De terugkeer van de verloren vader
Een sprekende titel
De titel boven dit artikel is dezelfde als aan het boek is gegeven, dat eind vorig jaar is uitgekomen en geschreven is door de in het begin van dit jaar overleden prof. F.O. van Gennep. Dit laatste is de reden, waarom ik enerzijds er dankbaar voor ben om dit artikel over zijn boek te schrijven en anderzijds het juist erg moeilijk vind om het te doen. Uiteraard houdt dit verband met het feit, dat prof. Van Gennep in het laatste jaar middelpunt en brandpunt is geweest van een ernstige kerkelijk-theologische discussie, die ontbrand is rondom zijn kritische uitlatingen over de lichamelijke opstanding van Jezus Christus. Deze discussie was volop nog aan de gang, en zelf stond ik ook op het punt om mijn bijdrage daaraan te leveren, toen het aangrijpende bericht doorkwam van zijn plotselinge ernstige ziekte, waarvan van stonde af aan menselijkerwijs vaststond dat ze de dood tot gevolg zou hebben. Op dat moment hebben velen met mij de pen neergelegd, omdat we geen behoefte hadden om de discussie met prof. Van Gennep voort te zetten. De centrale gesprekspartner was immers weggevallen. Wat zouden we dan nog...? Natuurlijk, de door hem opgeworpen vragen bleven en blijven nog steeds. Ze moeten ook zeker weer opnieuw op tafel komen. Maar op dit moment en in dit concreet-persoonlijke kader vonden wij het beter om even een gevulde stilte in acht te nemen. Inmiddels is tijdens dit gebeuren Van Genneps boek op onze tafel gelegd. En hoe kan het anders: met meer dan gewone belangstelling zijn wij het gaan lezen. Want het beeld, dat door de aan de gang zijnde discussie van de auteur was opgeroepen, was wel een zeer geprononceerd beeld. De vraag die ons gelijk al bezighield, was: hoe is Van Gennep hiertoe gekomen? Namelijk tot de ontkenning van Christus' lichamelijke opstanding? Welke motieven drijven hem? Hoe ziet het geheel van zijn gedachtengang eruit? Het ligt voor de hand, dat deze vragen ons ertoe gebracht hebben om met een verhevigde belangstelling zijn boek te lezen. En omdat de lectuur ervan ons inderdaad een diepere kijk gegeven heeft op datgene, wat Van Genneps denken beheerst heeft, zijn we toch ook weer blij, dat we dit artikel kunnen schrijven.
De ondertitel van het boek luidt: Een theologisch essay over vaderschap en macht in cultuur en christendom. Ze geeft aan, dat het hier niet gaat om een studie in strak wetenschappelijke vorm. Het is inderdaad een uitvoerig essay, waarin op een fraaie, literaire wijze toch wetenschappelijke theologie wordt bedreven. Die combinatie van literaire schoonheid en wetenschappelijk vakmanschap maakt het lezen tot een waar genoegen. Ik moet erkennen, dat ik tot voor kort heel weinig van Van Gennep gelezen had. Wellicht heeft dit mij temeer onder de indruk gebracht van het niveau, waarop hij schrijft. Niet alleen in formeel-literaire zin, maar ook inhoudelijk. De eenvoud en de helderheid, waardoor hij zijn vaak diepgaande beschouwingen tot uitdrukking weet te brengen, versterken de overtuigingskracht, die onmiskenbaar van dit boek uitstraalt. De titel op zich al De terugkeer van de verloren vader legt daarvan getuigenis af. Als vanzelf worden we bepaald bij de bekende gelijkenis van de verloren zoon uit Lucas 15. Wat is de menselijke ellende èn het behoud van de mens in deze gelijkenis? Draait het om de zoon of om de vader? Meestal draait het inderdaad om de zoon, in onze traditionele uitleg en toepassing. Van Gennep richt echter de schijnwerper op de vader. Om hem gaat het. Dat de vader verloren is, dat is de nood van de mens en de mensheid. En dat de vader weer terugkeert, dat betekent behoud.
