De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verzuchting om de Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzuchting om de Geest

10 minuten leestijd

Doch Mozes zeide tot hem: zijt gij voor mij ijverende? Och dat al het volk des Heeren profeten waren, dat de Heere Zijn Geest over hen gave. Numeri 11 : 29

Mozes klaagt. Het was weer eens zover. Het gemopper begon onder het 'gemene volk'. Onder de minderheid van de meelopers uit de Egyptenaren, die ook mee doorgetrokken waren door de Rode Zee (vs. 4). Zij misten de band met de God van Israël, ze miskenden Gods hand, die hen dag voor dag te eten gaf. Onze ziel is dor en mat, zeggen ze. En we bedanken ervoor om nog langer Manna te eten. We krijgen nooit eens een stukje vlees. Nee, dan Egypte, daar was het vroeger tenminste nog een vetpot. Dat hebben we liever dan Manna uit de hand van God. Wat eten we vandaag? Manna! En morgen...? Manna! We lusten ook wel eens iets anders. Hun mopperende woorden ritselen als dorre bladeren door de legerplaats. Daarmee kregen zij Gods volk spoedig op de hand. Wat een dooie boel hier in de woestijn.
Hoevelen zijn er niet die het vandaag maar een saaie beweging vinden in de kerk? Je krijgt daar nauwelijks iets anders voorgeschoteld dan preken. Bijna onverteerbare preken. Zo kijkt men tegen het Brood des levens aan.
Nou, we willen ook wel eens iets anders hoor! Kerkmensen gooien het over een andere boeg en scharen zich in de gelederen van de kerkverlaters. Dat duffe gedoe van een christelijke opvoeding. Mij niet langer gezien. Dat eindeloze gepraat over God... 't Is altijd hetzelfde. Snappen doe ik er niets van. Ze zien meer vet in de schotel van de wereld.
Genieten willen zij. Genot zonder God is aantrekkelijk. Spoedig werkt dit gemopper aanstekelijk. Bij Israël nog wel, bij het volk des Heeren. Ze bleken even geesteloos als de rest. Je ziet het voor je. Je gaat nog wel naar de kerk, maar de fleur is eraf. De sleur werpt een sluier van Godsverduistering op de ogen van de massa. Je hoort de prediking, maar het doet je niets. Ik ben wel veertig jaar in de kerk geweest, zei eens iemand tegen zijn wijkpredikant, maar ik heb nog nooit wat gehoord. Hij zei het. Hoevelen denken precies eender? Je wilt niet breken met de traditie. Terwille van... Vul het zelf maar in. Verder doe je net als de wereld, je denkt als de wereld en je leeft voor de schatten van Egypte. Voor je geld, je zaak, je uitjes. Je voelt je beter thuis in de disco dan op de catechisatie. Je maakt leut en lol. Een mens mag toch wel wat hebben? Bekering? Doe niet zo zwaar. Je laat je kinderen dopen, maar je praat nooit met je kinderen over God en vergeet te bidden om de Heilige Geest, Die ons toeëigenen wil, hetgeen wij in Christus hebben.
Mozes' hart breekt, nu blijkt dat Gods eigen volk begrip opbrengt voor de murmurerende instanties. Zo geven velen blijk van geesteloosheid. De veel gehoorde klacht van de schaarse bediening van de Pinkstergeest heeft te maken met de smaadheid, die wij Hem aandoen. Bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door alles en iedereen te begrijpen. Verlaat de Bruidskerk haar eerste liefde, dan ligt grauwheid over Efraïm verspreid. In een leven naar het vlees verhinderen wij zelf de Geest, die doorbreekt tot op de klare kennis van Christus, de vrede met God in de verzoening door Jezus' bloed. En hoe staat het met de kennis van het vaderschap Gods, van het Abba Vader roepen door de Heilige Geest?
