Globaal bekeken
In Ecclesia (Ver. Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge) troffen we nog eens het bekende citaat aan van dr. H.F. Kohlbrugge, waarin hij zijn verwachting vertolkt over de grenzen van de dood heen:
'Daarom, wanneer ik sterf (ik sterf echter niet meer) en iemand vindt mijn schedel, zo verkondige hem deze schedel nog:
Ik heb geen ogen, nochtans zie ik Hem;
ik heb geen hersenen, geen verstand, nochtans omvat ik Hem;
ik heb geen lippen, nochtans kus ik Hem;
ik heb geen tong, nochtans zing ik Hem lof met u allen, die Zijn Naam aanroept.
Ik ben een harde schedel, nochtans ben ik zeer week gemaakt en gesmolten in Zijn liefde.
Ik lig hierbuiten op het kerkhof, nochtans ben ik in het paradijs!
Al het lijden is vergeten!
Dat heeft Zijn grote liefde teweeggebracht, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha.'
In De Reformatorische School troffen we een aan de NRC ontleende passage over Elektronisch huisarrest.
'Onder deze titel schreef Beatrijs Ritsema een stukje over het Tilburgse schooltelevisie-expiriment. Dat zij, op zijn zachtst uitgedrukt, nogal genuanceerd tegen het medium televisie aankijkt, was bekend. De manier waarop ze zich over het genoemde experiment uitlaat, is veelzeggend:
"Nu gaat er dan een experiment in Tilburg beginnen, waarbij de leerlingen van een hotelvakschool een dag in de week thuis blijven en 's ochtends om half negen hun tv moeten aanzetten, waarop het onderwijs van die dag vertoond wordt In slaap sukkelen is er niet bij, want de leraar houdt via de telefoon in de gaten of iedereen wel bij de les blijft en controleert ook of de opdrachten worden uitgevoerd. Een deprimerend plan.
Het idee alleen al dat je een hele dag naar de televisie moet kijken en moet doen wat daarop gezegd wordt, heeft iets mistroostigs. Het doet me denken aan dat andere experiment in Amerika, waarin gevangenen elektronisch huisarrest krijgen in plaats van gevangenschap achter de tralies, en een keer of tien per etmaal via een apparaatje om hun pols opgepiept worden, waarna ze zich onmiddellijk telefonisch dienen te melden. Voor gevangenen heeft het misschien nog wel voordelen om niet tussen lotgenoten te verkeren, maar een leerling die in alle eenzaamheid les krijgt van een apparaat wordt gereduceerd tot een consument van leerstof zonder ziel. Naar de televisie kan hij propjes schieten wat hij wil, maar een reactie krijgt hij niet."
Dat liegt er niet om.
Vanzelfsprekend gaat het niet aan, om n.a.v. dergelijke missers, de betekenis van de media in/en voor het onderwijs te ontkennen. Het is en blijft nuttig naar de grens van de mogelijkheden te kijken.'
Het volgende gedicht, getiteld 'De wolken' van Martinus Nijhof ontlenen we aan het blad Opbouw (Nederlands Gereformeerd):
Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
lang-uit met moeder in de warme hei,
de wolken schoven boven ons voorbij
en moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
daar gaat een dame, schapen met een herder,
de wond'ren werden woord en dreven verder,
maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.
Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
ofschoon de hemel vol van wolken hing,
ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
en wijst me wat hij in de wolken ziet,
nu schrei ik zelf en zie in het verschiet
de verre wolken waarom mijn moeder schreide.
Uit het blad Kerk (informatie over het kerkelijk leven) knipte we een stukje, getiteld Populair:
'De evangelist Billy Graham heeft de afgelopen veertig jaar maar liefst 32 maal op de top-tien van populairste mannen in de Verenigde Staten gestaan.
Dit blijkt uit een onderzoek van de bekende Princeton Universiteit.
Volgens dit onderzoek zijn veel christenen populair bij de Amerikanen. Zo stonden in de afgelopen tien jaar paus Johannes Paulus II, de negerpredikant Jesse Jackson en de "wedergeboren" ex-president Carter hoog op de ranglijst.
De polulairiteit van Graham wordt verklaard uit het feit dat hij nooit bij schandalen of belangrijke fouten betrokken is geweest.'
We schrijven dezer dagen vijftig jaar na de Bezetting (1945-1945) en vijf en veertig jaar na de Bevrijding. Van de vele boeken, die in deze tijd over de Bezettingstijd verschijnen, noemen we een instructief boek van ds. J. Snoek 'De Nederlandse kerken en de joden, 1940-1945' (Kok, Kampen). Uit dit boek enkele fragmenten:
• 'Het scherpste publieke protest ooit ingediend', zo noemt Snoek de gezamenlijke kanselboodschap, die tot stand kwam o.l.v. 'de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer' (secr. generaal van de Ned. Herv. Kerk), i.v.m. de jodendeportaties:
'De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden.
Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God — krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping — haar stem te doen horen, ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartigheid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht:
de toenemende rechteloosheid;
het ten dode vervolgen van joodse medebugers;
het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd is met het Evangelie van Jezus Christus;
de verplichte arbeidsdienst als nationaalsocialistisch opvoedingsinstituut;
het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs:
het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland;
het ter dood brengen van gijzelaars;
het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen.
Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden jonge mensen.
Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God, het recht in eigen hand nemen.
Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn opgeroepen.
Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken.
De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris brengen en zij bidden van God, dat èn de bezettende macht èn ons volk de weg der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan.'
• Dan verder nog een stuk van de herv. geref. emeritus G.C. Tromp (Trouw 15 juni 1988) over hulpverlening aan joden uit bekeringsdrang:
'Mij is geen enkel geval bekend van christenen die een joodse onderduiker wilden helpen "uit bekeringsdrang". Ik denk nu aan gezinnen die behoorden tot de hervormde, de gereformeerde, de christelijke gereformeerde kerken en tot de gereformeerde gemeente. Dàt men aan onderduikers onderdak bood was vaak iets wat men deed met vrees en beven; maar men dééd het, om levens te redden. Men deed het uit geloof zoals anderen het deden vanuit hun humanitaire overtuiging. (...)
Men kan ervan overtuigd zijn dat mensen die in de oorlog ondanks de struggle for life een "bekeringsdrang" in zich voelden, volop gelegenheid vonden die drang zonder risico uit te oefenen. Er waren tal van Nederlanders, die niet het christelijk geloof beleden. Men kon vrijuit met hen spreken, zonder het risico in een concentratiekamp terecht te komen. Daarom is het onbegrijpelijk dat er mensen geweest zouden zijn, die joden In hun huis lieten onderduiken uit bekeringsdrang.'
• En tenslotte iets uit De levensroman van Johannes Post (zijn naam is vereeuwigd aan de 'laan der Rechtvaardigen' bij het oorlogsmuseum Yad Vashom in Jeruzalem):
'In de boerderij staat de tafel gedekt. Spoedig dampt een warm maal op de schalen. De joden scharen zich om de dis. Johannes gaat voor in gebed. Hij neemt geen blad voor zijn mond. Ofschoon hij gaarne de gevoelens van anderen ontziet, in zijn gebed moet hij oprecht en openhartig zijn. "Heere, wij danken U, dat Gij ons bewaard hebt en dat Gij deze levens aan het woeden van de vijand hebt ontrukt. Wil deze vervolgden een Vader en Beschermer zijn, om Christus' wil, die ook hun Messias is, al erkennen ze Hem nog niet...".'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's