Diepgaande cultuuranalyse
Van Gennep geeft daarvan een uitvoerige en diepgaande uiteenzetting. Maar dan niet door een verhaal te houden over de genoemde gelijkenis, maar door een diepe analyse te geven van de westerse cultuur, zoals deze zich sinds de Verlichting in de 18e eeuw heeft ontwikkeld. Deze cultuurgang van de laatste eeuwen wordt door de schrijver zo gezien, dat vóór de Verlichting de vader nog duidelijk aanwezig was. Dat gold in het gezin. Daarom schrijf ik het woord 'vader' voorlopig met een kleine 'v'. Dat gold in de samenleving, omdat de gezagsstructuren nog voluit functioneerden. Dat gold ook in de religie, in de niet-christelijke en de christelijke. De aanwezigheid van God werd algemeen erkend en aanvaard en als een helpende, reddende realiteit ervaren.
Maar toen is de Verlichting gekomen. De mens heeft zich geëmancipeerd. Ook dat was een alomvattend gebeuren. In gezin, in maatschappij en in religie. Toen ging de vader verdwijnen. Van Gennep wijdt daar het eerste deel van zijn boek aan. Hij beschrijft daarin de invloed, die de Verlichting gehad heeft op het denken en leven van de mens en de mensheid. Ze liep in de 19e en 20e eeuw uit op het denken van de god-loze realistisch-moderne mens zoals dit door schrijvers als Kafka en Camus is beschreven en in de psychologie gestalte heeft gekregen bij Freud. Van Gennep blijkt een kenner te zijn van deze wereld, hetgeen reeds in zijn dissertatie over Camus naar voren komt. De manier, waarop hij erover schrijft maakt indruk. Hij laat het boeiende en tegelijk verschrikkelijke van dit proces ons voelen. En dat komt aan. Temeer, omdat we aanvoelen, dat de schrijver zelf existentieel zich erbij betrokken weet. Deze 'verdwijning van de Vader' heeft hij zelf als mens van deze tijd ondergaan. En om daaronder nog gelovige, nog christen te blijven, hoe kan dat...? De spanning, die deze vraag oproept, is bij het lezen van dit gedeelte van het boek tastbaar.
De ideologie als surrogaat-verlossing
In het tweede deel wordt de zgn. terugkeer van de vader beschreven. Bij de 'verdwijning van de Vader' beschreven in het eerste deel staat de naam Vader met een hoofdletter. Het gaat dan nog om God, de wel traditionele maar toch 'echte' levende God. Als het in deel twee over de terugkeer van de vader gaat, wordt vader met een kleine letter beschreven. Daarom hadden wij het ook over de zgn. terugkeer. Want de Vader is verdwenen, en de vader, of misschien nog beter een vader (met een kleine letter) keert terug. Van Gennep ziet deze terugkeer plaatsvinden in de komst van de ideologie. Hij beschrijft in dit kader het liberalisme, socialisme, anarchisme en feminisme. Maar ook gaat het nu over het christelijk geloof als ideologie zoals er ook naast en tegenover een revolutionaire een contra-revolutionaire ideologie ontstaan is. De auteur probeert de wezenlijke betekenis van de ideologie op het spoor te komen, maar stelt ze uiteindelijk toch aan de kaak als de terugkeer niet van de echte vader maar van een schijn-vader. Deze schijn-vader belooft wel vrijheid en gerechtigheid en een nieuwe samenleving en een hoopvolle toekomst, maar in feite komen juist de negatieve karikaturen van het vaderschap scherper dan ooit naar voren. In de dictatuur en schijngeborgenheid, die niet tot ware vrede en gerechtigheid voeren maar een heilstaat vol van onheil realiseren.
Dit gedeelte van het boek staat niet alleen in zijn analyserende kracht op hoog niveau, maar krijgt juist vanwege de jongste gebeurtenissen in Oost-Europa bijna profetisch gehalte. Toen Van Gennep dit boek schreef, was daarvan nog niets te bespeuren. Maar eigenlijk wordt het al wel erin beschreven. Onder zo'n vaderschap kan de mensheid het op den duur toch niet uithouden. Eenmaal slaat het uur van de waarheid.
