Goddelijke opdracht (3)
... hoort ... Jes. 55 : 3b
Het gehoor is een kóstelijke gave Gods. Geen wonder, dat satan via ons oor zijn invloed laat gelden. 'Hoort!', zo roept de Heere ons toe, en horen wij in Zijn kracht, het is ons tot heil. 'Hoort!', zo roept ook satan. Lenen we hèm ons oor, het is tot verderf Zien we de noodzaak om steeds scherp tussen beide stemmen te onderscheiden?! De oren wijd openen als God roept. De oren ferm dichtstoppen als satan onze aandacht trekt. Het gehoor een kóstelijke gave Gods. Eigenlijk zijn onze oren werktuigen van Gods Geest. Immers: het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. De Geest bedient Zich van het menselijke oor. Door het gehoor heen wekt Hij zielen uit zondedood. Goddelijke opdracht: 'Hoort!' Wat wil dit zeggen? Dat we onze oren zò zullen instellen, dat ze louter horen wat de Opdrachtgever uit. Wie is de Opdrachtgever? Uit voorgaande hoofdstukken blijkt dit Christus Zelf te zijn. Mediteren we hier eens over!... De Zone Gods richt het woord tot u..., tot jou..., tot mij. Wat buigt de Zondeloze Zich diep naar zondaren over! Hij weet, dat ons oor van Hem is àfgewend. Hij weet, dat ons oor òngewend is Hem te horen. Hoort! Ja, het is Zijn lust om bij ons ommekeer te brengen. Noemen we dit maar gerust het 'toppunt van barmhartigheid'. Gods opdracht, daarin bewogenheid, ontferming, zondaarsliefde. Deze opdracht staat in een opmerkelijke passage. De Heere toont aan hoe ons wáre geluk bestaat in gehoor geven aan Zijn Woord. De Heere beoogt ons te voeren tot waarachtig leven en eeuwig behoud. Wat een grote verantwoording dragen we! Want hòe handelen we van nature? Ofschoon we liefdevol en teder gelokt worden tot het heil in Christus, beantwoorden we Zijn zorg met laksheid, ongehoorzaamheid en grote onverschilligheid. We geven niet onverwijld de Heere gehoor. Volharden we in geestelijke doofheid, de schuld ligt bij òns, wanneer eeuwig behoud ons ontgaat. 'Dat velen door het Evangelie geroepen zijnde, zich niet bekeren, noch in Christus geloven, maar in ongeloof vergaan, zulks geschiedt niet door gebrek of ongenoegzaamheid van de offerande van Christus, aan het kruis geofferd, maar door hun eigen schuld' (D.L. II, 6). Het is zoals Calvijn schreef: 'God laat niets ongedaan om ons over onze aarzeling heen te helpen en ons aan te sporen'. Het is daarom záák goed aandacht te besteden aan de stem van de roepende God. Wanneer Hij komt met menigvuldige aanbiedingen van genade – en ze zijn altijd welgemeend! – dan is de Heere gereed van Zijn zeer overvloedige rijkdom uit te storten over degenen, die Hij roept. Hij zegt: 'hoort' en 'komt' en 'volg Mij' en meer van zulke heilsbevelen. Al wat u en jij en ik op Zijn opdracht te doen hebben, is: horen..., gehoor geven aan..., gehoorzamen. Nu kan ik in gedachten de tegenwerpingen hier horen! Verschuil u nu eens niet achter 'niet-kunnen' en 'niet-willen'! Beide zijn niet tot uw verontschuldiging, maar tot grove schuld! De Goddelijke opdracht luidt: 'Hoort!' Ds. W.L. Tukker legde – in het verband van deze tekst – eens zeer de nadruk op het bevelende karakter. 