De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Water, een elementaire levensvoorwaarde. Uit een voorlichtingsbrochure van het Ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, 'Ons water, ons leven', nemen we het volgende over m.b.t. de drinkwatervoorziening in Nederland:

• Waterleiding
'Reeds de Romeinen kenden waterleidingen waarmee fris en helder water van elders werd aangevoerd. Dat gebeurde via aquaducten waarvan restanten nu nog te zien zijn. De Londense waterleiding dateert uit 1285 en die van Praag en Parijs zijn nog ouder.
In Nederland kwam de eerste waterleiding pas na 1853 tot stand, waarmee drinkwater aan Amsterdam werd geleverd. Kort daarop kreeg ook Den Helder zo'n drinkwatervoorziening. Andere steden namen het initiatief van deze steden over. En ook de provincies gingen de aanleg van waterleidingen stimuleren. In Engeland hadden toen al 50 steden voor die tijd moderne waterleidingen. Nederland liep bepaald niet voorop!
In 1868, drie jaar na de zoveelste cholera-epidemie, werd een 'Rapport aan den Koning' (Willem lll) uitgebracht. Daarin werd aangetoond dat het aantal sterfgevallen in steden met een waterleiding aanzienlijk lager was dan in plaatsen waar zo'n voorziening ontbrak. Toch waren er zo'n vijftien jaar later nog maar een tiental waterleidingbedrijven in ons land. Daarna ging het sneller
In 1890 waren er ruim dertig waterleidingbedrijven. In 1900 zestig. En in 1910 honderd, die tezamen jaarlijks honderd miljoen kubieke meter drinkwater leverden.
Vooral het platteland bleef nog heel lang van drinkwater verstoken. Door de lengte van de leidingen was daar de drinkwatervoorziening een kostbare zaak. Veel duurder dan in de steden. Wie afgelegen woonde moest zich daarom nog lange tijd met een pomp, put of regenton behelpen... Daar kwam pas verandering in toen het Rijksinstituut voor de Drinkwatervoorziening zich in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog met de aanleg van waterleiding op het platteland ging bezighouden.
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren er meer dan tweehonderd drinkwaterleveranciers in Nederland. Dit aantal is door het samengaan van bedrijven inmiddels afgenomen tot ca. zestig.'

• 148 liter per persoon per dag
'Momenteel is praktisch ieder perceel aangesloten op de waterleiding. De hoeveelheid water die jaarlijks wordt afgenomen bedraagt inmiddels meer dan een miljard kubieke meter. Dat komt neer op 148 liter per persoon per dag. Dat is minder dan in enkele andere Westeuropese landen. In Zwitserland, Italië, Noorwegen en Zweden wordt per hoofd van de bevolking 200 liter of meer gebruikt.'

• Onze drinkwaterbronnen
'Gelegen in het deltagebied van Rijn en Maas en "gezegend" met een regenrijk klimaat is de portie zoet water die ons land door de natuur wordt toebedeeld bepaald niet karig. In de vorm van rivierwater is dat jaarlijks zo'n 80 miljard kubieke meter en in de vorm van regenwater zo'n 30 miljard kubieke meter. Van dat regenwater wordt 10 miljard kubieke meter als grondwater door de bodem opgenomen, de rest verdampt. Daarmee komt de totale hoeveelheid zoet water waarover we kunnen beschikken op zo'n 90 miljard kubieke meter per jaar. Slechts een kleine hoeveelheid van die enorme watertoevloed (ongeveer 1 1/2 %) wordt gebruikt om er drinkwater van te maken. In totaal is dat jaarlijks zo'n 1,2 miljard kubieke meter, inbegrepen alle reserves die nodig zijn om pieken in het gebruik op te kunnen vangen. Ongeveer tweederde daarvan (800 miljoen kubieke meter) is afkomstig uit het grondwater. Eenderde deel (zo'n 400 miljoen kubieke meter) is afkomstig uit Rijn en Maas.'

• Enkele cijfers
'Rijn en Maas zijn onze grootste zoetwaterimporteurs. Door de Rijn stroomt per seconde gemiddeld 2200 kubieke meter water ons land binnen. Ruim 69 miljard kubieke meter per jaar. De Rijn is in oorsprong een gletscherrivier. In "droge tijden" kan de wateraanvoer teruglopen tot eenderde van de gemiddelde hoeveelheid.
Nog veel grilliger is de wateraanvoer via de Maas (1:20). Ze kan bijna droogvallen. Gemiddeld levert deze regenrivier 250 kubieke meter water per seconde. Ofwel: 8 miljard kubieke meter per jaar. Via kleinere rivieren stroomt nog een 3 miljard kubieke meter water ons land binnen.'


Een lezer zond ons een curieus artikeltje uit het door J.H. Gunning geredigeerde blad Pniël (uitgave 1895), getiteld 'Uit de praktijk', ondertekend, door G(unning).