Mozes brengt zijn klacht voor de Heere. Ik alléén kan dit volk niet dragen. Nu welt bij Mozes het 'waarom' naar boven. Het is mij te zwaar. Is sterven niet verkieslijker dan leven? Mozes dreigt met ontslagname. Hij schiet schromelijk tekort. Wie zal het hem kwalijk nemen? Handen tekort, kracht en gebed tekort, geloof tekort.
U zegt ook wel eens: wat helpt het allemaal? We voeren uitputtende gesprekken, we beleggen bezinningssamenkomsten; ouders worstelen met onverhoorde gebeden. We vragen ons af: Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden van ons stelde?
Toch zitten we met die vraag niet goed. De Geest heeft meer recht om te vragen: waar blijft gij, dan wij zouden klagen: waar blijft Hij?
Niemand houdt het vol, zelfs Mozes niet, hoewel hij man Gods was. Niemand, behalve Eén, de Middelaar Gods en der mensen. Hij wordt nooit moe. Hij laat nimmer los, al kostte het Hem Zijn leven. In en om Zijnentwil houdt de Heere Mozes vast — en in Mozes Israël. Op Gods bevel zijn ze aangetreden, zeventig oudsten hebben zich geschaard, rondom de Tent der samenkomst. Gods ontmoetingscentrum in de woestijn. Daar ontvangen zij de Geest des Heeren. Zij profeteren, zij spreken door de Geest de grote werken Gods.­
Klein-Pinksteren in de woestijn. Zijn het er wel zeventig? Tel eens goed. Ik kom maar tot acht en zestig. Twee geroepenen zijn niet verschenen. Ongehoorzaamheid? Bescheidenheid? Gissen is overbodig. Vergissen ook. Vergewis u slechts van het feit, dat Eldad en Medad, want zo heten die twee, óók de Heilige Geest hebben ontvangen, en dat zij door de Geest spreken. Zo maar midden in het legerkamp. Eldad en Medad, veelzeggende namen. Eldad: want God bemint, en Medad: want hij is Gods beminde. Hun namen alleen al zijn een profetie van het wonder. Wie bemint God? Een volk van goddelozen. Hoe bemint God? Met een eeuwige liefde. Zo hebben toch alle zeventig deel aan de Heilige Geest, samen met Mozes. Nu zeggen wij: samen met Christus. De Heilige Geest wordt ons nooit buiten Christus om gegeven. Denk er eens over na. Waarom wordt gij een christen genaamd? Vanwege mijn kwaliteiten en activiteiten? Vergeet het maar. Waarom dan wel? Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus ben, en zo Zijner zalving, d.i. de Heilige Geest deelachtig. Komt de Geest dan blaast Hij het stof van onze geesteloosheid weg. Dan komt er verandering in onze geesteloze sleurgodsdienst. Dan werkt Hij vernieuwend en levendmakend. Om van zielsverrukking op te springen, in God verblijd.
Of zijn we zo geesteloos dat we zelfs dàt niet meer kunnen verdragen? Ho eens even... Dat gaat zó maar niet. Je hoort het strijk en zet. Hoe het dan wèl gaat? Daarover wordt gezwegen in alle talen. Geen wonder, want waar de Geest niet is, valt er ook niets te spreken. Kijk, daar komt een jongen naar Mozes toesnellen. Híjgend vertelt hij het nieuws. Mozes! Mozes! ... Eldad en Medad profeteren zo maar in het leger. In het wilde weg, bedoelt hij; niet eens in de ordelijke weg bij de Tent der samenkomst. De jonge Jozua vangt 't eerst de boodschap op. Hij gaat ermee naar Mozes. Die moet volgens hem meteen een spreekverbod afkondigen. Jozua kan Eldad en Medad niet overnemen. Bekende geluiden onder ons. Maar ze passen niet bij de Pinkstergeest, die het heil uit de volheid van Christus neemt. Er is een andere overname, zoals ooit een christin daarvan vertelde. 'Toen ik midden in mijn verlorenheid voor het kruis van Golgotha werd geplaatst, nam mijn lieve Borg mij in Zijn armen en gaf mij over aan de Vader. Nu getuigt de Geest met mijn geest dat ik een kind van God ben.' Blust daarom de Geest niet uit. Laat Hem de vrije loop, dwing Hem niet in uwe eigen enge opvattingen. Jozua's ijver wordt door Mozes niet geprezen, maar afgewezen. Maak je over mij niet druk is zijn advies. Voor mijn eer en zaak hoeft niemand zich zo in te spannen. Mozes' benauwde klacht wordt omgezet in een liefdevol gebed. 'Och dat al het volk des Heeren profeten waren.' Al het volk des Heeren, niet maar één of twee. Dat is gelóófstaal. Mozes blijft het morrende volk, volk des Heeren noemen.
