De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

3 minuten leestijd

Paul de Grauwe, De nachtwacht in het donker. Over kunst en economie. Uitgeverij Lannoo, Tielt (België), 180 blz.
Dit boek behandelt, zoals de ondertitel aangeeft, de relatie tussen kunst en economie. Op het eerste gezicht lijkt het hier twee zaken te betreffen, die weinig of niets met elkaar van doen hebben. Toch is, wanneer men zich nader in dit onderwerp verdiept, wel iets zinvols te zeggen over het verband tussen beide. Het blijkt namelijk dat veel economische concepten, zoals het probleem van de schaarse middelen en de daarmee samenhangende concurrentie, ook van toepassing zijn op het terrein van de kunst. De organisatie van de produktie en de consumptie van de kunst is, zo stelt de schrijver terecht, in wezen een economisch probleem.
De vraag die De Grauw in dit boek wil beantwoorden is hoe het economisch stelsel de ontplooiingskansen van de kunstenaar kan bevorderen. Onderzoek naar de werking van het marktmodel in de kunstsector wijst uit dat dit model naast positieve effecten ook een aantal bezwaren met zich meebrengt. Die constatering brengt de schrijver tot de conclusie dat met name daar waar het marktmodel tekort schiet een rol is weggelegd voor de overheid. Een analyse van het naoorlogse kunstbeleid in België brengt aan het licht dat het beleid in dit opzicht ernstig heeft gefaald. Zo is, om een voorbeeld te noemen, vaak als nadeel van het marktmodel genoemd, dat het vooral de kapitaalkrachtige consument in staat stelt om kunstwerken te kopen of te bewonderen. Wat nu uit dit onderzoek blijkt is, dat subsidies van de overheid, die ten doel hadden het grote publiek bij de kunst te betrekken, in hoofdzaak ten goede zijn gekomen aan de kunstvormen die vooral belangstelling genieten van mensen met een relatief hoog inkomen. Het Belgische kunstbeleid heeft in dat opzicht dus niet aan haar doel beantwoord. Uit vergelijkbare studies van de Nederlandse situatie blijkt overigens dat het Nederlandse beleid in dit opzicht evenmin doeltreffend is geweest. De schrijver besluit zijn studie met een aantal beleidsaanbevelingen die dit en ander falen in de toekomst moeten voorkomen. Het boek van De Grauwe laat zich ook door niet-economen gemakkelijk lezen. Voor de economisch geschoolden bevat dit boek een aantal intermezzi waarin dieper op een bepaald deelprobleem wordt ingegaan. Helaas wordt de lezer over de persoon van de auteur in het onzekere gelaten. De lezer zal het moeten doen met datgene wat hierover uit het woord valt af te leiden, en dat is niet veel meer dan dat hij als docent is verbonden aan de universiteit in België.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's