De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het genadeverbond in Exodus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het genadeverbond in Exodus

Het genadeverbond in het Oude Testament (2)

6 minuten leestijd

God roept Mozes om het volk Israël te bevrijden uit Egypte. In de hoofdstukken 3 en 6 van het boek Exodus wordt herhaaldelijk erop gewezen dat God de God van Abraham, Izak en Jakob. God gedenkt aan Zijn verbond dat met hen gesloten is. Daarom bevrijdt Hij het volk.
De verbondssluiting bij de Sinaï neemt een belangrijke plaats in in het boek Exodus. Om de volgorde en strekking van de gebeurtenissen te begrijpen, is het goed iets af te weten van het verdragsrecht in het oude oosten. In de laatste jaren hebben we door archeologische ontdekkingen, met name bij de Hethieten, hierover veel geleerd. We weten dat er veel oorlogen gevoerd werden. Wanneer een koning een andere koning overwon, kon hij de verliezer doden, maar hij kon hem ook in een positie van afhankelijkheid brengen. We noemen dit het vazalschap. De overwinnaar, de souverein, had de plicht om de overwonnen stad of het overwonnen land te beschermen en in ruil voor deze bescherming moest de onderworpene jaarlijks tribuut betalen. In de schriftelijke vastlegging van deze relatie somt de souverein de weldaden op die hij aan de vazal betoond heeft. Zo'n verdrag tussen ongelijke partijen wordt een vazalverdrag genoemd. Een dergelijk verdrag begint gewoonlijk met een introductie van de souverein. Vervolgens noemt hij de weldaden die hij reeds bewezen had – dit is de preambule of voorgeschiedenis. Dan volgt de hoofdbepaling van wederzijdse trouw, die nader uitgewerkt wordt in allerlei deelbepalingen. Tot slot wordt zegen bij gehoorzaamheid en vervloeking bij ongehoorzaamheid vermeld, waarvoor de goden, die als getuigen optreden, zullen zorgen.

Verstaanbare taal
Het heeft God behaagd, de verhouding van Hem en Israël vast te leggen in strukturen en woorden die veel lijken op zo'n vazal­verdrag. God heeft verstaanbare taal gesproken tegen Zijn volk, ook verstaanbare juridische taal. Het boek Deuteronomium is geheel opgebouwd volgens de struktuur van zo'n verdrag. Zeker, er zijn verschillen: gewoonlijk was zo'n vazalverdrag nadelig voor de vazal, maar als God met Israël een verbond sluit, bedoelt Hij het welzijn van Israël. Er zijn nog meer verschillen, maar voor een goed begrip van Ex. 19-24 moeten we de overeenkomsten in de gaten hebben. De Heere laat Mozes tot het volk zeggen: 'Gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren gedaan heb, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en u tot Mij gebracht heb'. Hier herkennen wij de voorgeschiedenis. Vervolgens klinkt het: 'Nu dan, indien gij naarstig Mijn stem zult gehoorzamen en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is van Mij. En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn' (19 : 4-6). Het volk ontvangt de uitnodiging in het verbond te treden, zoals een vazal ook niet verplicht was de vazalstatus te aanvaarden. De uitnodiging gaat vergezeld van een rijke belofte: Israël zal als volk het speciale eigendom van God zijn. Het volk stemt hiermee in en daarna wordt alles in gereedheid gebracht voor de afkondiging van de verbondsvoorwaarden.

Hoofdbepalingen
Deze verbondsvoorwaarden beginnen met de introduktie: 'Ik ben de HEERE, uw God' en worden gevolgd door een summiere voorgeschiedenis 'Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb'. Dan volgen de zgn. Tien Geboden. Deze vormen de hoofdbepalingen, die vervolgens in 20 : 23-23 : 33 uitgewerkt worden. Gewoonlijk noemt men dit gedeelte het Bondsboek (n.a.v. 24 : 7). De zegen en de vloek komen met name tot uiting in het tweede gebod (protestantse telling): de Heere straft de zonden der vaderen aan de kinderen tot in de derde en vierde generatie voorzover (!) die Hem haten, maar Hij bewijst barmhartigheid tot in het duizendste geslacht voorzover men Hem liefheeft door de geboden te onderhouden.
Nadat het volk deze woorden Gods op direkte en indirekte wijze (via Mozes) vernomen heeft, betuigt men opnieuw instemming. De vazal Israël stemt in met de bepalingen van de hemelse Souverein. Dan wordt de eigenlijke verbondssluiting voltrokken. Dieren worden geslacht en bloed wordt gesprenkeld op het altaar (symbool van de tegenwoordigheid Gods) en op het volk. De beide partijen verbinden zich aan elkaar met een bloedband. Met een verbondsmaaltijd wordt de plechtigheid besloten.

Schriftelijk
Uit de archeologische gegevens blijkt, dat een vazalverdrag altijd schriftelijk werd vastgelegd en dat beide partijen een exemplaar hiervan kregen. Zullen we vanuit deze analogie moeten concluderen dat de tien geboden in zijn geheel op elk tablet vermeld stonden? Misschien stonden de eerste vier geboden wel op de voorkant en de andere zes op de achterkant, maar dit is slechts een vermoeden. De beide tabletten moeten bewaard worden in de ark, de plaats waar God en mens elkaar ontmoeten, bij het verzoendeksel. De schriftelijke vastlegging was essentieel voor het verdrag. Dit gegeven is van groot belang voor de geschiedenis van de canonvorming (= het proces van schrijven en aanvaarding van de bijbelboeken) en gaat in tegen een belangrijke vooronderstelling van de historisch-kritische wetenschap, nl. dat er geruime tijd alleen mondelinge overlevering was. Wanneer zo'n tablet zoek was geraakt, was het verdrag verbroken. In dit licht blijkt het stukwerpen van de twee stenen tabletten door Mozes, na de zonde met het gouden kalf (stierbeeld?) een symbolische daad te zijn.

Conditioneel
Hiermee zijn we aangeland bij Ex. 32-34. Wanneer het volk deze grote zonde begaat, en daarmee direkt al ingaat tegen het verbond hun God af te beelden, wil God hen doden en Mozes tot een groot volk maken. Hiermee zou Hij de belofte aan Abraham gestand kunnen doen. (Op dezelfde wijze als Eva moeder van alle levenden is, maar de huidige mensheid ook van Noach en zijn zonen afstamt.) Maar Mozes pleit voor het volk en God spaart het.
We bemerken hier het conditionele element in het verbond met Israël. Van Gods kant is er de rijke toezegging in het verbond: Israël mag Zijn persoonlijke eigendom zijn. Zo wilde Hij met met geen ander volk handelen. Maar Hij vraagt wel gehoorzaamheid. Bij de aartsvaders was die gehoorzaamheid er – ook al belijden wij dat dit enkel genade was – en op grond van die gehoorzaamheid is de Heere gehouden aan Zijn eigen woord. In de droeve affaire met het gouden kalf heeft het volk het verbond verbroken en is God van Zijn kant ook niet meer gehouden aan Zijn toezeggingen. De belofte aan de aartsvaders kan ook via Mozes en is bereid het verbond met Israël te vernieuwen. Er is geen automatische continuïteit, maar sprake van een bewuste vernieuwing van het verbond. Op grond hiervan kan de bouw van de tabelnakel voortgang vinden en kan God wonen te midden van Zijn volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het genadeverbond in Exodus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's