Heere is Gods verbondsnaam. Houden we rekening met Gods verbond? Dan matigen wij onszelf geen verdiensten aan. We meten onszelf geen kwaliteiten aan. God bewaart de trouw en de weldadigheid tot in duizend geslachten. Of de kinderen des verbonds dan geen bekering nodig hebben? Wis en zeker! Een verbondskind te zijn is niet automatisch hetzelfde als een kind Gods te zijn. Het laatste eist wedergeboorte. Maar laten we in de worsteling met en voor onze kinderen, en de jongeren in de kerk, Gods verbond laten gelden. Mozes gelóóft. Hij gelooft dat de God des verbonds wonderen doet. Zijn vurige wens en zijn innige bede is: en dat de Heere Zijn Geest over hen gave.
Mozes stelt zich helemaal afhankelijk op. Wat Hij niet kan bereiken wil de Heilige Geest bewerken. Van heel de gemeente een Pinkstergemeente maken. Het zou dringend aan te bevelen zijn dat wij, die het zo goed weten hoe het moet, hoe het gaat, enzovoort, minder zouden praten en meer leerden bidden. Bekering is òns werk niet.
Komt de Geest dan staat Hem niets in de weg. Geen onverschilligheid, geen afkerigheid, geen Godsvervreemding of kerkverlating. Bij het volk des Heeren hoort ieder die gedoopt is in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Maar het is wat anders gedoopt te zijn, en het is wat anders een kind van God te zijn.
Met het oog op het laatste bidden wij met Mozes mee: En dat de Heere Zijn Geest over hen gave.
Dan komt het ervan dat u de Heere gaat zoeken en dat je de Heere zult vinden.
Mozes bent u niet te ruim? Al het volk des Heeren? Er zal toch eerst en er moet toch eerst...
O nee Heere, ik heb niets te eisen, niets voor te schrijven.
Geef alleen Uw Geest, Heere, ook aan onze kinderen, ook aan onze jongens en meisjes, ook aan onze vaders en moeders. Ook aan dat volk dat liever terug wil naar Egypte.
Waarom was Mozes zo gunnend, zo royaal? Omdat hij wist wat er in Gods hart leefde. Wilde doorgeven wat hij ontvangen had. Gij nu hebt genade gevonden in Mijn ogen, zegt God. Hoe meer ik Gods liefde ervaar, hoe meer gunning komt er naar voren.
Mozes kan het volk niet loslaten, omdat hij God niet los kan laten. Mozes heeft hier iets van het mededogen van Christus. Zegt Jezus niet zelf: Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt?
Geeft de Heere Zijn Geest, dan graaft Hij z'n eigen bedding, waardoor Hij het water des levens laat stromen. Misschien is het begin van het geloofsleven nog maar heel klein. Maar allengs komt er dieper schuldbesef, allengs ook krijg ik meer oog voor de noodzaak van de schuldvergeving door het bloed van Christus.
Uw Geest Heere! Uw goede Geest. Toe Heere, maak ze zelf Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend. Laten we zo christen zijn dat we de Heere iedereen gunnen en de duivel geen één.
De Heere en Zijn Geest kunnen het gelukkig alleen nog wel af.
Laten we ons om Mozes scharen en Mozes' beê bidden. Niet met een machteloos: och mocht... Maar met een liefde en een warmte die groot van God denkt en met een gunning, die ons doet smeken: och of... De Geest van Pinksteren doet wonderen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verzuchting om de Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's