'U moet komen, komen tot Hem en horen. Het neigen van het oor is het begin van de handeling en het horen het vervolg. Het horen is het eigenlijke werk. Dat doet Jezus' woorden tot u ingaan en Zijn woorden zijn dan daden: u zult leven.' Zien we de consequentie? Het hòren is niet genoeg..., we moeten ook kòmen. Opdracht! De opdracht van kòmen verbindt de Heere met de opdracht van hòren. Bent u..., ben jij één van hen, die de 'uitstelpraktijk' beoefenen? De uitstelpraktijk maakt deel uit van zielsverharding! Het gevolg? We komen niet tot een heilzame ontmoeting met de Christus, noch bevinden we gemeenschap met Hem. Er komt geen liefdesband als tussen Christus en christen. De Heere kènt ons. Héél goed! Letten we maar op die eerste opdracht: 'Neigt uw oor'. Waarom zou de Heere dit zeggen? Hij duidt op onze zondige hardhorendheid. Derhalve dienen we ons oor te neigen naar Zijn mond. Anders verstaan, noch begrijpen wij. Hij is de Knecht des Heeren, van Wie geschreven staat, dat Hij niet schreeuwt, noch Zijn stem verheft. Daarom: 'Neigt uw oor'. Hòren heeft in de hebreeuwse zin dezelfde betekenis als 'tot Hem komen'..., als 'tafelgemeenschap met Hem hebben'. Horen – met Christus het goede eten – zielsverlustiging. Neigt uw oor – komt – hoort – lééft! We kunnen het niet ontkennen: de Heere buigt Zich naar ons over om onze houding jegens Hem te veranderen. Hoe is onze houding dan? We geven – van onze geboorte af – àlles weg aan duivel en wereld..., in zonde..., tot onze kostelijke ziel toe! Terwijl ons aangeboden werd en wordt om onze ziel te voeden en te laven aan het overvloedige, heilzame offermaal van Christus Jezus. Hoort! Goddelijke opdracht. Die opdracht – bedenk dat wèl – geldt ù..., jòu! Horen we toch voor onszèlf. Laten buurman en buurvrouw ook voor zichzelf horen... Hoort! Het eerste, dat God eist, is, dàt we Hem gehoor geven en vernemen, wat Hij ons door Geest en Woord..., en bij monde van Zijn dienaren te zeggen heeft. Het tweede is, dat we ook acht nemen òp..., gevolg geven áán het gesprokene. Zoals Lydia acht nam op wat Paulus sprak. Het derde is, dat we het gesprokene verstaan..., ervan lèren tot ons behoud. Dat kan geen uitstel lijden, getuige het apostolisch vermaan: 'Eenieder zij ras om te horen' (Jac. 1, 19). Want: zondaren hebben veel àf te leren..., veel áán te leren. Het vierde, dat de Heere eist, is gehoorzaamheid. De Heere legt sterke nadruk op het verband tussen horen en gehoorzamen. Maar – letten we òp! – niet als een voorbijgaande werkzaamheid. Het betreft hier een Goddelijke opdracht, die een duurzame gemeenschap meent tussen de Heere en ons. Evenals bij de opdracht 'ziet!' gaat het om durende oefening in de praktijk der Godzaligheid. Deze durende en duurzame gemeenschap berust uiteraard niet op ònze binding aan de Heere..., niet op ònze trouw..., niet op ònze waardigheid of gerechtigheid. Grond is de trouw van de Heere van het genadeverbond! Het is de Héére, Die Zelf de deur ontsloten heeft naar een nieuwe verhouding tot God Drieënig..., Die zondaren in de weg van wedergeboorte en bekering voert tot nieuwe, ware Godskennis, en... tot zelfkennis. Hoort! Gehoorzaamt! Betracht en volgt Mijn Woord!
