worden, dat twijfel zonde is en dat deze zonde op geen enkele manier in bescherming genomen kan worden. Doch let wel: de manier waarop dit alles gezegd wordt is van groot belang. Als pastores kunnen wij nog zulke ware dingen zeggen en het kan dogmatisch sluiten als een bus, maar dan kan het gebeuren dat het toch niet aankomt, omdat de dingen niet zo worden ingezien als wij die zeggen of ook omdat men op dat moment daar nog niet helemaal aan toe is. Het is al meer geschreven, maar wij herhalen dat nog maar weer eens, dat het voor dominees en voor ouderlingen uitermate belangrijk is dat zij luisteren. Wellicht kan er van het pastoraat dit gezegd worden, dat pastoraat drie keer luisteren is en één keer spreken. Maar dat geldt ook voor hen die zich van zondag tot zondag met de verkondiging bezighouden. Mijns inziens heeft Luther ooit eens terecht gezegd, dat verkondigen is 'pastoraat uitoefenen' òf — anders gezegd — groot-huisbezoek doen. Maar dan zullen op dat groot-huisbezoek wel vragen beantwoord moeten worden die leven in het hart van de hoorders. Vragen die met hun bestaan voor Gods aangezicht te maken hebben. Er moeten dus in de verkondiging geen vragen gesteld èn beantwoord worden die in 't geheel niet leven. Intensief huisbezoek bewaart dominees ervoor om op de kansel op vragen in te gaan die niet leven. Intensief huisbezoek reikt de vragen voor de prediking aan. Reikt af en toe zelfs een halve preek wel aan, maar dat is weer iets anders. Wat wel heel zeker is, is dat men op huisbezoek nog al eens over twijfel hoort spreken. Duidelijk zal dan gesteld moeten worden dat twijfelen een bewijs van ons wantrouwen is en dat dit nooit een werk van God en Zijn Geest kan zijn. Twijfel moet dus niet gekoesterd worden. Noch door de mens die twijfelt noch door de pastor. Echter is ook dit waar: wie nooit getwijfeld heeft, heeft nooit geloofd. J.H. Velema schrijft terecht: 'Door twijfel heen komen wij vaster te staan in het geloof'.
Ik wil dit onderdeel gaan afronden door te stellen: wie nooit getwijfeld heeft, heeft nooit geloofd; wie echter altijd twijfelt mag zich wel grondig de vraag stellen of men wel ooit heeft geloofd. Want altijd twijfelen en God op Zijn Woord niet geloven is goddeloos. Natuurlijk kan men wel zeggen, dat het zomaar niet gaat en dat er een groot wonder in iemands leven moet gebeuren. Welnu, dat zal ik volstrekt niet tegenspreken. Toch kan men achter al die woorden zich proberen te verbergen om door twijfelzucht uit de handen des Heeren te blijven. Rechtzinnigheid is goed, maar die kan door ons ook misbruikt worden om ons goddeloze leven voort te zetten. Aan de ene zijde is een grenzeloze oppervlakkigheid te veroordelen, doch niet minder een rechtzinnigheid waarin de twijfel wordt verheerlijkt en een godsdienst wordt aangehangen van raak niet, smaak niet en roer niet aan. Wat zal bovendien het laatste voor uitwerking hebben op de omgeving en op de kinderen als men die mag bezitten? Wat gaat er van een vader en een moeder uit die altijd maar twijfelen, altijd maar zuchten en klagen en aan wie de kinderen nu nooit eens zien dat het toch zo'n beste dienst is, die dienst de Heeren? Welke kinderen zullen min òf meer tot geestelijke volwassenheid komen, zij die altijd met twijfel zijn geconfronteerd en die hun ouders altijd hebben horen zeggen, dat het zomaar niet zal gaan òf zij die ook wel eens in aanraking zijn gebracht met de twijfel die bij vader en moeder werd gevonden, maar wie toch werd voorgehouden, dat de dienst des Heeren een liefdedienst is? Het maakt zo'n groot verschil òf wij als ouders met alle twijfels die wij soms kunnen hebben tegen onze kinderen zeggen: 'Kind, heb je er al zin in gekregen om de Heere te dienen?' òf dat onze kinderen altijd moeten horen, dat het niet zomaar gaat.

