Global bekeken
Albert Einstein (1879-1955) mag met goed recht de grootste natuurwetenschapper van deze eeuw worden genoemd. In de loop der jaren schreef hij vele brieven aan mensen, die hem over één of ander onderwerp benaderden. Helen Dukas, van 1928-1955 zijn secretaresse, maakte een selectie van fragmenten uit die brieven en gaf die samen met Banesh Hoffmann van de City University van New York uit. Uit de Nederlandse vertaling ervan (uitgave Annex, Amsterdam) geven we de volgende fragmenten door:
• Een werknemer van een dochteronderneming van de Amerikaanse uitgeverij McGraw-Hill moest op korte termijn een voordracht houden voor de jaarvergadering van de American Library Association. Op 1 april 1948 riep hij in een brief Einsteins hulp in. Hij schreef dat zowel bibliothecarissen als uitgevers zich hevig ongerust maakten over een algemene teruggang in de belangstelling voor populair-wetenschappelijke boeken. Hij vroeg Einstein naar zijn mening omtrent de redenen van de teruggang en vermeldde dat hij een gelijkluidende brief had gezonden aan andere bekende wetenschappers en schrijvers van wetenschappelijke boeken. Einstein, die over het populariseren van de wetenschap een uitgesproken mening had, liet niet lang op een antwoord wachten.
Op 3 april schreef hij:
De meeste boeiden over wetenschap die er aanspraak op maken voor de leek begrijpelijk te zijn, zijn er veel meer op uit indruk op de lezer te maken ("ontzagwekkend", "wat hebben we het ver gebracht") dan hem de elementaire doelstellingen en methoden uit te leggen. Als een intelligente leek een paar van zulke boeken in handen heeft gehad, raakt hij geheel ontmoedigd. Zijn conclusie is: "Ik ben te stom en moet het maar opgeven". Daar komt nog bij dat de gehele presentatie meestal op sensatie is gericht, wat verstandige lezers als evenzeer afstoot
Om kort te gaan: niet de lezers treft blaam, maar de schrijvers en uitgevers. Ik stel voor elk zogenaamd polulair-wetenschappelijk boek pas uit te geven als is vastgesteld, dat het door een intelligente, kritische leek begrepen en op waarde geschat kan worden.'
• 'Het was natuurlijk onvermijdelijk dat Einstein een enorm aantal brieven ontving van mensen die meenden iets van groot wetenschappelijk belang ontdekt te hebben. Soms raakte zijn geduld op. Een goed voorbeeld is de brief, die hem op 7 juli 1952 geschreven werd door een kunstenaar uit New York. Die brief werd door Einstein in Princeton op 10 juli 1952 zó beantwoord:
Ik dank u voor uw brief van 7 juli. U lijkt een levende opslagplaats te zijn van al die nietszeggende uitdrukkingen die zo in de mode zijn bij de intellectuelen in dit land. Als ik een dictator zou zijn, zou ik het gebruik van al die onzalige kletspraat verbieden.'
• 'Op 12 april 1950 schreeft een ver familielied uit Parijs aan Einstein dat zijn zoon binnenkort aan de universiteit natuur- en scheikunde zou gaan studeren en heel graag een briefje van het beroemde familielid zou ontvangen. Einsteins antwoord van 18 mei 1950 begon met een rijmpje:
Zoals het nu is, voel ik me echt verlegen
Ware ik een zieleherder, dan gaf ik graag mijn zegen!
Ik verheug me er niet alleen over van u gehoord te hebben, maar ook over het feit, dat uw zoon zich op de natuurkunde wil gaan toeleggen. Ik mag echter niet verzwijgen dat dit geen gemakkelijke aangelegenheid is, als men geen genoegen wil nemen met oppervlakkige resultaten. Het lijkt mij het beste, als men zo lang mogelijk vak en innerlijk streven gescheiden houdt. Het is niet goed als we voor ons dagelijks brood afhankelijk worden van Gods buitengewone zegen.'
'Tijdens een bezoek aan Engeland in 1933 ontving Einstein een brief van een verslaggever die niet al te veel verstand van natuurkunde had. Hij schreef bijvoorbeeld dat, voorzover hij wist, de aardbol zich zó snel voortbeweegt, dat het lijkt alsof hij stil staat. In alle ernst vervolgde hij dat iemand die zich binnen de atmosfeer van de aarde bevindt, als gevolg van de zwaartekracht nu eens rechtop staat en dan weer ondersteboven en soms naar rechts en soms naar links overhelt. En hij vroeg zich af of het misschien door het op hun hoofd staan kwam dat mensen verliefd werden. Voorzover we weten beantwoordde Einstein zijn brief niet, maar hij krabbelde er wel een paar woorden op:
Verliefd worden is bepaald niet het domste wat een mens doet, maar de zwaartekracht kan er niet voor verantwoordelijk gesteld worden.'
Uit De Stem in de woestijn:
• Cambodja
'In Cambodja ontmoeten elkaar zeer kleine groepjes christenen wie de officiële erkenning door de regering geweigerd wordt. Onder de inwoners van dit land heerst de vrees dat Pol Pot weer aan de macht zou kunnen komen. In de jaren 1975-1979 was Pot verantwoordelijk voor de dood van ca. 2 miljoen Cambodjanen.
De grote stad Phnom Penh heeft slechts één predikant Hij is reeds meer dan 70 jaar oud. Er is een dringende behoefte aan christelijke leiders. De oudere christenen staan vast in hun geloof, maar de jongere, waarvan er velen van boeddhistischen huizen zijn, hebben weinig fundamentele geloofskennis. Niettemin doen zij voorzichtige pogingen het geloof door te geven aan wie daarvoor belangstelling tonen.'
• Turkije
'In Turkije wordt het aantal christenen tussen de 200 en 300 geschat. Op een bevolking van 55 miljoen komt dat neer op zo'n 0,00054%. Sommige christenbroeders hebben gemeend hun identiteitsbewijs, dat alle burgers bij zich dragen, te moeten wijzigen in die zin dat zij niet langer als moslem, doch als christen worden aangemerkt.'
Uit het Jaarverslag 1989 van de G.Z.B.:
De volgende statistiek geeft een beeld van de ontwikkelingen van de lasten sinds 1970. Om de cijferreeks overzichtelijk te houden zijn de uitgaven over de jaren vóór 1986 met intervallen van 5 jaar vermeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's