Het nieuwe gezicht van de teruggekeerde Vader
In het derde en vierde deel worden de afwezigheid en de terugkeer van de Vader meer systematisch-analytisch beschreven en toegespitst op het christelijk geloof. Daarbij gaat het voortdurend om de Vader, de werkelijkheid van die God, in wie de christelijke gemeente gelooft. De plaats van de kerk en de gemeente met haar macht en haar machteloosheid in deze geseculariseerde wereld komen ter sprake. Hoe kan het christelijk geloof in zo'n wereld nog geloofwaardig zijn? Hier probeert de auteur nieuwe wegen te banen, die tot een heractualisering en herwaardering van het geloof en de kerk kunnen leiden. Op dat moment wordt ook duidelijk, dat Van Gennep primair een praktisch theoloog is. Hij zoekt een nieuwe gestalte van de christelijke gemeente door haar in aanraking te brengen met de vertegenwoordigers van de (vele) andere ideologieën, die geleerd door de ervaring van eigen mislukking, zoeken naar een nieuw begin van zinvol en menselijk leven. Zij moeten met elkaar samenwerken in wat Van Gennep noemt een 'mesostructureel netwerk', waarin de eigen inbreng wordt gerespecteerd, ook van de kerk, maar er wel een gezamenlijke doelstelling is: de vernieuwing van deze wereld, van het menselijke leven, een herwaardering van macht (vaderschap) verbonden met liefde en humaniteit.
Met dit laatste komt opnieuw het praktische oogmerk van de schrijver uit. Het gaat uiteindelijk om een nieuwe manier van leven. Zo is de Vader na zijn terugkeer aanwezig in het geloof, in de kerk en in de wereld. 'De epifanie van het gelaat is ethisch' (E. Levinas). Van Gennep kan het ook zo zeggen. God komt niet (meer) tot ons op de manier van een bovennatuurlijk-directe openbaring zoals dit vóór de Verlichting in een vóór-kritisch geloof nog werd ervaren. Die direct-metaphysische aanwezigheid van God, die b.v. tot uiting komt in tastbare wonderen zoals een ingrijpen van God in de natuur, is voor een modern mens, ook voor een modern gelovig mens, uitgesloten. God komt indirect tot ons, door zijn Woord en belofte. Dat betekent in de concrete beantwoording daarvan door het geloof van de christen, dat mensen zelf Gods aanwezigheid laten doorkomen in een leven van gerechtigheid en vrijheid.
In deze nieuwe gestalte van het christelijk geloof staat de kerk niet alleen. We wezen er al op, dat Van Gennep de toekomst alleen open ziet liggen, wanneer de kerk met alle andere serieuze en positieve mensen en organen zich samen beraadt op de uitdagingen van de tijd. Van Gennep spreekt in dit verband over een 'universalistische katholiciteit', die nog veel verder gaat dan een katholiciteit van de kerk. De laatste moet in dienst staan van de eerste.
Uiteraard is het maar een summiere weergave, die wij hebben gegeven. Deze kortheid doet ook tekort aan de rijkdom van dit boek. Toch geeft ze, hoop ik, voldoende inzicht in wat de auteur heeft gedreven. Uiteindelijk gaat het hem erom aan te geven wat wij als moderne mensen nog aan ons christelijk geloof hebben en wat wij ermee kunnen doen in de wereld van vandaag. De uitkomst is dan: God komt tot ons in zijn belofte en geboden. Ons geloof is het doen van gerechtigheid ten dienste van de hele mensheid en samen met alle anderen, die hetzelfde doel najagen. Het heil is immers universeel, de hele mensheid omvattend.
Eerst zelf lezen
Natuurlijk vraagt zo'n boek om een eigen bezinning en beoordeling. Maar als ik die nu ook nog zou geven, zou het artikel uit zijn fatsoen groeien. Trouwens, waarom zou ik het nu al doen? Denkt u er eerst zelf eens over na, of ga zelf dit boek lezen. Wij worden immers gerekend nog te behoren tot de vóór-kritische christenen. Laten we dan ook eens kennis nemen van een kritisch of post-kritisch christen.
N.a.v. F.O. van Gennep, De terugkeer van de verloren Vader, een theologisch essay over vaderschap en macht in cultuur en christendom. Ten Have, Baarn, 544 blz., ƒ 59,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1990
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's