Verlossing van de twijfel
Uit wat tot nu toe is neergeschreven zal het wel duidelijk zijn, dat er tijden van twijfel in het geloofsleven kunnen zijn. Hoe wij hiertegenover hebben te staan heb ik hierboven vermeld alsook hoe de pastor daarmee heeft om te gaan. Maar hoe zit het nu met de man of vrouw die twijfelt? Hoe komt hij of zij van die twijfel verlost? Een antwoord op deze vraag is niet zo moeilijk. God verlost ze van de twijfel. Dat doen zij dus niet zelf, doch dat doet de Heere. Hierbij moet echter wel goed bedacht worden, dat de Heere hierbij niet extraordinair te werk gaat. Daarmee bedoel ik te zeggen, dat men niet moet menen, dat er een licht uit de hemel geschiedt, waardoor de duisternis van de twijfel wordt weggenomen. Ook is het niet een hoorbare stem die ons zegt dat de twij­fel verdwenen is. In 't algemeen kan men zeggen dat de Heere niet meer extraordinair werkt. Ik zeg niet dat Hij het niet kan. Hij is almachtig, dus mag ik Hem dat vermogen niet ontzeggen. Toch wil ik met sterke nadruk wijzen op de middelen die God ons gegeven heeft en waardoor Hij werkt. Daar is in de eerste plaats Zijn liefdesbrief (de Bijbel) aan ons. Wie van zijn of haar twijfel verlost wil worden, moet maar naarstig de Schrift onderzoeken. De Schrift immers getuigt van Christus Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Alle macht om de twijfel weg te nemen. Alle macht om ook de zonde van de twijfel te vergeven. Want let wel: de twijfel moet niet alleen worden weggenomen, doch ook worden vergeven. Want twijfel is immers zonde!
Er is echter nog een middel dat bij twijfel niet ongebruik mag blijven. Ik bedoel: het gebed! Wie zet ons aan om te twijfelen? De duivel. Welnu, tegen gevouwen handen en gebogen knieën kan de duivel niets inbrengen. En de Heere God is niets liever dan dat wij zelfs met onze twijfel voor Zijn aangezicht komen, want Hij wil ons zo graag helpen. Zo graag ook afhelpen van twijfel. Laten wij daaraan maar nooit wanhopen of twijfelen. Laten wij in gevallen van bestrijding en twijfel veeleer in gedachten hebben, dat God Vader is. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus. De God en Vader om Christus' wil van al Zijn kinderen. Ja, Hij is de Vader van alle barmhartigheid. Een goede Vader, een beste Vader, Die nooit het verkeerde met de Zijnen voor heeft, doch altijd het goede. Hiervan mogen alle twijfelaars overtuigd zijn die evenals een Asaf in raadselen wandelen. God is de Vader van alle barmhartigheid!
