De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw in het ambt? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in het ambt? (1)

8 minuten leestijd

Bijgaand treffen de lezers het eerste artikel van een serie van vier over 'De vrouw in het ambt' van de hand van drs. M.A. Heyblom. Zij studeerde zelf theologie in Utrecht en geeft in deze artikelen weer waarom zij op grond van de Schriftgegevens komt tot een afwijzende positie t.a.v. het ambt voor de vrouw. Red.

Algemene inleiding
We willen met elkaar nadenken over de vraag naar de vrouw in het ambt. U moet niet van mij verwachten dat ik hier alles even uit de doeken zal doen, zodat we straks unaniem een antwoord op de vraag kunnen geven. Daar is de materie te ingewikkeld en te gevoelig voor.
Te ingewikkeld: de hele twintigste eeuw is er al gediscussieerd door voor- en tegenstanders.
Te ingewikkeld: in verschillende landen, maar ook in verschillende kerkgenootschappen is er door de leidinggevenden van de kerk geen gelijke visie ontwikkeld. Heeft de vrouw in de Free Church van Schotland zelfs nog geen stemrecht, in Finland moet vanaf 1943 elke gemeente diaconessen in dienst hebben.
Te ingewikkeld: zelfs binnen onze Hervormde Kerk is er geen eensluidende mening. De commissie, die door de synode ingesteld was en in 1950 verslag uitbracht, was zelf verdeeld. Het samenvattend oordeel van rapport A luidde: In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift zijn wij van oordeel, dat de orde der kerk de toelating tot het bijzonder ambt in de kerkeraad en in meerdere vergaderingen moet mogelijk maken; dus: openstelling van het ambt voor de vrouw. Het oordeel van rapport B was anders: 1. de vrouw is volkomen op haar plaats in het dienstbetoon, met name ook in het diakonaat, voor zover dit verschijnt als bediening, en niet als ambtelijke regering, 2. de vrouw zij niet lerend of regerend ouderling, tenzij in zeer bijzondere gevallen, naar het oordeel der kerk, anders moet worden beslist. Daarbij verdient de ongehuwde vrouw voorkeur. Dus rapport B zegt: in eerste instantie vervult de vrouw geen kerkelijk ambt.
Te ingewikkeld: eigenlijk lopen er twee vragen door elkaar heen, namelijk de vraag naar de plaats en de taak van de vrouw, en de vraag naar de plaats en omvang van het ambt.
Te ingewikkeld: de Bijbel kan niet gebruikt worden als encyclopedie of als antwoordboek bij problemen. We komen hier op het terrein van de exegese en hermeneutiek, dat wil zeggen bij de vragen naar 'wat staat er precies in een tekst?' en 'hoe trek je lijnen vanuit die tekst naar ons in deze tijd?' Zijn alle schriftgegevens geldig, of moeten we aan tijdgebondenheid denken? Het leven van de eerste christengemeenten, moet dat normerend zijn voor ons? Heeft het Oude Testament ook nog wat te zeggen, of halen we al onze gegevens uit het Nieuwe Testament? De verschillen in de verhouding man-vrouw, zoals die er zijn tussen toen en nu, hoe zwaar wegen die?
De kwestie van de vrouw in het ambt is ook te gevoelig om direct een antwoord op te geven. Beide groepen van voor- en tegenstanders willen zich op de Bijbel beroepen. Het gaat hier om zaken over de leer en het leven van de kerk. Gaat die kerk ons niet allen ter harte? Hebben we niet de opdracht het beste voor haar te zoeken? Hoe pijnlijk is het dan, als er fundamenteel verschil blijkt te zijn tussen christenen. Zo is de eenheid weg en lijdt de kerk. Lijden we dan niet mee?
Te gevoelig: de discussie over de vrouw in het ambt wordt voor een tegenstander anders als een naast familielid, misschien wel een dochter of schoondochter, in het ambt is bevestigd. Die vrouw, die naaste, is die dan geen christen meer?
Te gevoelig: mensen, die voor de vrouw in het ambt zijn, beschouwen zij de andere groep wel als volwaardig, en niet als zielig ouderwets, als mensen, die ooit nog wel eens zullen inzien, dat ze fout zijn? Lopen de voorstanders vaak niet het gevaar een soort superioriteitsgevoel ten opzichte van de tegenstanders te krijgen, dat ze gaan denken, dat ze hoger, meer, beter christen zijn?
Deze rij kan nog verder aangevuld worden. Ik heb die zaken alleen maar aangestipt om de moeilijkheid, maar ook vaak de persoonlijkheid van de discussie aan te geven.
Tenslotte nog even de traditie. We zijn niet tijdloos, maar hebben een erfenis uit het verleden, of we dat willen of niet. In die erfenis zijn een aantal goede dingen, bijvoorbeeld de ontdekkingen van de reformatie, maar ook wel wat minder goede dingen, zoals de vaak negatieve waardering van de vrouw. Dit kunnen we niet ontkennen, maar we zullen moeten proberen hier zo goed mogelijk op in te gaan.