...Ik hoop van harte, dat lezer en lezeres het levensbelang inzien van het hòren naar Christus Jezus..., en hiermee werkzaamheid hebben aan Gods genadetroon! Dat zijn we de Heere verplicht! Van levensbelang is ook hòe wij naar Hem horen. Zo naarstig de Heere Zich in Zijn spreken en anderszins om Zijn gemeente bekommert, zo naarstig dienen wij Zijn spreken met hòren en gehóórzamen te beantwoorden. Onder bidden en smeken, met dankzegging. Het is heilzaam gebleken, daarom bevelen we het ter beoefening aan: bidt vóór, tijdens en nà de Diensten des Woords..., met eerbied en ontzag..., want: heilig, heilig, heilig is de Heere Sebaoth. Hòe horen? Met aandacht! Alzo spreekt... de Heere! Hòe horen? In besef van verantwoordelijkheid. De Heere spreekt tot het persoonlijk heil van zondaren. Moet het dan zijn, dat Zijn spreken eens tegen ons getuigt, vanwege onze verwerping van aangeboden heil, om onze èigengerechtigheid! Hòe horen? Alsof het de laatste keer is, dat de Heere ons aanspreekt. Hoort! We zien hoe de weg tot God niet voert over steile, onbegaanbare bergwegen, maar door hòren naar Hem, Die in Zijn Woord en door de prediking. Zich naar ons, zondaren, overbuigt met Zijn volheid aan genade, bewogenheid en ontferming. Wéér spreekt tot ons een eisend God. Hij is – we zien het! – ook een belòvend God. Voor de troon van deze eisende en belovende God mag elk zondaar knielen en pleiten op het door God beloofde!
Horen – eten – zielsverlustiging. De tegenwerpingen en afwijzingen zijn inmiddels bij u en jou opgerezen? Niettemin: léés! Hèrlees! De Heere heeft ons voor Zijn opdracht gesteld. We kunnen er beslist niet omhéén! We herhalen uit bovengenoemd citaat: 'U moet komen, komen tot Hem en horen'. Calvijn zegt: 'Hieruit kunnen we opmaken, dat er voor ons behoud (...) niet valt te hopen, als we niet luisteren naar God - naar Zijn Woord'. Wat schenkt de Heere hen, die horen naar Zijn eis en pleiten op Zijn belofte? Het LEVEN. Zij krijgen déél aan de verdiensten en weldaden, die Jezus Christus voor de Zijnen verwierf aan het vloekhout des kruises. Het heil in Christus wordt vergeleken bij een vette maaltijd. Het bijzondere is: God wil zondaren niet louter doen eten tot verzadiging..., Hij wil dat hun ziel zich verlustigt in het heil van Zijn Zoon. Mijn Liefste is mijn en Ik ben Zijn! Zielsverlustiging. Verkwikking van de gehele mens..., met vet..., met kracht..., met wáár leven. Hij heeft het immers beloofd! Daarom is het waar! 'Hoort en uw ziel zal leven!' Bedenk óók het tegendeel! Vergeet niet tot Wie we komen mòeten! Laat tegelijk al die tegenwerpingen en borstweringen eens voor wat ze zijn: van nul en generlei waarde! Goddelijke opdracht: 'Komt tot Mij!' Dit is het bevel van de Heere der heren. Léérde u..., léérde jij al horen en komen naar de Heere? Ja? Looft de Heere en prijst Zijn Naam en... gedenkt gedurig in gebeden, hen, die Christus nog niet ten eigendom zijn. Weest hoeder en hoedster van broeder en zuster! Getuigt van de Heere..., spreekt goed over Hem! Ontbreekt het zintuig van geestelijk hoorvermogen? Lijder, lijdster aan geestelijke doofheid? Wéét, dat Jezus Christus gekomen is om dòven te doen horen! Vraagt naar de Heere en Zijne sterkte, naar Hem, Die al uw heil bewerkte. Zoekt dagelijks Zijn aangezicht! Gedenkt aan 't geen Hij heeft verricht! Met Spurgeon bid ik u: 'Geef geen slaap aan uw ogen, noch sluimering aan uw oogleden tot u Hem gevonden hebt. God verlene u al de genadegaven van het eeuwigblijvend verbond, om Jezus' wil! Amen!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's