De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De geestelijke gaven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De geestelijke gaven

(een nadere toelichting)

6 minuten leestijd

Er zijn hier en daar vragen gerezen over wat door mij geschreven werd over de geestelijke gaven in De Waarheidsvriend van 22 februari. Omdat in allerlei weergaven van de inhoud van dit stuk het hoofdaccent werd gelegd op de tongentaal en daarvan soms een interpretatie werd gegeven, die de mijne niet is, laat ik hier volgen wat ik over de gaven reeds schreef in 1974 in mijn 'Temidden van tijdgenoten en geestverwanten' (uitgave Kok, Kampen). Ik sta nog steeds achter dit stuk en heb in mijn artikel van 22 februari niets anders bedoeld, zonde pretentie te hebben hiermee het laatste woord te hebben gesproken.

Het is onmiskenbaar waar dat in de Schrift gesproken wordt over geestelijke gaven die de gelovigen na de wedergeboorte ontvangen. In 1 Cor. 12 : 8-11 worden deze gaven opgesomd: krachten, onderscheiding der geesten, profetie, spreken in vreemde talen en uitlegging van vreemde talen. Het zijn nl. de gaven van wijsheid, kennis, geloof, gezondmaking, alle gaven van dezelfde Geest, en geen ervan kan worden gemist (1 Cor. 12 : 21). Nu kan niet worden ontkend, dat in ons huidige kerkelijke leven genoemde gaven voor het grootste deel ver buiten de gezichtskring liggen. Wel zal worden toegestemd dat er gaven van wijsheid, kennis, geloof en onderscheiding der geesten zijn, maar zodra het gaat over de gaven van krachten, profetie, gezondmaking en tongentaal, wordt vaak een afweerhouding aangenomen. Toch functioneerden ook deze gaven in de eerste christengemeente.
Allereerst bezaten de apostelen de gaven van gezondmaking en krachten. Petrus wekt b.v. Tabitha op en Paulus Eutychus. Petrus en Jacobus genazen een kreupelgeborene (Handelingen 3). Ook de prediking van Filippus ging met krachten en tekenen gepaard (Handelingen 8). Zelfs de schaduw van Petrus had genezende kracht (Handelingen 5). Deze geestelijke gaven betroffen echter niet alleen de apostelen. In Johannes 14 : 2 zegt Christus: Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe zal hij ook doen en zal meerdere doen dan deze'. In Marcus 16:18 noemt Jezus onder de tekenen die de gelovigen na Zijn Hemelvaart zullen volgen op, kranken zullen zij de handen opleggen en zij zullen genezen. In Jacobus 5:14 wordt de gelovigen aangeraden bij ziekte de ouderlingen te roepen, opdat het gebed der ouderlingen de ziekte genezen zal. Toch wordt van deze gaven in de gemeente van vandaag zo goed als niets gemerkt. Weliswaar zijn er gelukkig ook in de gemeenten wonderlijke gebedsverhoringen betreffende genezing van ziekten en uitredding uit allerlei lood, al krijgt men soms de indruk dat men daarover tegenwoordig minder hoort dan vroeger het geval was. Maar is er binnen onze kerken nog wel voldoende geloof dat God wonderen kan doen en ook doet?
Eigenlijk is het vertrouwen hoofdzakelijk gericht op de vooruitgang der medische wetenschap. Bij ernstige ziekte wordt eerst aan de dokter gedacht en pas als die hulp niet baat aan de ouderling i.c. de predikant (uit Jacobus 5 : 14). Ik bedoel hiermee uiteraard niet te zeggen dat het roepen van een dokter overbodig is – immers God werkt middelijk – maar wel dat deze dingen in ons leven vaak niet in hun schriftuur­lijke proporties worden gezien.
Door ziekte en ongeloof direct aan elkaar te koppelen is echter juist door de pinksterbeweging zo enorm veel schade aangericht in het leven van chro­nische zieken die niet genezen werden op het gebed. Tenslotte zegt ook Paulus, die de gave der gezond­making bezat, dat hij Trofimus ziek te Milete moest achterlaten, terwijl hij ook zelf een scherpe doorn in het vlees moest meedragen opdat hij zich niet zou verheffen. Al ontspoort echter deze gave binnen deze groepen, dan mag dit toch voor de kerk geen reden zijn tot onderwaardering.