Er is nog een middel waarmee iemand die twijfelt werkzaam mag zijn. Ik denk aan de Doop. Wat een heerlijke dingen zijn ons daarin toegezegd. Wat worden wij trouwens daarin ook vermaand. Ons wordt daarin toch maar gezegd, dat wij niet in de zonde moeten blijven liggen, dus ook niet in de zonde van de twijfel, en dat wij aan Gods genade nooit moeten vertwijfelen. Wij hebben doorgaans veel te weinig werkzaamheden met onze doop. Deze hebben wij toch ontvangen om te gebruiken. Daarin heeft de Heere toch tot ons willen zeggen — en nu haal ik J. van Sliedrecht aan: 'Kind, wanneer je in kennelijke nood verkeert, wend je tot Mij. Ik wil je God zijn'. Wordt vaak onder ons het Heilig Avondmaal overschat, de Heilige Doop daarentegen wordt dikwijls onderschat. Dat wil zeggen, dat de Doop vaak van weinig betekenis is. Wanneer echter de Heilige Geest ons laat zien welke Verbondsweldaden ons in de Doop worden toegezegd alsmede met welk een groot en heerlijk God wij van doen hebben, des te meer zullen wij ons verheugen dat wij gedoopt zijn en zullen wij daarmee werkzaamheden hebben. Wellicht dat iemand denkt, dat hiervan misbruik gemaakt kan worden en dat wij niet alleen moeten spreken over de Verbondszegen, maar ook over de Verbondswraak. Nu, het zal waar zijn, dat er misbruik gemaakt van kan worden. Toch moeten wij daarvoor niet al te bang zijn. Wanneer wij een recht zicht op de Doop mogen hebben, zullen wij het ene noch het andere vergeten en zal de Heere werkelijk werkzaamheden geven met de Verbondszegen. De Verbondswraak is voor de ongehoorzamen, doch de verbondszegen voor hen die in Gods wegen gaan. Wat het laatste betreft moeten wij ook weer niet al te enghartig zijn of met een meetlat gaan werken. De Heere kent degenen die de Zijnen zijn. Wie de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.
Ik heb een aantal middelen genoemd. Ik had ook nog het Heilig Avondmaal kunnen noemen. Hoezeer een kind des Heeren bestreden wordt of hoezeer twijfel hem te pakken heeft, toch moet men maar niet van het Heilig Avondmaal wegblijven. Calvijn noemt het Heilig Avondmaal een medicijn voor zieken. Welnu, dit en andere genoemde middelen kan de Heere gebruiken om twijfel weg te nemen en de zonde van de twijfel te vergeven.

De één meer dan de ander
Hoe komt het dat de één veel meer moet lijden dan de ander? Waarom twijfelt de een zoveel meer dan de ander? Waarom zijn de aanvallen van satan op de ene christen zoveel meer dan op de ander? Op al deze vragen zijn verschillende antwoorden te geven. Doch let wel: antwoorden die nieuwe vragen opwerpen. Daarom geef ik liever op die vragen geen antwoorden. Een ding weet ik, maar dat weet ik in het geloof: er gaat niets buiten God om. Beredeneren kan ik dat niet, wil ik dat zelfs ook niet. Ik geloof het. Dat het soms wel eens een moeilijke vraag kan zijn waarom de een zoveel moet lijden en de ander zoveel minder, zal duidelijk zijn. Toch zal ook dit niet vergeten moeten worden, dat zij die op dit ogenblik helemaal niet van lijden of aanvechting last hebben, daarmee in de toekomst wel geconfronteerd kunnen worden. Wij weten niet wat er morgen gebeurt, laat staan over enige maanden of jaren. Vroeger werd er onder ons wel gezegd, dat Gods liefste kinderen het zwaarst werden aangevochten of het meest moesten lijden. Ik zeg hierop direkt ja, als het gaat om Gods liefste Kind, Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Hoe zwaar is Hij aangevochten. Wat heeft Hij geleden. Hoe heeft Hij volhard en is Hij staande gebleven. Ja, van Hem is het waar, dat God Zijn liefste kinderen soms het meest laat lijden, maar of het altijd van toepassing is op al Gods liefste kinderen (voorzover men ook weer van 'liefste' mag spreken), daarmee moet men voorzichtig zijn.

Job
Dat een kind des Heeren er diep doorheen kan gaan, blijkt ons uit de geschiedenis van Job. Een volgend keer wil ik hierop ingaan en laten zien, hoe Job er niet alleen diep doorheen moest toen hij zijn kinderen verloor en zijn vrouw hem zegende (= vloekte), maar ook hoe zijn lijden zwaarder werd en de aanvechtingen groter door wat zijn vrienden hem toevoegden.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Deze keer luisteren en één keer spreken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's