'Wij vonden in een Duitsch blad een aardig stukje, getiteld: "Verschillende oorzaken van slecht kerkbezoek". Aardig... nu ja, maar ook diep treurig! Altemaal variaties op het oude thema: "Ik bid u, houd mij verontschuldigd", waarmede zoovelen hun heiligen, duren plicht verzuimen, en zich voor God bezondigen. Wij zullen nu maar van Broeder en Zuster A-Z spreken, al zou het mij waarlijk niet moeielijk vallen bijkans overal heusche initialen, mij aan werkelijke ontmoetingen herinnerend, in te vullen.
Br. A een rijk handelaar, zou stellig altijd komen, wanneer de dienst op een anderen tijd gehouden werd. Maar op dàt uur is hij, zeer tot zijn leedwezen, immer door iets zeer gewichtigs verhinderd.
Br. B een ijverig politicus, en moet 's Zondags de belangen van den Staat behartigen, door de politiek der verloopen week te bestudeeren, waartoe hem door zijn drukken arbeid anders de gelegenheid ten eenenmale ontbreekt
Br. C is ontevreden over den kerkeraad, die zulke verkeerde besluiten neemt, en meent nu door zijne afwezigheid tegen zulk een onwaardig lichaam te moeten protesteren.
Br. D is tegen al dat eindelooze collecteeren, en geeft door thuis te blijven uiting aan zijne ontevredenheid over die eeuwige bedelarij.
Br. E zou o zoo gaarne met heel zijn gezin ter kerke gaan, maar omdat zijn derde dochtertje wat zwak is, en de kerken zoo tochtig zijn, blijft hij bij de zijnen in huis.
Br. F lijdt geweldig aan koude voeten, die met zijn delicaat gestel het hem helaas onmogelijk maken tempelwaarts te gaan.
Br. G heeft van zijn dokter den dringenden raad gekregen alle vochtigheid te vermijden; en u hebt toch wel die affreuze vochtvlekken op de kerkmuren gezien?
Br. H moet frissche lucht hebben, anders slaapt hij in; en daar de kerk zoo slecht gelucht kan worden, wil hij toch geen ergernis geven door zijn snorken.
Br. I kan, zoolang die dominees zoo met elkander kibbelen, niet in de kerk komen. Is dàt een godsdienst der liefde? Hij zou ze allemaal wel willen ophangen!
Br. J is vreeselijk bang voor tocht; dan gaat hij altijd niezen, en een kerkelijke vergadering is hem te heilig, om ze door het genies te verstoren.
Br. K heeft zwakke longen, en kan onmogelijk goed ademen waar zooveel dampen en uitwasemingen voorkomen.
Br. L transpireert zóó spoedig in gezelschap van velen, dat hij maar liever met de Babylonische vorsten of met Petrus in Joppe, op zijn dak (alias: zijn huiskamer) wil aanbidden.
Br. M kan onmogelijk een uur lang stil zitten; zijn arts heeft hem gestadige beweging voorgeschreven.
Br. N kan 's avonds nooit komen, want gaslicht is voor zijn oogen iets onverdragelijks.
Br. O heeft ook erg zwakke oogen, en kan in die fijne drukken toch niet nalezen, en doet het daarom liever thuis in zijn duidelijken Bijbel.
Zuster P gaat nooit alleen uit, en daar zij niemand heeft, die haar begeleiden kan, komt zij niet ter kerke.
Zuster Q is wat hardhoorig, en al dat leven op straat maakt haar het luisteren heelemaal onmogelijk.
Zuster R heeft eens een dronken man in het kerkportaal ontmoet, en is sedert zóó affreus zenuwachtig, dat zij niet besluiten kan den drempel van een kerkgebouw te overschrijden.
Zuster S heeft een dierbaar hondje, dat in de kerk maar storen zou, en dat zij toch onmogelijk alleen laten kan.
Zuster T zou stellig komen, indien ze haar kinderen niet zoo verwend had, maar die willen nu eenmaal niet zonder hun moesje zijn.
Zuster U heeft te veel gelezen, om niet alle predikanten hoogst middelmatige geesten te vinden, en zijkan alleen redenaars van den eersten rang hooren.
Zuster V houdt kostgangers, die haar tijd altijd, en vooral des Zondags, volkomen in beslag nemen.
Zuster W gaat Zaterdags altijd naar bals of concerten, en is dan den volgenden dag te moe om kerkwaarts te gaan; maar thuis "verzuimt zij haar godsdienst nooit".
Zuster X is nooit op tijd gereed; bijna altijd is zij van plan te gaan, maar altijd komt er wat tusschen.
Zuster Y vindt dat er zóóveel huichelaars in de kerk komen, dat al haar stichting weg is, als zij zulke lui ziet. Daarom zorgt zij ze maar niet te zien.
Zuster Z zou graag komen als die Nieuwe Gezangen er niet waren; maar nu haar vrome moeder en zij haar leven lang slechts oude zongen, heeft die nieuwigheid haar alle vrijmoedigheid tot kerkgaan benomen.

Zóó konden wij voortgaan. Had ons alfabet nog een twintig letters meer, gelooft mij, het zou mij ook voor die niet aan stof ontbreken! Men hoort wat als men op huisbezoek de menschen naar de oorzaken van hun wegblijven vraagt! De slechte kleeren, de dubbeltjes van het plaatsengeld, de hebberigheid van een stovezetster, het valsche spel van een organist, het te lange en óók wel het te korte preeken van een dominé, het laten opstaan bij een lied, het gemis of gebruik van oudvaderlijke termen, een vrome ingeving, een "teekentje van den Heere" – ja, wat al niet heb ik vaak hooren opgeven als voorwendsel!
Maar dit is zeker: God de Heere, die een rechtvaardig oordeel vellen zal, zal straks ook vragen hoe wij ons gedragen hebben tegenover Zijne roepstemmen, door Zijne gezanten van Zijnentwege tot de Christenheid gebracht. En, hoe zullen dan zulke valsche, onware, huichelachtige verontschuldigingen wegsmelten als sneeuw voor de zon! En daarom – lieve lezers, een nieuwjaar ligt vóór u! Hebt gij u te verootmoedigen over uwe houding tegenover uwe kerk in het vorige jaar, worde het dan nu eens beter! Wie dan weet goed te doen, en hij doet het niet, dien is het zonde. God schenke een vollen, rijken zegen aan allen, die in dit jaar de blijde boodschap zullen brengen, en niet minder aan allen, die haar zullen hororen!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's