Zo is het ook met de gave der profetie. Van Silas wordt vermeld dat hij een profeet was (Handelingen 15 : 32). Agabus voorspelde een naderende hongersnood (Handelingen 11:28) en de gevangenneming van Paulus te Jeruzalem (Handelingen 2 : 11).
Efeze 4:11 vermeldt dat God in de gemeente gegeven heeft sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en apostelen en sommigen tot herders en leraars. Ook in Handelingen 13 wordt onderscheid gemaakt tussen profeten en leraars. Weliswaar is profetie in de eerste plaats vertolking van Gods openbaring, zodat het in iedere dienst des Woords plaats vindt, maar in genoemde gevallen is toch duidelijk sprake van bijzondere inzichten in de bedoelingen Gods aangaande verleden, heden en toekomst. Ook deze gave heeft in de loop der kerkgeschiedenis gefunctioneerd, zij het spaarzamelijk, omdat nergens het gevaar voor ontsporing groter is dan hier. Vele gelovigen hebben in de loop der tijden geweten van komend onheil of van komende uitredding, maar wordt deze profetische gave ook nu nog wel algemeen erkend binnen de gemeente? Ook hier geldt dat misbruik het gebruik niet opheft.
Ook over de gave van tongentaal wordt in de Schrift gesproken. Enkele voorbeelden daarvan werden in het voorgaande reeds genoemd (Marcus 16 : 17, Handelingen 10 en Handelingen 19). Als Paulus echter in 1 Cor. 12 en 14 een aparte beschouwing wijdt aan de tongentaal, valt het op dat hij over deze gave grotendeelds in waarschuwende zin spreekt. Hij erkent deze gave binnen de gemeente en zegt dat hij ze ook zelf bezit, maar heeft kennelijk ook weet van de ontsporingen, zodat hij uitdrukkelijk waarschuwingen laat horen. Hij beëindigt het hoofdstuk met te zeggen dat profetie belangrijker is dan tongentaal – in hoofdstuk 13 wijst hij op een weg die nog uitnemender is dan de tongentaal, nl. de liefde – maar zegt toch dat deze gave in de gemeente niet mag worden verhinderd. (Volstrekt afwijzend is hij, zo voeg ik volledigheidshalve nog toe, als het gaat om de samenkomsten der gemeente – 1 Cor. 14 : 23. Want stel voor dat er een ongelovige in zou komen, hij zou denken dat men uitzinnig was. In de prediking gaat het om klare taal.)
Over deze gave schrijft John Wesley in zijn dagboek, gedateerd 27 dec. 1739: Tegen de morgen werd één van mijn gemeenteleden overweldigd door vreugde en liefde en kon niet anders dan dit uiten door schrille kreten en tranen'.
Binnen de pinkstergroepen komt het voor dat klanken worden uitgestoten in een vreemde taal. Paulus zegt echter liever vijf woorden met zijn verstand te spreken dan duizend in een vreemde taal. Met de nadruk op de noodzaak van tongentaal voor het werkelijk christen zijn komt de pinksterbeweging op sectarisch spoor. Het overstelpt worden van vreugde als de Heilige Geest krachtig in het leven werkt is nog iets anders dan het wettisch en krampachtig nastreven van een gave, waartegen Paulas – die nota bene van een vertrekking van zinnen wist (Hand. 22 : 17) – uitdrukkelijk waarschuwt.
Samenvattend kan echter worden gezegd dat er in de eerste christengemeente gaven waren, die in het leven van de eerste christengemeente functioneerden en nu door de christelijke gemeente vaak worden miskend, omdat ze binnen de groepen niet altijd hun schriftuurlijke plaats hebben. Toch zegt de Schrift nergens dat deze gaven na de eerste tijd ophielden of op moeten houden. Wel worden naast de 9 Geestesgaven ook 9 Geestesvruchten genoemd, nl. liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid (Gal. 5 : 24).
Er is dus reden genoeg om de gaven naast de vruchten serieus te nemen en er wat meer aandacht aan te besteden dan vaak wordt gedaan. Maar wèl alles in de gezonde bijbelse samenhang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De geestelijke gaven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's