1. De visie op de vrouw
1.1. Bij de joden
'Geprezen zijt Gij, o God, dat Gij mij niet als heiden, als dwaas, of als vrouw geschapen hebt.' Dit verplichte joodse gebed uit de Talmud geeft wel aan, hoe in het jodendom over de vrouw gedacht werd. Voor hun gevoel stond zij op één lijn met slaven en kinderen. Het joodse echtscheidingsrecht vertoonde dan ook een dubbele moraal: het was voor de man veel gemakkelijker te scheiden dan voor de vrouw. Hij hoefde slechts 'iets schandelijks' (Dt. 24 : 1) aan haar te vinden. De ene school verstond hieronder uitsluitend ontucht, maar een andere, die van Hillel, ging veel verder, en achtte dit schandelijke al aanwezig als de vrouw het eten had laten aanbranden of te zout opdiende. Deze opvatting was de populairste. Andere redenen, die een man toestonden van zijn vrouw te scheiden, waren: hij ziet op straat een mooiere vrouw, zij spreekt te luid in huis, zij transpireert te sterk, enz. Dit is wel een goede illustratie van hoe men in het jodendom over vrouwen dacht. Er zijn veel citaten aan te voeren over de minachting van de vrouw. Flavius Josephus verklaart de vrouw in ieder opzicht minderwaardig aan de man.

1.2. Bij de Grieken
Bij de Grieken heersten er in zekere zin dezelfde wantoestanden. De literatuur, die vaak één kant sterk benadrukt, geeft het volgende beeld (dat niet volledig en algemeen geldend is). De getrouwde vrouw was geheel in de macht van de man. Stierf hij, dan kon zij samen met haar kinderen aan een andere man gelegateerd worden. Bij echtbreuk en echtscheiding is hier ook een dubbele moraal te zien: de man kan zich veel meer veroorloven dan de vrouw. Een gehuwde vrouw hoort binnenshuis, waar zij zelfs soms door honden bewaakt wordt. Het hoogste, wat een vrouw kan nastreven, is dat er niet over haar gesproken wordt. Plutarchus wil zelfs dat zij alleen tot haar eigen man spreekt. Nog enige misprijzende citaten: Volgens Plato heeft de vrouw een geringer aanleg tot de deugd dan de man. Aristoteles slaat haar hoger aan dan een slaaf, maar noemt haar een verminkte man. Andere betitelingen zijn: ramp voor de stervelingen, het grootste ondier op aarde.

1.3. In deze eeuw
Is dit nu alleen het beeld van de joden en Grieken in een bepaalde tijd? Ik denk, dat het, al is het in een verzwakte vorm, nog lang aanwezig is geweest, en misschien nog steeds wel. De vrouw hoort in huis te zijn om te zorgen voor het eten en de kinderen, en verder moet zij zich absoluut nergens mee bemoeien. Anders is zij een lastpost en een sta-in-de-weg voor de man. Zij heeft eigenlijk geen rechten, alleen maar plichten. U wilt toch niet zeggen, dat dit volstrekt onbekende klanken zijn? Dat dit geluid alleen honderden jaren terug of in andere landen en culturen gehoord werd? Nee, in deze eeuw was dit ook in Nederland vaak nog actueel. Met een beroep op de Bijbel! Maar dit is geen bijbels beeld; het heeft zijn wortels in de heidense, Griekse en Romeinse wereld.

1.4. De gevolgen van een foute visie
De gevolgen van deze foutieve waardering zijn tweeërlei:
1.4.1. Het feminisme, de zogenaamde onbetaalde rekening. Deze feministische vrouwen staan op hun vrouw-zijn, en zijn de onderdrukte positie allang beu. Nee, zij willen niet meer minderwaardig, onder de man, maar tenminste gelijk, naast de man, en het liefst boven de man. Hier heiligt het doel alle middelen. Zij willen het recht, dat hun lang onthouden is, door en in alles bewerken. Omdat de maatschappij vaak meer waardering heeft voor het werk van mannen, willen zij niet meer het minderwaardige, vrouwelijke werk, maar het hogere, mannelijke werk.
1.4.2. De mannenwereld. Deze mannen willen koste wat het kost de vrouwen eronder houden. Zij ontnemen de vrouw elk recht. Bekend is de uitspraak: het enig recht van de vrouw is het aanrecht. Deze mannen staan op het feit, dat ze man zijn, en willen ook als zodanig geëerd en gerespecteerd worden. Alle eigenschappen die in de richting van het vrouwelijke gaan, bijvoorbeeld medeleven, worden onderdrukt. Zij worden zo koel, hard, zakelijk.
1.4.3. Beide gevolgen van de foutieve waardering van de vrouw zijn fout. Zij gaan uit van een verkeerde man-vrouw relatie en missen zo alle twee de liefde. De feministen willen de vrouw een te hoge plaats geven; de mannen uit de mannenwereld geven haar een te lage plaats. Passend is hier het citaat van M. Henry, dat hij van Augustinus zou hebben: 'De vrouw werd geboren uit een rib uit Adams zij, niet uit zijn hoofd om het te overtreffen, niet uit zijn voeten om door hem vertreden te worden, maar uit zijn zij, om zijns gelijke te wezen, onder zijn arm, om door hem beschermd te worden, en nabij zijn hart, om door hem bemind te worden.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De vrouw in het ambt? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's